Skip to content

‘Politionele Acties’: De Vuile Oorlog Van Nederland 1946-1949. Eis: Eerherstel Voor ‘Ongehoorzamen’

16/03/2014

Gefusilleerd

Na vijf jaar bezet te zijn geweest door de Duitsers (1940-1945), ging Nederland zelf weer over tot de orde van de dag: bezetten van een ander land. Dat land was de kolonie Nederlands-Indië. En omdat de Nederlandse bezetting al een aantal eeuwen had geduurd meende de Nederlandse overheid daaruit te kunnen afleiden, dat die voort mocht duren.

In 1945 riepen Indonesische politieke leiders evenwel de Republiek Indonesië uit, waarna een onafhankelijkheidsoorlog begon. Nederland was bereid in het bezette Indonesische gebied een vuile oorlog te beginnen, die deed herinneren aan de Duitse bezetting: platbranden van dorpen, standrechtelijke en massa-executies. Kortom de grofste represaillemaatregelen werden getroffen. Ik herinner me als kind nog dat mijn vader over de ex-kapitein Westerling vertelde, dat die in Indonesië als opdracht had gegeven: ‘Sla alles neer dat zwart ziet, tot kachelpijpen aan toe’.

Jarenlang zijn deze daden onbekend gebleven en of in de doofpot gestopt. Vervolgens is uit wetenschappelijk verantwoord historisch onderzoek gaan blijken hoe fout de toenmalige Nederlandse overheid en namens haar handelende militairen is geweest, tot aan de hoogste generaal toe (S.H. Spoor, 1902-1949). Gelet op de serie Nederlandse overheidsmisdaden is de roep steeds luider om mensen die weigerden daar aan mee te doen eerherstel te verlenen. Ik noem ze de ‘ongehoorzamen’. Het betreft mensen die weigerden in Indonesië represaillemaatregelen uit te voeren, zoals het platbranden van een dorp. Anderen weigerden in die jaren naar Indonesië uitgezonden te worden, omdat ze geen onschuldige mensen wilden doodschieten. Een aantal jaren hebben ze er voor in de gevangenis gezeten.

Een zelfde discussie loopt in Frankrijk nu, in dit jaar, ‘De Grote Oorlog’ (1914-1918) wordt herdacht. In die oorlog werden door Franse militairen, gedekt door hun generaals, Franse soldaten standrechtelijk doodgeschoten als zij een bevel weigerden en werden in dat licht terechtstellingen uit gevoerd ter algemene afschrikking. Dat heeft ruim zeshonderd mannen het leven gekost. Wat de uitvoering van de executies aangaat,  ging het hier veelal om een illegaal handelen door Franse overheidsdienaren: generaals die hun competentie verre overschreden (abus de pouvoir; machtsmisbruik in de uitoefening van overheidsgezag). Ook hier wordt gepleit voor (postuum) eerherstel.

Zuiderkruis

Het schip Zuiderkruis vanuit Rotterdam naar Indonesië met 800 Nederlandse militairen aan boord (begin 1949).

Nederland en eerherstel

Zowel vanuit de politiek als de advocatuur wordt er aan eerherstel gewerkt. In het eerste geval is te wijzen op Harry van Bommel (Socialistische Partij) en in het tweede geval op Liesbeth Zegveld (advocate en hoogleraar Internationaal Humanitair Recht te Leiden). Van Bommel zet zich in voor drie Nederlandse mariniers die in augustus 1947 weigerden een dorp (Soetodjanan) uit represaille plat te branden. Uit hetgeen Van Bommel en de dochter van een van de drie mariniers, Nicoline de Hoog, over deze zaak schrijven, blijkt dat de argumenten voor het weigeren van het dienstbevel in Indonesië voor het Hoog Militair Gerechtshof, niets uit haalden. De mannen werden in 1948 veroordeeld tot rond de twee jaar gevangenisstraf. Bij het proces werd gesproken over opzettelijke ongehoorzaamheid in tijd van oorlog.

Aan de bijdrage van Van Bommel en De Hoog in de Javapost (van 17 mei 2013) ontleen ik nog het volgende: “Vijfenzestig jaar later is het beeld van de rol van Nederland tijdens de koloniale oorlog drastisch bijgesteld. Met een flinke dosis propaganda werd kort na de Tweede Wereldoorlog het beeld neergezet dat Nederland in zijn oude kolonie zou afrekenen met de anarchie die door de Japanse bezetting was ontstaan. Er zou weer orde en welvaart gebracht worden. Holland en Indië hoorden immers bij elkaar en wat al eeuwen was verbonden, kon de Jap niet scheiden, aldus een van de propagandaposters”.

“Met deze gedachten werden meer dan honderdduizend jonge, nietsvermoedende militairen naar de andere kant van de wereld gestuurd. Aangekomen in Indonesië bleek de werkelijkheid een heel andere. Het was een vuile guerrilla-oorlog, waarin geen middel werd geschuwd. Marteling werd door de Nederlandse troepen routinematig toegepast en Soetodjajan was dan ook bepaald niet het enige dorp dat in vlammen opging. In het grove en vaak buitensporige geweld – waarvoor het eufemistische ‘politionele acties’ werd gemunt – vonden naar schatting zo’n 150 duizend Indonesiërs de dood.”

En wat doet de politiek nu als om eerherstel wordt gevraagd? Wegduiken. Tijdens de koloniale oorlog stond Nederland aan de verkeerde kant van de geschiedenis. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot gaf dat in 2005 toe. Van Bommel en De Hoog vermelden verder dat de huidige minister van Buitenlandse Zaken, Frans Timmermans, het standpunt van zijn voorganger tijdens een parlementair debat eind 2012 herhaalde. Eerder dat jaar pleitte Timmermans, toen nog Kamerlid, al voor eerherstel van de drie mariniers. Maar er is een verschil tussen het zijn van Kamerlid en Minister. In de laatste positie wordt het draaien en keren. De Fransen kennen dat met François Hollande als presidentskandidaat en Hollande als president…

Ondervraging.1

Ondervraging in Indonesië

Recht voor allen of alleen voor schurken?

De advocate Liesbeth Zegveld stond voor een andere zaak. Zij behartigt die van twee nog levende toenmalige “Indië-weigeraars”. De ene, Jan Maassen, kreeg tot driemaal toe het bevel om de boot naar Nederlands-Indië op te gaan. Tot driemaal toe weigerde hij dat. De andere, Jan van Luyn, hoorde dat hij naar Nederlands-Indië moest, waarna hij van 1946 tot eind 1949 onderdook. Op mijn verzoek was Zegveld zo vriendelijk mij haar mondelinge toelichting van haar pleidooi voor de Hoge Raad ter hand te stellen (zitting 14 mei 2013). Daar maak ik uit op dat Maassen en Van Luyn met hun weigering niet alleen een zware straf riskeerden, maar dat ze zelfs met de doodstraf zijn geïntimideerd. En van intimideren wist men van Nederlandse zijde van wanten, zoals ook de hierboven geplaatste foto duidelijk maakt.

Beide mannen gaven niet aan die druk toe. Zo wilde Maassen niet naar Nederlands-Indië, omdat hij niet op weerloze Indonesiërs wilde schieten. Van Luyn wilde niet naar Nederlands-Indië, omdat hij “de wapens niet tegen het Indonesische volk kon opnemen”. Beide mannen zijn berecht en hebben een aantal jaren gevangenisstraf moeten ondergaan.

Op welke hoofdoverweging stoelt het verzoek tot herziening van Zegveld. Aan haar toelichting ontleen ik het volgende. De beide mannen hebben een impliciet beroep op overmacht gedaan. Impliciet, omdat de kennis omtrent de feiten van de vuile oorlog die Nederland voerde, niet openlijk bekend waren. Zo trof Zegveld het rapport Van Rij en Stam (1954) niet aan, waaruit kan worden afgeleid dat Nederland een ware orgie van geweld over Zuid-Celebes heeft bedreven. Sprake was van oorlogsmisdaden tussen december 1946 tot februari 1947 waaraan het Nederlandse Depot Speciale Troepen (DST) zich schuldig maakte. Dit heeft geleid tot de doofpot-affaire, die onderleiding stond van…een sociaaldemocratische minister-president, te weten Willem Drees (1948-1958) (HP/De Tijd van 14 juli 2012).

Ondervraging.2

Ondervraging in Indonesië

Zegveld voert, wat dit soort misdadige activiteiten aangaat, ook de resultaten aan van later uitgevoerd onderzoek. Die onderzoeken leren: zou de verdediging van de mannen van al dit soort wandaden en misdrijven in naam van de Nederlandse overheid bedreven, hebben afgeweten, dan zou dit ongetwijfeld voor de rechter zijn aangevoerd. In dat geval zou de rechter naar alle waarschijnlijkheid die mannen niet hebben veroordeeld. Het gaat hier dus om nieuwe feiten, in de zin: zij waren op het moment van het strafproces tegen de mannen niet bekend.

Met het oog op wat Zegveld allemaal aanvoert en de redenatie die er achter zit, zou de Hoge Raad het verzoek tot herziening van de veroordelingen in 1950 en 1951 van beide mannen gegrond verklaard moeten hebben. Zij hadden wel de wet overtreden, maar dat deden zij om niet een groter rechtsbelang te schenden (niet plegen of mede plegen van oorlogsmisdaden).

De Hoge Raad is niet met het betoog van Zegveld meegegaan. Hij wijst het verzoek af. Een van de argumenten is dat het aan de politiek is om te beslissen over het rechtzetten van straffen voor dienstweigeraars. En hoe de ‘politiek’ in deze problematiek staat, zagen we hierboven… Zo spelen verschillende instanties elkaar de bal toe opdat er niets gebeurt, terwijl meer dan duidelijk is, dat Nederland een vuile oorlog heeft gevoerd waarin naar schatting 150 000 Indonesiërs zijn omgekomen.

Die oorlog stond onder leiding van generaal Spoor, die een eigen en verborgen oorlog tegen de Indonesische Republiek voerde. NRC.nl van 23 november 2013 meldt daarover, dat dit blijkt uit een geheime nota van de Directie Beleidszaken Indonesië. De nota geeft “een unieke inkijk in de schemerwereld van geheime operatie, die Spoor eigenhandig had gecreëerd”. Het blijkt dat de legercommandant niet alleen de grens van het toelaatbare opzocht, maar deze ook ruimschoots heeft overschreden.

ExecutiesIndo

Massa-executie in Indonesië

Kortom, hier zijn bevoegdheden ten behoeve van de uitoefening van overheidsgezag willens en wetens misbruikt. Heeft in dat geval rechtsvervolging plaatsgevonden? Neen, integendeel, Spoor is geridderd (postuum is hem nog de Militaire Willems-Orde in juni 1949 verleend). Geen recht voor allen dus, wel voor schurken. Het is het soort recht dat een generaal, die kwaad bedreef, met medailles overlaadt en hen die aan dat kwaad niet medeplichtig wilden zijn het gevang instuurt. De bestaande politiek noch de bestaande rechtspraak maakte, tot nu toe, aan deze rechtsverdraaiing een einde.

De  Hoge Raad hanteert voor de afwijzing nog een juridisch gelegenheidsargument door naar de toenmalige mogelijkheid van het gebruik van wetgeving omtrent gewetensbezwaren militaire dienst te verwijzen. Deze mannen konden zich er niet succesvol op beroepen, omdat zij pacifistische noch antimilitaristische bezwaren hadden tegen militaire dienst. Zo waren zij best bereid om Nederland te verdedigen tegen een invallende macht. Maar daar ging het bij de uitzending naar Nederlands-Indië helemaal niet om. Zij zouden een ander land moeten betreden, de Republiek Indonesië, om daar tot de bezettingsmacht te gaan behoren. Dat weigerden zij. Het is over dit soort situaties waarover de Leidse hoogleraar criminologie Willem Nagel (1910-1983), onder het pseudoniem J.B. Charles, een aantal jaren later zou schrijven in zijn Van het kleine koude front (Amsterdam, 1963).

Ik citeer:’Zo vergaat het hun, die uit doodmaken gaan in landen waar ze niets te maken hebben! Wèlke rotgeneraal en wèlke foute minister van defensie je ook wil dwingen, doe het niet!’ (p. 97). Deze zin schrijft hij naar aanleiding van wat hij tijdens zijn verblijf in Oostenrijk, in het dorp Iselsberg tegenkomt. Hij staat namelijk voor een gedenkplaat op de gevel van een kerkje. De gedenkplaat is voor de gevallen soldaten. Nagel/Charles leest bij vele namen dat ze buiten Oostenrijk zijn gevallen: zij vielen terecht, ze kregen hun verdiende dood (in Italië, Rusland, Hongarijë, Frankrijk), zegt hij. “Zij sneuvelden terecht want op plaatsen waar zij godverdomme geen bliksem te maken hadden met hun rotgeweren” (p. 96).

En omdat Maassen en Van Luyn dit hadden begrepen en de Nederlandse regering niet, lieten zij zich niet uitzenden. Dan komt de Hoge Raad in 2013 met het besproken onjuiste, juridische gelegenheidsargument aanzetten en tevens met een verwijzing naar de politiek. Die moet het maar uitzoeken, aldus de Hoge Raad. Wat een juridische lafheid. In de tijd waarover we spreken – net na de Tweede wereldoorlog –, was het kwaad van het rechtspositivistische ‘Befehl ist Befehl’ net overwonnen, was het duidelijk dat er naast een legaliteitstoets ook een legitimiteitstoets moet plaatsvinden. Want we weten allemaal dat wat legaal heet nog niet legitiem hoeft te zijn, bij voorbaat noch in zijn effecten. Dat hadden al die mannen door, de drie die in Nederlands-Indië een bevel tot platbranden weigerden, de twee die in Nederland weigerden te worden uitgezonden. En dat heet rechtspraak…’Juristen, böse Christen!’.

Voorbeeldstelling

Gefusilleerd ter voorbeeldstelling 14-18

Tribunaal voor de Vrede

Waar de politiek en het officiële rechtssysteem het laten afweten, ziet men vaak activiteiten in de maatschappij opbloeien om het initiatief over te nemen. Zo is dat een halve eeuw geleden gegaan in de strijd tegen de oorlog in Vietnam. Toen namen Bertrand Russell (1872-1970) en Jean-Paul Sartre (1905-1980) het initiatief tot oprichting van een ‘opinietribunaal’: het Russell Tribunaal. Doel daarvan was de Verenigde Staten terecht te stellen vanwege oorlogsmisdrijven gepleegd in Vietnam. In de loop van de tijd zijn er meerdere tribunalen gevolgd, waaronder het Nederlandse Tribunaal voor de Vrede (actief in de jaren 1980 met een meerdaagse zitting in de Sint Laurenskerk te Rotterdam).

In Frankrijk speelt nu, net als in Nederland, de kwestie van het eerherstel van de ‘ongehoorzamen’ in oorlogssituaties. In tegenstelling tot de Nederlandse kwestie gaat het in Frankrijk om eerherstel voor vele honderden jonge Fransen, die tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) door het Franse leger standrechtelijk zijn geëxecuteerd en ter voorbeeldstelling zijn gefusilleerd. In het stadhuis van Parijs was aan die gefusilleerden een omvangrijke tentoonstelling gewijd (deze maand geëindigd). De titel van de tentoonstelling luidde: ‘Fusillé pour l’exemple. Les fantômes de la Républiek, 1914-2014’ (Ter voorbeeldstelling gefusilleerd. De spookbeelden van de Republiek, 1914-2014).

Politiek noch justitie weten raad met het eerherstel van deze slachtoffers. Bovendien zijn er mensen die menen: geen eerherstel zonder dat de Franse generaals, die buiten wettelijk handelden in geval van de executies, zijn veroordeeld (postuum in dit geval).

Omdat er geen voortgang in de procedure is te bespeuren, is er in de vorm van een burgerinitiatief een Pacifistisch Tribunaal opgericht (in Limoges, Frankrijk). Dat gaat zich bezighouden met de berechting van de Franse generaals uit de oorlogsperiode 14-18. De zitting zal worden gehouden op 5 april 2014, van 10.00 – 18.00 uur, in het ‘Maison du Peuple’, te Limoges. Daar zal het internationale ‘Conseil de Paix’ zitting houden (drie rechters, de Zwitser Christophe Barbey, de Duitser Gernnot Lennert en de Nederlander Thom Holterman).

In behandeling worden genomen zaken betreffende het procesverloop bij de ‘militaire raden’ aan het Frans-Duitse front in 14-18 en de beschuldiging van Franse generaals uit die tijd voor moord op Franse soldaten door toepassing van executies ter voorbeeldstelling. Het wordt tijd voor een zelfde initiatief in Nederland ten behoeve van eerherstel van de Nederlandse ‘ongehoorzamen’ ten tijde van de ‘politionele acties’ in Indonesië.

Thom Holterman

Update Tribunaal voor de Vrede (10 april 2014)

Op de site “Demilitarisatie” zijn de processtukken en het oordeel van het internationaal samengestelde rechterlijke college van het Pacifistische Tribunaal te vinden (in het Frans en Engels), in de zaak tegen de Franse generaals tijdens de WO I, gehouden op 5 april 2014 te Limoges (Frankrijk). Klik HIER.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s