Skip to content

Extreem Rechts Dwarsbomen

16/08/2015

Réfractions.Kop

Het opzoeken van politieke uitersten is van alle tijden. Pim Fortuyn was daar als een van de voormalige spraakmakers van extreem rechts goed in. Ik noem hem omdat hij niet alleen door zijn politieke tegenstanders is gedwarsboomd, hij is ook door een van hen vermoord. Dat laatste betreft een verwerpelijke daad die tegelijk ook een zinloze is. Met moord dood je iemand, niet zijn ideeënwereld. Twee jaar na de dood van Fortuyn trad Geert Wilders en zijn eenmanspartij (PVV) nadrukkelijk met extreem rechts gedachtegoed aan.

Toen Ad Melkert (in zijn hoedanigheid van Tweede kamer fractievoorzitter van de PvdA) in april 2002 riep: ‘Als je flirt met Pim Fortuyn dan gebeurt er in Nederland straks hetzelfde als in Frankrijk. Daar zijn ze wakker geworden met Le Pen, straks, worden we wakker met Fortuyn’. De dood van Fortuyn leidde niet tot stilstand van de ontwikkelingen. Het is nu Geert Wilders (PVV) die in de politieke armen van Marine Le Pen (FN) ligt. En hoe is het met Melkert? Die verzamelt de ene na de andere mooie baan bij de VN in New York…

Het dwarsbomen heeft eveneens weinig zin als het blijft steken in een ‘spelen op de man’. Het moet integendeel plaats vinden vanuit een analyse van sociaal-economische en culturele verschijnselen, welke een voedingsbodem vormen van sociaal-economische onlustgevoelens. Deze zienswijze treft men aan in het onlangs verschenen Franse halfjaarlijkse anarchistische tijdschrift Réfractions met een thema dat over extreem rechts gaat. De titel ervan luidt ‘Dwarsbomen van de verleidingen van extreem rechts’.

Voorkant.Ref

Actuele maatschappelijke situatie

Wie meer wil dan de termen ‘extreem rechts’ of ‘fascist’ alleen als scheldwoord gebruiken, verplicht zich tot het inkaderen van die termen in een historisch-politieke omgeving. Daar hoort ook een sociaal-economische en culturele analyse bij van die omgeving en van menselijke attitudes. Een aantal artikelen in het genoemde nummer van Réfractions slaat die weg in. De redactiecommissie die zich met de opzet van het nummer heeft beziggehouden, zegt daar het volgende over.

Het uitgangspunt is dat er vele objectieve redenen zijn om te klagen over de actuele maatschappelijk situatie (dat is in Frankrijk zo, maar ook in Nederland; denk bijvoorbeeld alleen al aan de noodzaak van het bestaan van de Voedselbank). Velen hebben eveneens reden om de toekomst somber in te zien (grote financiële onzekerheid vanwege werkloosheid of dreiging een baan te verliezen bijvoorbeeld). Het gaat om situaties die men vooral in zogeheten probleemwijken tegenkomt.

Het is evenwel moeilijk te bevatten waarom de simpele antwoorden en perspectieven van extreem rechts op deze maatschappelijke situatie zo gemakkelijk als reddingsboeien worden geaccepteerd, terwijl de voorstellen van extreem links of van anarchisten geen enkel succes hebben om door te dringen. Sommigen komen, aldus de redactiecommissie, aandragen met een wantrouwen tegen extreem links vanwege het gevaar van totalitair communisme. Hoe dan echter te begrijpen, dat die zelfde mensen een fascistisch totalitarisme niet afschrikt. Kijken mensen dan niet door de wijze heen waarop extreem rechts dat laatste weet te verbergen?

Het leidt geen enkele twijfel dat de verleidingen van extreem rechts niet berusten op rationele en aannemelijke oplossingen. Ze vinden hun basis in mechanismen die onderhuids voorkomen. Er is dus alle belang bij die aan het licht te brengen om de ‘verleidingen’ die een rol spelen, te ‘dwarsbomen’. Daarbij moet worden uitgelegd en geïllustreerd, met name aan hen die willen strijden tegen extreem rechts, waarom het systematische gebruik van de term ‘fascist’ een nieuwe politieke en sociale werkelijkheid verbergt. Want zelfs als men in alle extreem rechtse stromingen, partijen of bewegingen steeds het antisemitisme tegenkomt en men regelmatig de roep om een leider hoort, dan nog is de hedendaagse situatie niet vergelijkbaar met de tijd waar de term ‘fascisme’ historisch naar verwijst (Mussolini, 1922, Italië). Hier speelt inzicht in de historisch-politieke omgeving een rol.

Zeker, ook nu is er, zo betoogt de redactiecommissie, sprake van een economische crisis, die ingehaald wordt door een milieucrisis. Echter, het kapitalisme is op een doorslaggevend punt van karakter veranderd. Het is namelijk niet meer aan een land gebonden, zelfs als de leiders ervan er verblijven. Het heeft geen behoefte aan ‘gesloten’ landen. De mondialisering van het kapitaal is een realiteit en dat maakt zelfs angstig. Het ‘nieuwe’ extreem rechts passeert dit door het sluiten van de grenzen aan te prijzen. Het verheerlijkt de ‘gesloten maatschappij’. Dit is zelfs hèt credo van het politieke programma.

MonduitMond.02

Begripsmatige verheldering

De vraag is dan wat anarchisten kunnen doen? Het is duidelijk dat zij actief kunnen zijn in allerlei antifascistische en antiracistische bewegingen (velen zijn dat ook). Maar de vraag is of het mensen zal overtuigen van hun dwaling om van extreem rechts de oplossing van hun problemen te verwachten? Dat is een ‘intellectueel’ vraagstuk, wat tegelijk een ‘pedagogische’ kwestie vormt. Daar komt nog eens bovenop het vraagstuk hoe men de mensen bereikt, die overtuigd moeten worden? Zo is er niet veel marketinginzicht voor nodig om te beseffen dat het tijdschrift Réfractions, net zo min als bijvoorbeeld de AS, niet de Franse of de Nederlandse ‘probleemwijken’ bereikt.

Réfractions, om mij daartoe te beperken, heeft vooral als functie zijn lezers te voeden met gedachtegoed om het eigen inzicht te vergroten en te verscherpen. Daartoe verschaft ook het nieuwe nummer veel materiaal. Zo is het goed dat, ten behoeve van begripsmatige verheldering omtrent een aantal veel gebruikte termen, de verschuivingen in betekenis die zich voordoen, worden blootgelegd. Zo weet iedereen wel dat antisemitisme een racisme betreft gericht tegen Joden. Maar is het dan niet merkwaardig, dat iemand die zelf vanwege zijn huidskleur door racisten wordt gediscrimineerd, juist van antisemitisme een deel van zijn huismerk maakt (de Franse komiek Dieudonné bijvoorbeeld)?

Vanuit het antifascisme richt extreem links zich – ondermeer – op het diaboliseren van het ‘zionisme’ om de legitimatie van het handelen van de staat Israël te kritiseren. Daarmee richt het zich tegen (sommige) joden (onder wie bepaalde regerings- en partijleiders). Dat geeft weer aanleiding om extreem links te betichten van antisemitisme. Evenwel ontbreekt aan hun anti-zionisme een raciale inslag… In artikelen zoals die van Bernard Hennequin, Pierre Sommermeyer en Ronald Creagh komt deze problematiek in Réfractions uitvoerig aan de orde.

Ongerijmdheden

Een opmerkelijke beschouwing is die van de redactrice Annick Stevens. In het onderhavige nummer van Réfractions grijpt zij terug op een oude studie van Theodor Adorno en zijn medewerkers (Frankfortse School; kritische theorie). Het gaat om de studie over de autoritaire persoonlijkheid (uit 1950, waarin mede sprake is van de F-schaal: F voor fascistische ideeën). Stevens maakt gebruik van die studie om de verheldering van (een deel van) de actuele maatschappelijke situatie reliëf te geven.

Wat wij ons [Stevens richt zich hier tot de anarchisten] moeten afvragen waarom mensen die het parlementair-kapitalistische systeem kritiseren, die de corruptie van de heersende kliek en het cynisme van de internationale financiële organisaties afwijzen, die met ongerustheid de ontmanteling van de sociale bescherming en de publieke diensten waarnemen, zich eerder verlaten op extreem rechtse ideeën dan op extreem linkse of op alternatieve libertaire ideeën. Het antwoord moet liggen in de specifieke elementen van extreem rechts.

Antifa.Graffiti

Om een aantal van die elementen te achterhalen is Stevens een groot aantal Internet-sites, die als extreem rechts zijn te beschouwen, gaan bekijken. Zij relativeert haar werkwijze met erop te wijzen dat die geen wetenschappelijke pretentie heeft. Ze wilde slechts een indruk opdoen. Zo viel het haar op dat de verschillende vormen van kritiek op sommige punten libertaire elementen in zich droegen, maar dan overigens schitterden door grote onsamenhangendheid en ondersteund werden door notoir antisemitische uitingen en of vergezeld gingen van complottheorieën. De innerlijke ongerijmdheid (op bepaalde xenofobe of antisemitische sites komt men een oproep tot directe en federalistische democratie tegen) die zij aantrof bij dit soort auteurs, legde zij naast een aantal bevindingen uit de studie van Adorno. Dat werkte zij naar twee kanten uit.

De eerste is die van het bloot leggen van het soort tegenstelling bij extreem rechtse types, waarvan ze een aantal voorbeelden geeft. De tweede kant is die waar zij zich bezighoudt met de vraag: ‘Waarom falen wij – als anarchisten – in het doordringen met onze consequente libertaire kritiek en constructie?’ Vanuit die vraag richt zij zich dan niet op het kritiseren van extreem rechts, maar op het formuleren van kritiek op de anarchistische discours. Hier verlaat ik deze bijdrage van Annick Stevens om over te gaan naar het slot van haar beschouwing in hetzelfde nummer van Réfractions over de problematiek van ‘Je suis Charlie’ (of niet…). Dat slot vat namelijk in mijn ogen de door haar noodzakelijk geachte libertaire zelfreflectie samen, die zij aanraadde in het voorgaande artikel.

Libertaire zelfreflectie

Sommige anarchisten verwijten de anarchistische beweging niets te doen aan de situatie in de ‘probleemwijken’. Maar welke nuttige interventie zouden wij kunnen plegen in de hoedanigheid van anarchisten? Bijvoorbeeld het in die buurten verspreiden van onze politieke voorstelling van zaken? Dat is weinig realistisch: voor hen die van geboorte af onder dergelijke omstandigheden leven, kan dat niet anders als volstrekte utopie overkomen. Dat geldt al voor het merendeel van jongeren, dat geen bijzondere problemen kent. Trouwens, merkt Stevens op, het probleem gaat ver voorbij aan het hebben van alleen een politieke dimensie. Het is een probleem van een levensperspectief. Als dat afwezig is, ligt het helemaal niet in onze macht als anarchisten daarop te antwoorden. Het zou kunnen dat psychologen en psychoanalytici, onderwijzers, sociaal werkers, syndicale vertegenwoordigers daarvoor geschikt zijn. Zij nemen posities in waarbij directe en concrete relaties met individuen aangeknoopt worden. Maar dan moet er ook weer voldoende tijd zijn en genomen worden opdat een ieder de manier van denken van de ander leert begrijpen, waarbij een heilzame invloed kan worden opgebouwd. Ga er maar aan staan.

Uitkijk

Kortom, het betekent dat dringend onze energie gestoken moet worden in het overdenken welke actiemiddelen noodzakelijk zijn om deze maatschappij van onder tot boven om te vormen. Dit klinkt mede als een advies van Annick Stevens voor het opzetten van een van de volgende nummers van Réfractions met een ermee corresponderend thema…

Verder in dit nummer ondermeer nog een artikel over de surrealistische beweging in Egypte van 1937-1963 en een uitgebreide boekenbijlage.

Thom Holterman

RÉFRACTIONS nummer 34, voorjaar 2015, thema ‘Déjouer les séductions de l’extrême droite’, 175 blz., prijs 15 euro.

[Beeldmateriaal overgenomen uit het besproken nummer van Réfractions 34.]

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s