Spring naar inhoud

De Verloren Revolutie. Spaanse Burgeroorlog 1936-1939 Bekeken Vanuit Parijs

09/07/2014

NoirRouge

Het is niet voor het eerst dat de Spaanse burgeroorlog in boekvorm wordt behandeld. Daniel Aïache wijst erop in de inleiding bij zijn onlangs verschenen werk getiteld De verloren revolutie. Revolutionaire Parijse groepen oog in oog met de Spaanse revolutie. De bibliografie van deze verloren revolutie telt meer dan 40 000 titels, zegt hij. Sinds 1976 hebben meer dan 1000 romans het licht gezien, die dit conflict als onderwerp hebben. Je vraagt je dan af wat er nog voor nieuws is te melden. Toch heeft Aïache zich gewaagd aan een beschouwing erover.

De Spaanse revolutie heeft voor een korte periode de revolutionaire hoop naar een punt gevoerd, dat nog nooit bereikt was. Gedurende die periode is een hele maatschappij radicaal veranderd. De vernietiging van de Spaanse revolutie, die een sociale revolutie was, vond plaats onder de aanvallen zowel door de nationalisten (generaal Franco; franquisme, een Spaanse variant van het fascisme, waarin men de naam van Franco herkent) en de stalinisten (Jozef Stalin; Russische communistische dictator).

OmslagRevSociale revolutie

In het verloop van de Spaanse revolutie heeft Parijs een rol gespeeld als uitvalsbasis. Daardoor ontstaat er een relatie tussen Spaanse revolutionairen en Parijse revolutionaire groeperingen en bewegingen. Het is deze rol die Aïache uitvoerig beschrijft. Hij wijst Parijs als plaats aan waar tegelijk wordt gewerkt aan (a) de revolutionaire solidariteit (in geld, in het rekruteren van mensen die in Spanje willen gaan helpen, etc.) en (b) de concentratie van stalinistische acties (aanwezigheid van vertegenwoordigers van de Komintern in Parijs).

Parijs vormt de plaats waar alle politieke stromingen opduiken, die de Spaanse revolutie maken tot de belangrijkste politieke gebeurtenis van die periode (1936-1939). De samenstelling van de revolutionaire groepen en politieke stromingen is uiterst divers. Men komt er tegen anarchisten, linkse communisten (als tegenstelling tot partijcommunisten), radencommunisten, trotskisten en andere serieuze revolutionaire activisten en atypische intellectuelen (onder wie bijvoorbeeld Simone Weil en de nergens onder te brengen Georges Bataille). Zij allen stonden tegenover het contra-revolutionaire stalinisme. Het is, aldus Aïache, in dat Parijs waar zich de mythes en de ideologieën vormen, die nog steeds het beeld van de Burgeroorlog modelleren.

Auto

[Sociale revolutie; Ons socialistisch industrieel werk (de taxi’s); affiche CNT AIT FAI, 1936; CNT, Confédération nationale de travail; AIT, Association internationale des travailleurs; FAI, Fédération générale ibérique.]

De waarnemingen van de Parijse revolutionairen maken het mogelijk een helder idee te krijgen van de hoop, die deze revolutie teweeg brengt. En tegelijk verwerft men zicht op de dingen, die zijn nederlaag veroorzaken. Hun excentrische positie bedeelt hen met de rol van hoeder van de revolutionaire utopie, zo heet het bij Aïache. Heel de radicale Parijse beweging is dan ook geschokt omtrent hetgeen er plaatsvindt aan de andere kant van de Pyreneeën. Al die groepen worden geconfronteerd met het dilemma dat door de stalinisten van de Komintern wordt gegenereerd (Komintern, afkorting van Kommunistische Internationale ook wel ‘Derde Internationale’): sociale revolutie of antifascistische strijd. Zij begrijpen onmiddellijk dat de antifascistische ideologie van de stalinisten een dekmantel is om de sociale revolutie die aan de gang is, te verpletteren.

Stalinistisch dubbelspel met fascisten

Om dit te begrijpen, mag men het volgende niet vergeten. Op aandringen van Lenin wordt na het om zeep helpen van de Russische revolutie, in 1919, de Komintern opgericht. Die vertegenwoordigt de pro-Russische communistische partijen in ‘alle landen’. Daarin zwaait de Russische communistische partij de scepter. De Spaanse revolutie wordt door de Komintern gezien als deel van de algemene antifascistische strijd van alle volken in de wereld, niet dus als een sociale revolutie in een bepaald gebied (Spanje). Zou die revolutie overwinnen en een libertaire maatschappij weten voort te brengen – waartoe ze al een heel eind op weg was –, dan vormt dit een scheur in de ideologische hegemonie van Stalin’s communistisch Rusland (USSR). Dat het stalinisme zich niet alleen tegen anarchisten richt, spreekt uit het volgende.

De Komintern ziet met lede ogen dat de marxistische POUM (Parti ouvrier d’unification marxist, opgericht in 1935 in Barcelona) een belangrijke rol in de Spaanse burgeroorlog speelt. De Komintern noemt in zijn strijd tegen de POUM deze marxistische partij ‘troskistisch’ en zelfs ‘hitléro-trotskistisch’. Agenten van de Komintern vermoorden een van de leiders van de POUM (Andrés Nin) om die te destabiliseren. Welk verschrikkelijk dubbelspel hier wordt gespeeld, is duidelijk als men op een ander politiek‘schaakbord’ kijkt. Dan ziet men dat stalinisten best met Hitler kunnen samenwerken, zoals blijkt bij het sluiten van het ‘Hitler-Stalin pact’ (augustus 1939; het niet-aanvalsverdrag). Wat dus ‘antifascistische strijd’…

CultuurSp [Sociale revolutie; Kunst, film, theater, actuele sportactiviteiten; omslag van Grafisch tijdschrift voor schouwspelen; weekblad van de S.I.E-CNT; S.I.E., Sindicato Industria del Especáculo; Barcelona, 1937.]

De opvolgende nederlagen in de strijd tegen de franquistische en stalinistische vijanden lieten velen van de Parijse groepen ontredderd achter. Allen moesten hun politieke positie en hun ideeën over de revolutie heroverwegen, zoveel maakt Aïache duidelijk. Hierin ligt naar het mij voorkomt ook de actualiteitswaarde van deze ‘geschiedenis’. Revolutie? Maar welke belangen spelen er onderwijl? Wie heeft er baat bij dat een revolutie een bepaalde – door de revolutionairen onbedoelde – kant opgaat? Wie kan op het vinkentouw zitten om ‘de revolutie’ over te nemen of te verbrijzelen? Hoe dit te voorkomen? Het antwoord op die vragen, ik verneem ze gaarne.

Thom Holterman

AÏACHE, Daniel, La révolution défaite, Les groupements révolutionnaires parisiens face à la révolution espagnol, Éditions Noir et Rouge, Paris, 2013, 131 blz., prijs 16 euro.

[Beeldmateriaal afkomstig uit Espagne 36. Les affiches des combattant-e-s de la liberté, Les Éditions libertaires, derde druk 2008.]

2 reacties leave one →
  1. 18/07/2014 09:17

    Kameraad,

    In reactie op je bespreking van “De Verloren Revolutie. Spaanse Burgeroorlog 1936-1939 Bekeken Vanuit Parijs”, even het volgende:

    Ik ben het met het eens met het feit dat de beslissing, om uit naam van “het anti-fascisme” de weg naar de revolutie tijdelijk aan de kant te zetten totdat het fascisme was verslagen, de eigenlijke oorzaak is geweest van het drama van de Spaanse opstand. De beslissing daartoe heeft ertoe geleid dat de CNT-FAI zich langzamerhand volledig identificeerde met de staat. En de staat in de kapitalistische maatschappij, en dus ook de democratische van Caballero, is altijd een dictatuur van de heersende klasse.

    Maar om vervolgens te beweren dat “De Spaanse revolutie wordt door de Komintern gezien als deel van de algemene antifascistische strijd” is wel een beetje eenvoudig gesteld. Het was niet alleen de Komintern die een ideologisch offensief ontketende om van de “Spaanse revolutie” een deel van een algemene antifascistische strijd te maken. De anarchisten van de CNT-FAI beschouwden het, van het begin af aan, namelijk ook als een anti-fascistische strijd. Hoe kan het anders dat het orgaan, dat vanaf het begin van de opstand de lakens uitdeelde in Catalonië en waarin de anarchisten veruit de meerderheid uitmaakten, de naam “Anti-Fascistisch Militie-Comité” meekreeg?

    Het anti-fascisme als de politiek van het minste kwaad

    Emma Goldman verklaart in de zomer van 1936: “Met Franco aan de poort van Madrid, kon ik de CNT-FAI nauwelijks verwijten dat ze hebben gekozen voor het mindere kwaad: deelname aan de regering in plaats van dictatuur, het meest dodelijke kwaad”. Het anti-fascisme is een van de manieren van de heersende klasse om de strijd van de arbeidersklasse te bewerken met de filosofie van het ‘minste kwaad’ en haar te verleiden tot coalities met half-revolutionaire partijen of openlijke linkse (burgerlijke) groeperingen. Maar het anti-fascisme is niet de enige manier: er zijn meer verleidingen, die op de arbeidersklasse worden losgelaten, om haar van haar eigen terrein weg te lokken en mee te voeren in burgerlijk of half-burgerlijke campagnes.

    Het probleem van “het mindere kwaad” is, dat ze een politiek is, een politiek van een glijdende schaal. Als je eenmaal één keer “ja” gezegd hebt en het eerste stukje van je principes hebt ingeslikt, dan volgen er zonder enige twijfel nog vele toegevingen achteraan, totdat je zoveel van je principes hebt ingeleverd dat je uiteindelijke zelf een instrument bent geworden (in handen) van de kapitalistische staat. Hannah Arendt zegt: “Politiek gezien is de zwakte van het argument van het “mindere kwaad” altijd geweest dat degenen, die daarvoor kiezen, snel vergeten dat ze voor “het kwaad” hebben gekozen.”

    Waar het mij hier vooral om gaat is niet het zogenaamde “het dubbelspel” van de stalinisten. Het stalinisme maakte, wat Trotsky daar ook allemaal over beweerde, sinds het einde van de jaren 1920 geen deel meer uit van de arbeidersbeweging, maar van de bourgeoisie, van de internationale kapitalistenklasse. Het Stalinisme was aan het einde van de jaren 1920 al volledig burgerlijk geworden, en verdedigde niets anders dan de staat, de Russische (en zijn reputatie als arbeidersstaat) natuurlijk in het bijzonder. Waar het mij hierbij vooral om gaat is niet “het dubbelspel” van de Stalinisten, maar om “het verschrikkelijke dubbelspel” van de CNT-FAI.

    Zo heeft de CNT-FAI, na de juli-opstand in 1936, regelmatig aan de druk van de sociaal-democratische republikeinen toegegeven en haar anarchistische “principes” ingeslikt en zich op die manier steeds meer geïdentificeerd met de staat.. Dit begon al vrijwel onmiddellijk: in september 1936. De keuze voor “het mindere kwaad” van de CNT-FAI leidde de ertoe dat de strijd de arbeidersklasse uiteindelijk werd verstikt en (zeker na mei 1937) opnieuw gebonden werd aan de burgerlijke staat. Het voor de zoveelste keer overstag gaan van CNT, na de bloedige eerste week van mei 1937, vormde voor de strijdende arbeiders en boeren (aan het front) de erkenning dat alle hoop op een overwinning verloren was.

    In feite was “dit dubbelspel” van de CNT-FAI, ten gunste van “mindere kwaad” een uitdrukking van een “morele ontaarding” van haar leiding, die hand over hand toegaf aan het geweld, aan de barbarij van de onmenselijke burgerlijke machtspolitiek, die geen enkele vorm van berouw en geen enkele andere moraal kent dan die van het “utilitarisme”. Deze moraal is, midden jaren 1920, al eens stevig bekritiseerd door Henriette Roland Holst, maar waarschijnlijk hebben de anarchistische leiders van de CNT-FAI dat nooit tot zich genomen.

    Een volgende punt: voorzover ik weet, zijn er wel “leidende” Spaanstalige anarchisten geweest die erkend hebben dat de politiek van de CNT-FAI een “totale mislukking” was. Maar geen van allen (ook Frederica Montseny niet dertig jaar later ten overstaan van Daniel Guérin) heeft ooit radicaal blootgelegd hoe het mogelijk is dat de leiding van de CNT-FAI voor “het mindere kwaad” heeft gekozen ten koste van de strijd voor de revolutie, de verdediging van de “spontaan” opgekomen vormen van de strijd van arbeiders en boeren: de raden en de collectieven.

    “De “Vrienden van Durruti”, en meer in het algemeen de Spaanse libertaire werkers, zijn er niet in geslaagd. Waarom? En wat was hun strijd nu echt? Bijna een halve eeuw na deze gebeurtenissen is er, in antwoord op deze vragen, nog niets substantieels verschenen. De leiders van de “officiële” anarchistische beweging (…) vermijd de discussie of zijn tevreden met enkele terughoudende bekentenissen en berouw. Maar we wachten nog steeds op een grondige zelfkritiek, een nauwkeurige analyse van de gebeurtenissen.” (Inleiding tot de geschriften van de vrienden van Durruti – George Fontenis, 1983)

    Dit is volgens mij, moreel gezien, een halfhartige houding. Iedere stroming, ieder filosofie die zich stelt op het standpunt van de strijd tegen de barbarij van het kapitalisme en de bevrijding van de mensheid, moet gaan tot de wortel om de waarheid te vinden (zoals Socrates dat in zijn tijd al deed). Het is nodig om fundamentele lessen te trekken, anders wordt dezelfde fout de volgende keer onherroepelijk herhaald.
    Als het anarchisme, in haar kritiek op van de gebeurtenissen van Spanje 1936-1939 ergens halfweg blijft steken, zal het de politiek van “het mindere kwaad” als leidraad voor zijn politiek aanhouden en net zo gemakkelijk weer omarmen als de leiding van de CNT-FAI dat heeft gedaan. En dus moet Murray Bookchin er in 1996, in een interview met Janet Biehl, nogmaals voor waarschuwen dat “De politiek van “het mindere kwaad” is duidelijk een capitulatieformule geworden.”

    Arjan de Goede

    • tijdschriftdeas permalink*
      18/07/2014 21:00

      Ik heb er voor gekozen de inhoud van het boek in zijn kern samen te vatten, waarna ik een open einde formuleerde. Daarom vind ik het zeer gelukkig dat u op enkele pijnpunten ingaat en die ter overweging geeft. Dank ervoor.
      Thom

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: