Skip to content

Handel In Vreemdelingenangst: Een Markt Voor de Detentie-industrie

18/11/2012

Vreemdelingendiensten, grensbewaking, terrorismebestrijding. De organisaties die zich daarmee bezighouden draaien op volle toeren. Er gaat geld in om, veel geld. In de VS heeft dit zelfs tot de ontwikkeling van beursgenoteerde bedrijven geleid. De vraag ‘Waartoe dienen de vreemdelingencontroles?’ kent dan ook een makkelijk antwoord: ‘Om er financieel wijzer van te worden’.

De Franse juriste Claire Rodier van de ‘Groupe d’information et de soutien des immigrés’ (Informatiegroep ter ondersteuning van migranten) zocht uit hoe de zaken er voorstaan in ‘migratieland’. Ze deed van het onderzoek verslag in haar boek getiteld Xénophobie Business. À quoi servent les contrôles migratoires?. Hieronder een samenvatting van haar bevindingen.

Criminaliteitsindustrie

Het boek van Rodier levert een invulling van wat midden jaren zeventig van de vorige eeuw de rechtstheoreticus Ter Heide leerde. Hij verdedigde de stelling dat criminaliteit in een kapitalistisch systeem een bepaalde zin heeft. Het maakt namelijk mogelijk om een groep mensen als ‘afwijkelingen’ (criminelen, devianten) te benoemen. En dat komt de maatschappij goed uit, aldus Ter Heide, omdat daarmee zich enerzijds een deel van de overbodige arbeidspopulatie laat afromen en anderzijds laat het een criminele laag als tegenhanger verschijnen voor de beroepsmogelijkheden van justitie- en politiefunctionarissen.

Voor het bestaan van de laatste groep is de aanwezigheid van de eerste groep een noodzakelijke voorwaarde: er komt een sociale arbeidsverdeling in tot uitdrukking. Dat rechtvaardigt het bestaan van staatsinstellingen die justitie- en politiefunctionarissen omvatten. De benodigde infrastructurele werken en het equipement dat daarbij hoort om te kunnen handelen, schept ruimte voor de ontwikkeling van een…criminaliteitsindustrie. Ter Heide geeft als voorbeeld de bouw van gevangenissen (werk voor bouwondernemingen). In ons tijdperk kunnen we de voorbeeldenreeks uitbreiden met bodyscans, bio-metrische apparatuur, drones (onbemande vliegtuigjes).

De zienswijze van Ter Heide leidt tot de conclusie dat het verschijnsel criminaliteitsbestrijding niet tot doel heeft criminaliteit te bestrijden, maar om het bestaan van een onderdrukkend systeem te legitimeren. Als je dan kans ziet dit systeem ook te privatiseren, is dat voorgegeven doel (criminaliteitsbestrijding) helemaal verdwenen, want daarvoor in de plaats is rentabiliteit gekomen. En dat is precies wat we in een neoliberaal regime zien gebeuren. Criminaliteitsbestrijding wordt handel.

Zien we het voorgaande als een format (sjabloon, formule) dan passen de bevindingen van Rodier daar wonderwel in. ‘Criminaliteit’ laat zich dan substitueren voor ‘vreemdelingen- en migratieproblematiek’. En dat is wat we politici zien doen (het op een hoop vegen van criminaliteit / terrorismebestrijding / irreguliere migratie). Met haar ‘Xenofobie business’ heeft Claire Rodier dit alles op een rijtje gezet om duidelijk te maken hoezeer dit op winstneming berust.

De opzet van haar boek ziet er als volgt uit. In het eerste hoofdstuk werkt zij de markt van de veiligheidsindustrie uit. De drie volgende hoofdstukken verschaffen een nadere uitwerking van de voorbeelden die zij in het eerste hoofdstuk gaf. Ik concentreer mij op het eerste hoofdstuk en zal waar nodig uit de overige hoofdstukken putten. Een en ander komt hieronder als volgt tot uitdrukking.

Eerst ga ik op het mondiale in- en uitsluitingsysteem in dat ‘vreemdelingen’ creëert. Dan wijs ik op voorbeelden van lobbyvorming om werk in dit veld te verschaffen. Ten slotte vat ik samen wat Rodier in de VS tot ‘handel’ in de sfeer van de vreemdelingenangst heeft aangetroffen.

In- en uitsluitingsysteem

In de inleiding van haar boek legt Rodier uit dat er sprake is van verschillende paradoxen. De eerste is die waar het gaat over het mondiale neoliberale regime dat met loftuitingen spreekt over de vrije circulatie van personen, diensten en kapitaal. Dat systeem is evenwel opgezet om sommige mensen daarvan te laten profiteren en vele anderen niet. Dit komt er op neer dat er geen vrije circulatie is opgezet, maar een in- en uitsluitingsysteem.

Zo heeft Europa bijvoorbeeld het agentschap Frontex in het leven geroepen ter bewaking van de grenzen en bouwt de VS een muur die het dan scheidt van Mexico en laten we niet de muur vergeten, die Israel opricht om zijn buren tegen te houden. Dat zelfde in- en uitsluitingsysteem heeft boat people laten ontstaan en heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van scanners en biometrie voor paspoortcontroles op vliegvelden…

De tweede paradox hangt samen met de vreemdelingencontroles. Deze hebben de neiging in omvang toe te nemen. De bescherming van de grenzen tegen onregelmatige binnenkomst van vreemdelingen, dekt bijvoorbeeld mede de strijd tegen de georganiseerde misdaad en de handel in mensen. Het in- en uitsluitingsysteem produceert met andere woorden zijn eigen soort criminaliteit, kortom het heeft een criminogene werking. Het systeem houdt zich daarmee zelf in stand, wat weer winst oplevert voor de industrie die de beveiligingsapparatuur produceert. We vinden hier dus tegelijk een voorbeeld van de samenhang waarop Ter Heide al een kleine halve eeuw geleden wees. Hier is werkzaam wat hij noemde ‘de immanente wet van de functionele structuur’.

De veiligheideconomie is een groeimarkt waarin miljarden euro’s omgaan. De fysieke vreemdelingenmuren vormen dus meer dan een ideologisch wapen. Ze zijn ook bronnen van financieel gewin. In de VS, waar al jaren geleden een omvangrijke privatisering in het detentiestelsel heeft plaatsgevonden, vindt men giganten in die economie. Zo de ‘Group 4 Securicor’ (G4S). Dit is de grootste groep die zich met grensbewaking en migratieactiviteiten bezighoudt. Het is een bedrijf met bijna 650.000 medewerkers, wat het tot op een na grootste particuliere werkgever van de wereld maakt. Alleen al voor beveiligingswerkzaamheden in Engeland heeft G4S contracten die samen een bedrag van 4,6 miljard pond belopen.

Als we over omzetcijfers spreken in het kader van grensbewaking en opsporing van migratie‘stromen’, dan vormen de drones een hit in veiligheidsland: in de komende tien jaar gaat dat zeker 20 miljard kosten (schatting uit 2009). De Europese fabrikanten ervan hebben hun krachten gebundeld (Sagem, BAE Systems, Thales, EADS, Dassault Aviation en enkele ander) om tot een gezamenlijke strategie te komen de drones te exploiteren voor grensbewaking op land en ter zee. De Europese Commissie heeft dat initiatief al gefinancierd voor ruime een miljoen euro. Het is met dit arsenaal dat een mondiaal in- en uitsluitingsysteem in stand wordt gehouden en uitgebreid. Om dat laatste effectief te doen zijn, moet er worden gelobbyd. Een voorbeeld er van is wat de GoP heeft opgestart.

Lobbyen

In 2003 is een groep persoonlijkheden, de GoP genaamd, opgericht, die tot doel heeft de EU te adviseren met betrekking tot een Europees onderzoeksprogramma op het terrein van de veiligheid. Deze groep omvat niet alleen Europese commissarissen en andere vertegenwoordigers van Europese instituten, maar ook acht organisaties gespecialiseerd in veiligheid en defensie, onder wie mensen van het Europese consortium EADS (wereldleider in deze sector), het Franse Thales, het Italiaanse Finnmecanica, het Spaanse Indra, het Duitse Siemens en het Zweede Eriksson.

In het rapport van de groep uit 2004 wordt de EU uitgenodigd om zijn budget ten behoeve van onderzoek in de sfeer van de veiligheid op vergelijkbare hoogte te brengen als dat in de VS. Die besteden 4 dollar per inwoner per jaar daaraan. Omgerekend naar de 450 miljoen Europeanen, spreken we dan over 1,3 miljard euro.

Hebben we het hier nog alleen over vreemdelingenzaken? Neen, veiligheid omvat inmiddels alles: terrorisme, proliferatie van massavernietigingswapens, regionale conflicten, georganiseerde criminaliteit en, oh ja, ook ongeregelde migratie. Alles is ook hier op een hoop terecht gekomen, waarbij de technologie als de beste garantie wordt aanbevolen voor onze veiligheid. Bovendien wordt er een synergie (samengaan van delen) tussen de militaire defensie, de burgerlijke veiligheid en technologische ontwikkeling bepleit, opdat het één overdraagbaar zal zijn op het andere.

Want zo luidt het programma: het moet gaan om het dynamiseren van het concurrentievermogen van de Europese ondernemingen in de sector veiligheid. Daar komt dus de aap uit de mouw. Daar is de lobby voor opgezet, opdat de Europese overheid, universitaire instituten en het bedrijfsleven elkaar over en weer kunnen bijpraten over veiligheid. En dat gebeurt (ondermeer) in de Security Research Conference (jaarlijks te houden). Op de sprekerslijst van de conferentie in Warschau (september 2011) trof ik ook enkele vertegenwoordigers van Nederlandse universiteiten aan (voor hun site, klik HIER).

Het bovenstaande voorbeeld van lobby in de veiligheidsindustrie staat niet op zichzelf. Er wordt natuurlijk allang veel geld uitgegeven ten behoeve  van het in- en uitsluitingsysteem. Zo is in Spanje het Geïntegreerde Externe Toezichtsysteem (in de Franse afkorting: SIVE) in werking gesteld vanaf 2002 en in de loop van de jaren uitgebreid. In het begin werd het SIVE-programma van de externe grensbewaking door Spanje alleen gefinancierd en later grotendeels overgenomen door de EU, onder de noemer van de solidariteit van de staten onderling. In 2007 bedroeg de bijdrage uit het Europese fonds voor dat doel al 356 miljoen euro. Kortom, we spreken hier gewoon over handel.

“Let op, hè!! Wij zijn het symbool en de vertegenwoordiging van dit land!’. ‘Dat is juist wat me verontrust’.

Handel

Hoe die handel in elkaar steekt is het best te zien als naar de VS wordt gekeken, juist omdat daar, binnen het kader van het neoliberale regime, de privatisering ook in criminaliteits-, detentie- en migratie-industrie het verst is doorgevoerd. Om er een beeld van te krijgen beschrijft Rodier de verstrengeling van een overheid die ‘veiligheidsuitgaven’ doet en de private veiligheidsindustrie die opereert onder exploitatie van de angst bij burgers (onveiligheid door terrorismedreiging vanwege irreguliere binnenkomst van vreemdelingen).

Binnen die overheid treden dan politici aan die strafrechtelijke regelgeving stimuleren, welke regelingen zodanige straffen stellen die voor de uitvoering ervan de veiligheidsindustrie kan doen welvaren. Ook hier is sprake van een sterke lobby-vorming. In dit geval concentreert Rodier zich op de gevangenisindustrie, omvattend niet alleen de bouw van gevangenissen en detentiecentra voor migranten, maar ook de uitgaven voor de bewaking en bewapening, voor voeding, voor apparatuur in de breedste zin, voor uniformen en gevangeniskleding en wat dies meer zij.

Geen wonder dat door al dit soort zaken (privatisering / verharding van het strafrecht) grote ondernemingen zijn ontstaan. Telkens als veranderingen in strafrechtelijke regelgeving tot zwaardere vrijheidstraffen leiden of een uitbreiding volgt van het aantal delicten waarop vrijheidstraffen worden gesteld, is een exponentiële ontwikkeling te zien van het bedrijfsleven dat zich met ‘veiligheid’ bezighoudt. Wordt de maatschappij dan ook veiliger? Neen. Maar daar ging het niet om. Het ging erom de veiligheidsindustrie meer te laten profiteren.

Rodier schetst een volgend verloop daarvan in de VS. Zij begint bij de Sentencing Reform Act van 1984 van de regering Reagan (in werking getreden in 1987). Met deze wet werden talloze delicten bestraft met vrijheidstraffen en werd de duur van bestaande vrijheidstraffen verlengd. Dezelfde geest spreekt uit de Three Strikes Act, die in 24 staten in de jaren negentig werd ingevoerd (‘Three strikes’ verwijst naar het plegen van het derde delict op rij dat een verlengde strafmaat oplevert).

Deze twee wetten maakte het nodig het aantal gevangenisbedden sterk uit te breiden (en alles wat daarbij hoort), dit alles in het voordeel van de gespecialiseerde ondernemingen in de gevangenisindustrie (minder criminaliteit leverde de maatregelen dan ook niet op). Een van de ondernemingen die er wel bij voeren, was de ‘Corrections Corporation of America’ (CCA), die als een van de eerste in zijn soort midden jaren negentig naar de Beurs van New York ging.

Tot eind jaren negentig was de vrijheidsbeneming, die met migratieperikelen van doen had, een marginale activiteit voor de gevangenisindustrie. Het is vanaf begin deze eeuw dat het identificeren van zogeheten illegale vreemdelingen een veel belovende markt werd, waarbij 11 september 2001 de ‘veiligheids’ondernemingen een buitenkansje bezorgde. Zo profiteerde weer een ander beursgenoteerde onderneming, de groep GEO Inc. van de politieke situatie met een contract voor het beheer van het kamp Quantanamo (GEO. Inc.: 75.000 bedden, 20.000 medewerkers over de hele wereld, leert haar site waarop men gelijk kan zien wat hun aandeel waard is; zie HIER ).

De voorzitter van weer een andere onderneming, Cornell Companies, vergiste zich niet toen hij aan het eind van 2001 zijn aandeelhouders voorhield, dat het tijd werd om zich ook met illegale vreemdelingen te gaan bezighouden, gelet op wat uit het Midden-Oosten ‘op ons af zal komen: wel meer dan 900.000 mensen zonder papieren. Dat wordt een mooie handel voor ons’, noteert Rodier.

De GEO Inc. feliciteerde zichzelf met de politiek van de federale overheidsorganisatie ‘Immigration and Customs Enforcement Agency’ (ICE). De GEO: ‘ Wij denken dat de ICE doorgaat met het leggen van het accent op de detentie en uitzetting van criminele vreemdelingen. (…) Wij moeten dus voorbereid zijn op deze federale initiatieven, die in het hele land het in stand houden van bedden en detentiecentra voor deze vreemdelingen in de loop van de komende jaren nodig maken’. Handel, jongens!.

Hetzelfde doet zich af in de gevangeniswereld voor, waarin dezelfde spelers – zoals de groepen GEO en CCA – opduiken. Deze spelers gaven in 2005 aan lobbyen 6 miljoen dollar uit (volgens het door Rodier geciteerde Center for International Policy). Dit gelobby moest bijvoorbeeld bijdragen tot het herformuleren van delicten, zodanig dat het aantal waartegen vrijheidstraffen zou kunnen worden geëist, werd uitgebreid en dat reeds bestaande vrijheidstraffen werden verhoogd. Dat zou betekenen: meer detentiecentra bouwen, meer bedden, langere duur van de bezetting ervan! Tel uit je winst.

Tussen 2006 en 2007 leverde dit in ieder geval een verdubbeling van handelingen op wat de controle betreft in zones waar van grote bevolkingsconcentraties sprake is (stopplaatsen van bussen en treinen). Alles door geprivatiseerde ‘handen’ uitgevoerd. Het aantal gedetineerde vreemdelingen steeg vervolgens van 256.8800 naar 311.000. Wall Street adviseurs raadden publiekelijk aan, aandelen aan te schaffen van firma’s gelieerd met de opsluitingindustrie…

Is het gek dat de particuliere opsluiting- en gevangenisindustrie betrokken raakt bij de verkiezingscampagne van kandidaten, die de verwachting wekken ‘strenger’ straffen en optreden voor te staan van delinquenten en illegale vreemdelingen – en waarvoor wetgeving aangepast moet worden of nieuwe wetgeving geïntroduceerd. Men vindt het allemaal beschreven bij Rodier.

Paaien van kiezersvolk

Hier gaat het helemaal niet meer om ‘veiligheid’. Ja het kiezersvolk wordt gepaaid met uitlatingen daarover en met het soort activiteiten als hierboven beschreven. We kennen het in de actuele Nederlandse versies van de Opsteltens, de Teevens, de Wildersens…

In de VS wordt daarvoor openlijk het strafrecht misbruikt om de opsluitingindustrie te bevoordelen en de plaatselijke bevolking te compromitteren: een nieuw detentiecentrum levert met zijn spin-off zo’n 2000 arbeidsplaatsen voor de directe omgeving op en de middenstand zal er van opbloeien…We gaan zien hoe dat met een VVD-PvdA regering in Nederland uitpakt, want het regeerakkoord tussen die partijen is wat het bovenstaande betreft veel betekenend.

Dit heeft uiteraard allemaal niets meer te maken met een serieuze beoefening van het strafrecht en de criminologie (veranderingen in het strafrecht vinden dan ook niet plaats op grond van gedegen criminologisch onderzoek). De beschreven uitvoeringspraktijken hebben zelf een volstrekt crimineel stelsel gebaard, passend in een neoliberaal format. Rodier heeft dit met haar boek ondubbelzinnig bloot gelegd.

Thom Holterman

RODIER Claire, Xénophobie business. À quoi servent les contrôles migratoires?, Éditions La Découverte, Paris, 2012, 194 blz., prijs 16 euro.

[Beeldmateriaal ontleend aan verschillende uitgaven van het Franse anarchistische weekblad Le Monde libertaire.]

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s