Skip to content

Kritische Criminologie. Enkele Opvattingen Over Misdaad En Straf

01/02/2015

Luik

De aandacht voor het strafrecht is in anarchistische kring vooral negatief. Er wordt het juridische systeem in herkend, dat de bestaande maatschappelijke orde en eigendomsverhoudingen met straffen beschermt. De anarchistische kritiek op het strafrecht zit steeds verpakt in een maatschappijkritiek. De bestaande maatschappij wordt structureel begrepen als criminogeen. Verander die maatschappij en een deel van de criminaliteit lost vanzelf op. Een andere invalshoek voor kritiek op het strafrecht betreft de bejegening van daders (vrijheidsbeneming / gevangeniswezen). Al in de jaren 1920 ijverde Het comité van Actie tegen de bestaande opvattingen omtrent misdaad en straf voor lotsverbetering van de gevangenen (naast het ventileren van abolitionistische ideeën). De libertaire criminologe Clara Wichmann (1885-1922) was secretaris van het Comité.

We zijn nu een eeuw verder. Is er sindsdien iets fundamenteel veranderd? Neen. Het gevangenisregime is wellicht verbeterd te noemen, maar dan houdt het wel op. Dat is ook op te maken uit het recent verschenen boek van de maatschappijkritische, Franse socioloog Laurent Mucchielli, docent aan de universiteit Aix-Marseille. Zijn boek draagt als titel Sociologie de la délinquance.

Voorkant.Muc

Inhoud en opzet van het boek

Het hangt ervan af in welk deel van de wereld men zit of er over ‘sociologie van de delinquentie’ wordt gesproken of over criminologie. De termen zijn inwisselbaar. En omdat men het in Nederland gemeenlijk over criminologie heeft, gebruik ik die term.

Mucchielli heeft zijn boek voor rechten- en sociologiestudenten geschreven en voor mensen, die zich voor criminologie interesseren. Dat moet bijna iedereen zijn, want wie spreekt niet af en toe over misdaad en straf? Vaak gebeurt dat vanuit pseudo-vanzelfsprekendheden, zoals Mucchielli ze noemt. Een ervan is dat misdaadproblemen bestaan omdat bepaalde personen potentieel crimineel zijn – de Lombroso opvatting dus. Het gaat hier om een verwijzing naar de Italiaanse medicus Cesare Lombroso (1835-1909). Die ontwikkelde mede op grond van schedelmetingen het fenomeen van de ‘criminele mens’.

Een moderne pseudo-vanzelfsprekendheid levert de rationele keuze theorie: criminele gedragingen zijn uitvloeisel van een rationele keuze. In feite wordt daarmee verwezen naar andere elementen dan die om verklaring vragen. Dus, natuurlijk zal een autodief juist deze auto stelen (de contactsleutels zaten er nog in; het merk en type levert het meeste geld op). De rationele keuze richt zich dus op wat Mucchielli noemt de situationele voorkeur. Geheel wordt daarbij voorbij gegaan aan de vraag waarom deze persoon eerder een dief is geworden dan een universitair docent. Daarvoor levert de rationele keuze theorie geen enkele verklaring, aldus Mucchielli. Men zal de levensloop moeten onderzoeken en de maatschappelijke situatie waarin betreffende persoon opgroeide. Dan zal men statistisch uitkomen bij de constatering dat de universitaire docent een principieel verschillende sociale herkomst en een andere familiegeschiedenis kent naast een andere onderwijspad heeft gevolgd dan de autodief.

Gelet op de pseudo-vanzelfsprekendheden valt het op dat velen nog steeds over strafrecht denken als honderd jaar geleden. De inhoud van het boek van Mucchielli speelt daarop in. Het soort problemen dat in criminologische zin om aandacht en oplossing vroeg, is niet of nauwelijks veranderd. Dat is niet zo gek, want hoe ook de ‘wereld’ een ander uiterlijk heeft gekregen, het grondvlak ervan is ongewijzigd. Mucchielli opent daarom zijn boek met een algemene introductie, waarin hij enkele van de gebruikelijke vooroordelen en wijzen van ‘kijken’ naar delinquentie behandelt. Daarna volgen twee hoofdstukken over de geschiedenis van de criminologie en de ontwikkeling van strafrechtelijke normen, waarna in het derde hoofdstuk allerlei vormen van wetsovertreding worden behandeld. Het vierde hoofdstuk gaat over de sociale reacties op delinquentie. Tot besluit formuleert hij enkele algemene conclusies.

White-collar crime

Veel van wat over de Franse maatschappij wordt gezegd, is terug te vinden in de Nederlandse. Die herkenbaarheid gaat ook de geschiedenis van de criminologie aan. Dat kan worden opgemerkt aan de hand van wat door Mucchielli aan de Amerikaanse criminologische literatuur wordt ontleend. Gelet op zijn eigen, kritische positiebepaling (zie op deze site Woede 4) is het dan ook niet vreemd, dat hij bij herhaling terugkomt op de bevindingen van de Amerikaanse socioloog Edwin Sutherland (1883-1950), die de white-collar crime in beeld bracht.

Bij misdaad en straf wordt door velen onmiddellijk gedacht aan dieven, inbrekers, moordenaars. Individuen dus die bekende strafrechtelijk relevante handelingen plegen. De media en de minister van Veiligheid en, oh ja, Justitie vestigen vooral daarop de aandacht. Dat doen zij minimaal om twee redenen. De eerste is, dat individuele gevallen van ‘gewone’ criminaliteit goed herkenbaar zijn, vaak spectaculair en daardoor mediatiek aantrekkelijk (er valt mee te scoren voor een groot publiek). Het geeft de minister de mogelijkheid om bijvoorbeeld uit te weiden over de effecten van zero tolerance en ‘supersnelrecht’ om vandalen en boeven lik op stuk te geven. Maar laten we niet vergeten dat daarmee vooral wordt ingezet op statistisch gezien individuen uit de lagere sociale klassen. Dit leidt naar de tweede reden.

lombrosoEen voorbeeld uit een studie van Lombroso aan de hand waarvan zou zijn aan te geven de relatie tussen gelaat(strekken) en de criminele inslag.

Die heeft te maken met het buiten beeld brengen van de berg van criminaliteit gepleegd door de hogere klassen, de hyperbourgeoisie. Dit geschiedt door uitvergroting van de criminaliteit die bovenal gekoppeld is aan individuen uit andere klassen. De Nederlandse criminoloog Peter Hoefnagels (1927-2011) bracht deze problematiek eens in zijn Welzijnscriminaliteit uit 1972 als volgt onder woorden. Hij wees erop dat gefocust wordt op de handhaving van de openbare orde. Wie verstoort die ondermeer? Bijvoorbeeld demonstranten die protesteren om doodgemaakt te worden door oorlog of milieuvervuiling. Met deze verwijzing vroeg Hoefnagels aandacht voor het feit dat door het politieapparaat wel wordt opgetreden tegen deze verstoorders van de openbare orde, om daarmee vervolgens de leiders van grote militair-industriële complexen, van vervuilende chemische industrieën, van farmaceutische laboratoria, die honderdduizenden dodelijke slachtoffer op hun naam hebben, strafrechtelijk buiten schot te houden. Het optreden tegen de demonstranten werkt als het spannen van een doek om de gerelateerde zaken aan het zicht te ontrekken. De demonstranten zijn dan het uitschot dat niet wil luisteren en maar moet voelen; de schurken zonder grenzen van de vervuilende industrie worden buiten schot gehouden…

Een van de uitvluchten van het vervolgende systeem is dan vaak: het strafrechtelijk bewijs is moeilijk rond te krijgen in zaken tegen de hyperbourgeoisie. Dat zal best. Het is precies de omgekeerde reden, dat er daarom wel met nadruk (graag met de camera’s erbij) zaken worden uitvergroot, die wel makkelijke bewijsvoering opleveren.

Dat dit al eeuwen zo gaat weet iedereen. De inhoud van misdaad verandert per periode waarin wordt geleefd. Tijdsverloop levert wisselende strafrechtelijk relevante gedragingen op. Zo volgde de strafrechtelijke aandacht bijvoorbeeld het maatschappelijke proces van overgang van boerenbevolking naar industriearbeiders. Evenwel, constant bleef (en blijft) daarbij dat ‘de sociale waarden die bescherming van het strafrecht krijgen, die zijn waaraan dominante belangengroepen het meest gehecht is’, citeert Mucchielli de Amerikaanse onderzoeker Thorsten Sellin, (1938). Daarmee blijkt een andere constante samen te hangen: de grootste strafrechtelijke aandacht richt zich op sociale groepen, die het laagst op de sociale ladder staan.

 KonijnenhokDe ‘gevangeniskerk’; ‘men wordt een voor een in een soort konijnenhok gesloten om zo gemeenschap te oefenen met elkaar en met God’, beschrijft Cees Boeke in De Vergetenen.

Sociaal verschijnsel

Het is al weer bijna een eeuw geleden, dat de reeds genoemde Edwin Sutherland deze ongelijkheid opviel. Daarom ging hij zich bezighouden met de misdaad van elites, waarbij hij zich de vraag stelde of white-collar crime, witte-boorden misdaad, ook criminaliteit is. Om antwoord op die vraag te krijgen onderzocht hij 70 Amerikaanse bedrijven in de periode van begin 20ste eeuw. Alle bedrijven bleken, zeer gevarieerd, wetsovertredingen te hebben gepleegd. Alle tenminste eenmaal, sommige zelfs tientallen malen. Het bleken ‘gewoontecriminelen’. Witte-boorden misdaad is dus ook criminaliteit, constateerde Sutherland in 1945 toen hij zijn onderzoeksresultaten publiceerde.

Hij constateerde ook dat (Amerikaanse) sociologen en criminologen bijna nooit deze vormen van delinquentie hadden onderzocht. Mucchielli die Sutherland in zijn boek presenteert, wijst er via hem ook op dat zakendelinquenten zo goed in de maatschappij zijn geïntegreerd en beschikken over zoveel sociale en juridische middelen, dat zij hun criminele activiteiten verborgen weten te houden. Daarenboven beschikken zij gemeenlijk over zoveel invloed, dat zij de wetten naar hun hand kunnen zetten (door druk uit te oefenen ten behoeve van een voor hen gunstige redactie van strafbepalingen), zodat zij minder kans lopen om (ooit) veroordeeld te worden.

Sutherland heeft dit alles zodanig onderkend, dat hij de sociologie van de misdaad is gaan opvatten als een studie over delinquentie als sociaal verschijnsel. Aldus tekenen zich twee verschillende richtingen in de geschiedenis af. In de eerste richting is dominant dat sociale en fysieke invloedsfactoren bepalende factoren zijn voor menselijk gedrag (Sutherland). In de andere richting worden als dominant geacht de genetische of persoonlijke kenmerken (Lombroso). Peter Hoefnagels toen en Laurent Mucchielli nu zijn duidelijk vertegenwoordigers van de eerste richting. Ik wil hierbij niet een derde persoon vergeten te noemen, te weten Clara Wichmann.

Zij is als voorloopster te zien van de eerste richting. De gedachtegang die zij als criminologe vertolkte, heb ik betiteld met milieutheorie. Vanuit die theorie kan aannemelijk worden gemaakt, dat criminaliteit een reactie is op heersende economische omstandigheden. Misdadigheid wordt gezien als een sociaalpathologisch verschijnsel (zie de AS nr. 17, 1975 geheel gewijd aan Clara Wichmann).

Vergetenen

Boemanconcept

Welnu, Peter Hoefnagels zal vijftig jaar later erop wijzen, dat het strafrecht op een zodanige manier is bedreven (en nog bedreven wordt), dat het lijkt alsof blue-collar criminelen te onderscheiden zijn van de ‘nette mensen’. Dit stigma bereikt wel het diefje maar niet de grote vervuiler, wel de individuele moordenaar, niet de structurele moordenaar. De criminologie heeft hieraan zelf meegedaan, zegt Hoefnagels. Hoe? Zij heeft data en kenmerken verzameld van de blue-collar criminals, zoals lichaamsmetingen naast vingerafdrukken en foto’s. Lombroso, zo wijst Hoefnagels erop, is de eerste die van de blue-collar criminal een verwetenschappelijkt boemaneffect heeft gemaakt. Zo heeft de criminologie meegedaan aan de stigmatisering van een bepaalde groep. Dit maakt dat de lower class eerder door de politie wordt gepakt dan de upper class. Dit heeft alles met beeldvorming te maken.

‘Behandelt de maatschappij fraude van de elite delinquenten op een zelfde wijze als die van armen?’, vraagt Mucchielli zich in de eerste week van 2015 af (op zijn site), naar aanleiding van enkele tijdschriftartikelen. Zijn antwoord ligt in de lijn van wat Hoefnagels opperde. ‘Helemaal niet, zegt hij, de houding is radicaal anders. Misdrijven tegen personen en goederen worden meteen gezien als negatief, want het is makkelijk om je dicht bij de slachtoffers te voelen, waarmee je je kan identificeren. Omgekeerd is het zo, dat delinquentie van elites in het algemeen abstract is; het is gebaseerd op boekhoudkundige montages en hulp van mensen die met de regels weten te sjoemelen. Bovendien worstelen we allemaal met het probleem om onszelf te zien als slachtoffer van deze praktijken en om te aanvaarden dat zij die bedrijven besturen en die voor werkgelegenheid en welvaart zorgen, hun positie zouden misbruiken. In onze verbeelding handelen economische en politieke elites in het belang van het algemeen welzijn. Het is moeilijk denkbaar dat sommige van hen in dezelfde tijd bezig zijn dat te vernietigen’ (Délinquance, justice et autres questions de société, nr. 149, 7 jan. 2015).

Maffia

Als delinquentie dus een sociaal verschijnsel is, dan hoort die van de elite ook in het volle licht te staan. Daarom concentreert Mucchielli zich op thema’s als industriële vervuilers (de Franse asbest-affaire van bijna een eeuw lang), de schandalen die het handelen van de elite meebrengt (‘medicijnen-maffia’) en de delinquentie van de (politieke) elite. Hij laat zien dat de dealer en de trader dezelfde waarde huldigen: de zucht naar geld. Ook gaat hij in op het verschijnsel maffia, die met vier elementen wordt gekarakteriseerd. Het is omdat ik zelf regelmatig naar maffioos gedrag van bepaalde elites verwijs (‘beton-maffia’, ‘zorg-maffia’, ‘farmaceuten-maffia’), dat ik de vier elementen hier opneem. Mucchielli over het concept maffia:

  • Het is een kapitalistische onderneming met een internationale dimensie (een multinational met een veelvoud van activiteiten);
  • Deze organisatie oefent over een omvangrijk terrein gezag uit, dat deelsgewijs legitimiteit verwerft via de openbare macht en via de weg van de corruptie;
  • Zij is sociaal geworteld in de gebieden waar een deel van de bevolking haar gezag erkent;
  • Zij maakt een fors gebruik van fysiek geweld en beschikt over een aanzienlijke vuurmacht wat haar tot een geduchte tegenstander van staten maakt.

Wat ik bijvoorbeeld ‘farmaceuten-maffia’ noem, wordt gedragen door de eerste drie kenmerken. Het vierde kenmerk is problematisch waar het om geweld gebruik gaat, maar niet om de doden die vallen. Aantoonbaar is dat bepaalde, aan te wijzen farmaceutische industrieën dodelijke slachtoffers maken (het Franse Servier in de affaire-Mediator bijvoorbeeld). Eveneens is aantoonbaar dat een veel grotere kring van industrieën direct betrokken is bij het overlijden van honderden tot duizenden mensen en dit willens en wetens veroorzaken (zoals de asbest-affaire; er is een gigantische lijst van affaires en disasters aan te leggen).

Broedstoof

In dit gewelddadige perspectief past het ontwikkelingsschema, dat Mucchielli van maffia’s geeft, op de grote transnationale bedrijven (multinationals):

  • ze ontwikkelen zich als geheime organisaties (postbusfirma in het ene land om zo aan belastingafdracht te ontkomen in het andere land);
  • ze mikken op het verwerven van politieke en economische macht (de leiding van de werkgeversorganisatie, die direct kontact heeft met de regering);
  • ze maken gebruik van alle middelen zowel legale (geregistreerde bedrijven; verkiezingen) als criminele (afpersing, chantage, corruptie, fysiek geweld…).

De neoliberale gemondialiseerde economie voorziet in de voornaamste motor van dit ontwikkelingsschema en het is niet het welzijn van een ieder waar deze bedrijven naar streven. Doel is het laten slagen van enkelen personen (het aantal miljardairs groeit). Mucchielli wijst er dan op dat dit systeem een criminogeen karakter heeft: het voedt vormen van georganiseerde misdaad en het verzwakt de regulering en controle door staten en bovennationale organisaties.

Zero tolerance

De bestrijding van misdaad doet het in een zwepend verhaal van een minister van Veiligheid goed, als hij het over zero tolerance heeft. Het succes van deze doctrine heeft volgens Mucchielli geen enkele empirische basis. Het is een karikatuur, die met mediatieke allure wordt verkocht. De aandacht is daarmee weg van de echte problemen, de structuurcriminaliteit bijvoorbeeld waar Hoefnagels het ruim een kwart eeuw geleden over had. Hij verwijst er ondermeer mee naar ‘kleine criminaliteit in veelvoud’, zoals vandalisme. Het gaat om criminaliteit, waarbij de strafbare gedragingen zijn te herleiden tot de eigenaardigheden van een systeem, organisatie of structuur.

Het zijn gedragingen die als incident weinig betekenen (integendeel voor het individuele slachtoffer overigens), maar door veelvuldig voorkomen grote nadelen veroorzaken en beleidsvragen oproepen. Wat zien we dan met afgelopen ‘Oud en Nieuw’? Het vandalisme trekt als een tsunami door een aantal steden in Nederland, leidend tot vele miljoenen euro schade aan personen en goederen.

Enkele vandalen zijn inmiddels via supersnelrecht ter verantwoording geroepen. De persofficier hier over in jubeltoon: ‘Dit bewijst dat het werkt’ (de Volkskrant van 6 januari 2015). Wat is dat voor een domme opmerking van iemand die het strafrecht heeft bestudeerd? Het bewijst immers alleen dat de officier van justitie snel deze zaken voor de rechter heeft weten te brengen en dat de rechter bereid is geweest om snel tot een oordeel te komen. Meer niet. Het bewijst niet dat straffen werkt. Dat heeft het nog nooit gedaan, want er wordt al heel veel eeuwen gestraft. Inmiddels zouden we van ‘misdaad’ verlost kunnen zijn!

PolletjeUit: Polletje Piekhaar (1935) van Willem van Iependaal (1891-1970). Iependaal heeft een aantal keren vrijheidsstraffen ondergaan en is mede ijveraar geworden voor verbetering van het gevangeniswezen; hij was tevens ondermeer actief in de vrijdenkersbeweging (waarin ik hem als jongen een enkele keer een voordracht heb horen houden).

Als de persofficier met zijn jubeluitspraak bijvoorbeeld aanhaakt aan de theorie van de algemene preventieve werking van straffen, dan kan hij op zijn vroegst de dagen na Nieuwjaar 2016 over die vermeende werking iets zeggen. En dan nog. Wat zegt dat wetenschappelijk gezien na één keer? En bovendien, als het pijpenstelen regent in die oudejaarsnacht is te voorspellen dat ‘slecht weer’ in plaats van straffen ook werkt. Je kan net zo goed naar Bob Dylan luisteren: ‘You don’t need a weatherman, to know which way the wind blows’ (Subterranean Homesick Blues). Kortom, aan de jubeluitspraak van de persofficier ontbreekt elke empirische basis. Heeft hij daarvoor een wetenschappelijke opleiding gevolgd? Of is die opleiding niet meer wetenschappelijk?

Er is evenwel nog iets heel anders aan de orde. De jubeluitspraak masseert helemaal weg het vraagstuk dat een maatschappij zodanig sociaalpathologisch is aangeslagen, dat zij vormen van structuurcriminaliteit voortbrengt, waar vandalisme er een is. De supersnelrecht strafuitspraken doen daar curerend niets aan. Ook hier laat de ‘criminologie’ zich dus als symptoom-wetenschap gebruiken door juridische technocraten wier neus niet langer is dan het symptoom. Op dit soort zaken en verschijnselen te wijzen, daar is Mucchielli mede mee aan de slag geweest. Het blijkt nog steeds brood nodig.

Thom Holterman

MUCCHIELLI, Laurent, Sociologie de la délinquance, Armand Colin, Paris, 2014, 222 blz.,

[Beeldmateriaal, tenzij anders vermeld, ontleend aan het boek De vergetenen.]

Aantekeningen

[ 1 ] Literatuur

  • De vergetenen, verzameld door C. Boeke en Lod. Van Mierop, Commissie uit het Comité van Actie tegen de bestaande opvattingen omtrent misdaad en straf, De Waelburgh, Blaricum, 1920.
  • Hoefnagels, G.P., Welzijnscriminaliteit, Een essay over criminele politiek en milieubeleid, Boom, Meppel, 1972.
  • Hoefnagels, G.P., The Other Side of Criminology. An Inversion of the Concept of Crime, Kluwer, Deventer, 1973.

[ 2 ] Broedstoof: terrorisme

Vrijheidsstraf wordt toegepast ter afschrikking en als wraakneming. Al meer dan een eeuw is bekend dat ‘het systeem’ niet werkt (mede gelet op het hoge recidive cijfer). De gevangenis is voor velen een hoge school voor de criminaliteit. ‘Criminelen gaan gewoon door in de cel’, kopt de Volkskrant van 31 januari 2015. Dit vinden we terug in een moderne vorm: onder tot een vrijheidstraf veroordeelden telt men islamisten, die optreden als ‘docenten’ voor radicalisering (onder wie overtuigde djihadisten die uit gevechtsgebieden zijn teruggekomen).

In bepaalde Franse gevangenissen beroept tegen de 60% van de gevangenen zich op de islam, zelfs als zij geen enkele religieuze culturele achtergrond hebben. Een aantal ervan rijpt richting radicalisering (wat heb je te verliezen?). Dit betekent dat de gevangenis alle kansen biedt om contra-productief te zijn. Let bijvoorbeeld op de levensloop van de terroristen, die een deel van de redactie van Charlie Hebdo vermoordden (zie de twee vraaggesprekken met de socioloog Farhad Khosrokhavar en met de politicoloog Gilles Kepel in Marianne van 16-22 januari 2015).

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s