Skip to content

Catastrofe-predikers En Hun Religieuze Ideologie

05/02/2014

Monde lib

Waarom neemt het gros van catastrofe-predikers en  de aanhangers van de anti-groei beweging, ondank hun diagnostiek met betrekking tot de ‘staat van de planeet Aarde’, de ideeën van anarchisten niet over? Is hun diagnostiek wel juist, vraagt de Franse geograaf en anarchist Philippe Pelletier zich af. Hij bespreekt dit in het Franse anarchistische weekblad Le Monde libertaire onder de titel ‘Le syndrome de la litanie’ (nummer 1727, 9-15 januari 2014). Hieronder een samenvatting van zijn betoog.

Waslijst van ellende

Het valt op dat de meeste van die vorenbedoelde aanhangers en predikers zich blijven ophouden binnen het kader van het kapitaal (private eigendom, geld) en van de staat (die zij beschouwen als neutraal en als ‘regelaar’). Als men de problematiek onder die invalshoek bekijkt, merkt men een andere logica op dan die van anarchisten.

De logica van de anti-groei aanhangers is steevast dezelfde: we gaan regelrecht op de catastrofe af. Afhankelijk van verschillende nuances verwijst het ‘we’ naar: de Aarde, de planeet, de wereld of het mensdom. Overigens gaat het gemeenlijk om de Aarde of het mensdom. Dit soort benamingen ‘naturaliseert’ (tot onderdeel van de natuur maken) de sociale problematiek. De mens is daarbij van elke inhoud ontdaan (want deel van de Natuur). In die optiek wordt het nodig geacht het onbestemde ‘levende’ te redden, wat weer een concept is dat alle religieuzen aanbidden.

Pelletier beoogt hiermee te wijzen op een semantische evolutie, die voortvloeit uit een ideologische oriëntatie. Deze is reeds meer dan een eeuw verbonden met wetenschappers die het integristische (sektarisch, extreem) naturalisme aanhangen en afwijzend staan ten opzichte van alles dat maar iets met socialisme van doen heeft, laat staan met libertair socialisme.

Gaïa

Gaïa

Het catastrofisme maakt onderdeel uit van hun denken. Het wordt omschreven met behulp van een waslijst van ellende zoals: klimaatshock, uitputting van bronnen, scheurende aardkorst, verdwijnende bossen. Deze klaagzang schreeuwt om een ‘redder’. Ecologisten roepen daarvoor de Natuur, Gaïa en predikers als Al Gore aan, die ellende verkondigen en oplossingen verkopen. Hier loopt men tegen de ecologische mystiek aan, die in werkelijkheid een mengelmoes is van christelijke gelovigheid, van protestantse puristen tot rooms-katholieke predikers (Pelletier verwijst daarbij naar een tiental met name genoemde personen).

Religieus-intellectuele houding

Nu is het niet zo, zegt Pelletier, dat deze mensen, van wie er enkele zijn die grote invloed op de anti-groei beweging uitoefenen, verdacht zijn omdat ze religieus zijn. Neen. Integendeel, het is omdat hun geloof evenals hun ecologische overtuiging rusten op dezelfde intellectuele drijfveer. Dit betekent dat het verschaffen van de waslijst  van ellende niet een methodologische vergissing is. Het is afgeleid van een intellectuele, religieuze houding, waarvan de Apocalyps een onderdeel vormt.

De religie is niet alleen een bevestiging van het bestaan van god. Het is tevens een concept dat erin bestaat het individu te wijzen op zijn verantwoordelijkheden voor een element buiten dat individu, welk element niet in de werkelijkheid bestaat en dat in de toekomst kan worden geplaatst. De benamingen voor dit element zijn legio zoals: het ‘Hoogste’ wezen, ‘de toekomstige generaties’ (generaties die er per definitie nog niet zijn). Dit soort verwijzingen moet individuen mobiliseren via het schuldgevoel en de angst. Dit maakt dat de maatschappij wordt bezien vanuit een moraliserende invalshoek. Techniek of wetenschap worden verfoeid voor zover die zich niet laten onderschikken aan God, dat wil zeggen aan hen die spreken uit zijn naam. De laatsten dromen van de instelling van een theocratie.

De waslijst van ellende bevat vele dossiers – zoals klimaatsverandering, verdwijnen van soorten dieren, de overbevissing, de ontbossing. Deze vormen van ellende ligt wel in elkaars verlengde, maar een uitdrukkelijk logisch verband wordt niet gegeven, op een na: groei. De groei wordt beschouwd als verantwoordelijk voor alle kwaad. Een eerste stap valt dan te maken als men naar het  Bruto Binnenlands Product kijkt: het betreft een meetpunt dat met behulp van serieuze analyses wordt bestreden. Als men dan in het licht van dat meetpunt let op verhoging van de productie en de uitputting van bronnen, waar komt men dan op uit ten aanzien van de waslijst van ellende?

Schip

De zee, nieuw eldorado voor de mijnindustrie?

Met het schip Waarom niet?  (Pourquoi pas?) erop uit om de oceaanbodem af te zoeken op 3500 meter diepte. Daar heeft de Ifremer (Frans instituut voor het ten nutte maken van de zee) het schip voor ingezet. Men hoopt een nieuw eldorado te vinden dat rijk is aan koper, zink, lood, kobalt, zilver en goud. Een van de onderzoekers; ‘Het exploiteren van de zee met de bestaande technieken zal geen grote problemen opleveren, op voorwaarde dat de diepe en fragiele ecosystemen niet worden verstoord’. Hebben we dat niet vaker gehoord, waarna er een grote ravage werd achter gelaten?

Kapitalisme en staat

Voor ecologisten doet het antwoord op die vraag er weinig toe. De waslijst van ellende is namelijk tegelijk middel en doel. De catastrofe is er het onveranderlijke gevolg van en verschijnt daarom tegelijk als gevreesd en wenselijk. Deze tegenstrijdigheid zit ingebakken in de religieuze grondslag, die het tot uitgangspunt heeft. Zo zijn er christenen die geloven in het paradijs te komen, als de  Apocalyps zijn intrede doet. Als zij daarop rekenen, waarom zouden zij de Apocalyps dan niet wensen? In de hierboven aangegeven tegenstrijdigheid vinden we dus de klassieke perversiteit van dit  religieuze schema terug.

Met name de bij ‘deep ecologists’ heerst voor Pelletier een zelfde type denken als bij catastrofe denkers is aan te treffen. Het zijn de mensen die zullen af zien van het gebruik van een automobiel, van een draagbare computer of van warm water in de gootsteen. Zij putten daaruit een schoon geweten. Daarenboven gaan zij er vanuit, net zoals marxisten geloofden, dat het kapitalisme zelf richting zijn einde loopt (vanwege de fundamentele tegenstellingen in het systeem). Dit zal tot de gewenste / gevreesde ineenstorting leiden, wat de goede oude tijd van vruchtbaarheid en kleine economische gemeenschappen zal terugbrengen.

Dit soort gedachten vinden vooral hun voedingsbodem bij mensen uit bemiddelde en bovenbemiddelde lagen van de bevolking, dus bij hen die niet echt kennis hebben gemaakt met materiele ellende. Maar als de bij herhaling aangekondigde catastrofe zich echt niet voordoet, als Fukushima wordt gerechtvaardigd omdat kernenergie minder broeikasgassen produceert, wat zal er dan worden van de goeroes, die de ineenstorting van het kapitalisme voorspellen?

Skelet

Geen zorg, want het gaat er vooral om mensen een gevoel van onmacht te laten beleven en om vervolgens indruk op hen te maken. In die omstandigheid beland, kan het onmachtige individu verschillende kanten op gaan. Het kan gaan denken ‘het zal me allemaal een zorg zijn’, omdat het zo ongrijpbaar is. Dat is dus een heel ander effect dan het beoogde, namelijk dat van een ontwakend bewustzijn omtrent de ernst van de situatie.

Een andere kant is die van het engagement in de vorm van een terugtrekken in zichzelf of in een kleine gemeenschap van gelijkgezinden. In beide gevallen komt het neer op een overgave aan hen, die het zogenaamd ‘beter weten’. Zij zijn machtig, expert, doeltreffend. De instantie die daarbij het overzicht houdt, is de staat: natie-staat of de staat van de mondiale gouvernance. Die twee verschillende kanten blijken overigens niet onverenigbaar. Zo legitimeert de systematiek van de catastrofe predikers nog altijd de staat. En die is zelf weer pijler van het kapitalistische systeem dat zij pretenderen te kritiseren maar zich telkens weet aan te passen.

Een voorbeeld van het vermogen tot aanpassing van het kapitalisme is het volgende. Het is al weer een poos geleden dat het kapitalisme het idee van de anti-groei beweging, het small is beautiful, heeft opgepakt en verwerkt (zoals: kleine exploitatie-eenheden, kleine fabrieken, groepen zichzelf organiserende arbeiders). Dit bleek niet tegenstrijdig te zijn met gigantische projecten (zoals: infrastructuur, transportmiddelen, ruimtevaarttechniek). Het één verhindert het andere niet. Zelfs integendeel: die twee staan toe dat het kapitalisme voortleeft. Het groene kapitalisme gaat dit bevestigen, als men niet juist het kapitalisme bestrijdt.

Anti-etatisme als andere organisatie

Tegenover de legitimatie van de staat stelt het anarchisme het anti-etatisme. Pelletier benadrukt dat het nodig is hierbij aan te tekenen dat de anarchistische kritiek op de staat geen metafysica is. De staat wordt niet gezien als een gelijke aan God, als een transcendente eenheid, maar als een slechte organisatie. Het is een van het goede pad geraakte autoriteit, zelfs indien het idee van God, via de kerken, de constitutie van de staat historisch gezien heeft beïnvloed.

Het anarchisme ziet de staat als een waterval, voor zover die zich profileert in de vorm van een van buitenaf komende hiërarchische organisatie. Maar in tegenstelling tot wat velen denken, bestrijdt het anarchisme organisatie noch organisatie in de vorm van centrum / periferie. Proudhon, Bakoenin, Malatesta en ook Kropotkin hebben dit onophoudelijk herhaald. Het prijst organisatie aan in de vorm van het libertaire federalisme, dat wil zeggen in de relatie van alle ‘directe’ bestuursgroepen op economische, sociale en territoriale basis (federatie van producenten, consumenten en communes).

Dat is evenwel lang niet genoeg, want er blijven nog twee verschijnselen over die de aandacht vragen: eigendom en geld. Die twee verschijnselen zijn problematisch. Anarchisten hebben in de loop van een lange periode daarover een groot aantal denkbeelden gepubliceerd en initiatieven tot anders sociaal handelen ondersteund of ondernomen. Die liggen in de sfeer van de coöperaties (zie de heropleving die we heden meemaken), het mutualisme, de collectieven in Spanje (1936) waar men soms het geld verbrandde.

De aanhangers van de anti-groei bewegingen en de catastrofe predikers verwijzen niet naar dit soort werkelijkheden, vooral niet om de simpele reden: het is onverenigbaar met hun diagnostiek en hun uitgangspositie.

Hein32:78.6

[beeldagitatie van Hein van Schendel]

Anti-groei of anti-geld?

Opmerkelijk genoeg veronachtzamen vele hedendaagse anarchisten de kwestie van de eigendom en het geld om in plaats daarvan vooral aandacht te schenken aan maatschappelijke en gedragsthema’s. Die zijn ook buiten de anarchistische kring zeer in de mode, in Amerika maar ook op te merken in Europa, zoals het aan het hoofd staan van vrouwen, niet alleen bij mondiale organisaties als het IMF, maar ook van staten, en, tot voor enkele maanden geleden in Frankrijk bij de landelijke werkgeversorganisatie (niet alleen vrouw maar ook vegetariër).

Pelletier meent dat beseft moet worden, dat dit ver verwijderd is van de noodzakelijke socialistische dynamiek. Het is tussen die gedragsthema’s en de socialistische dynamiek waar de anti-groei houding zich ‘nestelt’. Bio-groenten eten afkomstig van een lokale producent (korte distributielijnen), prima. Maar is dat de oplossing?

Ten tijde van de overgang naar de euro zijn, enkele uitzonderingen daargelaten, publicaties over het onderwerp geld in libertaire bladen uitgebleven. Zelfs voor tijdschriften die een zekere reflectie tot doel hebben, geldt dit. Vanuit die gezichtshoek bekeken, maakt de anti-geld beweging, onlangs opgestaan, uiteindelijk zaak van het onderwerp. En die zaak is van groter belang dan die van de anti-groei. De anti-geld beweging koppelt namelijk aan een antikapitalistische visie. Daarom ook brengen de belangrijkste analysten en theoretici van de anti-groei beweging de kwestie van de eigendom en die van het geld, niet in discussie.

Zeker, zij kritiseren de verbreding van ‘handel’ die alles tot geld terugbrengt. Maar de toevlucht tot het concept van de handel is bestrijdbaar. Het laat geloven dat er in een kapitalistische economie ook sectoren ‘buiten de handel’ bestaan. De meerderheid van de aanhangers van de anti-groei beweging vergissen zich dan ook in de diagnostiek van de actuele situatie en dus eveneens in de sfeer van de oplossingen. Het is dan ook niet voorstelbaar dat zij een consequent antikapitalisme en anti-etatisme, gaan bepleiten in het kielzog van het anarchisme.

Philippe Pelletier

(vertaald en bewerkt uit het Frans door Thom Holterman)

Aantekening

De informatie over het zee eldorado is ontleend aan het Franse weekblad L’Express van 29 januari 2014. Het betreft een toevoeging mijnerzijds ter illustratie: het kapitalisme dendert door!

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s