Skip to content

De Overgenomen Revolutie In Iran. Tussen Islamitische Theocratie En Onbedwingbaar Verzet

06/08/2014

Kop68

Revolutie gaat niet zonder evolutie. Evolutie / revolutie moet procesmatig worden gedacht: het ontwikkelen van kritiek (op de bestaande maatschappelijke verhoudingen), het doen zwellen van het verzet, het uitbarsten van een opstand, een revolutie wellicht. Nochtans, er wordt geen eindpunt gemarkeerd. Aldoor zullen er nieuwe vormen van kritiek opkomen, die weer tot verzet leiden, en zo voort.

De revolutie waar het over gaat, moet tot bevrijding, tot vrijheid leiden. Maar wat zien we vaak? Hoewel de revolutie gericht is op emancipatie, leidt de eruptie na verloop van tijd tot totalitarisme. In zo’n geval wordt wel gesproken van ‘het overnemen van de revolutie’. Dat deed zich ondermeer voor tijdens de Russische revolutie van 1917. Die werd overgenomen door de bolsjewisten en leidde tot het partijtotalitarisme en de stalinistische dictatuur. Iets soortgelijks is in Iran aan de orde, dan onder religieuze vlag.

De sjah van Perzië wordt door een opstand verjaagd (afschaffing monarchie in Iran op 11 februari 1979). Op 1 april 1979 wordt vervolgens de Islamitische Republiek uitgeroepen met als geestelijk leider Khomeiny, die de revolutie confisqueert. Confiscatie? De republiek ontkent het emancipatoire karakter van de veelvormige revolutie. Veelvormig? De opstand tegen de sjah steunt op heel verschillende groepen in de samenleving, die allen tegen de heersende repressie streden en naar vrijheid streven. Het resultaat van de Iraanse revolutie is dus een overgang van de ene tirannie in een andere.

Maar ook daarmee is een proces niet tot stilstand gekomen. Wat Iran aangaat, worden er drie fasen onderscheiden in het proces: (a) de revolutionaire periode zelf (1978-1979), (b) de presidentsverkiezingen in Iran van 2009 en (c) de Groene beweging zoals die heden (2013-2014) te onderkennen is.

Het nieuwste nummer van het Franse driemaandelijkse tijdschrift Vacarme, waarin die drie fasen aan de orde zijn, heeft dit als ‘werkterrein’ (chantier) genomen om te behandelen.

Omslag68

Islamitische staat

Een groot deel van dit nummer is gewijd aan ‘Iran, un reportage intellectuel 1978-2014’. Na een inleiding over de problematiek volgen acht artikelen, die alle een onderdeel belichten van de repressie van de islamitische staat. Tegelijk wordt behandeld hoe kritiek en emancipatiestreven telkens weer opduiken. De revolutie is wel overgenomen, maar kennelijk is het niet gelukt het kritisch vermogen tot in de kiem te smoren. En dat geeft te denken: repressie kan hevig zijn, maar kritische zin laat zich niet totaal en voor altijd onderdrukken. Onwillekeurig moet ik hier denken aan het anti-dictatoriale gedicht van Jacob Cats (1577-1660) waarvan de slotregels luiden:

Want een rijck van enckel dwangh

Duert gemeenlijck niet te langh.

Als jurist en politicus wist deze dichter waarover hij sprak, levend in een tijdperk dat ook zo zijn religieuze twisten en geweld kende.

Wat dat aangaat lijkt het erop alsof we met de islamitische geestelijken eeuwen worden teruggeworpen. De moellahs hebben, onder het leiderschap van Khomeiny, in de periode 1978-1979 het elan van de protesterende sociale groepen en politieke, intellectuele concurrerende formaties weten te ‘neutraliseren’ (moslims, democraten, verschillende stromingen van uiterst links). Dit had de instelling van een islamitische staat en vestiging van een islamitische theocratie tot gevolg. Het elan dat zich voordien manifesteerde, kan worden herkend als een emotie, als het actieve enthousiasme van een opstandige gebeurtenis.

Volgens Sophie Wahrich in haar artikel getiteld ‘Foucault gegrepen door de revolutie’ is het precies die emotie en dat enthousiasme, waarop de aandacht van de Franse filosoof Michel Foucault zich richt als hij over de gebeurtenissen in Iran in 1978 schrijft. In dit licht bezien, zegt zij, is het onjuist Foucault te beschuldigen van het hebben ondersteund van de verschijning van de moellahs.

In het volgende artikel gaat het over de familie en de vruchtbaarheid van de vrouw, geschreven door de socio-demograaf en specialiste op het vlak van de Iraanse maatschappij, Marie Ladier-Fouladi. Aan de hand van statistisch materiaal laat zij zien hoe door geboorteregeling, mogelijk gemaakt door de islamitische republiek, het veelkindertal onder het oude regime van de sjah significant is teruggedrongen. Uit het feit dat vrouwen zelf het kindertal kunnen regelen, wordt door haar een verzwakking van het patriarchaat afgeleid. Dit lijkt mij een te snelle conclusie, zoals ook uit andere bijdragen in Vacarme is af te leiden. Ladier-Fouladi heeft daar ook wel oog voor – zo geeft zij zelf aan dat wetten en andere regels vrouwen niet dezelfde rechten geven als mannen, maar toch, die geboorteregeling door de vrouwen zelf is hun revolutie, zo eindigt zij haar beschouwing.

 ManifestatieEman[Verzetsmanifestatie van 8 maart 1979. De Iraanse vrouwen hebben de Internationale dag van de vrouw aangegrepen voor een demonstratie tegen de verplichting een sluier te dragen]

Het artikel over ‘Het islamiseren van de school’ geeft onmiddellijk een tegenbeeld van elke vorm van emancipatie. Onderwijs vormt gewoon een centrale rol ten behoeve van de versteviging en legitimatie van de islamitische macht. Het onderwijssysteem weerspiegelt wat Foucault noemt het ‘waarheidssysteem’. Het is een systeem van waaruit er culturele en ideologische controle wordt uitgeoefend, eigen aan elk totalitair systeem. Daar wordt ook geleerd dat vrouwen ten opzichte van mannen een asymmetrische plaats in het sociaal-maatschappelijk systeem innemen (als ‘natuurlijk’ in de maatschappij).

De vrouw is een secundair of complementair wezen (moeder / huishouding regelen). De leerboeken maken in bedekte zinspelingen duidelijk dat er alleen ‘grote mannen’ in de wereld bestaan (hebben). En toch, ondanks een dergelijk verstikkend onderwijssysteem, is er dan op eens, in 2009 een grote opstandige beweging (Groene beweging) met democratische aspiraties. Hierop sluit het artikel van twee sociologen aan, die beiden het hedendaagse Iran en de Islam als studieterrein hebben. Zij schrijven over ‘De intellectuelen tegen de theocratie?’.

Permanente discussie nodig

Enerzijds spreken zij over het denken van een aantal traditionele intellectuelen (theologen, filosofen) in Iran (van wie er sommigen dat land hebben verlaten). Die pogen de religie los te maken van de politiek om daarmee de democratie meer kans te geven om als zodanig werkzaam te zijn. Anderzijds gaat het hen om intellectuelen die zich voor minderheden inzetten (advocaten, journalisten, activisten). Deze groep laat de religieuze kwestie voor wat ze is en mobiliseert mensen veeleer rond zaken, die de waardigheid van mensen betreft in het alledaagse (in de sfeer van de sociale rechtvaardigheid, gelijkheid van mannen en vrouwen, rechten van de mens). Beide groepen intellectuelen verwerpen in feite het hele theocratische regime.

Mij trof vooral de behandeling van de argumentatie van de traditionele intellectuelen. Hun expliciete doel is om aan te tonen dat óók op het religieuze vlak sprake is van pluralisme. Dit betekent dat zij langs die weg zich verzetten tegen de religieuze legitimiteit van de sjiitische theocratie van de Islamitische republiek als enige religieuze waarheid. De wijze waarop zij dat doen vat ik hier voor een deel samen.

De traditionele intellectuelen vragen, in naam van de Islam, een autonome politieke sfeer. Dit doen zij om de Islam in zijn eigen domein (de spiritualiteit, het innerlijk van de gelovige) tot zijn recht te laten komen. Daardoor kan ook het politieke beter gedijen omdat daar vooral het conflictueuze speelt. De religie moet alleen dienen, in hun ogen, om de transcendentale legitimiteit van het politieke te grondvesten. Door op deze wijze een scheiding aan te brengen, wordt de gelovige zijn spirituele autonomie gegund. Die staat dan enerzijds los van alle politieke gedoe en anderzijds los van het theocratisch concept. Dat laatste ontkent de spirituele autonomie van het religieuze leven door het op te lossen in het politieke.

 Intellectueel[Titel van de krant: ‘Ernstige waarschuwing aan de intellectueel door de Iman’. De uitleg bij de foto: ‘Vijf juni 1979, ter gelegenheid van de herdenking van de onderdrukking van de opstand in Qom in 1963, richt Khomeiny zich tot de wereldlijke intellectuelen: ‘Ik waarschuw u, blijf trouw aan de Islam’.]

Vanuit de filosofische hoek wordt nog aangevoerd dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen een heilige tekst (hier de Koran) en zijn interpretatie. Dit maakt het mogelijk het heilige karakter van de tekst buiten twijfel te laten, maar niet de interpretatie van priesters. Slaat men acht op de wetenschappelijke ontdekkingen, dan zou er een permanente discussie over de interpretaties moeten zijn. De Koran zelf is namelijk ‘stom’ (muet). Het zijn de gelovigen die door middel van hun kennis en hun ervaring de tekst interpreteren en laten spreken. Leg je de discussie het zwijgen op, dan leidt dat tot totalitarisme.

De Koran zegt niets over democratie. Die moet je daar dus niet trachten te vinden. Geen enkele religie schrijft een bepaalde regering voor. Politieke macht hoort op de rede gefundeerd te zijn, zo zegt een leerling van een dissidente ayatollah (Montazéri). In het Westen zijn dit soort opvattingen een vanzelfsprekendheid – het hier geciteerde artikel maakt duidelijk dat het vuur van dit soort opvattingen in Iran niet gedoofd is.

Einde en vervolg

Een van de laatste beschouwingen gaat over ‘De Groene beweging, Einde en vervolg’. Deze beweging poogde via verkiezingen een voldoende machtige politieke stem te krijgen om ‘het systeem’ te hervormen. Dat lukte niet. Er volgde met name in het tweede ambtstermijn van de conservatieve president Ahmedinejad een verheviging van de repressie, die de Groene beweging sterk decimeerde. Maar ook hier weer zien we dat ondanks alle repressie toch kritiek en verzet de kop op steekt, veelal onder jongeren. In die zin is de geschiedenis van deze beweging leerzaam.

Leerzaam is ook het slotartikel van deze serie, getiteld ‘De twee gezichten van de contrarevolutie? Iran in 2014’. De auteur, onderzoeker van de universiteit van Genève, licht de strategische ontwikkeling van Iran toe. In eerste instantie is er van een onbuigzaamheid sprake van het Islamitische regime aangaande de internationale strategie. Toch is er volgens de auteur een breukvlak te ontdekken zoals bleek tijdens een vergadering in Davos in januari 2014. Aldaar hield de huidige Iraanse president Rohani namelijk een inleiding voor het ‘Economisch Wereld Forum’. Die inleiding leert dat er rek in de strategie zit. Die wordt zelfs door de hoogste geestelijk leider verwoord met de slogan ‘heroïsche flexibiliteit’. Het is maar hoe je het verkoopt aan het volk…

 DagArbeid[Pagina van een publicatie: ‘Eén mei 1979, zonder uitzondering hebben alle politieke krachten zich bereid verklaard om voor de eerste maal in Iran de internationale Dag van de Arbeid te vieren’.]

En verder in dit nummer

Vacarme is en blijft een merkwaardig tijdschrift. Zo begrijpelijk en informatief als de artikelenreeks over Iran is, zo volstrekt onbegrijpelijk is het grote openingsartikel van dit nummer. Daarentegen laat het artikel onder de titel ‘Heb je je medicijnen ingenomen?’ zich weer goed lezen. Het is een betoog over medicaliseren.

In het kader van de beheersing van de ziektekosten wordt er regelmatig aan de ziektekostenvergoedingen gemorreld (zoals: de pil uit het basispakket). Die beheersing vindt ook plaats langs de lijnen van de kwantificering en rentabiliteit. Als voorbeeld dient het snijden in de kosten van de psychiatrie en psychotherapie. De ‘beheersing’ van de kosten is te duiden met: niet meer praten maar medicaliseren (minder bezoeken aan een psychiater of psychotherapeut, meer en eerder medicijnen voorschrijven).

Zou de lobby van de farmaceutische industrie aan het werk geweest zijn? En jawel. Het is vooral het receptenboekje dat wordt gepakt door de arts: 10 mg Prozac per dag! Of, zoals de NRC.nl van 3 juli 2014 meldde: ‘Gebruik Ritalin bij kinderen in 10 jaar tijd verviervoudigd’. ‘Het middel zou volgens de Gezondheidsraad te snel worden ingezet bij kinderen en er is te weinig aandacht voor de mogelijke negatieve gevolgen van Ritalin’.

Die kinderen zijn toch de zorg niet van de farmaceutische industrie, wel de door haar te maken winst. Is het terecht een dergelijk verband te leggen? Wat zien we als we naar de laatst verschenen DSM (5), Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorder kijken? Het gaat hier over het handboek voor de psychiatrie dat in de VS een bestseller werd. Het verricht wonderen: een miljoen exemplaren gingen ervan over de toonbank. Grote financier achter het DSM is de American Psychiatry Association. Een vijfde van dat fonds is weer afkomstig van farmaceutische laboratoria…

Het gebruikelijke grote vraaggesprek wordt deze keer gehouden met enkele mensen die werkzaam zijn als oproepkrachten in de wereld van film en theater. Hoewel het sterk op de Franse situatie is gericht, is de problematiek zeer herkenbaar. Want het gaat over de rechteloosheid en de onzekerheid waardoor mensen in de beschreven posities worden getroffen. Die positie verschilt niet van mensen met 0-uren contracten, seizoenswerkers, horeca-oproepkrachten, zoals we die ook in Nederland kennen.

Thom Holterman

VACARME, nummer 68, zomer 2014, 250 blz., prijs 12 euro.

[Beeldmateriaal overgenomen uit het besproken tijdschrift.]

 

Aanvulling

Over de dissidente ayatollah Montazéri, zie de site ‘Iran-Resit’; klik HIER. Voor het bericht in de NRC.nl, klik HIER. Voor de hele tekst van het gedicht van Jacob Cats, klik HIER.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s