Spring naar inhoud

Veiligheid Als Totem. Van Rechtsstaat Tot Staat Van Beleg

02/06/2013

Oude kat

Het zal ongetwijfeld veiligheidsverhogend zijn om onbewaakte spoorwegovergangen om te bouwen tot bewaakte. Ook een anarchist zal geen moment aarzelen een voorstel daartoe goed te keuren, indien op die manier de veiligheidssituatie bij het spoor verhoogd kan worden. Maar het is niet ten behoeve van dat soort veiligheid, dat er een veiligheidstotem is opgericht. Dat totem dient de bescherming af te dwingen van de belangen van de heersende klasse.

Dit uitgangspunt vormt de achtergrond van het onderzoek van de Franse demograaf en universitaire docent Nicolas Bourgoin. Het onderzoek is getiteld La révolution sécuritaire 1976-2012 (De veiligheidsrevolutie van 1976-2012).

Een van de dingen die uit zijn onderzoek naar voren komt, is dat een uitspraak als ‘De criminaliteit is in de loop van de laatste decennia gestegen’ niet hard gemaakt kan worden. Er bestaat namelijk geen statistisch ‘apparaat’ om de werkelijke omvang van de criminaliteit te evalueren. Daarnaast wordt er gewerkt met termen waarvan de ‘geometrie’ niet vastligt, zoals veiligheid, onveiligheid, geweld. Verder kan men uitspraken aantreffen waarin, bijvoorbeeld, wordt beweerd dat er sprake is van een afname van geweld, maar tegelijk zegt men te kunnen aantonen dat het gevoel van onveiligheid is toegenomen. Is een dergelijke paradox te verklaren?

Bourgoin legt dan uit dat er geen sprake hoeft te zijn van een schijnbare tegenstelling. Uit bepaalde statistische gegevens zou tot een afname van feitelijk gebruik van geweld geconcludeerd kunnen worden (omdat er, bijvoorbeeld, minder aangiften zijn gedaan). Enquêteer mensen over hun gevoelens, dan kunnen de enquête-uitkomsten  leren dat er sprake is van een toename van het onveiligheidsgevoel, maar  dat gevoel kan gevoed zijn door andere elementen dan fysiek geweld…

Die andere elementen kunnen samenhangen met bijvoorbeeld de grotere dreiging om een baan of een uitkering te verliezen, om de huur niet meer te kunnen betalen of om het feit dat men als maar het huis niet verkocht krijgt. Kortom, het onveiligheidsgevoel hangt dan samen met precariteit (onzekerheid). Het is met name de ‘angst’ die daaruit voortvloeit, die door de veiligheidsindustrie wordt geëxploiteerd. In die industrie gaan vele miljarden euro’s om. Het is het totaal van dit soort verschijnselen dat Bourgoin in hun onderlinge samenhang onderzoekt.

OmslagBour

Veiligheidspolitiek

Bourgoin gaat in zijn studie uit van het brede begrip veiligheidspolitiek. Daaronder valt het begrip strafrechtpolitiek. Omdat Bourgoin de Franse situatie bestudeert, is het onvermijdelijk dat hij een lawine van strafrechtelijke beleidsstukken, analyses en strafrechtelijke regelgeving van Franse origine behandelt. Ik ga daar in zoverre volledig aan voorbij, dat ik alleen naar de systematiek en de resultaten van de behandeling ervan kijk. Daarbij leg ik nog een andere beperking aan: wat aan zijn studie wordt ontleend, moet voor zover mogelijk herkenbaar zijn voor de Nederlandse situatie.

Gelet op deze beperkingen, kan ik de aandacht onmiddellijk richten op de hypothese waarmee Bourgoin aan de slag gaat: de veiligheidspolitiek dient in directe zin de belangen van de heersende klasse.

Het testen van de hypothese verricht Bourgoin op drie niveaus, te weten:

• het ideologische (onderzoek van de discussies over repressie),

• de regelgeving (circulaires, programmering van wetgeving),

• de praktijk (zoals vormen van vrijheidsbeperking en –beneming).

Zoals de titel van zijn studie al aangeeft, heeft hij zich bezig gehouden met het tijdsvak 1976-2012. Dit betekent niet dat er voor 1976 geen veiligheidspolitiek werd bedreven. Maar 1976 vormt op een dubbele manier een keerpunt. Het is het jaar dat een rapport over geweld, veiligheid en strafrecht uitkomt, waarin op geheel andere manier dan voorheen naar deze verschijnselen wordt gekeken. Tevens heeft enkele maanden voor het uitkomen van dit rapport de toenmalige Franse regering bezuinigingsmaatregelen afgekondigd om de op dat moment heersende economische crisis het hoofd te bieden.

Het is het samenvallen van economische crisis en repressief overheidsoptreden wat Bourgoin bovenmatig interesseert. De eerste oliecrisis (1973) en de tweede (1979) maken het leven duurder, door de als maar stijgende prijzen. Daardoor groeit de armoede en de onvrede onder de bevolking. Hoe die in toom te houden? Een van de antwoorden is een zodanige systematisering van de veiligheidsproblematiek, dat er sprake is van reductie van vrijheden uit naam van de noodzaak de orde te handhaven. Dit gaat gepaard met een verharding van het strafrecht.

In de afwisselende periodes van ideologische gedachtevorming is er regelmatig in (overheids)analyses veel discussie over geweld. Maar wat Bourgoin opvalt: geen woord over statelijk, militair of politioneel geweld. Geweld wordt in die analyses dus steeds gezien vanuit de gezichtshoek van de heersende klasse, zo concludeert hij. Heeft men het in die analyses over criminaliteit, dan gaat het vooral over andere vormen van criminaliteit dan die van de overheersers (dus van politie, werkgevers, handelshuizen). Het gaat over wat in het verleden wel ‘blauwe boordencriminaliteit’ werd genoemd (inbraak, diefstal) en niet dus over de ‘witte boordencriminaliteit’ (financiële malversaties, fraude). De laatste vorm is monetair gezien evenwel ongeveer zeven keer omvangrijker dan de schade berokkend door diefstal, aldus de door Bourgoin geciteerde studie van het Franse onderzoekscentrum voor recht en criminaliteit (CESDIP).

Police

Overal politie, gerechtigheid nergens!

Veiligheidspolitiek is klassenpolitiek

Als Bourgoin de balans opmaakt van zijn onderzoek, blijkt hij in de groef van klassieke bevindingen te zijn terecht gekomen. Hij constateert dat er – anno 2013 – sprake is van klassenjustitie. Er is sociale ongelijkheid voor de wet. De ‘zero tolerance’ met betrekking tot overlast en misdrijven is voor rekening van de volksklassen. Zo wordt de gevangenisbevolking voor meer dan de helft uitgemaakt door werklozen en arbeiders. En we wisten het al langer: gevangenissen zijn delinquentenfabrieken. Bourgoin spreekt over ‘opleidingscircuits van veroordeelden’.

Naast de ‘zero tolerance’ bestaat ook de ‘maximal tolerance’ voor economische en financiële delicten. Er blijkt sprake van een terughoudend optreden als het om witte boordencriminaliteit gaat. Vanaf het jaar 2000 telde Bourgoin slechts vijf veroordelingen van ondernemingen wegens corruptie…

Natuurlijk hoor ik in gedachte de Nederlandse minister van Veiligheid en Justitie, Ivo Opstelten brommen, dat hij de Nederlandse situatie daarin niet herkent. Evenwel, hoe zit het dan met doortastend onderzoek naar de door zorgverzekeraars vermoede miljarden fraude door de ‘witte jassenklasse’? Het onderzoek is doodgebloed na het afwijzen van een motie van wantrouwen tegen de minister van Volksgezondheid in mei 2013? Neen, het is niet vreemd dat door Bourgoin een kernachtige samenvatting wordt geformuleerd: veiligheidspolitiek is voor alles klassenpolitiek.

Veiligheid als totem

De concentratie op het strafrecht is geen onschuldige activiteit. Het leidt de aandacht af waar het in de sfeer van de veiligheidspolitiek om draait. De concentratie op het strafrecht legitimeert de statelijke overheden om de grenzen van de rechtsstaat te overschrijden en om een staat van beleg in te stellen. Als mensen ‘mee denken’ in de noodzaak van het ferm strafrechtelijke optreden, zal de aanvaardbaarheid toenemen van allerlei maatregelen die vrijheden beperken. Die beperkingen worden door machthebbers verkocht als noodzakelijk om ‘veiligheid’ te garanderen. Opstelten toont zich er meester in om dit in een breekijzerformulering te vatten (zie de site van de rijksoverheid):

‘Nederland veiliger maken – dat zie ik als mijn belangrijkste opdracht. Paal en perk stellen aan criminaliteit, overlast en geweld. Daarom ga ik de slagkracht van politie en justitie vergroten: effectief opererende organisaties, méér blauw op straat, waar nodig extra bevoegdheden, zwaardere straffen en lik op stuk. Burgers moeten veilig kunnen leven. Thuis, op straat of tijdens het werk. Overal.’ De teneur van deze formulering is repressie. De totem is ‘Veiligheid’.

TotemVeligheid

Totem ‘Integrale Veiligheid’

Een totem is een eerbiedwaardig, aanbeden object of symbool van een groep mensen zoals het gezin of de stam, maar ook een bevolking van een land. De totem vervult allerlei functies waaronder de totemistische uitstraling van de maatschappelijke voorstelling van de groep. Die voorstelling is in Westerse maatschappijen kapitalistisch geoormerkt. Met het inzetten van de totem ‘Veiligheid’ willen de Opsteltens dat oormerk in standhouden. Veiligheid in die context beschermt dus het kapitalisme. Bourgoin besteedt dan ook een hoofdstuk aan ‘Veiligheidspolitiek en kapitalisme’. Het is zo opgezet dat het de tendensen aangeeft, die leiden tot de instelling van een politiestaat.

Liberticide

Wat Bourgoin aangaande dit onderwerp opmerkt, zit in de groef die de Franse juriste Mireille Delmas-Marty trok met haar boek Libertés et sûreté dans un monde dangereux (Vrijheden en veiligheid in een gevaarlijke wereld; 2010). Naar aanleiding van dit boek vond er een tweegesprek plaats tussen Delmas-Marty en een andere jurist, Jean-Jacques Urvoas, universitaire docent publiekrecht en nationale secretaris van de Partie socialiste (PS) voor Veiligheid.

Na aandacht te hebben besteed aan de justitiële verharding in de sfeer van het veiligheidsdenken als effect van de aanslagen op het World Trade Centre (september 2001, New York), wordt opgemerkt dat die verharding zich niet beperkte tot de USA. Ook in Duitsland, zo laat Delmas-Marty weten, werd kort na 2001 een wet gehanteerd, die internering toestond op grond van het vermoeden van gevaarzetting. Het betrof een wet uit de Hitlerperiode, die niet was afgeschaft maar een sluimerend bestaan leidde. Het Duitse constitutionele hof verklaarde deze wet in 2004 ongeldig. In Frankrijk werd evenwel in 2008 een dergelijke wet van kracht (de Franse minister van Justitie, mevrouw Taubira, beloofde in december 2012 dat deze wet zal worden ingetrokken).

Dit soort wetgeving staat evenwel symbool voor het type denken van politiek rechts. Ze opent de mogelijkheid van ‘straf na de straf’ en ook is 11 september 2001 het voorwendsel geworden voor het onder druk zetten en afbreuk doen aan vrijheidsrechten. Er hoeft maar ‘terrorisme’ te worden geroepen of het strafrecht moet worden aangepast om op treffende wijze te kunnen optreden. Daarbij wijst Delmas-Marty op de lawine van preventieve en repressieve regelingen en wetten die sindsdien in Frankrijk zijn afgekondigd. En zo glijden we dus af naar de politiestaat, lezen we bij Bourgoin.

Hij heeft dan ook de door Delmas-Marty bedoelde lawine van wetten op vormen van liberticide onderzocht (liberticide, iets dat de vrijheid –liberté – doodt – van ‘cidere’, doden). Bourgoin telt tien van zulke wetten in 2006 en 31 in de periode tot mei 2012. Enkele wetten blijken direct geïnspireerd te zijn door wetten van fascistische staten, te weten die ‘crimineel gevaar’ van een persoon als uitgangspunt nemen. Dit geeft weer de mogelijkheid om een bepaald type crimineel te creëren:  de binnenlandse vijand van de maatschappij. In bepaalde gevallen kan dan een gevangenhouding voor onbepaalde tijd plaatsvinden.

Statelijk geweld.2

[Vergelijk het optreden de afgelopen maanden tegen enkele demonstrerende antimonarchisten.]

Deze vergaande veiligheidsmaatregel is geïntroduceerd in het Italiaanse strafrecht in juli 1932, in Duitsland in november 1933 en in Frankrijk met de wet ‘rétention de sûreté’ in 2008 (gevangenhouding vanwege gevaarlijkheid en mogelijke recidive). Onmogelijk dat zo’n soort strafrechttoepassing in een Westerse, naoorlogse rechtsstaat kan voorkomen?

In het hierboven aangehaalde tweegesprek wijst Delmas-Marty voor degenen die dat voor onmogelijk houden op de affaire Müncke. Deze persoon was in 1986 tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld. Nadat hij zijn straf had uitgezeten, leefde hij twintig jaar na dato nog in gevangenschap vanwege ‘gevaarlijkheid’. Wat iedereen in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens kan lezen is, dat het ontnemen van vrijheid alleen op grond van gevaarlijkheid niet door het Verdrag wordt gedekt. Het is ronduit schandalig dat men een beslissing van het Hof voor de rechten van de mens nodig heeft om dit bevestigd te krijgen. Het levert wel een voorbeeld op, tot hoever overheden bereid zijn te gaan om de rechtsstaat om te bouwen tot een staat van beleg. Niets wijst dus op minder staat.

Terrorismebestrijding?

Het laten toenemen van de repressie maakt dat afgerekend kan worden met de rechtse mythe van de ‘ontstatelijking’. Deregulering, staatsafname geldt slechts ten voordele te strekken voor de vrije marktwerking. Minder staat betekent minder sociale staat en tegelijk meer repressieve staat, ondermeer ten behoeve van het strafrechtelijk kunnen reageren op politiek ongenoegen, op onlusten, op reacties vanwege groeiende armoede. Ten behoeve van het optuigen van de repressieve staat wordt de angst voor terrorisme benut om liberticide maatregelen te nemen. Het is inspelen op onveiligheidsgevoelens.

In het voetspoor van Mathieu Rigouste bespreekt Bourgoin daarvoor de handel en wandel van de zogeheten ‘managers van de angst’ met aan het hoofd ervan de zelfbenoemde criminoloog Alain Bauer (samen met anderen door Rigouste gebracht onder de ‘bende van Bauer’). Bourgoin beschrijft de Franse ontwikkelingen die leiden tot de fabricage van het verschijnsel ‘binnenlandse vijand’. Wie wordt als vijand gezien? Hij of zij die de strijd aangaat met het marktdenken als enige beginsel en als grondslag van de maatschappelijke orde.

De affaire Tarnac (die loopt vanaf november 2008), die Bourgoin als voorbeeld neemt,  is te begrijpen als de eerste testcase van de Franse overheid voor de fabricage van het verschijnsel ‘binnenlandse vijand’. Daarvoor heeft de hierboven genoemde Bauer als ‘aangever’ bijgedragen. Het oordelen over wie in die affaire tot de hoofdschuldige wordt gehouden, Julien Coupat, vindt minder plaats vanuit feiten (tot op heden blijkt het strafrechtelijke deel een ‘lege’ zaak, met malversaties en manipulaties vanuit een het politioneel-juridisch apparaat). Het vindt meer plaats vanuit de vooronderstelde maatschappelijke gevaarlijkheid.

Die gevaarlijkheid zou spreken uit een officieel uitgegeven tekst, door een onbekende groepsauteur geschreven. In dit geval komt het er op neer dat boeken kennelijk kunnen behoren tot strafrechtelijk relevant bewijsmateriaal. Dat ontlokt aan Bourgoin de conclusie: een dergelijk concept hoort niet bij de rechtsstaat maar bij de Inquisitie.

Hiermee raken we de grondslag van de repressieve politiek van de macht. Zijn voornaamste functie is de bestaande sociale orde te verdedigen, die gevestigd is op de particuliere eigendom (van de productiemiddelen), op de uitbuiting van arbeid en het consumentisme. Alle veiligheidsactiviteiten zijn gericht op die personen, die een bedreiging vormen van deze, heersende orde. Om dat te organiseren komt het bestaan van terrorisme goed uit. En dat geldt niet alleen voor een overheid die een ‘staat van beleg’ opzet, maar evenzeer voor de kapitalisten onder de overheersende klasse omdat het om ‘big business’ gaat.

Verontschuldiging

‘…Wilt u mij verontschuldigen…ik heb nog niet de tijd gehad mij te verkleden!’.

Big business

Met dit al zijn we ver van een discussie over strafrecht verwijderd. Eindelijk kan dan ook de rondedans om de totem ‘Veiligheid’ zijn aanvang nemen, om daarmee af te smeken dat er maar zoveel mogelijk euro’s zullen rollen. Want er is werk aan de winkel. Er zullen nog meer bewakingscamera’s moeten worden opgehangen dan er nu al zijn, terwijl elke bewakingscamera een triomf is voor terrorisme, zoals Quirine Eykman, onderzoekster veiligheid en mensenrechten (Universiteit Utrecht) overtuigend betoogt.

Zij maakt duidelijk dat er geen direct verband bestaat tussen meer videosurveillance en het voorkomen van een terroristische aanslag. Bovendien leidt meer cameratoezicht tot een politiestaat waar de privacy van onschuldige burgers permanent wordt geschonden, aldus bevestigt Eykman (de Volkskrant van 15 mei 2013). En pikant is het besluit van haar betoog met de opmerking, dat het ontstaan van een politiestaat potentiële terroristen op hun wenken bedient. Die willen immers angst zaaien en de democratische rechtsstaat ondermijnen.

Iedereen heeft de correctheid van deze conclusie kunnen constateren: de aanslag tijdens de marathon in Boston leverde beelden op van mogelijke daders nadat de aanslag was gepleegd; de weerzinwekkende beelden van de aanslag op een Engelse militair in Londen konden per direct worden bekeken…; de steekpartij in Parijs op een Franse politieman toonde beelden, eveneens van de mogelijke dader, na de aanslag.

In geen van de drie gevallen werd de aanslag voorkomen, terwijl de antecedenten van alle mogelijke daders van Boston, Londen en Parijs bekend waren bij AIVD-achtige instanties. Toch vreemd als dit alles bekend en gezien kan worden, dat de belofte van voorkomen niet ingelost kan worden. Oh, er moet nog meer in Veiligheid worden geïnvesteerd en nog meer ‘deskundigen’ moeten daarover kunnen adviseren? De aandeelhouders van de veiligheidsindustrie zullen in hun handen wrijven.

Neem TNO en de lobbygroep (initiatief van TNO) Strategy & Change. Zij zijn er klaar voor om de maatschappij de weg te wijzen hoe die zich kan voorzien van het product ‘veiligheid’. Zo hangt Strategy & Change een breed veiligheidsbegrip aan, dus iedereen kan er terecht. Veiligheid vormt zowel een belangrijke voorwaarde voor als een onderdeel van onze welvaart en ons welzijn, leest men op hun site. En de mediagenieke Rob de Wijk, directeur Den Haag Centrum voor Strategische Studies, die als defensiespecialist deel uitmaakt van het team van Strategy & Change, heeft wel een waarschuwend woord voor de regering: ‘De AIVD dreigt Nederlandse jihadisten die terugkeren uit Syrië uit het oog te verliezen. Door de bezuinigingen is er straks niet genoeg personeel om de polderdjhadisten goed in de gaten te houden. Momenteel vechten tientallen Nederlandse moslims in Syrië tegen het regime van Assad’, leest men verder op de site van deze lobbygroep.

TNO als een onafhankelijke kennisorganisatie, die de schakel vormt in de kennisketen tussen de wetenschap enerzijds en bedrijven en organisaties anderzijds, is er klaar voor om de overheid in haar moeilijke veiligheidstaak bij te staan. Op haar site leest men over Verdediging, Veiligheid, Zekerheid: ‘Externe en interne veiligheid, oftewel Defensie en maatschappelijke veiligheid raken hierbij steeds nauwer met elkaar verweven. TNO zet daarom in op integrale veiligheid en werkt nauw samen met defensie, politie, hulpdiensten en het bedrijfsleven. Wij doen dit met zowel technologische innovaties als met innovaties in gedrag, zodat zij effectiever kunnen handelen’. Dit wat de stand van zaken in Nederland aangaat.

CamaraBewaking

Regressie

Wat Bourgoin ten aanzien van de veiligheidsrevolutie voor Frankrijk beschrijft, lijkt in aanmerkelijke mate ook op de Nederlandse situatie toepasbaar. De veiligheidsrevolutie is een conservatieve in de slechte zin. De ontwikkeling betekent strafrechtelijk namelijk een teruggang naar de ‘Defence sociale’ van rond 1900. Dit stafrechtelijke concept werd na de Tweede wereldoorlog gehumaniseerd, waarin de Franse jurist en strafrechthervormer Marc Ancel (1902-1990) een groot aandeel had met zijn ‘Defence sociale nouvelle’ (1954). Het strafrecht werd in dat geval gebaseerd op de rechten van de mens en niet langer, zoals voorheen, op de verdediging van de maatschappij (dehumanisering). In het huidige tijdperk is het weer omgekeerd.

In Frankrijk drukt die omkering zich ook uit in het teruggrijpen naar de oude doctrine van de koloniale repressie. Maar de veiligheidsmaatregelen die daar aan ontleend worden, zijn ook in Nederland herkenbaar (opzetten van controlenetwerken, instellen van een ‘staat van beleg’ –  in bepaalde gemeentelijke gebieden de ‘noodtoestand’ afkondigen –, patrouilleren met name in de volksbuurten – ’meer blauw op straat’). Deze teruggang wordt in de newspeak van de justitiële instituties modernisering genoemd, waarbij wordt ingespeeld op ‘nieuwe vormen van criminaliteit’. Modernisering is hier synoniem voor regressie.

Veiligheid is ook ideologie – hetgeen samenhangt met de totem. Er hangt een systeem van ideeën mee samen om een ‘kolonisatie van de geesten van mensen’ te bewerkstelligen. Dat systeem van ideeën beantwoordt sterk aan de belangen van de heersende klasse. Het doel ervan is de aandacht gericht te krijgen en te houden op het criminaliteitsgedrag van de overheerste klasse, om zo de aandacht van het criminaliteitsgedrag van de overheersende klasse af te leiden. Dat was het doel van Bourgoin om daar inzicht in te verschaffen. Hij leverde materiaal in overvloed om dat bevestigd te krijgen.

Thom Holterman

BOURGOIN, Nicolas, La révolution sécuritaire 91976-20120, Champ social éditions, Nîmes, 2013, 211 blz., prijs 19 euro.

Aantekening

Het onderwerp Veiligheid is op deze site al vaker aan de orde geweest, telkens in een wat ander gedaante of vanuit een onderscheiden invalshoek. Zie daarover ondermeer:

•  De optiek van Clara Meyer Wichmann (1885-1922) en haar visie op het strafrecht; klik HIER.

•  De Franse onderzoeksjournalist Jérome Thorel legde zich toe op de ‘veiligheidsmaatschappij’ en de inbreuken op de privacy; klik HIER.

•  De Franse socioloog Mathieu Rigouste bestudeerde de introductie van de ‘binnenlandse vijand’ die als turbo voor de winsten van de veiligheidsindustrie moet werken, klik HIER. Hij beschreef ook het doen en laten van de ‘bende van Bauer’ en geeft inzicht in de wijze waarop onveiligheid als legitimatie dient ten behoeve van een ‘contrasubversieve criminologie’, klik HIER.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.