Spring naar inhoud

Kunst en Anarchie. Vrij als Kunst

20/11/2013

Monde lib

Het bijzondere nummer (52, november–december 2013) van Le Monde libertaire gaat over kunst. Wie kunst aan creativiteit, aan vrijheidsbeleving koppelt, die beseft dat kunst een eminente werking in het sociale leven kan vervullen en met anarchie verwant is. Het is mede daarin gelegen dat de Engelse dichter, schrijver, filosoof  en anarchist Herbert Read (1893-1968) met name als opvoerder veel over kunst heeft geschreven. Zijn De kunst in haar educatieve functie (1967; een vertaling van de Engelstalige editie uit 1943) is daar een voorbeeld van.

Het is niet deze invalshoek die de redactie van het nummer heeft gekozen, alhoewel een van de artikelen een verwijzing naar een school inhoudt: de M.A.S., een afkorting voor Mobile Anarchist School, die vooral op ‘campagne voeren’ is ingesteld. Daar ligt tevens het verband met een aantal artikelen, waarin de volgende problematiek als vraagstuk speelt, te weten: op welke wijze voltrekt zich al dan niet en meer of minder, een anarchiserende werking van kunst? En moet de kunstenaar voor het doen opwekken daarvan (verklaard) anarchist zijn?

Omslag52

Durf de kunst aan

‘Durf de kunst aan’, dat is waartoe het openingsartikel opwekt. De schrijfster, Marie, behandelt enkele vragen in het kader van de discussie over dit thema. Begrijpelijk is dus dat zij geen sluitende antwoorden produceert, als dat al zou kunnen. Zo is er de vraag ‘Bestaat er een anarchistische kunst?’. Zij laat in haar antwoord een hele rij kunstenaars opdraven, die zichzelf anarchist hebben genoemd, dan wel zich in libertaire kringen hebben opgehouden. Hoe men het ook wendt of keert, een anarchistische kunstenaar blijft een activist als elk ander. En de poging om een anarchistische esthetiek te ontwikkelen, dat levert alleen flauwekul op, volgens Marie.

Een andere vraag is of er zoiets bestaat als ‘kunst van de opstand’ of ‘kunst ten dienste van de revolutie’. Marie wijst voor een reactie op deze vraagstelling naar de Duitse anarcho-syndicalist en anarchistisch denker Rudolf Rocker (1873-1958). Volgens hem drukt de kunst van de revolutie de verontwaardiging van de kunstenaar uit ten opzichte van onderdrukking en sociale misstanden. Maar de kunst kan niet tegelijk omschreven worden als ‘symbool van creativiteit van de mens zonder grenzen’ en als ‘hulpmiddel van een sociale strijd’.

De theoretici van de moderne anarchie hebben zich dan ook verzet tegen een ‘revolutionaire’ kunst, die ondergeschikt zou zijn aan de zaak van het socialisme. Deze unanieme weigering is heel camusiaans: de afwijzing van een hiërarchische relatie tussen het revolutionaire bewustzijn van de kunstenaar en dat van de activist. Het engagement in de kunst moet gestoeld zijn op de bewuste wederkerigheid van de inbreng. En die van de kunstenaar is gefundeerd in zijn of haar beheersing van het ‘vak’, voeg ik eraan toe.

Ik sluit hiermee aan bij wat Albert Camus eens opmerkte over een specifieke arbeidersliteratuur. Hij zegt daarin niet te geloven. Er kan een literatuur bestaan door arbeiders geschreven, maar die onderscheidt zich niet, als ze goed is, van de grote literatuur. Schrijvers kunnen verschillend zijn, maar je kunt van ze houden om dezelfde reden: zij schrijven in een taal tegelijk eenvoudig en mooi over wat groots is aan het hart van de mens, in vreugde en smart. En toch kan er weer een verschil zijn, merkt hij op, omdat de een op zijn manier dit schrijft voor en met het volk en de ander niet (uit een brief uit 1953).

In het leerzame artikel van Marie wordt verder nog aandacht besteed aan de vraag of er sprake zal zijn van een nieuwe kunst in een libertaire maatschappij? Wat het antwoord op die vraag betreft, schets zij enkele contouren, dit mede aan de hand van wat Proudhon daarover heeft geschreven. Zij eindigt met de problematiek van de relatie tussen gemeenschap en individu. Daar opent zij de kijk op kunst in de hedendaagse werkelijkheid, ondermeer door aandacht te schenken aan denkbeelden van bijvoorbeeld de surrealist André Breton en de musicus John Cage.

Streetart

Straatkunst met behulp van een sjabloon.

Street art en bedriegerij

De op het openingsartikel volgende tekst plaatst ons midden in het heden door aandacht voor de anarchistische wortels van rap (en hip-hop). Dit gebeurt in een vraaggesprek met de Amerikaanse rapper Tim Holland (alias Sole). We blijven in onze tijd met een andere hedendaagse vorm van kunst: street art die met sjablonen werkt. Na een korte inleiding door Bibo volgt een serie voorbeelden van deze kunstvorm (in kleur en paginagroot).

Vervolgens is in een ander artikel de vraag aan de orde of bepaalde vormen van bedriegerij (de canular) een libertaire kunst zijn. Het gaat hier over bedriegerij, waarbij iemand iets op de mouw gespeld krijgt – publiekelijk en zonder de bedoeling van financiële verrijking – en daar dan goedgelovig op in stapt. Deze vorm moet helpen bij ‘ontmaskering’ (bijvoorbeeld van zogeheten ‘experts’).

Zo bestaat er een schilderij, lezen we, van de ondergaande zon in de Adriatische zee. Dat zou van een bepaalde schilder zijn en het werd tentoongesteld tijdens de ‘salon van de onafhankelijken’ in 1910. Maar wat bleek later? Een journalist heeft het laten schilderen door de ezel Lolo. Daartoe doopte hij de staart in de verf, waarna de ezel deze heen en weer zwabberde. Aldus ontstond het doek. Pola die dit artikel over bedriegerij schreef, besluit met de retorische vraag: de canular zal dus de kunst van de wanorde zijn?

Ezel

En de zon, die ging onder in de Adriatische zee.

Beeldagitatie

In een volgend artikel wordt door Gilles Bounoure de Zwitserse illustrator, cartoonist en schrijver Félix Vallonton (1865-1925) ingeleid. Deze kunstenaar heeft een ruime waardering van zijn werk beleefd. En om dit tot uitdrukking te brengen, volgen in dit nummer op de inleiding vele voorbeelden van beeldagitatie van Vallonton. Een uitgesproken antimilitaristische cartoon van hem, met een uitspraak van Erasmus, neem ik hierop:

Erasmus

‘Een enkele moord maakt een schurk, duizenden moorden maken een held’ (Erasmus).

Surrealisme en het internationale tijdschrift  i 10

Verder in dit nummer treft men aan artikelen over ‘Vrije muziek’ (van Siegfried), over ‘Film en Anarchie’ (van Patricio Salcedo) en over Frank Zappa (van Loran). Dit is het eerste deel over Zappa, getiteld ‘De cultuur bindt de strijd aan met Plastic People’. Het vervolg komt in het bijzondere nummer van januari 2014.

Ook vindt men een artikel over surrealisme van de kunstenaar Gilles Durand. Deze wijst er in zijn slotopmerking op, dat het kapitalisme kans heeft gezien de subversieve kracht van de kunst geheel te verdrinken: de markt bepaalt de waarde; kortom de vercommercialisering werkt als overstroming. Enkele personen hebben evenwel weerstand weten te bieden en het surrealisme is een van hun fakkels. Het surrealisme is dan ook geen ‘school’, merkt Durand op, maar een avant-garde die zijn tijd heeft gehad.

Tot slot nog het artikel dat ik zelf voor dit bijzondere nummer schreef onder de titel ‘Arthur Lehning (1899-2000): het anarchisme, de politiek en de cultuur. Het internationale tijdschrift i 10’.

Arthur Lehning had rondom dit tijdschrift, dat twee jaar bestond (1927-1929), een groot deel van de toenmalige internationale avant-garde weten te verzamelen. Hoewel hij zelf als anarchist bekend stond, gaat het hier niet om een anarchistisch tijdschrift. Onderwijl droeg het wel de signatuur van Lehning, zodat ik het tijdschrift in een slotzin opvat als ‘een grote waaier van culturele vernieuwing in een anarchistische vaas’. De relatie met kunst? Lehning wist mensen als Mondriaan, Kandinsky en Schwitters bij i 10 te betrekken.

Al met al is het dit keer niet zo maar een bijzonder nummer. Er is met een kennelijk plezier aan gewerkt, wat aan alles is te merken. Niet alleen zijn de meeste bijdragen informatief en goed leesbaar, maar ook aan de opmaak is naar mijn smaak meer dan gebruikelijke aandacht besteed.

Thom Holterman

LE MONDE LIBERTAIRE, Hors Série nummer 52, november–december 2013, 64 blz., prijs 5 euro (voor meer informatie over dit tijdschrift, klik HIER).

[Beeldmateriaal ontleend aan het besproken nummer.]

Aantekening

Zie met betrekking tot Herbert Read diens Mijn anarchisme. Deze tekst is in brochure vorm verkrijgbaar; in het Nederlands vertaald en van een inleiding voorzien door Dick Gevers en Bart Schellekens (Uitgeverij Iris, Amsterdam, 2009).

De geciteerde brief van Camus is te vinden in de bundel Albert Camus, Écrits libertaires (Montpellier, 2013), (besproken op deze site, klik HIER).

3 reacties leave one →
  1. Bert van den Bosch permalink
    20/11/2013 18:23

    Herbert Read (1983-1968) v.Chr.???

    Beste Thom,

    Zou je eens semantisch willen cryptogrammen op het woord kunst?
    Kunst is gerelateerd aan het werkwoord kunnen.
    Kunnen doen, kunnen maken, kunnen vervaardigen.
    Lopen, spreken, schrijven, denken, zien, horen etc. zijn kunst vormen.
    Schilderen, fotograferen, lassen, etc. etc. etc. idem.

    In dit artikel beperk je kunst tot het vervaardigen van beeldende kunsten.
    Daarmee worden ideeën niet overgedragen door woorden,
    maar door verbeeldingen.
    In feite dus het communiceren d.m.v. gemaakte beelden,
    individuele ideeën gemaakt tot een zichtbare compositie.

    Elke ideële stroming kan in feite in beelden communiceren
    afhankelijk van de individuele perceptie van de maker.

    Groet…Bert.

    • tijdschriftdeas permalink*
      20/11/2013 22:24

      Beste Bert,
      Herbert Read is, na het herstellen van een tikfout (bedankt voor je opmerkingsgave), weer terug in onze jaartelling.
      In dit artikel beperk ik me tot de bespreking van een uitgave van een tijdschrift. Dat maakt het verschil. Het moge duidelijk zijn dat er veel meer over kunst te zeggen is en je maakt zelf een begin om dat te verklaren.
      Saluut,
      Thom

      • Bert van den Bosch permalink
        22/11/2013 19:55

        Graag gedaan.
        In feite gaat het in zijn algemeenheid om beeldvorming.
        Beeldvorming in de zin van een begrijpen in een gecomprimeerde vormgeving.
        Een kunstenaar(M/V) vat zijn ideeën in een gecomprimeerd beeld.
        Elke verklaring daarvan schijnt mij eenzijdig en doet afbreuk aan een beeld.
        Ons probleem bij het interpreteren/verklaren van kunstvormen is de paradox
        van begrijpen en fantaseren. Ieder maakt er het zijne of het hare van.

        Dat je je beperkte tot een bespreking van … was me wel duidelijk,
        maar ik wilde het toch iets in een breder perspectief plaatsen.

        Groet…Bert.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.