Skip to content

Kiesrecht en Representatieve Democratie

28/07/2013

reclus-elisee

In de geboorteplaats van Élisée Reclus (1830-1905), Sainte Foy la Grande (Frankrijk), hebben de ‘Reclusiennes’ dit jaar een zomeruniversiteit georganiseerd van 8-14 juli. Reclus, voorloper van de sociale en politieke geografie, deelnemer van de Commune van Parijs (1871), was tevens actief binnen de anarchistische beweging van zijn tijd.

Eén dag van de zomeruniversiteit was besteed aan het onderwerp ‘Kiesrecht en representatieve democratie’. Op zaterdag 13 juli 2013 werd daaraan door tweemaal vijf inleiders (ochtend- en middagzitting) op zeer uiteenlopende wijze aandacht besteed. Onder de inleiders (ieder kreeg maximaal een kwartier spreektijd) bevonden zich door het anarchisme geïnspireerde Franse wetenschappers als René Berthier, Federico Ferretti, Gaetano Manfredonia, Philippe Pelletier. Ik zat onder hun gehoor. Een aantal elementen uit de verschillende beschouwingen inspireerde mij tot de hieronder weergegeven samenvatting van de problematiek die aan de orde was.

Voor het genoemde onderwerp diende als uitgangspunt een motto van Reclus: ‘Het hebben van stemrecht is een teken van waardigheid, het weigeren om te stemmen is een teken van scherpzinnigheid’. Een van de vragen is: waarop slaat de scherpzinnigheid?

SainteFoy

Sainte Foy la Grande, zomer 2013

Knechtschapverband

Een mogelijk antwoord op die vraag is het volgende. Een van de levende opvattingen in een westerse maatschappij is, dat ieder voor zich weet wat voor hem of haar het beste is. In dat geval kan men niet anders concluderen, dat openbare bestuursorganen alleen mogen optreden indien (a) het hun uitdrukkelijk is toegestaan (toestemming) en (b) zij de uitdrukkelijke instemming van de betrokkenen(n) hebben. Werkt het ook zo? Het lijkt er van geen kant op! Waar zit de, meer dan zo maar een ‘weeffout’?

Laten we er eens van uitgaan dat een bepaalde groep mensen een beperkt aantal van hen uit haar midden vraagt om iets voor de groep te doen (beheer van zaken bijvoorbeeld). Toestemming en instemming is hier makkelijk te regelen.

Wanneer de groepen mensen groter worden en de onderlinge verbanden losser, zal het niet of nauwelijks mogelijk zijn op directe wijze toestemming en instemming van de grote groep te verwerven. Hier gaat dan de problematiek van de vertegenwoordiging een cruciale rol spelen.

Vertegenwoordiging kent verschillende rechtsfiguren. De vertegenwoordiger en vertegenwoordigde kunnen aan elkaar gekoppeld blijven, maar ze kunnen ook ontkoppeld worden. Bovendien kan die koppeling of ontkoppeling opgelegd of vrijwillig zijn. Het is in het publiekrecht, dat we de opgelegde ontkoppelde vertegenwoordiging tegen komen: de volksvertegenwoordiging die ‘het gehele volk’ vertegenwoordigt. De toestemming ligt vast in een wet, die een heteronoom (van buitenaf komend) karakter heeft. De persoonlijke instemming ontbreekt geheel. Dit ‘construct’ is ondergebracht in wat ‘representatieve democratie’ wordt genoemd. Hoe men het ook wendt of keert, dit is een uitdrukking van een knechtschapverband. En dat is een verband met oude wortels, namelijk tot die in de feodaliteit.

Het teken van scherpzinnigheid waar Reclus naar verwijst, is door te hebben dat het kiezen voor deze vorm van vertegenwoordiging betekent: het afzien van zelfstandig bepalen wat je het beste vindt. Daar verschijnt dus de strijdigheid tussen een van de gepretendeerde uitgangspunt van de westerse maatschappij en de verlangde onderwerping van de burger aan het geconstrueerde knechtschapverband. Hiermee is de representatieve democratie als een met de pretentie strijdige constructie ontmaskerd.

Hoe zit het dan met het idee van Reclus, dat het stemrecht tegelijk ook is een teken van waardigheid? Om daar iets naders over te zeggen is het goed enkele onderscheidingen aan te brengen, zoals stemmen en verkiezen.

Vrij of gebonden mandaat

Binnen sociaal-maatschappelijke samenhandelingspatronen (vereniging, productie-eenheid, publiek bestuursorgaan) zullen er – wil men vooruit komen – beslissingen genomen moeten worden. Er zijn vele beslissingsprocedures en –constructies te bedenken. In een aantal daarvan zal het op stemming kunnen aankomen (afhankelijk van wat men afspreekt). Hier zit ‘stemmen’ dus geklonken aan bepaalde beslissingsprocedures. In plaats van te vechten, op de vuist gaan, wordt er gestemd in alle waardigheid.

Uiteraard kan er ook gestemd worden over de verkiezing (de aanwijzing) van een vertegenwoordiger. Het ‘kiezen’ zit hier dan geklonken aan vertegenwoordiging. Daarmee zijn we terug bij het oorspronkelijke probleem.

Vertegenwoordiging wijst op het bestaan van een mandaatverhouding tussen vertegenwoordiger(s) en vertegenwoordigde(n). De mandaatverhouding komt in twee typen voor. De ene verhouding komt tot uitdrukking via een zogeheten blank mandaat, ook vrij mandaat genoemd, en de andere via een imperatief mandaat, ook wel gebonden mandaat. Binnen het verband van de representatieve democratie wordt met het vrij mandaat van de vertegenwoordiging gewerkt, waarbij die vertegenwoordiging ook nog eens gedurende een bepaalde periode aanblijft (bijvoorbeeld vier jaar). We hebben het hier over de publiekrechtelijke lasthebber.

reclus-couleurs

Voter, c’ abdiquer […]. Voter, c’est dupe […]

Ten aanzien van de situatie waarin sprake is van een dergelijk lasthebberschap stelt Reclus het volgende kort en krachtig vast: Stemmen, dat is afstand doen […]. Stemmen, dat is in de val lopen […]. Deze vaststelling is verwoord in een brief aan kameraden gedateerd 26 september 1885. De brief  werd weer opgenomen in: Le Révolté van 11 oktober 1885. Van de vaststelling moest ook een waarschuwing uitgaan: loop niet in de val!

Omdat anarchisten niet van plan zijn afstand te doen van hun rechten om zelf te beslissen over wat zij het beste vinden en omdat zij evenmin van plan zijn in de val te lopen, kiezen zij voor een vertegenwoordiging – mocht het zinvol zijn daarvan gebruik te maken –, waaraan een imperatief mandaat verbonden is. Daarbij wensen zij tevens opgenomen te zien, dat gedurende de vertegenwoordigingsperiode, de vertegenwoordiger kan worden teruggeroepen (recht van recall). Dat is wat zij onder ‘democratie’ brengen. Wat vinden we daarvan in Nederland terug? Niets van dat al! In plaats daarvan ontwikkelde zich het volgende.

Toen de kapitaalkrachtigen in Nederland nog als alleenheersers konden optreden, werkten hun lasthebbers met een gebonden mandaat. Die lasthebbers moesten dus terug naar degenen, die zij vertegenwoordigden. Dit was zo onder het stelsel van de federatie van de zeven republieken van voor 1789.

In de tijd van de opkomst van het industrieel kapitalisme was dit systeem niet meer te handhaven, vonden toenmalige machthebbers. Vervolgens is een monarchie uit de grond gestampt en een parlement opgetuigd, waarbinnen met het vrij mandaat werd gewerkt. In dat parlement waren in feite alleen de diverse sectoren van het kapitaal vertegenwoordigd en de op hun hand zijnde vertegenwoordigers van de institutionele religies (zoals de rooms-katholieke kerk). Rond 1900 was er inmiddels wel een kiezerscorps ontstaan, dat uit velen van de niet-bezittende klassen bestond. Die stemden veelal zoals de dominee of pastoor hen beval te doen.

Onderwijl had de parlementaire kaste zich van de klassenverbanden losgeweekt. Dat gold ook voor de sociaaldemocraten. In dat geval kwam de ontkoppeling voor de bezittende klasse goed uit. Aan de ene kant had men de volksvertegenwoordigers met een blank mandaat en de aan de andere kant de kiezers die een blanco cheque uitschreven met hun stem. Resultaat: het getalsoverwicht van de niet-bezittende klassen was geneutraliseerd.

De verkleving van te verdedigen belangen en de uitwisselbaarheid van de meeste politieke partijen onderling deed de rest. Het gevaar dat van de ‘democratie’ leek uit te gaan voor de bezittende klasse, was verdwenen. Een ding bleef gelijk: via het opleggen van wat de vertegenwoordigers doen, is er voor de burger geen ontsnappen aan. Een feodaal knechtschapverband is onder het mom van representatieve democratie gemoderniseerd.

logomedium

De waarschuwing blijft van kracht

Kortom, men dient dus acht te slaan op het onderscheid tussen stemmen, kiezen, vertegenwoordigen. Elk van deze werkwoorden moet tegen het licht worden gehouden. En zoals men uit het voorgaande mag opmaken, geschiedde dat in Sainte Foy la Grande.

Heel algemeen kan worden opgemerkt, dat het vrije, algemene kiesrecht een culturele verworvenheid is. Maar dit betekent geenszins dat er geen (ernstige) risico’s zijn voor het ideaal van de democratie, als men het relateert aan bestaande verkiezingssystemen en typen electorale ‘representatie’. Reclus waarschuwing blijft dus van kracht.

Thom Holterman

[Meer over de ‘Reclusiennes’ vindt men op hun site, klik HIER.]

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s