Skip to content

Spionagediensten En Bestrijding Van Het ‘Kwaad’

12/02/2014

Kop.Vacarme

De wintereditie van het Franse driemaandelijkse tijdschrift Vacarme (nummer 66, 2014) opent met een groot artikel over het politiseren van de Europese politici. In de kern gaat het over de vraag of wel of niet de euro moet worden opgedoekt. Daar wordt ontkennend op geantwoord. De uitleg die dan volgt neemt een kleine veertig pagina’s in beslag.

Volgt een ‘cahier’ met artikelen over verschillende onderwerpen, zoals (1) een discussie over het vrijgeven van softdrugs in Frankrijk, (2) een indringend verslag, aan de hand van een gefilmde documentaire, van de werkwijze van een Belgisch instituut (te Leers) voor kinderen met specifieke problemen tussen 6 en 20 jaar, (3) de strijd tegen een andere apartheid in Zuid-Afrika dan die Nelson Mandela leverde, te weten de ‘medische apartheid’ door de organisatie TAC: Treatment Action Campagne. Het gebruikelijke grote interview wordt afgenomen met de Amerikaanse historica en feministe Joan W. Scott. Maar mijn aandacht gaat uit naar hetgeen in Vacarme te lezen is over afluisteren en repressie.

Omslag.Vac

Spionagediensten

In het gedeelte van het tijdschrift dat ‘chantier’ heet, wordt een verschijnsel behandeld dat, op het moment dat ik het schrijf, in Nederland de gemoederen bezighoudt: het afluisteren door geheime diensten (en lezen van mails) van bijna elke burger. Het schandaal van het moment is: niet de Amerikaanse spionagedienst heeft in één maand tijd 1,8 miljoen Nederlandse telefoontjes afgetapt – zoals een verantwoordelijk minister de media stond voor te liegen en het parlement bewust in het ongewisse liet – maar de Nederlandse National Sigint Organisation (NSO), een inlichtingeneenheid van de AIVD (Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst). De minister kende de herkomst van deze telefoondata, zo blijkt nu uit een brief aan de Tweede Kamer. Met een minimaal verschil overleefde de minister een motie van wantrouwen (de Volkskrant van 12 februari 2014).

In Vacarme twee verschillende artikelen over dit type overheidsactiviteiten (van je overheid moet je het hebben, toch?). Het eerste gaat over een herschreven roman, Recherche (Onderzoek). Mensen als Snowden en Manning komen er in tot leven. De roman levert langs die weg een kritische en activistische reflectie op (contra-)spionage en democratie. Deze bijdrage is van Dominique Dupart onder de titel ‘les Magnificent Five de la Recherche’. Het andere artikel over hetzelfde onderwerp, is van de hand van de Franse historicus Thomas Bausardo getiteld ‘Quel passé pour Prism et Snowden?’ (Wat aan Prism en Snowden vooraf ging).

Bausardo bereidt een proefschrift voor over de medewerking die de Fransen verlenen in de strijd tegen het terrorisme. Waar het hem om te doen is: aangeven dat het gans niet nieuw is wat we nu allemaal over afluisterpraktijken en bespioneren horen. Deze praktijken nemen, mede gelet op de omvang, een aanvang in de 19de eeuw. Hoe is de hedendaagse strijd te zien tegen het licht van de praktijken in het verleden? Dat is waar Bausardo zich mee bezighoudt voor zijn proefschrift. In zijn artikel geeft hij een voorproefje.

Terrorisme

De ingrediënten waarmee we heden worden geconfronteerd, vinden we terug in een tijd die nog maar 150 jaar achter ons ligt. Het vertrekpunt is de periode 1860-1880: de strijd tegen…terrorisme. Het gaat hier om een nieuwe vorm van politiek geweld in Rusland. Met de bestrijding ervan houdt zich in het tsaristische Rusland de Okhrana bezig (opgericht in 1881), de algemene geheime staatsveiligheidsdienst. Dat er over terrorisme wordt gesproken, heeft te maken met het feit dat de (nationale) staat tot norm is verheven. Het strijden tegen staatsonderdrukking wordt terrorisme genoemd. Waar de staat zich tegen richt is de aantasting van zijn aanspraak op het geweldsmonopolie. Dat diezelfde staat zijn burgers ‘terroriseert’ en tegelijk vrijheidstrijders in een ander land kan steunen, verdwijnt daarmee als perverse staatsactiviteit buiten beeld.

Na de genoemde periode wordt ook Europa met het nieuwe politieke geweld geconfronteerd door een marginale groep binnen het anarchisme. Die groep vormt in de ogen van gezagsdragers een gewelddadige, plotselinge en onvoorspelbare (anarchistische) dreiging. We zitten dan aan het eind van de 19de eeuw. Overheidssystemen worden opgezet om verdachte delen van de bevolking, die een ‘risicofactor’ vormen, in het oog te houden.

Het bestrijden van de staat levert het averechtse effect op van het verstevigen ervan. De staat wil van alles op de hoogte zijn en van (bijna) elke burger zijn bewegingen kennen. Ten behoeve daarvan worden observatie- en registratiesystemen van grote omvang opgezet; mensen worden gerekruteerd en geronseld (verklikkers) ten behoeve van gegevensverzamelingen. Zo werken bijvoorbeeld Parijse bereidwillige conciërges samen met de geheime (Parijse) politie. Groepen anarchisten worden tot in de geringste details beschreven.

Spion

Wie zich een idee wil vormen omtrent de gedetailleerdheid van de gegevensverzamelingen in die tijd in Frankrijk, kan terecht in het proefschrift van Vivien Bouhey, Les Anarchistes contre la République in de periode 1880-1914 (Rennes, 2008). Bouhey heeft jaren doorgebracht in oude Franse politiearchieven om na te gaan wat er over anarchisten aan gegevens verzameld is. Het proefschrift zelf is niet van waarde. Het drijft op het onzinnige idee dat het anarchisme eind 19de – begin 20ste eeuw vanuit een ‘hoofdkwartier’ in Londen gestuurd zou worden.

De in anarchistische kring bekende Victor Serge heeft in een heel ander archief geneusd, te weten dat van de Okhrana. Hij kon dat doen net na de Russische Revolutie. Gelet op wat hij allemaal in de archieven aantrof, heeft hij een tekst geschreven onder de titel Wat elke revolutionair moet weten over de repressie (oorspronkelijk in het begin van de jaren 1920 in delen gepubliceerd). Ik ken het alleen in het Frans en heb geen idee of het in het Nederlands is vertaald.

Internationale Anti-anarchisten Conferentie

Zeker, de tijden zijn veranderd. Het bespieden en archiveren gebeurt nu onder gebruikmaking van ongekend krachtige en geavanceerde technologieën. Maar het waarom en het hoe stamt nog uit de 19de eeuw. Bausardo verschaft daarvoor aan Vacarme een tekst die bij zijn artikel past. Het is de uitnodiging van de Italiaanse minister van Vreemdelingenzaken in september 1898 aan landenvertegenwoordigers toegestuurd, voor een Internationale Anti-anarchisten Conferentie eind 1898 te Rome (en waaraan uiteindelijk een dertigtal landen deelnam).

In de uitnodiging lezen we: ‘In onze landen constateren de autoriteiten het voorkomen van een tamelijk omvangrijke groep mensen met perverse beginselen’. Uiteraard wijst de uitnodigende minister daarmee niet naar hen die oorlogen voorbereiden en wapens fabriceren om die oorlogen te kunnen voeren en om die in te zetten bij hun kolonialistische activiteiten. Neen het gaat over: ‘De[ze] fanatiekelingen, die voor geen enkele aanslag terugdeinzen en die een beroep maken van beginselen die zij zelf ‘anarchistische beginselen’ noemen, geholpen door een clandestiene pers. Deze roept onophoudelijk op tot gebruik van alle vormen van geweld’.

Wat doen de staten hier tegen? De uitnodiging leert: ‘Ze maken gebruik van de bestaande wettige middelen en in sommige gevallen nemen zij uitzonderingsmaatregelen, om zoveel als kan de mogelijkheid van propaganda voor deze misdadige theorieën uit te roeien. (…) Maar dat blijft te geïsoleerd om effectief dit kwaad [mijn curs.] de kop in te drukken. (…) Het is nodig dat de regeringen van de verschillende landen solidair zijn om het gevaar het hoofd te bieden’.

Frankrijk had dan al ervaring met buitenmaatse regulering door de invoering van ‘worgwetten’ (in 1893-1894), wetten die het feit alleen al van het zijn van anarchist criminaliseerde… Nieuw is nu dus de technologie van bespieden en afluisteren, niet de activiteit zelf, noch is nieuw de repressie (anti-democratische gezindheid; creatie van de uitzonderingsstaat) en ook de wijze van benoemen blijft bij het oude (terrorisme, het kwaad). Ook de bereidheid van ministers om te liegen is van alle tijden.

Thom Holterman

VACARME, nummer 66, winter 2014, 251 blz., prijs 12 euro.

Advertenties
2 reacties leave one →
  1. Rope permalink
    16/02/2014 20:08

    Tja, en het zijn altijd wettige maatregelen, daar heeft die minister dan wel weer gelijk in: dit soort vrijheidsbeperkende wetten wordt in een achternamiddag in elkaar geflanst daar waar vrijheidsgevende na decennia nog steeds niet gereed zijn …

    Maar het beginpunt ligt toch eerder? Van alle tijden eigenlijk als ik Machiavelli mag geloven.

    Overigens is het oorlog voorbereiden, Thom.

    • tijdschriftdeas permalink*
      16/02/2014 22:56

      Dank voor je opmerkzaamheid; spelfout hersteld.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s