Skip to content

Anarchisme, Burgerlijke Ongehoorzaamheid en Non-violence

29/09/2013

FotoBern

André Bernard.   Is het niet tegen beter weten in om aandacht te vragen voor het onderwerp non-violence of wel niet-gewelddadigheid? Kijk je om te heen, dan zou je de vraag met ‘ja’ beantwoorden. Want hoeveel statelijke en niet-statelijke geweld wordt er niet gepleegd, zowel op grote als kleine schaal.

De wapenindustrie is daarbij de lachende derde. En het zou mij niet verbazen als FNV Bondgenoten bijvoorbeeld voor de aanschaf van het Amerikaanse gevechtstoestel JSF is, omdat het goed is voor de werkgelegenheid. Nadat de miljarden euro’s aan overheidsgeld ervoor zijn gereserveerd, zullen de overheidsbezuinigingen vervolgens extra drukken op de zorg, het onderwijs, de matiging van loonkosten. Dat geeft de bond dan weer wat te ageren…

De bovengestelde vraag is ook met ‘neen’ te beantwoorden. Juist omdat er van zoveel geweld sprake is, dringt de noodzaak zich op om het onderwerp non-violence op de agenda te zetten.

Neen zeggen tegen al dat geweld is nog het minst wat men kan doen. Vervolgens kan dat neen via burgerlijke en bestuurlijke ongehoorzaamheid tot uitdrukking komen. De vraag is in welk perspectief dit neen zal staan. Voor iemand als de Franse activist André Bernard (1937) wordt dat ontleend aan het anarchisme.

Omslagboek1

Anarchist zijn verplicht!

Aldus luidt de titel van het boek waarvan hierboven de omslag wordt getoond. In dit boek heeft Bernard niet alleen zijn autobiografie opgenomen (p. 9-87), maar men vindt er ook verklarende teksten over de zaken die hem zijn hele leven lang al hebben beziggehouden. Hij behandelt die onder de hoofdstuktitel ‘Voor een niet-gewelddadig anarchisme’ (p. 89-122).

Eerst wijst hij op de verschillende personen in verleden en heden die een niet-gewelddadig activisme propageerden. Daarna schenkt hij aandacht aan termen als burgerlijke ongehoorzaamheid, non-violence, pacifisme. In het derde hoofdstuk (p. 123-226) voegt hij een aantal door hem geschreven artikelen toe, die ondermeer in het verleden gevoerde politieke activiteiten en onderwerpen bestrijken.

Wat mij in deze bundel vooral aansprak, is zijn levensgeschiedenis als Franse militaire dienstweigeraar. Hoewel hij enkele jaren ouder is dan ik, lopen onze ‘geschiedenissen’ wat het dienstweigeren betreft praktisch parallel. Inhoudelijk zijn die geschiedenissen echter onvergelijkbaar. Nederland kende in die tijd (eind jaren 1950) een dienstweigeringswet en Frankrijk niet.

Dat land vormde in dit geval nog een barbaars gebied, waar dienstweigeraars voor hun weigering jaren in de gevangenis werden gestopt. Om daaraan te ontkomen ontvluchtte menig Franse jongere het land om als vrijwillige banneling in het buitenland te (over)leven. Wie dit herleest begrijpt beter waarom anarchisten een zoveelste argument in de schoot krijgen geworpen de staat te willen afschaffen.

Vredesactie

André Bernard was zo iemand die niet bereid was een aanmerkelijk deel van zijn leven te offeren in Frans gevangenschap. Hij vertrok naar het buitenland, eerst naar Zwitserland (Genève, eind 1956), later naar België (Brussel, begin 1960). In Brussel ontdekte hij in de boekwinkel van de Belgische libertair en gewetensbezwaarde Hem Day (1902-1969; pseudoniem voor Marcel Dieu), teksten van de Nederlandse maatschappijcriticus en antimilitarist Bart de Ligt (1883-1938).

Via het blad Vredesactie volgde ik vanuit Nederland wat in die jaren in Frankrijk plaatsvond. Het blad hield mensen op de hoogte van wat bijvoorbeeld de bekende Franse antimilitarist Louis Lecoin (1888-1971, samen met anderen, onder wie Albert Camus (1913-1960), ondernamen tegen de koloniale oorlog van Frankrijk in Algerije en de strijd die Lecoin en de zijnen voerden voor het geïntroduceerd krijgen van een dienstweigeringswet.

Dat men in Nederland hiervan op de hoogte kon zijn, is mede te danken geweest aan een aantal actieve bestuursleden van de Algemene Nederlandse Vredesactie (ANVA), uitgeefster van het reeds genoemde blad. De vereniging was verbonden met het Engelse ‘War Resisters International’ (WRI). Een van de beeldbepalende figuren van de ANVA was Hein van Wijk (1907-1981), een advocaat die menig dienstweigeraar juridisch heeft bijgestaan. Van Wijk was tevens jarenlang lid van de Eerste Kamer voor de PSP.

Hoewel van het soort organisaties waarvan hier sprake is, geen gevaar kon worden verwacht voor de staat, deed de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD; voorloper van de huidige AIVD), wel onderzoek naar die organisaties. Het rapport aan de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, ‘Niet extremistische groeperingen’, getuigt ervan.

Geluksvogel

Geluksvogel

[uit: Courrier de l’imaginaire 2]

Courrier de l’imaginaire

Gedreven door humanistische en ideologische overwegingen ontwikkelt Bernard, mede door contacten met mensen als Lecoin, zijn opvatting over niet gewelddadig activisme. Met name de wijze van actievoeren tegen de gewelddadigheid in Algerije, staat dan in het teken van de non-violence. De organisatie die in dat opzicht van zich doet spreken, draagt dat al in haar naam ‘Action civique non violent’ (ACNV, 1960-1969). Hetzelfde is te herkennen in de titel van het tijdschrift Anarchisme et Non-violence (eerste nummer april 1965), waaraan Bernard meewerkt.

Kortom, het autobiografische deel beschrijft een leven van non-violence en burgerlijke ongehoorzaamheid. Ook heden nog straalt hij dit uit, gelet op de verzorgde, door Bernard uitgegeven, Chroniques de la déobéissance en het Courrier de l’imaginaire, waarvan ik hier de uitgaven van september 2013 onder ogen heb.

Een aantal van die kronieken is gebundeld. Men treft ze aan onder de titel Chroniques de la déobéissance et autres textes. Het betreffen voor het merendeel radiovoordrachten.

Achaïra

Om de veertien dagen verzorgt de regionale libertaire kring ‘Jean-Barrué’ twee uur zendtijd op de lokale radio van Bordeaux, onder de naam Achaïra, een samentrekking van ‘Ah! Ça ira! Ça ira!’ (Ah, dat zal gaan). Binnen die twee uur heeft Bernard ongeveer tien minuten voor een voordracht over een boek of een thema dat hem na aan het hart ligt.

Omslagboek2

De kronieken en andere teksten zijn zonder in- of uitleiding opgenomen. De omvang van elk der teksten is kort. Vanwege de grote diversiteit is er geen samenvatting van te maken. Wel is op te merken dat anarchisme in niet-dogmatische zin en (burgerlijke) ongehoorzaamheid, neen zeggen, (déobéissance) de onderwerpen zijn die Bernard bovenal bezighouden. Het gaat om een ‘neen’ zoals men ook bij Camus aantreft. Het is het trekken van een streep: tot hier en niet verder.

Het libertaire ‘neen’ is steeds een neen dat de politieke en maatschappelijk confrontatie niet schuwt. Die confrontatie kan een legaal maar ook een illegaal karakter hebben. Dat laatste is in Nederland in de jaren 1970 bestudeerd en bediscussieerd. De aanleiding was toen het proefschrift van Kees Schuyt getiteld Recht, orde en burgerlijke ongehoorzaamheid (1972).

Hierin beschreef hij het geweldloos maar actief verzet van mensen als Mahatma Gandhi en Martin Luther King. Schuyt meende dat burgerlijke ongehoorzaamheid onder voorwaarden legitiem kon zijn, ook als het illegaal was (want tegen een geldende wet ingaat), indien: (a) het openlijk wordt bedreven en (b) gewetensvol is te beargumenteren. Daarnaast moet het tevens (c) geweldloos zijn – want er wordt immers al voldoende geweld door overheden en staten gebruikt. Het moet (d) respect betonen voor rechten van anderen – want die worden al vaak genoeg door overheden en grote ondernemingen veronachtzaamd.

Legitimiteit

Ondanks al deze mitsen en maren, is het duidelijk dat het heel legitiem kan zijn om illegaal te handelen. En Bernard is het fundamentele onderscheid tussen legitimiteit en legaliteit niet ontgaan, blijkens een aantal kronieken in zijn bundel.

Het blijkt regelmatig dat de ‘kracht van wet’ op gespannen voet staat met wat gewetensvol nog aanvaardbaar is. Een onrechtvaardige wet kan zo een legitiem verzet oproepen. En voor dat gewetensvolle legitieme, maar illegale handelen moet de pleger van burgerlijke ongehoorzaamheid ook nog eens accepteren, dat hij gestraft wordt (de slotvoorwaarde die Schuyt noemde in zijn omschrijving van het begrip).

Een ding is duidelijk: zolang de staat niet zorgt dat wat hij als legaal de wereld instuurt, niet tevens legitiem is, zolang kan deze rekenen op verzet in allerlei vormen van burgerlijke ongehoorzaamheid. Om inspiratie op te doen kan men onder meer bij André Bernard terecht.

Thom Holterman

BERNARD, André, Être anarchiste oblige!, (2010, 231 blz., prijs 14 euro) en Chroniques de la désobéissance et autres textes, (2012, 279 blz., prijs 16 euro), uitgeven door Atelier de création libertaire, Lyon.

Aantekeningen

[ 1 ]  Het vrijgegeven vertrouwelijke BVD rapport ‘Niet extremistische groeperingen’ dateert van 31 december 1959. Het is, gelet op het datumstempel, op 26 oktober 2001 vrijgegeven. Er staan geen opzienbarende zaken in, maar het blijft wel een curieus epistel. Het is op internet te raadplegen; klik HIER.

[ 2 ]  Voor meer informatie over de ACNV (Action civique non-violent), klik HIER. Over Franstalige niet-gewelddadige alternatieven, klik HIER. Waarom zou je in een democratie gehoorzamen? Daarover schreven de Franse socioloog Ogien en filosofe Laugier een boek, dat ik op de Vrije besprak; klik HIER.

[ 3 ]  ‘We’ moeten de Syrische president straffen; wie zijn dan de ‘we’? en wat ‘straffen’? Om deze discussie niet te vergeten, zie het relevante item op de site Joop.nl; klik HIER.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s