Spring naar inhoud

Macht En Emancipatie: Een Strijd

16/08/2012

Macht wordt vaak omschreven als het vermogen van de een om de ander te laten doen wat er van hem of haar wordt verlangd, desnoods tegen wil van de ander. Het streven om van die vreemde wil bevrijd te raken, is onder de term emancipatie bekend. Macht en emancipatie kennen vele gedaantes. De onderlinge samenhang tussen die twee verschijnselen wordt uitgemaakt door strijd. Over deze verschillende zaken blazen ze in het land van Proudhon hun partijtje mee.

Zo Christine Delphy, Franse sociologe en filosofe, die al jaren tegen patriarchaat en racisme strijdt. Waar zij zich in haar boek Classer, dominer. Qui sont les autres’? (Paris 2011, herdruk van 2008) over druk maakt, is de vraag: wie benoemt anderen om welke reden tot de ander?

De reden is om argumentatie te hebben om die ander te onderdrukken. De ‘ander’ wordt daarvoor eerst gestigmatiseerd en daarna weggezet. Dat gebeurt met vrouwen, homo’s, moslims , zwarten… Zij allen hebben in de bedoelde argumentatie een punt gemeen: hun inferieure status verklaart zich uit hun ‘anders zijn’. Anders dan wie? De blanke, heteroseksuele man…

Het beeld van dat type man maakt onderdeel uit van de dominante ideologie, zoals Delphy die wenst te bestrijden. Zij heeft zich dan ook in de loop van de jaren verzet tegen vele vormen van onderdrukking in de moderne, Franse maatschappij. In haar boek, in feite een bundel reeds eerder gepubliceerde betogen, wordt dat uitgewerkt. Maar zij houdt het daarbij vooral in de sfeer van het woord (verzorgen van inleidingen bijvoorbeeld).

Communicatieguerrilla

Het kan ook anders, bijvoorbeeld door het organiseren van ludieke acties en happenings. Daarover gaat het Handboek voor communicatie-guerrilla. Het verscheen voor het eerst in het Duits (1997) maar is nu in het Frans uitgekomen (bij Éditions La Decou­verte, Paris, 2011). De auteurs zijn de autonome a.f.r.i.k.a.gruppe, Luther Blissett en Sonja Brünzels.

Onder de door hen voorgestane communicatie-guerrilla vatten de auteurs andere vormen van politieke strijd, dan die reeds heel lang in de sfeer van het politiek activisme in gebruik zijn. De communicatie-guerrilla richt zich op de modern-feodale structuren en uitingen in onze maatschappijen, zoals die zich openbaren in nationalisme, seksisme, patriarchaat, racisme en de kapitalistische productiewijze.

De feodale structuren en uitingen daarvan zijn te herkennen in een ‘culturele grammatica’, die zich als ‘dominante orde’ vertoont. De communicatie-guerrilla heeft tot doel de ‘culturele grammatica’ te laten ‘ontploffen’, bijvoorbeeld door ‘omkering’. Ze maakt dus een dissident gebruik van die grammatica en interpreteert de ‘tekens’ ervan op een getordeerde wijze. Dit moet dan een subversieve werking hebben. In Italië werd indertijd bijvoorbeeld de slogan op reclameborden voor het Duitse kruidenbitter gewijzigd in ‘Ik drink Jägermeister omdat Seveso vol met dioxine zit’.

Tegen de staat

Het uitoefenen van macht, leidend tot onderdrukking, heeft ook statelijke vormen. Het beste om daarvan af te komen is het opheffen van de staat – maar dat is sneller gezegd dan gedaan. Is er eigenlijk wel een maatschappij te denken zonder staat?

De Franse antropoloog Pierre Clastres (1934-1977) heeft dat soort maatschappijen in Zuid Amerika gevonden. Hij schreef er een intrigerend boekje over dat in 1974 verscheen, getiteld La société contre l’État. Het is in 2011 in herdruk verschenen (Les Éditions de Minuit, Paris).

Velen gaan nu roepen: ja, maar dat zijn primitieve maatschappijen, waarmee Clastres zich bezighield. Zeker!? Want wat dan primitief? De mensen over wie het gaat, werkten niet als idioten voor een ander, zodat die geen vruchten van hun arbeid kan plukken (afromen van de meerwaarde door de kapitalist, is dat later gaan heten).

Overigens volgden zij wel de raad en allerlei aanwijzingen op van hen die zij functioneel als de besten in hun ‘vak’ erkenden (beste krijger, jager enzovoort). Maar als die zich op hun functionele voorsprong gingen voorstaan, dus als zij zich dan als leider ging gedragen, dan keerden ze hen letterlijk de rug toe en verlieten hen. Want daar waren zij niet van gediend. Ik noem dit niet primitief maar hoogstaande autonomie!

Een dergelijke hoogstaande autonomie laat zich in onze primitieve maatschappij met al zijn bewakingscamera’s (we worden geacht niets te kunnen doen zonder in de gaten gehouden te worden…) niet zomaar invoeren. De ME, de oproerpolitie en desnoods het leger staan klaar om dat hardhandig de kop in te drukken. Dat hebben we al eeuwen ervaren: steeds was het de staat als handlanger van het kapitaal die met geweld het emancipatiestreven smoorde.

Strijd

Aan een dergelijk optreden zijn heel wat studies aangewijd. Onlangs kwam van een van die studies een Franse vertaling uit. Het gaat om het boek van de Engelsman Chris Harman. Hij geeft een algemeen historisch overzicht van menselijkheid, lopend vanaf het stenentijdperk tot de laatste eeuw, Une histoire populaire de l’humanité (de oorspronkelijk tekst is uit 1999; nu in de Franse vertaling, Paris, 2011).

Harman beschrijft duizenden jaren strijd en pogingen tot emancipatie. Die strijd, met name de klassenstrijd, vindt steeds plaats tussen twee groepen. Aan de ene kant komt men de bezittende klasse tegen en aan de andere kant de verdrukten en bezitlozen van allerlei soort (de ene keer zijn het arme boeren, de andere keer is het de arbeidende bevolking).

Verwacht geen gedegen opgezet theoretisch kader in het boek. Het gaat vooral om het achterelkaar plakken van historische feiten over strijd. De chronologie vormt de enige lijn. Als Harman over de Parijse Commune (1871) komt te schrijven, leren we duidelijk diens politieke voorkeur kennen. Het kader voor de Commune wordt bij hem gevormd door teksten van Marx en Engels. Geen verwijzing treft men aan naar Bakoenins De Commune van Parijs en het Staatsbegrip. Wat men verderop wel vindt is het bagatelliseren en deels goedpraten van de verschrikkingen van de Russische Revolutie.

Hoe dan ook, de strijd om de menselijkheid was en is een harde strijd. Kan het ook anders? Jawel. Men kan bijvoorbeeld deelsgewijs bepaalde initiatieven uitwerken ten behoeve van een maatschappelijke metamorfose, bijvoorbeeld om de emancipatie van de loonarbeid te dienen.

Hoe dat in beweging kan worden gezet hebben de Franse ondernemer Michel Hervé en de Franse filosoof Thibaud Brière beschreven in hun boek Le pouvoir au-délà du pouvoir (De macht de macht voorbij; Parijs, 2012). De ondertitel verduidelijkt dat het gaat om de vereisten van democratie in de hele onderneming.

Hervé heeft zich vele jaren geleden afgevraagd waarom de democratie zou moeten stoppen bij de fabriekspoort. Daar is geen enkele reden voor, politiek noch economisch. Zo is hij de organisatie van zijn bedrijf zodanig gaan opzetten, dat de loonarbeiders ondernemer werden binnen de onderneming. Dat is inmiddels uitgegroeid (zo’n veertig jaar later) tot een netwerk van verschillende ondernemingen, de ‘Groupe Hervé’. Het boek informeert over het waarom en het hoe.

Gelijkheid

De emancipatie moet leiden tot het afgooien van het juk van de macht. Het moet vrijheden opleveren. Welke vrijheid? Dat is het complex van vragen waarop verschillende redacteuren en gastschrijvers ingaan, in het Franse libertaire tijdschrift Réfractions (nr. 27, herfst 2011). Grondslag voor de opzet van het nummer is dat er vrijheden in allerlei varianten zijn. Wie ze combineert met gelijkheid ziet meteen het verschil tussen de liberale en de libertaire variant: vrijheid is niets zonder gelijkheid. Kortom de strijd gaat niet alleen om het afgooien van het juk van overheersing, maar ook om het opheffen van ongerechtvaardigde verschillen.

Tot slot. Kan ik hier de Franse presidentsverkiezing op 6 mei laten schieten als onderwerp? Het moet wel want, hoe de uitslag ook luidt, het zal mosterd na de maaltijd zijn. Toch een opmerking er over. Wat er vooraf ook in de verkiezingsstrijd door de kandidaten is betoogd, de leugen heeft velen gefascineerd. Het Franse weekblad Marianne (nr. 782 van 14 tot 23 april 2012) heeft er zelfs een dossier aangewijd. Fors aangekondigd met: De grootste leugens van de campagne.

Alle kandidaten van de eerste ronde zijn onder de loep genomen: Wie liegt het meest? Wie liegt het best? Allen kunnen de hand in eigen boezem steken als zij de ander beschuldigen, valt op te maken uit de analyse in Marianne. Het verbaast niet.

Thom Holterman

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.