Spring naar inhoud

Henc Van Maarseveen (1926-2012). De Luis In De Pels. Enkele Herinneringen

25/11/2012

In Memoriam

De ‘match’

Op een dag, het moet ergens in 1977 zijn geweest, werd ik door Henc van Maarseveen opgebeld. Of ik eens bij hem langs wilde komen op de faculteit, als ik geïnteresseerd was om een project ‘Recht & Anarchisme’ op te zetten. Ja, vanzelfsprekend en we maakten een afspraak.

Hoewel ik hem niet persoonlijk kende, was hij mij natuurlijk wel bekend als hoogleraar staatsrecht in de sociale faculteit van de Erasmus Universiteit (EUR). Ik had er zelf in de eerste helft van de jaren zeventig in de juridische faculteit rechten gestudeerd. Ook had ik inmiddels regelmatig over anarchistische onderwerpen in relatie tot het (staats)recht gepubliceerd. Dit was de ‘match’ (zeggen we nu) tussen ons beiden. Die bleek ook vruchtbaar en hij kwam door samenwerking tot bloei.

Het ‘project’ waarvoor wij de bespreking voerden, betrof het organiseren van een meerdaags internationaal symposium over ‘Law in Anarchism’. Daar had Henc budget voor geregeld op basis waarvan iemand twee jaar voor halve dagen kon worden aangesteld. Dat werd ik. Onze samenwerking zou leiden tot een geslaagd symposium, gehouden in januari 1979, in de EUR. En ruim vijf jaar later was Henc een van de twee promotoren voor mijn proefschrift over ‘recht en politieke organisatie’. De ondertitel ervan maakt de samenhang met anarchisme en recht duidelijk (promotie in 1986).

Inmiddels was Van Maarseveen overigens uit de sociale faculteit overgegaan naar de juridische faculteit van de EUR. Ook ik had daar werk gevonden, zodat wij onze samenwerking uitbundig konden voortzetten. Ja, uitbundig, want dat is het woord dat hem mede typeert.

De persoon

Henc was een inspirator. Hij wist te stimuleren tot het opzetten van bepaalde projecten. Te veel projecten om op te noemen. Ik vermeld er enkele:  een over de manier om het staatsrecht als vak te bedrijven, een over  bestudering en beschrijving van de constituties van alle landen van deze wereld, projecten om het feminisme of het anarchisme nuttig te maken in en voor het recht, de Cultuurstaat.

Zo is er een nieuw programma ontstaan voor het staatsrechtonderwijs ten behoeve van de in de beginjaren tachtig opgezette subfaculteit politicologie. In dat programma waren elementen opgenomen van wat Henc ‘politiekrecht’ noemde, als opvolger van het staatsrecht. Even zo vrolijk verscheen er een werkboek over ‘Vrouw en staatsrecht’, voor het keuzevak dat hij zelf begin jaren tachtig verzorgde.

Stimulator en inspirator dus, maar knorrig en duidelijk ontstemd als iemand zijn autonomie niet had weten te benutten om beloftes waar te maken of na te komen.

Luis in de pels

Van Maarseveen was niet alleen jurist. Hij was begonnen als graficus, ooit. Samen met twee andere grafisch kunstenaars richtte hij in Utrecht, in 1960, een samenwerkingsverband op dat zij De Luis noemden en dat ook ‘Luizencahiers’ uitgaf. Ze wilden daarmee werken als een luis in de pels van de moderne kunst.

Deze instelling is terug te vinden in zijn werk en optreden als jurist. Het zinde hem niet dat het staatsrecht beperkt zou moeten zijn tot bemoeienis met de organisatie van de staat en de grondwet. Dat moest opengegooid worden. Alle belangrijke verschijnselen die met bovenindividuele besluitvorming van doen hadden, moesten kunnen worden bestudeerd en beschreven, politiekrecht dus.

De jurist moest luis in de pels van de macht zijn. Niet vreemd daarom zijn aandacht voor het anarchisme en het feminisme, zijn onverholen antimonarchisme. Hij was dus  constant bezig met emancipatievraagstukken op veler terrein. In dat licht is het niet vreemd dat hij mij eens aanraadde toch vooral het opmerkelijke boek te lezen, geschreven door de erudiete Zwitserse strafrechtjurist Peter Noll. Die schreef openlijk over zijn ziekte, waar hij tussendoor zijn maatschappelijke en socio-politieke standpunten had geweven. Het boek draagt als titel Mijn sterven en dood (1984; Nederlandse vertaling Baarn, 1985).

In dat boek vindt men bijvoorbeeld terug waarom Noll waarschijnlijk rechten is gaan studeren: omdat hij niet uit kon staan dat mensen graag macht uitoefenen. Wat moet daarom het recht zijn? Wel: de doorn in de vlees- en vetmassa van de macht. Wat vindt Noll het ergste soort dat het ‘systeem’ (maatschappelijk, school en universiteit) heeft opgeleverd? De  kritiekloze juristen. Wie zijn de ergste? De hoge ambtenaren. Daarom ook: thema van het recht is niet het recht, maar de macht; recht is kritiek op de macht (p. 17). Hier vindt men een deel van Henc’s ergernis door een ander geventileerd…

Tegen de tijd van zijn pensionering vond hij zich nog zó vitaal – en dat was hij ook – dat hij aangaf tot zijn zeventigste te willen doorwerken (aan de EUR). Dat kon niet want 65 = 65. Daar heb je die juristen van de ergste soort. Van Maarseveen zag in zijn leeftijdsontslag een schending van de grondwettelijke antidiscriminatie bepaling (discriminatie nu eens niet op grond van ras of godsdienst, maar leeftijd). Tot aan de hoogste rechter heeft hij doorgevochten en verloren…

De graficus

In 1991 was hij vanwege het ‘systeem’ gedwongen zijn werk als jurist neer te leggen. Radicaal als hij was, heeft hij er zich zonder dralen van af gekeerd, om weer als graficus op te staan. Ook dat wilde hij anders doen, dus vond hij de schuifdruk uit, waarbij hij gebruik maakte van het ‘gestuurde toeval’. Het uiteindelijke product mocht nergens op lijken, zo legde hij me uit. Het is bedoeld om alleen zichzelf als referentie te hebben. Zat hier wellicht een element van individueel-anarchisme in? Wie zal het zeggen.

Was Henc een anarchist? Hij wees dat met kracht van de hand, want hij vond dat een te moeilijke positie om consequent in te nemen, zo zei hij mij. Maar wat maakt dat uit. Geen anarchist zijnde, vervulde hij wel een anarchiserende rol, door zijn voortdurende stimulans in de richting van het emancipatiestreven.

Wij bleven na zijn pensionering contact houden en hij becommentarieerde nog steeds mijn artikelen, die ik hem af en toe toestuurde. Zo bleef hij zijn rol als inspirator trouw. Maar ook als de kraanvogels overvlogen, van zuid naar noord als het lente werd, of zoals in deze periode, van noord naar zuid vliegen als aankondiging van de aantredende winter en daarom de streek verlaten, liet ik hem dat weten, gelardeerd met zaken die ons eveneens bezighielden.

Tot ik een paar weken geleden van hem een mailje ontving met als onderwerp ZIEKMELDING. Dit was, naar nu blijkt, de aankondiging van het begin van het einde. Hij heeft ons nu definitief verlaten, maar  zijn stem en stijl en ook het vuur dat hij opstookte, blijven in deze wereld, want de strijd, ook zijn strijd, gaat door!

Thom Holterman

One Comment leave one →
  1. 19/02/2013 22:15

    Dank voor dit eerlijke en betrokken verslag. Henc had het je niet kwalijk kunnen nemen.
    Niek Satijn, Amsterdam

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: