Spring naar inhoud

Kleine Lofrede Op Het Anarchisme

20/08/2014

Bloemen

De Amerikaanse politicoloog en antropoloog James C. Scott (docent aan de Yale Universiteit) hoorde indertijd regelmatig dat zijn argumentatie inzake maatschappelijke kwesties steun zou vinden bij anarchisten. Dit bewoog hem om zich nader in het anarchisme te verdiepen. Het leidde ertoe dat hij een collegereeks ‘Anarchisme’ ging verzorgen. Het materiaal daarvoor bleef twintig jaar liggen. Tot hij het in een boek verwerkte en daaraan de titel gaf Kleine lofrede op het anarchisme (in het Engels – Two çheers for anarchism – verschenen in 2012; Martin Smit besprak die versie op deze site, twee jaar geleden; daarna in het Frans uitgekomen 2013). Gaat het boek over het anarchisme?

OmslagLof

Anarchistische kijk

Scott behandelt in zijn boek een aantal kwesties, waarvan verschillende ook de belangstelling van anarchisten hebben. Hij betoont zich daarbij een sociale wetenschapper met een anarchistische blik. Die wordt bepaald door de bakoeninistische leus ‘vrijheid zonder socialisme is privilege en onrechtvaardigheid; socialisme zonder vrijheid, is slavernij en gewelddadigheid’. Ook richt die zich door wat Proudhon heeft gedacht en geschreven over mutualiteit of wel samenwerking zonder hiërarchieën en zonder het monopolie van de staat. Verder wordt nog een enkele keer verwezen naar de Engelse anarchist Colin Ward.

Scott schrijft dus niet over het anarchisme en ook niet voor anarchisten (al zal hij vanzelfsprekend wel hopen dat zij zijn boek lezen). Hij merkt op dat hij in tegenstelling tot anarchistische denkers niet gelooft dat de staat overal en altijd de vijand van vrijheid is. En hij gelooft ook niet dat de staat het enige instituut is dat de vrijheid bedreigt. Nu moet ik de eerste anarchist nog tegen komen, die dat laatste wel gelooft. Het gaat immers in het anarchisme om kritiek op dominantie en dat zit in heel wat meer instituties dan alleen de staat (wat Scott natuurlijk ook weet). Zijn eerste uitspraak over de staat laat ik hier voor wat die waard is, omdat Scott uiteindelijk naar heel andere zaken kijkt.

Zo beschrijft en kritiseert hij de drill and kill effecten van het heersende schoolsysteem (formatteren van jonge mensen ten behoeve van hun gebruikswaarde in het heersende kapitalistische maatschappijmodel). Dit heet tegenwoordig officieel in Nederland, zo heb ik mij laten vertellen, ‘opbrengstgericht onderwijs’. Ook onderwerpt hij aan zijn kritiek ondermeer het systeem van wetenschappelijke beoordeling (citatie-index; het kwantificeren van kwaliteit), de opkomst en het heersen van de meritocratie, thema’s dus waar anarchisten inderdaad op soortgelijke wijze reageren als Scott.

Met name voor lezers die niet vertrouwd zijn met dit soort kritiek past Scott een beproefde pedagogische methode toe. Hij gaat bijvoorbeeld eerst eens op zijn gemak iets alledaags beschrijven, zoals het wachten bij een rood stoplicht alvorens over te steken. Men blijft, gehoorzaam als men is, ook wachten al is er in geen velden of wegen welk soort verkeer ook te zien. Langs die weg introduceert hij de problematiek gehoorzaamheid / ongehoorzaamheid, om dat vervolgens uit te werken in een attitude van subversiviteit.

 DirecteActieGeen toestemming nodig om vrij te zijn. Autonomie, woede en solidariteit zijn de wapens van het volk.

Directe actie

Een interessant onderdeel van zijn wijze van verwerken van het thema ongehoorzaamheid vond ik het volgende. Scott houdt zich niet bezig met de kwestie van het ‘revolutionair subject’. Toch ziet hij wegbereiders van maatschappelijke verandering. De wegbereiders blijken gewone stervelingen, die zonder daar over te praten, oproepen te doen of manifesten te schrijven, iets anders doen dan wat hen wordt opgedragen of hen verboden wordt. Scott verwijst voor een voorbeeld naar de periode 1650-1850 in Engeland. In die periode ontneemt de Engelse aristocratie, in samenwerking met de Engelse overheid, de gewone plattelandsbevolking een aantal rechten, waardoor het toch al schrale bestaan nog meer onder druk komt (verdere verpaupering en verhongering).

Het ging om rechten als hout sprokkelen in het bos, jagen, vissen en communale gronden beweiden (die laatste werden gesloten; enclosures). Dit leidde bij veel mensen tot diefstal van brandhout, tot illegale kap, tot stropen van klein wild en vis. Dit alles gebeurde stilzwijgend, anoniem, met behulp van medeplegers (en werd uiteraard van overheidswege bestreden). Natuurlijk was het ook mogelijk geweest, zegt Scott, om tot openlijke politieke actie over te gaan. Maar deze vormen van ongehoorzaamheid brachten tenminste verwarming en leeftocht op. Bovendien had de elite het politieke systeem in de hand. Daarin viel niet in te breken.

Stelen, stropen, je op ongeoorloofde plekken bevinden, werden de ‘wapens van de armen’. Je kan er in dit geval andere vormen van directe actie in zien, dan die gebruikelijk vanuit een syndicalistische invalshoek worden behandeld. Ze vormen de buitenparlementaire politieke drukmiddelen van de onderklasse. Ik zie er een overeenkomst in met de ‘neem-en-eet’ beweging (voor Nederland is Piet Kooijman een van de wegbereiders).

Kleinschaligheid

Kleinschaligheid

Scott prijst dit type politieke actie om de mogelijkheid van zijn kleinschalige gebruikswaarde: een ieder kan namelijk de actie stilzwijgend en anoniem overnemen en aan zijn of haar omstandigheden aanpassen. Als de omvang en veelvormigheid zich voldoende uitbreidt, gaat deze rebellie bijdragen aan maatschappelijke verandering. In deze visie is er dus geen grootschalige organisatie nodig om in actie te komen. En als velen tot dergelijke acties over gaan, dan ontstaat er een cumulatief effect. De wrede ironie, zegt Scott, is dat men verandering dan toeschrijft aan het gebruik van de parlementaire democratie, terwijl die verandering is voorbereid door de burgerlijke ongehoorzaamheid (legaal en illegaal) van de onderklasse.

Een aantal keren komt kleinschaligheid in het betoog van Scott terug, zowel in de sfeer van de kritiek op de agro-industrie en monocultuur in de landbouw, als op het door supermarktketens gepropageerde consumentisme. In kritisch perspectief op dit laatste levert Scott zijn ‘Kleine lofrede op de kleinburgerij’ (titel van een hoofdstuk in zijn boek). Die lofrede is bedoeld om aandacht te schenken aan de middenstand (winkeliers, kleine werkplaatsen) die stad en wijk leefbaar houden. De grote supermarkten en andere megahallen aan de rand van stad zuigen echter levendigheid en sociale cohesie uit de binnenstad en de wijken zoals vampiers bloed uit een lijf…

Eigenlijk ziet geen enkele machthebber deze kleinburgerij zitten, meent Scott. Vanuit een marxistische invalshoek worden zij als kleine kapitalisten begrepen. Het kapitalisme vreet ze in oligopolievorming op. De staat ruimt ze liever uit de weg omdat ze vaak onder zijn ‘radar’ weet te vliegen. Scott oppert dat we zuinig moeten zijn op de kleinburgerij, want een samenleving die door kleine eigenaren en winkeliers wordt gedomineerd, benadert dichter de gelijkheid en de collectieve eigendom van allerlei middelen, dan welk ander economisch systeem ooit gerealiseerd heeft. Mijn eindconclusie: er staat een verkeerde titel boven dit boek.

Thom Holterman

SCOTT, James, C., Petit éloge de l’anarchisme, Lux Éditeur, Montréal (Canada), 2013, 233 blz., prijs 14 euro.

De Engelstalige uitgave is op deze site een kleine twee jaar geleden besproken door Martin Smit; klik HIER.

[Beeldmateriaal afkomstig uit het Franse anarchistische weekblad Le Monde libertaire, nº 1730 en nº 1748.]

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: