Skip to content

Tussen Revolutionair Syndicalisme en Anarchisme. Bakoenin Door Twee Eeuwen Heen

02/07/2014

 

NoirRouge

Bakoenin (1814-1876) behoort tot de categorie ‘klassieke anarchisten’. Dit jaar wordt zijn 200ste geboortejaar (2014) in het buitenland herdacht met studies en conferenties. In het recente verleden hebben andere data de reden gevormd tot extra aandacht voor het denken en handelen van deze negentiende eeuwse revolutionair. Zo was dat het geval op zijn 100ste sterfjaar (1976).

In september 1976 werd in Italië (Venetië) een evenement georganiseerd onder de titel ‘Bakoenin tussen revolutionair syndicalisme en anarchisme’. De Italiaanse docent hedendaagse geschiedenis aan de universiteit van Milaan, Maurizio Antonioli, besteedde aan dat thema een uitgebreide studie, ten behoeve van het evenement in 1976. Deze studie is nu ter gelegenheid van het 200ste geboortejaar in het Frans verschenen, aangevuld met enkele teksten van Bakoenin zelf en een uitgebreid nawoord van de Franse Bakoenin-kenner René Berthier. Deze bespreekt met name de relevantie van de discussie, toen in 1976, voor het heden. De titel van de bundel luidt Bakounine entre syndicalisme révolutionnaire et anarchisme.

VoorBakBeschouwingswijze

Na zo’n 150 jaar kan men zich afvragen of het nog zinvol is teksten van iemand als Bakoenin te bestuderen. Zijn die inmiddels niet al te zeer gedateerd? De wereld van nu ziet er toch heel anders uit dan die van toen? Dat laatste is zeker het geval; het eerste valt te bezien.

De hedendaagse wereld lijkt niet op die van anderhalve eeuw geleden. Wie naar het kapitalisme verwijst, dat toen werd bestreden, heeft echter gelijk als hij of zij beweert dat dit nog steeds de wereld regeert. Hoewel het zijn zoveelste gedaantewisseling heeft ondergaan en het nu ‘financieel kapitalisme’ heet, de dominantie waarmee het toen de maatschappij heerste, is heden niet verminderd.

Er mag dus ontzettend veel veranderd zijn, ook zijn er zaken gelijk gebleven. Het is met het oog op het laatste dat het zinvol blijft om teksten van Bakoenin, ondermeer als criticus van dominantie, te bestuderen. Het gaat dan met name om het methodische dat hij in zijn teksten heeft ondergebracht en om de manier van argumenteren (wat wordt waarom aangevoerd?). Daarvan valt te leren en dat is weer bruikbaar te maken voor een beschouwing over de hedendaagse stand van zaken in de maatschappij.

Beroept men zich bij het anarchisme op Bakoenin, dan doet men er goed aan te bedenken dat hij pas in zijn laatste levensjaren (1868-1876) ‘anarchist’ is. Wel ontdekt hij al vroeg het socialisme (1840-1842) en neemt hij deel aan menige opstand (1848-1850), waarna hij tien jaar van zijn vrijheid wordt beroofd (gevangenis, deportatie naar Siberië; 1861 ontsnapping). Na zijn ontsnapping hervat hij zijn emanciperende activiteiten, waaronder zijn toenemende bemoeiingen met de arbeidsbeweging (1862-1867). Het thema ‘Revolutionair syndicalisme en anarchisme’ is dus een thema dat bij zijn laatste levensjaren past.

Bak.pl2Anti-autoritaire Internationale

Kijkt men naar de herkomst van het thema dan moet men terug naar zo’n dertig jaar na de dood van Bakoenin. Het is de tijd dat anarchisten die hem nog hebben gekend, de ideeën die met het thema samenhangen gaan claimen. Doen zij dat terecht en op een juiste wijze? De tekst van Antonioli gaat over beantwoorden van die vragen. René Berthier weegt deze antwoorden. Hij kan zich er grotendeel mee verenigen en maakt daarbij duidelijk wat dit voor ons in het heden mag betekenen. Ik licht uit zijn twintig pagina’s tellende nawoord de kern.

Binnen de anarchistische beweging in ruime zin leven er verschillende lezingen van bepaalde teksten van Bakoenin als anarchist. Die lezingen leiden tot een breuk binnen het ‘bakoeninisme’. Die breuk levert spanning op tussen revolutionair syndicalisten en anarchisten, waardoor er twee groepen of stromingen ontstaan: syndicalisten en anarchisten. Berthier situeert het begin van de breuk bij de oprichting van de anarchistische Internationale te St-Imier (1872). Bij die oprichting was ondermeer Bakoenin aanwezig.

Berthier wijst erop dat die Internationale niet anarchistisch was. Hij was anti-autoritair benadrukt hij. Waar draait het om? Beide groepen beroepen zich op teksten van Bakoenin. Vraag is dan welke beginselen hij had uitgewerkt met betrekking tot de organisatie van de arbeidersstrijd tegen onderdrukking en voor arbeidersverheffing en sociale revolutie. Volgens de mening van Bakoenin moest de Internationale het karakter van een massaorganisatie behouden. Arbeiders moesten er geen lid van worden op basis van een idee, van een programma, maar op basis van de verdediging van hun materiële belangen.

Bakoenin schatte namelijk in dat de arbeidersbeweging (van zijn tijd dus) internationaal gezien zich niet tot voldoende homogeniteit ontwikkeld had en dat het nog jaren van debat zou vergen voordat het zover was. In afwachting daarvan moedigde hij die debatten aan, maar hij wilde voor elke prijs voorkomen dat de Internationale één uniek programma ging opleggen. Dit was precies wat Bakoenin aan Marx verweten had.

Bak.pl3Toch gebeurde het dat de ‘anarchistische ‘ stroming ging ijveren om de anti-autoritaire Internationale een anarchistisch programma op te dringen. Toen dat geschiedde, voltrok zich iets dat Bakoenin uit alle macht had proberen de voorkomen. René Berthier daarover: ‘Die stroming gaat dan doen wat Bakoenin en zijn makkers indertijd aan Marx verweten na te streven, te weten een autoritaire Internationale creëren met een uniek programma. Toen dat gebeurde verdween de Internationale prompt. Wat over bleef was de Jura Federatie die zich omvormde in kleine anarchistische affiniteitgroepen’.

Uit het betoog van Antoniolo is op te maken dat vijfendertig jaar later in Italië zich hetzelfde verschijnsel voordeed, wanneer de ‘syndicalistische’ stroming zich nadrukkelijk manifesteert. De syndicalisten houden zich bezig met de arbeidersstrijd in materiële zin, waardoor er een massabeweging kan ontstaan. Vanwege het revolutionaire project is er ook een ‘programma’. Aldus gaan ideeën over massabeweging en specifieke beweging ineen vloeien. Er worden ‘imperialistische’ neigingen ervaren: de anarchisten gaan de syndicalisten verwijten geen ruimte te laten voor een organisatie op een ‘ideaal’ gebaseerd, dat wil zeggen voor een politieke organisatie. Het is deze strijd die Antonioli gedetailleerd beschrijft.

Format

Het draait erom te doorzien waar het Bakoenin om gaat. Hij vond dat de arbeidersstrijd vooral die van de arbeiders moest zijn en gekoppeld aan hun dagelijkse strijd. Daar immers vindt de confrontatie met de bazen plaats. Langs de weg van die strijd ontstaat begrip voor solidariteit en worden zij zich de fundamentele tegenstelling Arbeid – Kapitaal bewust.

Bak.pl1De Internationale bestond in de visie van Bakoenin uit twee federaal geformeerde structuren: (a) een ‘verticale’ structuur opgebouwd uit secties die beroepen omvatten (equivalent van syndicaten) en (b) een geografische structuur opgebouwd uit ‘centrale secties’ (equivalent van arbeidsbeurzen en lokale vakverenigingen). De beroepensecties hielden zich bezig met de dagelijkse strijd. Bakoenin gaat er dus vanuit dat de meeste mensen, arbeiders zowel als bourgeois, zich slechts laten motiveren door de ‘logica van de feiten’.

Wanneer dit als een ‘format’ wordt begrepen, zo concludeer ik, dan kan er naar ‘vertaling’ van elementen worden gekeken. En wel bijvoorbeeld als volgt: Waar doet zich in het dagelijks leven dominantie voor? Die moet worden bestreden. Daarbij blijkt de fundamentele tegenstelling Arbeid – Kapitaal in beeld te komen. Hoe is die tegenstelling weer te geven in de huidige maatschappij, waar die gebukt gaat onder het juk van een destructief kapitalisme zonder zichtbare ‘bazen’. De vraag lijkt eenvoudig, maar door de verdeeldheid onder de bevolking is het antwoord niet gemakkelijk. Bij het zoeken naar die antwoorden is door Antonioli en Berthier wel duidelijk gemaakt welke vergissingen er zijn te vermijden.

Thom Holterman

ANTONIOLI, Maurizio, Bakounin entre syndicalisme révolutionnaire et anarchisme [1976], met een uitgebreid nawoord van René Berthier [2013], Éditions Noir et rouge, Paris, 2014, 111 blz., prijs 10 euro.

[Beeldmateriaal overgenomen uit het besproken boek.]

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s