Skip to content

Het Recht Als Wapen. Verzetten, Verantwoorden, Vooruitzien

26/05/2013

delmas

De triptiek verwijst naar de titel van het ‘livre de combat’ van de vermaarde Franse juriste Mireille Delmas-Marty. De triptiek verwoordt een strijdprogramma. Het recht moet voor die strijd worden ingericht om (1) verzet te kunnen plegen tegen de voortdurende ontmenselijking, (2) de plegers van onmenselijkheden, zoals staten en ondernemingen, gerichter verantwoordelijk te kunnen stellen en (3) te anticiperen op toekomstige risico’s die ons bedreigen. Het recht moet daarmee een wapen worden om de mondialisering te humaniseren.

Delmas-Marty (1941) heeft een inmiddels indrukwekkende loopbaan achter de rug. Zo was zij in de jaren 1980 voorzitter van de Franse Commissie strafrecht en rechten van de mens. Zij adviseerde vele internationale organisaties over uiteenlopende juridische onderwerpen. Haar kennis van zaken bestrijkt een groot aantal rechtsgebieden zoals het sociaal recht, vreemdelingenrecht, milieurecht, strafrecht, recht betreffende biotechnologische risico’s, rechten van de mens. Tientallen jaren heeft zij aan een groot aantal universiteit over de hele wereld gedoceerd. Aan het Collège de France bezette zij de leerstoel ‘Vergelijkend recht en internatiolisering van recht’.

OmslagDelmas

Humaniseren van de mondialisering

Haar boek Résister, responsabiliser, anticiper (Verzetten, verantwoorden, anticiperen) heeft Delmas-Marty in twee delen opgebouwd. Haar concrete uitgangspunt is de mondialisering van activiteiten in deze wereld. In het eerste deel analyseert zij de tegenstellingen die de mondialisering met zich brengt. De analyse concentreert zich op het recht en het (dis-)functioneren ervan (verdragenrecht, nationaal recht, jurisprudentie).

Het tweede deel houdt zich bezig met het door haar nodig geachte ‘programma’ van activiteiten om de ontmenselijking te keren, die zich binnen de mondialisering voordoet. Daarvoor is nodig de mondialisering te humaniseren. In dat kader bespreekt zij geldend nationaal- en internationaal recht. Tevens doet zij aanbevelingen voor verbetering ervan. Dit vindt in drie etappes plaats.

De eerste etappe is: plegen van verzet tegen ontmenselijking; de tweede etappe is: verantwoordelijk maken en stellen van de machthebbers; de derde etappe houdt zich bezig met de anticipatie op toekomstige risico’s. Delmas-Marty verwijst bij elke etappe naar ter zake doende regelgeving of een in het oog springende casus. Zij doet dit op zo’n wijze dat een niet juridische geschoolde lezer het betoog op de voet kan blijven volgen. Het is wat dat aangaat verbazingwekkend hoe helder zij de soms ingewikkelde dingen weet te verwoorden. Hier is niet alleen een vakvrouw aan het woord, maar ook iemand met een groot didactisch vermogen.

Nochtans kan het de vraag zijn of zo’n tekst niet te ver afstaat van wat anarchisten bezighoudt. Ik meen van niet. De onderwerpen die zij behandelt, zijn voor een ieder en dus ook voor anarchisten herkenbaar. Haar kritiek op het bestaande recht is snijdend en zij zet zich in om van het recht een strijdmiddel te maken. Kortom, we zien hier een juriste aan het werk, die een rebelse houding aanneemt en onverbloemd aangeeft waar de lekken in het juridische (mondiale) systeem zitten. Ze wil het anders. Ze zal niet zonder slag of stoot haar zin krijgen, weet ze.

In het hierna volgende schets ik de wijze waarop Delmas-Marty ten strijde trekt. Daarvoor zal ik eerste de analyse toelichten waarvan sprake is in het eerste deel van haar boek. Daarna geef ik aan hoe zij de triptiek ‘verzetten, verantwoorden, anticiperen’ in het licht van die analyse, in het tweede deel van haar boek uitwerkt.

Passergreep

Haar programma

Het uitgangspunt van haar analyse is de economische mondialisering, die de weg aan het openen is naar een marktimperialisme. Deze economische activiteit wordt gecombineerd met het gebruik van de nieuwste technologieën, waarin zich de opkomst van een geduchte bewakingsmaatschappij aankondigt, aldus Delmas-Marty. Hoe in zo’n context een zin geven aan juridisch humanisme? Want wat is er aan de hand?

Het zijn bijvoorbeeld dezelfde staten die hun grenzen openstellen voor handel en kapitaal, maar die ze weer sluiten voor menselijke wezens. Het zijn dezelfde die dereguleringsplannen ten behoeve van de markt uitvoeren en tegelijk strafrechtelijke handhaving in de voorsteden verhevigen. Op die wijze wordt een liberale praktijk van openheid gecombineerd met afsluiting om veiligheidsredenen. Zo zetten statelijke overheden een universele discours op rond de rechten van de mens, terwijl ze vervolgens vergeten dat die rechten juist veronderstellen: delen en solidariteit.

Mondialisering op zich is niet zo zeer het probleem in haar ogen als wel de tegenstellingen, die dit proces begeleiden. Het verminderen en terugdringen van die tegenstellingen – een onderdeel van haar programma – zal vergezeld moeten gaan met de erkenning van bepaalde gemeenschappelijk gedragen waarden. In dat geval verwijst ze steeds naar preambules bij bekende Europese en Universele verklaringen. Zij weet ook wel dat dit ‘utopie’ heet. Deze utopie kan evenwel bijdragen tot het mobiliseren van energie. Tot de actoren in dit veld rekent zij niet alleen de staten en de internationale organisaties, maar ook de vele civiele actoren, waarvan – zij weet het – de burgerorganisaties de zwakste zijn.

Toch hebben deze laatste weten bij te dragen aan de discussie met een veelheid van initiatieven en voorstellen. Haar vraagstelling is nu: hoe aan de verspreide pogingen samenhang geven? Een deel van haar onderzoek heeft tot doel, te bezien wat die pogingen gemeen hebben. Daarop kan dan vervolgactie gericht zijn, waarbij zij opmerkt dat je je niet uit het veld moet laten slaan door het feit dat het langzaam gaat: slavernij en kolonisatie zijn ook niet van de een op de andere dag opgeheven.

In de optiek van Delmas-Marty zijn het de verschillende tegenstellingen van de mondialisering waarop de actie gericht moet zijn. Zij schets vijf clusters van tegenstellingen die tot ontmenselijking leiden:

• De verharding van de controle van migranten (repressieve spiraal);

• De verergering van de sociale uitsluiting (‘van verzorgingsstaat tot koopmansstaat’);

• De bedreiging van het milieu (groei en milieu gaan niet samen);

• De hardnekkigheid van de meest ernstige internationale misdrijven (tweeslachtigheid en lacune van en in het internationale strafrecht);

• De risico’s van de onderwerping aan nieuwe technologieën (‘fabricage’ van menselijke wezens; digitale bewaking).

Het zijn deze vijf clusters die Delmas-Marty op de juridische snijtafel legt, om als een keurslager het vlees van de benen te scheiden. Het voert hier te ver dit in al zijn juridische aspecten te bespreken. Ik geef dan ook slechts één voorbeeld van hoe zij te werk gaat. Dat voorbeeld is ontleend aan het eerste cluster, de verharding van de controle op migratie en de repressieve spiraal.

KatMuis

Controle, desintegratie, depersonalisatie: een spiraal

Zij begint met erop te wijzen dat het recht op ‘gaan en staan’ van mensen een droom is van de humanisten in de tijd van de renaissance en de Verlichting. Dat recht is opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UV-RvdM): een ieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren (art. 13, tweede lid).

Wat zien we evenwel? Een verharding van de controle op migratie op grond van een veiligheids- en soevereiniteitsmodel. Het handelen in overeenstemming met dit model leidt tot de ontwikkeling van een repressieve spiraal, waarbij angst een belangrijke rol speelt. Dit alles maakt dat de rechtsstaat verandert in een ‘staat van beleg’.

Tegelijk wordt er gehandeld volgens een liberaal en universalistisch model als het om het openen van markten gaat. Dit brengt weer het risico met zich van…migratie – regulier of irregulier –, wat weer beweegt naar een toename van uitoefenen van controle. Kortom, we hebben van doen met een spiraal zonder eind. In plaats van integratie te bevorderen, leidt de steeds repressiever wordende controle tot desintegratie, tot depersonalisatie en daarmee tot ontmenselijking van diverse categorieën mensen.

Het openen van markten leidt tot destructie van lokale markten, tot onevenwichtigheden in de maatschappij en dit alles ook tot migratie. Wat Delmas-Marty ziet gebeuren is: exploiteren van kwetsbaarheid. Dit komt ondermeer tot uitdrukking in verslechtering van arbeidsvoorwaarden, wat weer aanleiding is voor een groeiende armoede. Dit vormt een geheel dat lijkt op een ‘onheilspellende rondedans’ van alle ‘sans’ (sans is ‘zonder’).

De ‘sans’ zijn de illegalen (sans-papiers), de werklozen (sans travail), de daklozen (sans logement), de zwervers (sans domicile fixé). Welnu, betoogt zij, hier is sprake van een verergering van de sociale uitsluiting die haaks staat op de belofte geformuleerd in de preambule van de UV-RvdM uit 1948. Delmas-Marty verwijst er nadrukkelijk naar, omdat er de belofte in is verwoord, dat mensen zullen leven in een wereld vrij van vrees en gebrek.

Dat de liberale economie ongelijkheden creëert is niet nieuw, maar de mondialisering werd verondersteld die te verminderen. Waar komt dan de paradox van de voorspoed vandaan, die de winsten laat groeien maar tegelijk ook de ongelijkeden, vraagt zij zich af.

Het antwoord op die vraag werkt zij uit in wat zij noemt de dissociatie tussen wereldmarkt en sociale rechten, waarbij zij haar betoog een aanvang laat nemen vanaf de oprichting in 1919 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), nu een organisatie van de Verenigde Naties, die zich met arbeidsvraagstukken en sociale rechten bezighoudt. Daartegenover zet zij het drietal organisaties dat de paradox in stand houdt, te weten: de Wereldhandelsorganisatie (WHO), het Internnationale Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank (WB).

Zij verheldert in haar betoog hoe het zit, dat in plaats van het beschermen van de arbeiders – waarvoor de IAO is opgezet – de arbeiders van verschillende nationaliteiten onder druk van de samenwerking van de drie andere organisaties (WHO/IMF/WB) in de draaikolk van de concurrentie worden geplaatst. In de door die drie genoemde organisaties verdedigde economische opvatting (een neoliberale marktgedachte) zijn arbeiders geen mensen maar een kostenpost. Ook hier verschijnt dus een vorm van ontmenselijking, waartegen zij oppositie voert.

Sluipschaduw

Actietheorie van het recht

Delmas-Marty analyseert de andere clusters, zoals het bedreigde milieu, de internationale misdrijven en de scenario’s voor een bewakingsmaatschappij, op een zelfde wijze. Telkens zijn daar elementen aan de orde die naar ontmenselijking verwijzen. Daarop  laat zij haar triptiek verzetten / verantwoorden / anticiperen los, waarmee we in het tweede deel van haar boek komen.

Hoewel zij dat zelf niet zo noemt, werkt zij met een actietheorie van het recht. In de eerste plaats verwijst het begrip actie voor juristen naar de (on)mogelijkheid om een juridische procedure te beginnen. Delmas-Marty onderzoekt die mogelijkheden ook voor de problematiek, die binnen elk van de door haar aangegeven clusters speelt. Zij wijst op (on)mogelijkheden en behandelt waar en waarom juridische acties vaak doodlopen. Om die reden geeft zij ook aan waar verbeteringen van het juridische systeem broodnodig zijn – en hoe, waarom en door wie zo’n poging tot verbetering vaak gedwarsboomd wordt. Daarin ligt de reden dat zij ook voor actie pleit, anders dan juridische actie. Een ieder moet ontmenselijking willen blokkeren.

Zij constateert dat het juridisch humanisme zich in het positieve recht heeft genesteld. Zo zijn er mogelijkheden om een staat te veroordelen uit naam van de rechten van de mens en een staatshoofd uit naam van de menselijkheid. Datzelfde humanistische positieve recht blijkt evenwel vol te zitten met tweeslachtige elementen en contradicties. Dat komt mede tot uitdrukking in de verstrengeling van het nationale en internationale recht, wat een sterk gefragmenteerd beeld te zien geeft.

Die fragmentatie doet zich tegelijk vertikaal en horizontaal voor. De verticaliteit volgt de gebiedsindeling in deze wereld, waarbij weer elk niveau zijn autonomie eist. De horizontaliteit wordt gekenmerkt door de verschillende sectoren van recht, zoals de clusters mensenrechten (verdragenrecht), handelsrecht (vrije markt of juist protectionisme), strafrecht (nationaal / internationaal). Elk van die sectoren kent weer zijn eigen logica. Daar bovenop komt de liberale logica, die de WHO domineert. Die logica privilegieert concurrentie terwijl de logica van de rechten van de mens focust op solidariteit. Dit brengt met zich  dat er ‘druk’ moet worden geformeerd om (1) de liberale logica te weerstaan en (2) te gaan werken aan het vergroten van de coherentie binnen het juridische systeem (afname van fragmentatie en toename solidariteit). En die druk zal met name moeten komen van niet-juridisch activisme.

Zich verzetten, neen zeggen, het eerste punt van de triptiek van Delmas-Marty, verlangt mensen, die zich als zelfstandige bron van wensen en verlangens zien. In het proces van ontmenselijking wordt juist het idee van de ‘zelfstandige bron’ ontkent. In het verzetten als menselijke activiteit weerspiegelt dus bij Delmas-Marty een humanisme. Dat gebruikt zij voor de tweede stap in haar triptiek: het verantwoordelijk maken en stellen van machthebbers, publiek of privaat (sociale verantwoordelijkheid ook van bedrijven). Dit alles gericht tegen ontmenselijking.

Aux armes, citoyens! (Te wapen, burgers), roept zij met een leus uit de Franse revolutie de lezers van haar boek toe. Verzet is niet alleen moreel, maar juist in het tijdsgewricht van de Franse revolutie werd het ook als recht van de burger gelanceerd (Declaratie van de rechten van de mens van 1798, waarin het burgerschap wordt gevestigd). Een van die rechten is het recht van verzet tegen onderdrukking! Kortom, het recht moet weer ‘gevaarlijk’ worden. Deze actietheorie van het recht wijst dus niet alleen op de juridische dimensie van ‘actie’, het  gaat ook om buitenjuridische actie.

BloedaandeAarde

Zaak Chevron / Texaco

Delmas-Marty weet best dat er heel wat werk wacht en dat de druk moet worden opgevoerd om bijvoorbeeld tot coherentie binnen het internationale rechtssysteem te geraken. De fragmentatie maakt namelijk dat verantwoordelijken regelmatig al te gemakkelijk wegkomen door ‘law shopping’. Als een voorbeeld daarvan besteedt zij aandacht aan de zaak Chevron/Texaco. Wat was en is het geval?

Tussen 1967 en 1990 had de Amerikaanse oliemaatschappij Texaco (die zal worden teruggekocht door Chevron) oliegebieden geëxploiteerd in het Amazone gebied van Equator, zonder de inkomsten te delen. Deze exploitatie maakte 80% uit van de nationale productie van olie. Voor de exploitatie was een gigantische oliepijpleiding aangelegd voor het transport van de opgepompte olie. Deze pijpleiding bleek een ware ecologische ramp te veroorzaken. Enorme hoeveelheden giftige producten en afval verspreidden zich, wat vervuiling van water, verdwijning van de visstand en ziektes onder de plaatselijke bevolking te weeg bracht.

In 1993 begonnen 30 000 inwoners van het Amazone gebied een juridische actie bij de Federale rechtbank in New York. Na verschillende beroepsgangen verklaarde het Hof van beroep van de VS in 2002 de Amerikaanse rechters onbevoegd om te oordelen in deze zaak. Met een bevestiging van Chevron werden de gerechten van Equator bevoegd geacht in de verwachting dat de zaak nu wel zou doodbloeden. Maar tot grote verwondering van een ieder werd de Amerikaanse oliemaatschappij door een gerecht in Equator veroordeeld tot het betalen van 8 miljard dollar (beslissing 14 februari 2011). Voor de eerste keer was het een binnenlandse bevolking gelukt een multinational in het land waar het delict was gepleegd, veroordeeld te krijgen.

Chevron gebruikte evenwel alle mogelijkheden om onder de betalingsverplichting uit te komen. Zo riep ze het permanente hof van arbitrage in Den Haag in met en klacht over fraude door de klagers van Equator. Gestoeld op een beruchte Amerikaanse wet die voor dit type zaken in het leven is geroepen, wordt bij een dergelijk type klacht aan een Amerikaanse rechter toegestaan, de uitvoering van de beslissing van de rechter in Equator te blokkeren…

Een dergelijke soort politico-juridische verwarring is er een om juristen gelukkig te maken  en slachtoffers ongelukkig, merkt Delmas-Marty op. Daarbij wijst ze op twee kernvragen: (1) Wie is verantwoordelijk in een transnationale groep en (2) voor welke rechter. In het kader van het verantwoordelijk stellen dringt zich dus de vraag op: hoe is de mogelijkheid te verbeteren om juridisch verzet aan te tekenen en is de weg in te richten die leidt tot onderwerping aan gerechtigheid, geldend voor staten en ondernemingen. Zaken genoeg om vervolgens je oog op te laten vallen. Zo wijst Delmas-Marty zelf bijvoorbeeld op een zaak als de Palestijnse muur door Israel gebouwd. Een zaak die in de toekomst kan gaan spelen, waarbij van handelen sprake kan zijn dat onherstelbare schade toebrengt aan het milieu, lijkt mij het delven van schaliegas.

Domino

Maximaliseren van subversiviteit

In een bespreking van het boek van Demas-Marty in het Franse weekblad Marianne van 23-29 maart 2013 wordt zij een fanatieke voorvechtster van het recht genoemd, die het aandurft na te denken over de moeilijkheden van ons tijdsgewricht om daar ook nog eens voorstellen tot oplossing ervan te doen. Alleen de titel van het boek heet hier een programma voor gedachtevorming. Kunnen anarchisten hier iets mee?

Anarchisten zullen zich afvragen of een economisch systeem dat gebaseerd is op het op korte termijn verwerven van winst, wel in staat zal zijn in termen van een lange termijn te denken. Is zo’n systeem wel te humaniseren? De accumulatie-economie, de culte van de vluchtigheid, de tirannie van het onmiddellijke, het vernietigt alles wat een langere adem nodig heeft. Het is juist omdat het kapitalisme en zijn bondgenoot de staat deze destructie stimuleren, dat de oplossing van problemen niet van het kapitalisme noch van de staat verwacht kan worden, zo is in Le Monde libertaire (nummer 1705, 9-15 mei 2013) te lezen.

Anarchisten zullen dus vanuit een dergelijk perspectief  tegen het programma van Delmas-Marty aan kijken. Zo zullen zij opmerken dat het hele programma de wereld nog niet van de staat verlost (anti-etatisme). Daarin hebben zij gelijk. Zij zullen ook een antikapitalistische invalshoek kiezen (strijd tussen uitbuiters / uitgebuitenen). Maar dat betekent nog niet dat alles wat recht wordt genoemd en wat een jurist op pakt om binnen de mogelijkheden van het recht strijd te voeren, verwerpelijk is. Zelfs Michael Bakoenin (1814-1876) dacht in termen van rechten en gerechtigheid. En betekent actie in naam van (positieve) anarchie niet per definitie het verwerpen van bestaande onrechtvaardigheid? Ik zou denken van wel.

In de analyse van Delmas-Marty liggen de elementen voor een strijd gereed waar ook anarchisten op hun manier een bijdrage aan kunnen leveren. Dat die manier zich baseert op directe, buitenparlementaire actie, laat zich makkelijk raden. Anderen doen dat op hun wijze en in de hen vertrouwde omgevingen. Allen verzetten zich in ieder geval tegen (verdere) ontmenselijking in deze wereld. Samen maximaliseren zij subversiviteit. Juristen van hun kant kunnen dit doen door het recht weer ‘gevaarlijk’ te maken, gevaarlijk voor bedrijvers van ontmenselijking. Zo mag bijvoorbeeld het werk dat de Nederlandse juriste Liesbeth Zegveld verricht, worden begrepen. Onlangs stond zij als advocate nog de twee hoogbejaarde mannen bij, die ooit door de Nederlandse staat als deserteurs waren terechtgesteld. Wat was hun misdrijf? Het weigeren om deel te nemen aan de politionele acties in Nederlands-Indië, 63 jaar geleden. Hun strijd is nog steeds niet gestreden! (zie de Volkskrant van 15 mei 2013)

Soms kunnen verschillende groepen zich in het verdedigen van of het werken vanuit de rechten van de mens verenigen. Zo nam de Franse anarchist en geograaf Élisée Reclus (1830-1905) deel aan de oprichting in 1869 van de ‘Vereniging tot opeisen van de rechten van de vrouw’. Voor ons tijdperk is te denken aan activiteiten als die van de Liga voor de Rechten van de Mens. Periodiek wordt binnen haar verband de Clara Meijer-Wichmann Penning uitgereikt aan iemand of een organisatie, die zich in het bijzonder heeft beziggehouden met maatschappelijke kwesties van mensenrechten en waar de menselijke waardigheid onder druk staat. Welnu, Clara Meijer-Wichmann (1885-1922), juriste en libertaire maatschappijfilosofe, was zelf iemand die zich met zulke kwesties bezighield.

Met betrekking tot sommige acties zitten anarchisten in de kern waarmee ook Delmas-Marty zich bezighoudt. Ik denk hier aan de Anarchistische Anti-deportatie Groep Utrecht die in 2009 nog een campagne opzette, waarin het om verzet tegen het migratiebeleid van Nederland (de IND) ging. Het actiewerk wordt nu voortgezet door het No Border Network. Het convergentiepunt van het recht – concrete mensenrechten – is er, nu nog het subversief opladen. Het programma van Delmas-Marty kan daarbij behulpzaam zijn.

Thom Holterman

DELMAS-MARTY, Mireille, Résister, responsabiliser, anticiper, ou comment humaniser la mondialisation, Éditions du Seuil, Paris, 2013, 197 blz., prijs 17,50.

[Beeldmateriaal van de beeldagitatie-kunstenaar Kalem overgenomen uit een aantal nummers van Le Monde libertaire]

Aantekeningen

[1] De ‘Liga voor de Rechten van de Mens’ bestaat inmiddels tientallen jaren; voor meer informatie over deze Liga, klik HIER. Voor informatie over de Clara Meijer-Wichmann Penning, klik HIER.

[2] De Anarchistische Anti-deportatie Groep Utrecht heeft in 2009 een tekst gepubliceerd over haar werk. Die is op internet in een ‘pdf’-vorm te raadplegen; klik HIER. Voor meer actuele informatie over anti-deportatie activiteiten van No Border Network, klik HIER.

[3] Wie het voorstel van Bakoenin leest, dat hij aan het Centraal comité van de Liga van de Vrede en de Vrijheid deed (in september 1868 te Bern), merkt op dat hij enerzijds de (nog steeds) bestaande staat afwijst. Anderzijds spreekt hij ook over voor hem aanvaardbare staten: die zich in volle vrijheid naar nieuwe beginselen van sociale gerechtigheid inrichten en waar politieke rechten gelden (zoals die van toetreding en losmaking van de Verenigde Staten van Europa). De bedoelde tekst is, zo wijst ook Daniel Guérin erop, geïnspireerd op leerstukken van Proudhon. Het voorstel van Bakoenin is op internet te raadplegen, klik HIER.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s