Skip to content

Islamdebat Of Islamfobie. De Valkuil Van De Uitsluiting

06/11/2013

Monde

In het Franse dagblad Le Monde van 1 november 2013 wordt over twee pagina’s de problematiek van de islam-kritiek door enkele ingevoerden in deze materie behandeld. Zo is daar de Franse historicus, filosoof en politicoloog Pierre-André Taguieff. Hij stelt de verwarring aan de orde die rond het gebruik van de term islamfobie heerst.

In Frankrijk wordt die term gebruikt om aanvallen van haat, van discriminatie en van geweld jegens moslims en of hun godsdienst te duiden. Met het gebruik van die term wordt het hebben van kritiek op de islam verdacht gemaakt. Maar wie zetten deze term daarvoor in? Dat zijn islamisten, die zich ermee verzetten tegen de kritiek op hun islamisme, dat wil zeggen hun revolutionair fundamentalisme. Om deze verwarring te voorkomen is het dus raadzaam om over islamdebat te spreken.

Politiek-godsdienstige orde

Taguieff wijst erop dat islam niet is het islamisme, een gelovige moslim is nog geen islamist. Bovendien is er een veelheid van islams en islamismen. Een islamisme is een product van politisering van een islam, waarvan het doel is de sociale orde van niet-moslims te voorzien van een nieuw fundament. Alle islamismen hebben tot doel een politiek-godsdienstige orde in het leven te roepen gestoeld op de charia ( de islamitische wet, een geheel van normatieve, sociale, culturele en relationele doctrines).

De institutionele orde ziet er dan uit als een islamitisch(e) emiraat, republiek of kalifaat. Ten behoeve van de strijd om de instelling ervan, laten sommige islamitische ideologen zich inspireren door het leninisme (Lenins revolutionaire strategie en een politieke orde met alle karakteristieken van een dictatuur). Het is duidelijk, je hoeft geen anarchist te zijn om je daar tegen te verzetten.

De politisering van de islam neemt, aldus Taguieff, vaak een vorm van revolutionair fundamentalisme aan, die onverenigbaar is met democratische maatschappijvormen. Wie nu het debat aangaat over deze instelling, welk debat zowel door moslims als niet-moslims kan worden gevoerd, krijgt van de islamisten het verwijt van ‘islamfobie’ uitgemeten (de politicoloog Gilles Kepel laat in zijn bijdrage in Le Monde zien hoe in dat geval die term wordt gebruikt als een post-moderne gedaantewisseling van antisemitisme). Maar daar draait het helemaal niet om want: het anti-islamisme (dus gericht tegen islamisten) is een legitieme reactie in verdediging van democratische of pluralistische maatschappijen.

Tunesie

Tunesische festival van de Vrijheid van Meningsuiting

Vrij entree

In het islamdebat worden moslims in hun hoedanigheid van niet-islamisten door islamisten gediaboliseerd en bedreigd – onder het uitroepen van ‘islamfobie’ –, als zij een kritische houding aannemen ten opzichte van de islam (en zich bezighouden met herzien van dogma’s of een vrije interpretatie van teksten bepleiten). Moslims die vijandig staan ten opzichte van de islamisten worden door de laatsten gezien als de natuurlijke geallieerden van de anti-islamistische niet-moslims. Daarom benadrukt Taguieff nog eens dat anti-islamisten de vrijheidsstrijders en verdedigers zijn van het beginsel van laïciteit. Het is daarom dat zij het voornaamste doelwit vormen van de islamisten!.

Zuiver blijven

In het kader van het islamdebat kwam ik in het Franse dagblad Le Monde van 4 oktober 2013 nog een discussiebijdrage tegen van Dounia Bouzar, antropologe en betrokken bij het ‘Observatoire national de la laïcité’. De vraag was daarbij aan de orde of de collegezalen van de Franse universiteiten gesloten moesten worden voor dragers van een ‘sluier’. Zij vindt van niet en geeft daarvoor haar argumentatie. Hoewel deze specifieke problematiek in Nederland (nog) niet speelt, lijkt mij wat zij aanvoert het overdenken waard.

In het specifieke geval wordt de aandacht op een Islamitisch merkteken gevestigd, maar Bouzar heeft haar argumentatie een breder bereik gegeven. Die geldt namelijk voor alle, wat genoemd worden, ‘nieuwe religieuze bewegingen’. Hieronder vallen christelijk-evangelische en islamitische stromingen, die bijvoorbeeld de darwinistische evolutietheorie afwijzen om daarvoor creationistisch theses of citaten uit de Koran in de plaats te zetten. Steeds gaat het om bewegingen en stromingen met absolute waarheidspretenties.

De kern van het betoog van Bouzar is nu dat men niet het spel van de radicale bewegingen moet meespelen. In hun sektevorming zijn ze uit op insluiting van hun aanhangers. Zou je met name jonge mensen nu gaan uitsluiten om in de collegebanken plaats te mogen nemen, dan loop je in de ‘valkuil’ die deze sektes hebben opgesteld.

Bouzar opent haar bijdrage met erop te wijzen dat er sprake is van religieuze verandering en niet van een religieuze heropleving. De ‘nieuwe religieuze bewegingen’ hebben namelijk niet veel te maken met de traditionele godsdiensten. Voor de laatste leveren hun geloven niet de enig mogelijke identiteit van de persoon op. Zij weigeren niet te aanvaarden dat wat zij vinden, te beschouwen is als een symbolisch cultureel systeem tussen andere van dergelijke systemen. Dat is anders bij de ‘nieuwe religieuze bewegingen’, betoogt Bouzar.

De leden daarvan beschouwen zich superieur ten opzichte van de rest van de wereld. Zij nemen afstand van elke andere cultuur en beschaving, die zij alle zien als ketters, want meer of minder werelds zijn, dus worden geregeerd door het kwaad: seks, geld en macht. De godsdienstige vormt zichzelf dus om door zich op een virtuele wijze los te maken van elke menselijke ervaring. Deze ondergaat niet alleen een beschavingshock, maar ook een ‘shock van onwetendheid’.

‘Zuiver blijven’ en zich niet vermengen met ‘de anderen’, wat wil zeggen al die anderen die niet strikt hetzelfde zijn dan de godsdienstige in kwestie. Dat vormt de voornaamste kracht van het betoog. Alles wordt ingezet om zich af te zonderen en zich als zodanig te laten herkennen. De kleding wordt dan een zeer zichtbaar kenteken van verschil.

Sluier

Het ‘codificeren’ van het gedrag bestaat uit het definiëren van de grenzen van puurheid, wat moet blijken uit de manier van groeten, spreken, eten, zich kleden. Door voortdurend de puurheid van de groep te bevestigen, zal de gelijkenis tussen de leden toenemen, zover dat elk jong lid de contouren van zijn oorspronkelijke identiteit verliest. Uitwissen van deze identiteitscontouren maakt het mogelijk de gedachten te harmoniseren en tegengestelde voorstellingen te negeren. Het ‘dimmen’ van de individuele intellectuele capaciteit maakt een samensmelting in de godsdienstige groep mogelijk.

Sektarisch gedrag

Juist voor de jongere is dit zonder enige twijfel gevaarlijk voor zijn ontwikkeling tot zelfstandig denkend mens. De persoonlijkheidsuitdrukking verdwijnt, want die uitdrukking is een zaak van de groep geworden. Als je aldus de persoonlijkheidsontwikkeling in de groepsvorming binnen de ‘nieuwe godsdienstige bewegingen’ begrijpt, moet je dan studenten wel of niet het dragen van godsdienstige tekens verbieden, door ze uit de collegebanken te weren? Is zo’n algemeen verbod doeltreffend om het sektarische gedrag tegen te gaan?

Bouzar waarschuwt ervoor dat men uiterst voorzichtig moet zijn met het (verder) doorsnijden van de menselijke en de sociale band, die in feite de discussie bepaalt. Die band doorsnijden maakt dat de jongere nog meer wordt gesepareerd van de rest van de wereld en daardoor een groot deel van zijn socialisatie gaat missen (docenten, ouders, vrienden, film, theater, muziek, geschiedenis, literatuur). Dit betekent dus het bevestigen van waarvoor de ‘nieuwe religieuze bewegingen’ pleiten: de uitsluiting.

Het moet toch buiten discussie staan, wekt Bouzar op, dat we medeplichtig worden aan praktijken, die slechts één doel hebben: de fundamentalisten, of het nu moslims of andere evangelisten  zijn, te helpen ‘puur’ te blijven door zich van de ‘anderen’ te scheiden?

Thom Holterman

Aantekening

Hierop sluit aan het boek van Faouzia Charfi, La science volée, (Ontsluierde wetenschap) besproken in de Volkskrant van 26 oktober 2013: godsdienst als gebaseerd op absolute waarheid en wetenschap als twijfel. Niet voor niets zal de redactie van deze krant de bespreking van dat boek hebben laten vooraf gaan van een bijdrage over drie ketters in de economie.

Die verzetten zich tegen het mainstream-denken in de economie te weten de neoklassieke politieke retoriek die werkt als religieus-fundamentalistische uiting. De stemmen van de ketters werken voorbereidend op wat men op de volgende pagina tegenkomt: ontsluier de wetenschap!

Advertenties
One Comment leave one →
  1. Bert van den Bosch permalink
    06/11/2013 16:53

    Elke groepsvorming leidt tot sektarisch gedrag.
    Anarchist, moslim, christen, socialist, communist etc. etc.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s