Spring naar inhoud

Michael Bakoenin: (5) Anarchisme En Moraal

16/04/2014

Kop.MondeLib

Het 200ste geboortejaar van Bakoenin wordt gebruikt om zijn denkbeelden hernieuwd onder de aandacht te brengen en op de actualiteit ervan te wijzen. Agnès Pavlowsky publiceerde in de afgelopen tijd korte impressies over leven en denken van Bakoenin. Ze zijn op deze site te vinden. Nu gaat het om aflevering nummer vijf. Ook deze bijdrage is gepubliceerd in de gratis veertiendaagse editie van het Franse anarchistische weekblad Le Monde libertaire (nummer 50 van 3 april 2014). De bijdrage draagt als titel ‘Bakounine, 5. La Morale’. Hieronder een vertaling ervan. [ThH]

Een revolutionaire moraal

Een van de vooroordelen over anarchisten is dat zij geen moraal kennen. Welnu, het anarchisme gaat uit van een concrete gelijkheid van mensen die gestoeld is op horizontale relaties en geen machtsbasis kent. De waarde van de wederkerige hulp, ontwikkeld door Kropotkin, vormt het centrum van het libertaire ideaal. Het levert het beginsel ten behoeve van regulering van gedrag van mensen ten opzichte van elkaar en tegelijkertijd is het een van de bestaansvoorwaarden voor een anarchistische samenleving. Die samenleving is niet te begrijpen zonder vrijheid, wat niet verward moet worden met wispelturigheid en egoïsme.

Het bijzondere van het anarchisme, als een van de politieke stromingen in deze wereld, is dat het politiek en ethiek vermengt. Bakoenin, een van de figuren die dat doet, stelt de particuliere moraal tegenover de staatsmoraal. Die laatste is gebaseerd op de heiliging van het staatsgezag en de rechtvaardiging van immoreel handelen zoals oorlogvoering. Bakoenin beveelt een revolutionaire moraal aan die niet zonder vrijheid denkbaar is. In de confrontatie met het autoritaire, marxistische socialisme, onderkent hij de gevaren van een politiek systeem als het geen aandacht schenkt aan menselijke relaties.

Bakoe

Bakoenin, afkomstig uit een Russische aristocratische familie, kwam in opstand tegen het feodale en aristocratische systeem. Vele jaren heeft hij in de gevangenis doorgebracht, wat ongetwijfeld zijn verlangen naar vrijheid heeft gevoed. Desondanks heeft hij die steeds als een tussenmenselijke relatie begrepen. In zijn God en de Staat heeft hij dit verduidelijkt: ‘Ik ben niet werkelijk vrij als niet alle mensen om mij heen, mannen en vrouwen, vrij zijn. De vrijheid van de ander, verre van een beperking of een ontkenning van mijn vrijheid te zijn, is juist de noodzakelijke voorwaarde en bevestiging ervan’.

Vrijheid bij Bakoenin staat niet in tegenstelling tot vrij aanvaarde organisatie. Hij onderstreept de noodzaak van discipline bij het voeren van actie, van gezamenlijk werken, van het verrichten van onderlinge krachtsinspanningen. Hij verwerkt in deze kijk op vrijheid, de erkenning en de waardige behandeling van de ene mens door de ander. De vrijheid is dus niet een verschijnsel dat op zichzelf staat. Het is een relationeel en een wederkerig begrip.

Een dergelijke benadering van vrijheid waarmee waardigheid is verbonden, impliceert tegelijk dat vrijheid en gelijkheid met elkaar verstrengeld zijn. Alle mensen zijn gelijkwaardig, wat meebrengt dat er geen hiërarchische verhoudingen bestaan. Door Bakoenin wordt het onderlinge dienstbetoon, zoals Kropotkin dit later zal uitwerken, vooruit geschoven. Mensen moeten elkaar bijstaan, ondersteunen, om op die wijze rechtvaardigheid te verzekeren.

Hij brengt hiermee een gedragscode ter sprake waarmee hij oprechtheid aanbeveelt. Als men iemand binnen een organisatie of maatschappelijk bestel iets verwijt, doet men dat openlijk en in het bijzijn van de betreffende. Het onderlinge dienstbetoon leidt er dus ook toe dat men niet lichtzinnig over elkaar oordeelt. Want het kan niet om een ‘proces’ gaan – zoals binnen het autoritaire socialisme gebeurt – maar in tegendeel, het gaat ‘om broederlijke en onderlinge controle van een ieder door allen’ (uit een brief aan Netsjajef, 2 juni 1870).

De anarchisten, in navolging van Bakoenin en vele anderen, zijn zich bewust dat het politieke libertaire ideaal zich niet laat begrijpen zonder een opvatting omtrent menselijke relaties. Aan deze opvatting zijn ethische beginselen te ontlenen die er het fundament van vormen. Het praktiseren ervan in het dagelijks leven gaat niet vanzelf. Aanspraak maken op het anarchisme is daarmee ongetwijfeld een uitdaging aan zichzelf.

Agnès Pavlowsky

5 reacties leave one →
  1. 16/04/2014 10:14

    Dat is het mooie van anarchisme: dat de vrijheid van de één niet ophoudt waar die van een ander begint (zoals vaak gezegd wordt), maar dat ieders vrijheid de vrijheid van anderen juist vergroot.

  2. 29/04/2014 15:18

    Is deze reactie van Bakunin, nadat hij uit de Eerste Internationale was gezet, kenmerkend voor de moraal van onze anarchistische vriend?

    “In Londen en Frankrijk, maar vooral in Duitsland, heeft hij (Marx), zelf een Jood, een heleboel, min of meer slim, intrigerende, speculerende Joden rondom zich verzameld. Joden zoals die overal zijn: handelslui of vertegenwoordigers van banken, schrijvers, politici, correspondenten voor kranten van alle tinten, met één voet in de bank, de andere in de socialistische beweging, en met hun achterwerk zittend op de Duitse dagbladpers ? Zij hebben alle kranten in bezit genomen ? Kunt u zich voorstellen wat voor soort misselijkmakende literatuur daaruit voortvloeit? (…)
    Nu deze hele Joodse wereld, die een uitbuitende sekte, een volk van bloedzuigers, één enkele vraatzuchtige parasiet vormt, nauw en intiem verenigd, niet alleen over de landsgrenzen, deze Joodse wereld vandaag staat enerzijds ter beschikking van Marx en anderzijds van Rothschild. Ik ben ervan overtuigd dat Rothschild aan de ene kant de verdiensten van Marx waardeert, en dat Marx zich, aan de andere kant, instinctief aangetrokken voelt tot en groot respect heeft voor Rothschild.(…)
    Dit kan vreemd lijken. Wat kan het gemeenschappelijke element zijn tussen het communisme en de grote banken? Oh! Het communisme van Marx beoogt de machtige centralisatie in de staat, en waar deze bestaat, moet er tegenwoordig onvermijdelijk een centrale staatsbank bestaan, en waar een dergelijke bank bestaat, wordt de parasitaire Joodse natie, die op het werk van het volk speculeert, altijd een manier vinden om te overheersen…?”
    Bron: Michael Bakunin, 1871, Personliche Beziehungen zu Marx. In: Gesammelte Werke. Band 3. Berlin 1924. P. 204-216

    • tijdschriftdeas permalink*
      29/04/2014 21:48

      [1] Ik zou de vraag aan Agnès Pavlowsky kunnen voor leggen en ik vermoed dat zij dan zal verwijzen naar het deel 2 van haar korte beschouwingen, hier opgenomen onder de titel ‘Michael Bakoenin: (2) Scherpe kijk op denkbeelden van Marx’. Aan het slot ervan zijn enkele opmerkingen te lezen over vooroordelen van beiden (Marx en Bakoenin). In ieder geval is het een uitgemaakte zaak dat het antisemitisme op geen enkele wijze onderdeel van het anarchistische gedachtegoed uitmaakt. Het is ook nergens in het werk van Bakoenin uitgewerkt terug te vinden. Het is niet iets dat in de denkbeelden van Bakoenin past, kortom, het is, naar het mij voorkomt, niet kenmerkend voor de moraal die aan zijn opvattingen is te ontlenen.

      [2] Zonder de bedoeling de kwalijke opmerkingen van Bakoenin goed te praten, wisten beide heren elkaar, ieder in hun eigen kring, te bevuilen. Zo zou Bakoenin een Russische geheime agent zijn; hij zou zich voor zijn pangermanisme laten betalen (brief van Marx 28 maart 1870). Over deze charlatan, Marx spreekt in die term over Bakoenin, wil Marx graag goed geïnformeerd worden over diens invloed in Rusland en diens persoonlijke rol in een proces (tegen de makkers van Netsjajef) (brief van Marx aan N. Danielson van 28 mei 1872); brieven geciteerd in: Bakounine et les autres, samengesteld door Arthur Lehning, [1976], uitgever Les nuits rouges, 2013 (p.278, 305).

      Thom

  3. 03/05/2014 17:28

    Ik apprecieer het ten zeerste dat de jullie de site openstellen voor discussie over dit onderwerp.
    Wat er over en weer werd “uitgekraamd” tussen Marx en Bakoenin, moeten we wel zetten in de context van de “cultuur”, die er toentertijd op het vasteland van Europa bestond. De 19e eeuw kenmerkte zich sowieso volop door vooropgezette ideeën tegen en generalisaties over de volkeren en de rassen. Dat betrof niet alleen het semitisme, maar ook allerlei andere vormen van vooroordeel. In ieder geval was het anti-semitisme, misschien niet zozeer in een land als Groot-Brittannië, op het vasteland van Europa wijdverbreid.

    Ik neem onmiddellijk aan dat Marx dat soort terminologie, zoals je in je reactie aanhaalt, gebruikt heeft tegen tegen Bakoenin. Hij was daar niet vies van. Alhoewel hij scherp van de tong kon zijn met zijn kwalificaties, zoals bijvoorbeeld in de richting Lasalle, denk ik echter dat Marx nooit echt over de schreef is gegaan op het vlak van racistische c.q. anti-semitistische kwalificaties. Hij is er in ieder geval nooit voor op het matje geroepen door de Bond van Communisten of de Eerste Internationale.

    In dit kader herinner ik me een ander voorval, vlak voor het Congres van Bazel, waarop aan andere “staatssocialist” over de schreef ging tegen Bakoenin. Bakoenin heeft toen verzocht om de instelling een EreJury om hem in zijn eer te herstellen. Dat is op het Congres van Bazel gebeurd en hij is in zijn eer hersteld geworden. Maar toen hij zich eenmaal buiten de Eerste Internationale bevond, heeft hij geen aanvraag meer gedaan voor een dergelijke commissie. Hij had geen “moraal” meer en liet zijn haat de vrije loop. Hij liet zich verleiden tot een vorm van laster, wat hij voordien, voor zover ik weet, ten opzichte van Marx niet of nauwelijks gedaan had. Als Marx zich daartoe liet verleiden, dan is dat nog geen excuus om dat van Bakoenin met de “mantel der liefde te bedekken”.

    Je schrijft in je reactie: “In ieder geval is het een uitgemaakte zaak dat het antisemitisme op geen enkele wijze onderdeel van het anarchistische gedachtegoed uitmaakt”. Ik ken iemand die daar anders over denkt: “Nettlau, als hij schrijft over antisemitisme van Bakoenin (Inleiding tot de Duitse editie, Werke III), dacht dat als zijn held langer had geleefd en de Joodse socialistische beweging had gezien, hij misschien anders zou hebben geschreven over de Joden. Silberner (“Sozialisten zur Judenfrage”) is niet overtuigd van deze opmerking, en ik ook niet. (…)In het algemeen, is dit anti-semitisme van de socialisten genegeerd en zelfs ontkend door hun aanhangers en bewonderaars. De anarchisten vormen geen uitzondering”. (Rudolf De Jong : Het anarchistisch debat over het anti-semitisme ; De AS nr. 138-139, zomer 2002)

    Bakoenin had dus ongetwijfeld ook last van anti-semitisme, zoals tevens blijkt uit zijn schrijven tegen Mozes Hess “Na ontvangst van het schriftelijke manuscript tegen Moses Hess, schreef Herzen in een brief aan Bakoenin: Waarom praat je van het Joodse ras?” (Idem) In zijn reactie tegen Marx legt hij er nog een schepje bovenop, want “Wanneer Bakoenin spreekt van “Duitse jood”, is de term “Duits” ook net zo minachtend als het woord “Jood”!” (Idem)

    Op het einde van zijn bijdrage vat Rudolf zijn bevindingen samen met de volgende punten:
    “1. Als beweging en in zijn ideeën, heeft het anarchisme het anti-semitisme verworpen, maar de vooroordelen en vooral de anti-semitische opmerkingen zijn niet afwezig in de anarchistische publicaties.
    2. in het algemeen, hebben anarchisten het gevaar van anti-semitisme in de strijd voor de vrije samenleving onderschat. Er is ook geen speciale propaganda geweest – met tijdschriften en organisaties – tegen het antisemitisme die vergelijkbaar met de propaganda en de strijd van de libertairen tegen fenomenen zoals militarisme, alcoholisme, religie, kolonialisme, enz.
    3. De anarchisten hebben het anti-semitisme beschouwd als een product van onwetendheid (van de kerk) en het kapitalisme.” (Idem)

    Dus: het anti-semitisme was inderdaad niet iets specifieks voor het anarchisme, het bestond zowel in de sociaal-democratie (aan het einde van de 19e eeuw) als in het anarchisme. Zo is het dus helemaal niet onaannemelijk dat Bakoenin of een Domela Nieuwenhuis daar door waren beïnvloed. Maar de centrale vraag hier is eerst en vooral: als het al bestaat, hoe is de strijd het anti-semitisme in de eigen rijen gevoerd? Op dat vlak was het anarchisme naar mijn idee – en die van Rudolf de Jong – niet de sterkste stroming ….

    • tijdschriftdeas permalink*
      03/05/2014 21:02

      Je reactie vormt een redelijke samenvatting van de problematiek, waarbij je aan het eind een centrale vraag stelt. Laat ik daar kortheidshalve op ingaan. Het kan niet worden ontkend dat er (klassieke) anarchisten zijn geweest, die (soms) kwalijke uitingen hebben laten horen. Veelal gebeurde dat onder elkaar, of in carnet aantekeningen (ik denk dan aan Proudhon). In ieder geval waren dat geen uitingen bedoeld voor publicatie wat – en ik herhaal het – niet afdoet aan de kwalijkheid van bedoelde uitlatingen. Wat het antisemitisme aangaat, kan er soms nog iets anders dan al genoemd een rol spelen.

      Zo is bijvoorbeeld in de Dreyfus-affaire in het begin niet of lauw gereageerd door (Franse) anarchisten. Het betrof hier met Dreyfus als verdachte en veroordeelde persoon, een officier van het leger. En anarchisten hadden het noch op officieren noch op het leger (wat in de sfeer van het antimilitarisme nog steeds zo is). Het was dus hun zaak niet, maar die van de bourgeoisie onder elkaar.

      Tot men zich meer en meer ging beseffen dat hier een heel ander conflict speelde, namelijk een antisemitische hetze en een ten onrechte veroordeelde persoon. Vanaf dat moment hebben (Franse) anarchisten zich aan de kant van Zola en diens medestanders, ter verdediging van Dreyfus, opgesteld. Ook hier kan je de vraag stellen, waarom zij dat niet onmiddellijk hebben gedaan. Als historisch probleem is dat wellicht interessant. Toch concentreer ik mij liever op het heden. Waarmee ik terug ben bij mijn opmerking dat antisemitisme niet is uit te werken binnen wat ik tot ‘de constanten van het anarchisme’ reken.

      Thom

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: