Skip to content

Libertaire Theorie En Praktijk: Ontwikkelingen En Discontinuïteiten

20/05/2012

De Franse anarchist en filosoof Daniel Colson besteedde naar aanleiding van de gebeurtenissen in het activistische jaar 2011 aandacht aan de breuklijnen van de geschiedenis (in: Réfractions nr. 28, voorjaar 2012). Daar gaat hij in op twee historisch bepaalde illusies en weidt hij uit over de discontinuïteiten van het anarchisme. Het levert stof tot nadenken, reden waarom ik hieronder op punten die mij van belang lijken, een samenvatting van zijn betoog geef.

Het jaar 2011 heeft, alle vormen van actie overziende, ook bij libertairen tot enthousiasme geleid. Omdat veel van de acties gericht waren tegen heel verschillende typen ‘machten’ (niet alleen de statelijke, maar ook of juist de financiële, bancaire en dictatoriale), is het anarchistische karakter ervan te onderstrepen.

Neemt men er wat afstand van dan valt het eind van twee ‘illusies’ op. Het ene is de illusie van het ‘volk’ en de andere de illusie van de ‘zin van de geschiedenis’. Colson constateert dit als een feitelijkheid. Het betekent eenvoudig dat de libertaire theorie en praktijk daar op aangepast moeten worden, als dat door menig anarchist al niet is gedaan.

De illusie van het ‘volk’

Die illusie houdt kort gezegd in dat het ‘volk’ als bij uitstek emancipatoir zou werken en dus noodzakelijk ‘progressief’ zou zijn. Dit werd ingegeven door de diverse opstanden in de negentiende eeuw. Voorbeelden zijn de gebeurtenissen in Frankrijk in 1848 en de Commune van Parijs (1871). Maar de emancipatorische vermogens van de Europese naties veranderden snel in hun tegendeel: étatistisch, imperialistisch, totalitair nationalisme sloeg de klok. ‘Volk’ en nationalisme smolten samen.

Vanaf eind jaren 1880 gebeurde in Europa meer: de idealistische illusie van een ‘volk’ als zou het als vanzelfsprekend links zijn, loste op. Het veranderde zelfs in zijn tegendeel, het werd tot ‘volk van rechts’ en extreem rechts. Er was een scheiding tot stand gekomen tussen sociaal en nationaal. Vervolgens werd het sociale door het nationale geabsorbeerd (ontstaan van allerlei vormen van fascisme en nationaal-socialisme) tot aan het hedendaagse populisme toe.

Illusie van de zin van de geschiedenis

De ‘zin’ waarvan hier sprake is, verwijst mede naar het historisch materialisme zoals binnen het kader van het marxisme verdedigd: het geloof in het deterministische karakter van de geschiedenis. Die zou immers noodzakelijkerwijs uitlopen in het communisme.

Prelaat

Het gaat hier om een van oorsprong religieuze illusie. Deze is verpakt in een wetenschappelijk ogend dogma waarvan politieke partijen en totalitaire staten, die zich ervan bedienen, pretenderen dat zij de enige bezitters ervan zijn. Natuurlijk zijn er nog wel bewegingen die dat soort religieus getinte opvattingen huldigen, maar de een en twintigste eeuw heeft wel geleerd dat wat de geschiedenis ook brengt, ze blijkt slechts draagster van een oneindige veelheid van mogelijke toekomsten, anarchiek, onderbroken en dus radicaal onvoorspelbaar.

Discontinuïteiten

Bevrijd van de illusie van het volk en de zin van de geschiedenis maken dat ook het anarchisme dit heeft te onderkennen. Als men de geschiedenis van het anarchisme bekijkt, komt men dan ook heel wat ‘onderbrekingen’ tegen. Dit geeft al aan dat er ongeloof bestond wat die illusies betreft. Die onderbrekingen, die discontinuïteiten, leverden momenten van kracht op nodig om het anarchisme opnieuw te laten opbloeien.

Zo ontdekt men (historisch en geografisch bepaald) de discontinuïteiten in de gebruikte (naams)afkortingen, de identiteit, de programma’s, de modaliteiten van organisatie. Er is onontkoombaar de discontinuïteit en verscheidenheid van ervaringen en bewegingen van heel verschillende soort, uiteenlopend van de nomadisch strijder of de pacifistische makhnovist; de territoriaal gewortelde (syndicalistische) arbeidsbeurzen op zijn Frans; de serieuze geesten van hooggekwalificeerde Zwitserse horlogemakers; enzovoort.

Colson somt over twee pagina’s verspreid dit type ‘discontinuïteiten’ in het anarchisme op. Men kan er uit afleiden: als het anarchisme weg lijkt te zijn, komt het al weer op, steeds in een naar plaats en tijd bepaalde gedaante. Dit maakt ook dat het anarchisme tegelijk herkenbaar is in alle woelingen van 2011 en ook als zodanig wordt erkend. De conclusie is: het anarchisme of nauwkeuriger de anarchie is een project en gedaante van discontinuïteit.

Anarchistisch antwoord

Zij die de woelingen van 2011 hebben beschreven, hebben steeds ook de ‘anarchistische’ dimensie ervan onderstreept. Het opmerkelijke feit is, aldus Colson, dat het nu eens niet gaat om de bevestiging van diverse negatieve kwalificaties (geweld, zwarte vlag, bende van Bonnot, niet zelfs de confrontaties met de politie, enzovoort).

Integendeel, men heeft het woord anarchisme geassocieerd met feiten die tot nu toe altijd buiten het gezichtsveld zijn gehouden: de zelforganisatie, de egalitaire broederschap, de weigering om met leiders en woordvoerders te werken, de libertaire delegatie en representatiesystemen, de regels voor collectieve besluitvorming, de diskwalificatie van politieke partijen, syndicaten en andere onderwerping verlangende ideologische of religieuze instituten…

Zoveel is duidelijk: het anarchisme weigert een belichaming te zijn van een straffe organisatie, van een institutioneel bestaan, van het hebben van een ‘gezicht’ en een institutionele continuïteit in de publieke sfeer.

Tot zover Daniel Colson, die nog een aantal modaliteiten van het anarchisme beschrijft en aandacht vraagt voor de inhoud ervan. Maar dat zijn meer uitwerkingen van wat al aan de orde is geweest. Want als je – terecht – hebt gewezen op de illusie van de zin van de geschiedenis, is het niet vreemd meer de uitspraak tegen te komen: l’anarchie n’est pas ‘plus tard’, ‘ailleurs’. De anarchie is iets van later, elders. Neen, ze is ‘tussen ons’, altijd reeds daar, onmiddellijk, aan de wortel der dingen… En het is onder deze titel, alleen met een veel grotere intensiteit, dat zij aanwezig was in alle woelingen van 2011.

Daniel Colson (samengevat en uit het Frans vertaal door Thom Holterman)

[Het artikel van Colson draagt als titel ‘Les brèches de l’Histoire’, in: Réfractions, nr. 28, lente 2012, p. 75-93. Beeldmateriaal van de Rotterdamse dichter en illustrator Manuel Kneepkens.]

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s