Spring naar inhoud

Lof Der Blasfemie En Vrijheid Van Meningsuiting

27/05/2015

Charlie.Kop

Onlangs verscheen een boek van de Franse journaliste Caroline Fourest onder de titel Éloge du blasphème (Lof der blasfemie). Zij was een aantal jaren als journaliste werkzaam voor Charlie Hebdo, voor welk weekblad zij zich vooral met het integrisme bezighield. Deze term vormt een verwijzing naar fanatisme in de godsdienstbeleving en omvat alle soorten van religieus extremisme, zoals dus ook het ‘islamitisch integrisme’.

In Charlie Hebdo van 20 mei 2015 is een interview met Caroline Fourest opgenomen. Daaraan ontleen ik enkele gedeelten. Het betreffen antwoorden op de vraag naar het waarom van ‘de lof der blasfemie’ en haar afwijzing van het gebruik van de term ‘islamfobie’. Tegelijk wordt duidelijk hoe degenen die deze term gebruiken daaronder een racismeverwijt leggen. Dit verwijt wordt ook gebruikt door de auteurs die zich verzet hebben tegen de verlening door het internationale schrijversgenootschap PEN van de prijs voor de vrijheid van meningsuiting 2015 aan Charlie Hebdo. Dit wordt belicht in het Franse weekblad Marianne van 22-28 mei 2015. Eerst nu het interview met Caroline Fourest in Charlie Hebdo.

BlasphèmeGeest van 11 januari, ben je daar?

Blasfemie?

Schreef u het boek om mensen aan te moedigen godslasterlijk te spreken (blasfemeren)?

Neen, ik wilde een boek schrijven dat mensen kan helpen zich te weren tegen anti-Charlie lui, maar dan zonder de naam van het weekblad in de titel op te nemen. Eerder dan het blasfemeren aan te moedigen, verdedigt het boek het recht om dat te doen. Als journalist uit ik mij zelden op godslasterlijke wijze. Zou ik cartoonist zijn, dan zou ik het kunnen doen, want een satirische cartoon richt zich op tekens om deze te ontheiligen: emblemen, totems, religieuze symbolen.

Zonder het recht op blasfemie, kan men geen afstand nemen en lachen om lui die ons willen onderdrukken, ons willen overheersen of zelfs vermoorden. Ons beroven van het recht op blasfemie, is ons beroven van het recht om ons te verdedigen tegen fanatisme met het meest vredelievende wapen dat er bestaat.

In uw boek komt u ook terug op de affaire-Dieudonné [Franse antisemitische cabaretier Dieudonné (artiestennaam), verdediger van moslimterrorisme, terrorisme uitgeoefend door moslimfundamentalisten] door deze te onderscheiden van die van Charlie Hebdo. Vanuit welke gezichtshoek hebben deze affaires niets met elkaar te maken? Uiteindelijk zijn toch alle overheidsbeschikkingen om de theatershows van Dieudonné te verbieden, bestrijdbaar…

Ik heb er een hekel aan dat men de shows verbiedt. [Maar aan de orde is het volgende.] In mijn boek heb ik een hoofdstuk opgenomen om het verschil tussen blasfemie en racisme, tussen lachen om terrorisme en zich vrolijk maken met terroristen aan te geven. Grappen maken over het geheiligde helpt ons te glimlachen naar overheersers en gewelddadigen. Daarentegen de spot drijven met de uitroeiing van miljoenen Joden is als lachen om slavernij of kolonisatie… Het is een manier van goedkeuren van fysiek geweld, van aansporen tot haat en racisme. Dat is het verschil.

TongAlles is gezegd !

Islamfobie?

Het betreft een buitengewone ingegroeide verwarring volgens u, vanwege de notie ‘islamfobie’…

Precies. Semantisch wil de term zeggen ‘angst voor de islam’ niet ‘angst voor de moslims’. De notie verwart het kritiseren van het religieuze, het dogma of zelfs het integrisme met racisme. De term islamfobie moet dus worden verlaten om bij voorkeur te spreken over ‘moslimfobie’ of racisme. Zolang we dat niet doen gaan wereldlijken door voor racisten [hoewel zij slechts de islam kritiseren], terwijl de echte racisten doorgaan dit, over de band van ‘islamfobie’, bij de wereldlijken neer te leggen…

[…]

Lachen om fanatici is niet lachen om moslims. Het symbool van Mohammed gebruiken om fanatici te ontmaskeren die dit symbool instrumentaliseren, is integendeel een manier om de meest zwakken tegen racisme te beschermen…Lachen om hen die Mohammed instrumentaliseren door de charia toe te passen, betekent juist hen beschermen die bovenal te lijden hebben onder het fanatisme: de wereldlijke moslims.

[Caroline Fourest in gesprek met Charlie Hebdo 20 mei 2015] [Vertaald en bewerkt door Thom Holterman; beeldmateriaal ontleend aan het nummer van Charlie Hebdo waarin het interview is gepubliceerd.]

Marianne

In het Franse weekblad Marianne van 22-28 mei is een ‘dossier’ (23 pagina’s) opgenomen over de medeplichtigen van het islamisme. Daarin wordt belicht hoe allerlei bondgenoten, partijgangers en ‘nuttige idioten’ (lui die het islamisme dienen hoewel dat hun diepste opvattingen tegenspreekt) hun verderfelijke rol spelen in relatie tot het moslimextremisme. De voorkant van het betreffende nummer van Marianne maakt duidelijk waarover het dossier gaat:

Marianne.Isla

Het bedoelde dossier is op de Franse discussie en situatie geënt. Apart van het dossier besteedt Marianne ook aandacht aan de controverse die is ontstaan binnen de kring van het internationale schrijversgenootschap PEN. Het genootschap heeft de prijs voor de vrijheid van meningsuiting (2015) verleend aan Charlie Hebdo. Zes leden van PEN, met in hun gevolg ongeveer 150 andere auteurs, hebben het weekblad en zijn equipe ronduit beschuldigd van racisme (ook zijn er anderen, zoals de Franse politicoloog Emanuel Todd, die in deze lijn denken; in Marianne van 8-14 mei 2015 wordt Todd gerekend tot de ‘intellectuele zombies’).

Op de een of andere wijze weten deze mensen te laten verdwijnen, dat de redactieleden van Charlie Hebdo door moslimterroristen werden vermoord vanwege het gebruikmaken van het ‘recht op vrijheid van meningsuiting’ en dat de Joden in de Joodse supermarkt vielen onder de kogels van islamitisch antisemitisme. De positie die de PEN-leden en mensen als Todd innemen, door over racisme van de kant van Charlie Hobdo te spreken, maakt hen met betrekking tot de bedrijvers van islamfanatisme tot ‘nuttige idioten’.

Zo wordt beweerd dat de Mohammed cartoons ‘de vernedering en het lijden’ van al gemarginaliseerde, vernederde en neergeslagen Franse moslimpopulatie vergroot. Ook wordt er aangevoerd dat de tekeningen die Charlie Hebdo publiceert van de profeet Mohammed, gezien moeten worden als een intentie om deze bevolkingsgroep nog meer te vernederen (vermeldt ook de NRC van 1 mei 2015).

De Amerikaans-Nigeriaanse romanschrijver Teju Cole gaat nog een stap verder door Charlie Hebdo en zijn journalisten te behandelen als ‘racisten en islamofobe provocateurs’ (Marianne). Merkwaardig, want is het niet zo dat men dit op die manier wil zien? De rechter die een aantal jaren geleden een cartoon van Siné moest beoordelen (het betrof toen een antisemitisch verwijt), nam als uitgangspunt voor zijn beslissing de topos: het misdrijf zit in het oog dat naar de tekening kijkt. Dit uitgangspunt schuurt tegen het bekende gezegde aan: ‘Wee degene die er kwaad van denkt’ (Honi soit qui mal y pense; zie voor het rechterlijke oordeel de AS 179, themanummer ‘Anarchisme & Recht’, herfst 2012).

Wat hier in deze affaire mede een rol kan spelen, wordt in Marianne toegelicht. Daar wordt een columnist geciteerd in The New Statesman. Deze informeert over de Charlie-affaire bij PEN. Door wie wordt er in de Angelsaksische wereld over Charlie geschreven, vraagt hij. ‘Weet u door wie? Door commentatoren die geen woord Frans begrijpen. Ja, u leest het goed: geen woord! Hoe kan je Charlie en zijn cartoons begrijpen zonder de taal te beheersen?’, stelt de geciteerde columnist retorisch.

Hier dan een voorbeeld van een cartoon uit Charlie Hebdo van 20 mei 2015 in de religieuze sfeer:

Bericht van de Dalaï Lama aan de Rohingyas die in zee zijn geworpen door Birmaanse hoge bonzes:

Daila Lama‘Reïncarneren jullie in vissen’.

Om de cartoon in religieus-ideologische zin te begrijpen is het niet onbelangrijk om te weten dat de Rohingyas een etnische moslimminderheid vormen in Birma (met een bevolking die voornamelijk boeddhistisch is) en dat het Franse woord ‘bonze’ naast ‘hoge piet’ ook betekent ‘Boeddhistische priester’. Kortom, richt Charlie Hebdo zich hier tegen de ongelukkigen in hun gammele bootjes of tegen het gif van de (institutionele) religie. Want wie drijft wie om welke reden de zee op, de dood in? Is het niet hetzelfde gif waarmee de Islamitische Staat (Daesh) haar verderfelijke optreden rechtvaardigt?

Salman Rushdie, een voornaam PEN-lid, zelf al jaren schietschijf voor moslimfanatici vanwege diens ter dood veroordeling door een hoge islamitische geestelijke, heeft zich onmiddellijk verzet tegen zijn PEN-collega’s. Marianne citeert hem: “Als ik iemand hoor zeggen, ‘ik geloof in de vrijheid van meningsuiting, maar…’, dan houd ik op met luisteren”. Rushdie is duidelijk: ‘Het gaat hier om een strijd tegen de fanatieke islam, die strak georganiseerd is, goed gefinancierd en die er op uit is ons angst aan te jagen, moslims en niet-moslims, en ons wil dwingen tot stilzwijgen’.

En Rushdie vergeet niet zich te richten tot de nieuwe categorie westelijke intellectuelen, of verblijvend in het Westen, die zich als anti-Charlie profileren. ‘Zij zijn de partijgangers van de fanatieke islam’. Waarmee hij de boel in PEN op scherp zet. Want men kan niet tegelijk voor en tegen vrijheid van meningsuiting zijn, verklaart hij.

Thom Holterman

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.