Spring naar inhoud

Albert Camus. Een Libertaire Persoonlijkheid Die Zich Niet Laat Inlijven

01/11/2012

 

[Albert Camus, 1944, redacteur illegale krant Combat – Gevecht –]   Marseille-Provence zal in het jaar 2013 Europese culturele hoofdstad zijn. In dat kader zal mede uitgebreid aandacht aan Albert Camus (1913-1960) worden besteed. Daaromtrent worden de messen reeds geslepen. ‘Hoe bedoel je?’, zal men zich afvragen. Wel, iedereen wil een persoonlijkheid als Camus, houder van de Nobelprijs voor literatuur (1957), filosoof, schrijver, inlijven. Dat gaat echter niet zo maar.

Algerijnse kwestie

Zo heeft de gemeenteraad van Aix-en-Provence in mei dit jaar de twee aangekondigde activiteiten geschrapt, die voor de festiviteiten in het kader van de ‘culturele hoofdstad’ op het programma stonden. Het ging om de ‘Ontmoetingen in Algerije’ en de tentoonstelling ‘Albert Camus, de vreemdeling die op ons lijkt’.

De organisatie ervan was toevertrouwd aan de historicus Benjamin Stora, die evenwel als te ‘sektarisch’ wordt beschouwd door de plaatselijke politieke machthebbers. Door Stora zou de aandacht te zeer in een pro-Algerijns daglicht komen. Een Algerijnse kwestie was geboren. En dat is voor Fransen pijnlijk, want men poogt nu juist alle wandaden van het toenmalige Franse regime en de pijn die wederzijds is aangedaan, te verdringen…

Wat Camus aangaat, hij is degene die indertijd de foltering die Fransen in Algerije toepaste aan het licht bracht als journalist, toen, van Alger Républicain (een in Algiers uitkomende krant waaraan Camus tot 1940 meewerkte). Dat wil men het liefst allemaal vergeten. Het is ook een van de redenen dat Sarkozy, nog in zijn hoedanigheid van president van Frankrijk, begin 2012 aanwezigheid van regeringsvertegenwoordiging afwees bij de viering van het vijftigjarige bestaan van de vrede van Frankrijk – Algerije (de ‘Accords d’Evian’).

Nochtans heeft die zelfde Sarkozy getracht Camus in te lijven ter meerdere glorie van zichzelf. Want hoe heeft hij bijvoorbeeld niet geijverd Camus te herbegraven in het Panthéon (Parijs; zie de discussie daarover in Frankrijk, eind 2009; hij haalde overigens bakzijl). Maar Sarkozy, en velen van de heersende politieke kaste, intellectuele lakeien incluis, heeft ethisch en politiek helemaal niets met Camus…

Libertair project

Het zijn precies dit soort zaken die Lou Marin heeft aangezet tot het schrijven van zijn pamflet Camus et sa critique libertaire de la violence. Want, zo schrijft Lou Marin, wie heeft echt naar Camus geluisterd? Zeker niet de politieke kaste die aan de macht is en ook niet de ‘officiële’ intellectuelen die zich als lakeien van de macht profileren. Zij werken allen aan een heel ander project dan waaraan Camus werkte.

 Zij keren de boodschap van Camus om, zij verwijderen de radicale elementen ervan, zij verkleinen de impact ervan tot iets als dat hij het communisme van de Oost-Europese staten heeft afgewezen voordat zij (die intellectuelen) het deden. Anders gezegd, zij maken van Camus, wat Lou Marin noemt, een brave soldaat van de Westerse democratie. Wat zij allen volgens hem willen, is zich van Camus en zijn intellectuele erfenis meester maken. Zij willen dat hij hun filosoof zal worden.

Maar wie waren de ‘compagnons de route’ in het libertaire project van Camus, vraagt Marin retorisch. Wel, dat waren de libertairen, de gewetensbezwaarden militaire dienst (in het Frankrijk van toen gingen die voor vele jaren de gevangenis in), de niet-gewelddadige anarchisten, de revolutionair syndicalisten, de antikolonisten…

Er zijn er die Camus willen inlijven omdat hij in hun ogen (bijvoorbeeld die van Sarkozy) de eerste anticommunist was. Maar Camus was niet alleen tegen staatscommunisme, hij vertegenwoordigde veel meer. Hij bekritiseerde alle vormen en alle systemen van geweld. Camus was tegelijk anti-bourgeois en antikapitalist.

Lou Marin loopt dit in zijn pamflet allemaal na en belegt dit met vele verwijzingen naar teksten van Camus. Deze verschijnt hier als ‘libertaire genie’, ijverend voor een niet-bloedige revolutie in de lijn van Gandhi’s geweldloosheididee. In dit licht ziet Marin ook zijn eigen activiteit: Camus redden van de vele pogingen zijn libertaire kritiek op geweld en zijn revolutie ten bate van het leven te laten verdwijnen.

Overigens is Lou Marin niet de enige die het zo ziet. Ook de voorzitster van de ‘Société des études camusiennes’, Agnès Spiquel, laat zich zo uit. In een vraaggesprek met Le Monde van 15 september 2012 naar aanleiding van de problematiek rond de Camus-activiteiten in 2013, reageert zij op een vraag met: ‘Zij lezen Camus niet, zij bedienen zich van hem’.

We zullen afwachten hoe het in 2013 bij de manifestaties in het kader van ‘Marseille-Provence, Europese culturele hoofdstad’ toe zal gaan…

Thom Holterman

MARIN, Lou, Camus et sa critique libertaire de la violence, Indigène éditions, Montpellier, 2011, 23 blz., prijs 3 euro.

Aantekening

De Algerijnse kwestie speelt nog sterk in Frankrijk. Zo heeft François Hollande in zijn hoedanigheid van President van Frankrijk op 17 oktober 2012, bij de herdenking van de Algerijnse doden die vielen in Parijs op 17 oktober 1961, de schuld van de staat erkend voor deze ongekend repressie. Hij is de eerste Franse president die dat doet.

       Gearresteerde Algerijnen in Parijs die de ingestelde avondklok negeerden op 17 oktober 1961.

Op die zeventiende oktober in 1961 vond in Parijs de grootste naoorlogse slachting van burgers plaats door de politiemacht van een van de rechtsstaten in Europa, zo schrijft Jean Estivill in zijn artikel, overgenomen op de site van ReSPUBLICA. Hij herinnert er aan dat er honderden Algerijnse doden vielen, verdronken (in de Seine), opgehangen en gemarteld gedurende de vier dagen van opsluiting in Parijse detentiecentra. Meer dan 10 000 mensen werden aan de meest wrede behandeling onderworpen. Het ging om een deel van de 40 000 ‘Franse mohammedanen uit Algerije’ die waren gekomen met hun families om vreedzaam te protesteren tegen de racistische avondklok, die was ingesteld door de prefect Maurice Papon. Hollande erkent in dit afschuwelijke drama de schuld van de staat. [Voor het hele artikel in ReSPUBLICA, klik HIER].

En hoe reageert de voorzitter van de groep UMP parlementariërs daarop (de partij van ex-president Sarkozy)? Deze knieval van Hollande als president is niet te tolereren. ‘Ook al zijn de feiten van 17 oktober 1961 niet te ontkennen en mogen de slachtoffers niet worden vergeten, het in niet te tolereren de republikeinse politie ervan de schuld te geven en daarmee de Republiek in zijn geheel’, zo staat in het communiqué dat het Franse dagblad Le Monde van 19 oktober citeert.

En wie was die Maurice Papon dan wel? Dat was iemand die van wanten wist als het om repressie ging. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij door het Franse Vichy-bewind aangesteld als secretaris-generaal voor Politie (…) en Transport. In die hoedanigheid was hij verantwoordelijk voor de deportatie van joodse Fransen. Uiteindelijk is hij daarvoor in 1998 veroordeeld wegens misdaden tegen de menselijkheid (zie voor meer informatie hierover: http://nl.wikipedia.org/wiki/Maurice_Papon ).

 

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.