Spring naar inhoud

Buurtvergaderingen En Wijkraden In Libertair Perspectief

25/10/2015

Bookchin.A

De problematiek van de raden en de radendemocratie kwamen we tegen bij Anton Pannekoek. Ze stond in het teken van de discussie met Cornelius Castoriades. De laatste verbreedde de discussie door zich bijvoorbeeld niet uitsluitend op het arbeiderskarakter van de raden te richten. Bookchin doet dat ook niet. Bovendien richt hij zijn aandacht op een heel ander soort raden dan fabrieksraden. Bookchin meent ook niet, zoals Pannekoek en Castoriades wel, dat het een problematiek is voor de revolutie. Men kan in het hier en nu aan de instelling en werking van raden denken en in de vorm van directe democratie tot actie overgaan.

Murray Bookchin (1921-2006) is een Amerikaans pionier van de sociale ecologie. Hij was een van de eerste denkers die de sociale en politieke dimensie in de ecologie integreerde en die de ecologie opvatte als een hefboom in de antikapitalistische strijd. Hij werkte een nieuw model van maatschappelijke organisatie uit waarin burgerparticipatie en gemeentelijk zelfbestuur centraal staan. Hij zag hierin een belangrijke rol weggelegd voor buurtgaderingen en wijkraden. David Harvey hierover in zijn Rebel Cities (2013): ‘Bookchins plan is veruit het meest gesofisticeerde radicale plan voor de creatie en het collectieve gebruik van de commons in een brede waaier van mogelijkheden’.

Johny Leanarts vertaalde twee korte fragmenten uit Bookchin’s boek ‘Urbanization without Cities’ (1992), die hieronder zijn opgenomen. [ThH]

Voorkant.Urban.Bookchin

Gemeentelijke politiek

Als we trachten een gemeentelijke politiek voor de hedendaagse tijd uit te werken, dan luidt de cruciale vraag: hoe kan de dikwijls chaotische energie van de basispolitiek geïnstitutionaliseerd worden? Welke structuren zal ze creëren om een sterke tegenkracht te vormen voor de groeiende macht van de staat en van een gecentraliseerde bedrijfswereld? Wat voor politieke cultuur kan ze creëren die in een tijdperk van reuzesteden en monsterstaten een transformatieve rol kan spelen? En wat voor economische politiek kan ze voortbrengen die de valstrikken van een op eigendom georiënteerde markteconomie, enerzijds, en van een totalitaire genationaliseerde economie, anderzijds, omzeilt?

Ik pretendeer niet een antwoord op al die vragen met betrekking tot alle gemeenten in petto te hebben; gezien de grote verscheidenheid van deze vragen zou dat ook erg pretentieus zijn. Niettemin kunnen we enkele fundamentele krachtlijnen uittekenen die in elke vorm van gemeentelijke vrijheid van toepassing zijn, zolang men daarbij een opvatting van participatieve politiek en een klassieke definitie van burgerschap wil herstellen.

Het belangrijkste aspect betreft de heropleving van de burgervergadering, dus de samenkomsten van de inwoners van kleinere gemeenten of de samenkomsten van de inwoners van stadswijken, buurten en dergelijke in de grote steden. Dergelijke samenkomsten zijn geenszins enkel maar historische restanten uit de archeologie van de stad. Dit boek zou grotendeels zinloos zijn geweest mocht de lezer niet begrepen hebben dat er in haast elke periode van maatschappelijke onrust mensen hun toevlucht genomen hebben tot de assemblee om het podium van de geschiedenis te betreden en hun lot in eigen hand te nemen. Indien deze assemblees ouderwets, zelfs archaïsch kunnen lijken, wanneer we ons naar het Griekse of Mesopotaamse verleden verplaatsen, dan lijken ze ons in het revolutionaire Frankrijk of in de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog reeds veel moderner. En van de Commune van Parijs van 1871 tot de tijd na de Tweede Wereldoorlog raken ze ons leven op een rechtstreekse manier. Alles lijkt erop te wijzen dat zich hier een fenomeen voordoet dat duurzamer is dan het reeds lang vervlogen ‘tijdperk van de steden’, dat plaats heeft moeten ruimen voor de natiestaat. Uit al deze voorvallen lijkt er een stem tot de mens te spreken en in hem iets wakker te roepen dat naar een vorm van zelfbeheer en besluitvorming in direct contact met de anderen verlangt, naar een politiek die elk individu aanspreekt en engageert. De omgang met elkaar in een mensengemeenschap is hierbij niet enkel een maatschappelijk wensbeeld maar verschijnt als een ethische opdracht, die direct uit de menselijke geest ontspruit.

Assemblees

vivelacommune

Het tweede essentiële aspect heeft betrekking op de noodzaak van assemblees om met elkaar te ‘spreken’, d.w.z. om met elkaar een confederatie te vormen. Zoals ik reeds meerdere keren beschreven heb, zijn er steeds in de loop van de geschiedenis – hoewel tijdelijk – bonden van dorpen en steden opgedoken als een centripetale vorm van gemeentelijke vereniging. De vraag naar de oprichting van quasi-nationale eenheden op basis van confederaties van gemeenten kwam reeds bij de oude Grieken voor en dook in de loop van de geschiedenis steeds weer op, over de Commune van Parijs tot op de dag van vandaag, omdat de gecentraliseerde natiestaat zich met elke lokale affaire lijkt te bemoeien.

Het begrip confederatie is even oud als het leven in gemeenten zelf. Ook wanneer ze in oorsprong veeleer ten dienste stond van de defensie dan van de renovatie, dan heeft ze ons toch indrukwekkende en inspirerende voorbeelden geleverd van een vrijheidslievende inrichting van het gemeenteleven en van de relaties tussen de gemeenten. Reeds het woord ‘confederatie’ verwijst naar het engagement voor bevrijdende wegen van samenleven, hetgeen het begrip ‘nationalisme’ met zijn chauvinistische en totalitaire ondertoon volkomen ontbreekt. We dienen eraan te herinneren dat de eerste grondwet van de Verenigde Staten – al was ze ook onvolmaakt – bewust Articles of Confederation genoemd werd. Ze werd daarop met een cynische geheimzinnigheid door een zogenaamde ‘federale’ grondwet vervangen, een grondwet die door Hamilton en zijn aanhangers geroemd werd als het op één na beste alternatief voor een constitutionele monarchie.

Basispolitiek

Het derde belangrijke aspect voor de weg naar een gemeentelijke democratie handelt over de noodzaak om de politiek op te vatten als een school voor waarachtig burgerschap. Want een levendige en creatieve politieke praktijk kan geenszins door zoiets als een ‘leerplan voor burgers’ vervangen worden. In een tijd waarin rivaliteit, normvervaging en egoïsme heersen en alles een koopwaar wordt, is het niettemin duidelijk dat we de grote waarde van humanisme, samenwerking, samenleven en openbare dienstverlening niet enkel formuleren maar ook verspreiden, en dat niet enkel in scholen, kerkgemeenschappen en verenigingen, maar ook in de concrete dagelijkse politiek.

Basispolitiek en basisburgerschap moeten hand in hand gaan. In de Atheense polis kunnen we ondanks al haar tekortkomingen toch mooie voorbeelden vinden van de manier waarop haar hoogontwikkeld burgerbewustzijn zowel door een systematische opvoeding als door een burgerlijke gedragscode versterkt werd, alsook door een kunst die haar ideaal van dienstbaarheid aan de burger door de blik op het dagelijks leven verrijkte. Of het nu het respect voor de discussiepartner was, het gebruik van taal om een consensus te bereiken, de onophoudelijke discussies tussen prominenten en onbekenden over kwesties van algemeen belang; of men zijn rijkdom niet enkel in persoonlijk genot omzette maar in de verbetering van de polis zelf (en daarmee het verbruik van rijkdom hoger aansloeg dan zijn accumulatie), of de solidariteit onder de burgers door middel van een veelheid van feesten en dramatische of satirische toneelvoorstellingen over thema’s van algemeen belang uitbouwde: al deze en vele andere aspecten van de politieke cultuur van Athene schiepen überhaupt pas de burgerlijke loyaliteit en het verantwoordelijkheidsgevoel die de actief geëngageerde en zich van hun politieke missie bewuste burgers voortbrachten.

Communalistische opvatting

Bookchin.BDe ontwikkeling van een burger dient dus méér te zijn dan een opvoedingsproces. Het moet een creatieve kunst zijn, waarin de esthetiek een beroep doet op de diep in de mens schuilende behoefte aan zelfexpressie in een zinvolle spirituele gemeenschap; een op het individu georiënteerde kunst die hem of haar ervan overtuigt dat de gemeenschap precies haar redelijkheid, loyaliteit en rationaliteit aan het gemeenschappelijk lot toevertrouwt.

Staatsmacht en staatmanschap gaan er momenteel vanuit dat de burger niet capabel, infantiel en meestal onbetrouwbaar is, waardoor de staat gecreëerd wordt om hem te disciplineren en niet om hem de weg naar zelfexpressie te openen. Zelfs in de theorie van het liberalisme, om over de christelijke theologie maar helemaal te zwijgen, wordt de staat bestaansrecht verleend om zijn ‘natuurlijke’ weerspannige onderdanen in toom te houden en hun aangeboren ‘onbekwaamheid’ te compenseren door aan beroepspolitici en bureaucratische instellingen de openbare zaken toe te vertrouwen. De bevolking wordt überhaupt niet bij het openbare leven betrokken; om haar misnoegdheid en wellicht zelfs gevreesde ‘anarchie’ in toom te houden, opent men een veiligheidsklep, door haar regelmatig toe te staan om op voorhand geselecteerde kandidaten te stemmen en voor het overige een verdraagbaar minimum aan belastingen te betalen.

De communalistische opvatting van burgerschap gaat net van het tegenovergestelde uit. Deze gaat ervan uit dat elke burger capabel is om op een directe manier aan de ‘staatszaken’ deel te nemen; hij wordt er zelfs toe aangemoedigd. Alle esthetische en institutionele middelen worden ingezet om een zo groot mogelijke participatie te ondersteunen, en dit wordt opgevat als een moreel vormingsproces die de latente competentie van de burger tot ontwikkeling brengt. Maatschappij en politiek worden heel bewust aangeboord om een grote sensibiliteit voor het omgaan met verschillen te ontwikkelen, waarbij een levendige strijd, moest die nodig zijn, niet uitgesloten wordt. Dienstverlening aan het algemeen belang wordt als een grote menselijke eigenschap beschouwd, niet enkel als een ‘gift’ die de burger aan de gemeenschap schenkt en ook niet als een plicht die men dient na te komen. Samenwerking en verantwoordelijkheidszin worden beschouwd als de uitdrukking van dienstbaarheid, betrokkenheid en engagement, niet als verplichtingen waar men zich naar schikt als men niet anders kan en waar men zich aan onttrekt zodra de gelegenheid zich voordoet.

Om het nogmaals duidelijk te stellen: de gemeentepolitiek lijkt op een podium waarop het leven zich in zijn meest betekenisvolle manier ontplooit, omdat het iedereen aanbelangt. Het lijkt een groot politiek drama dat ook aan de participerende burger zijn adel en grandeur verleent. Wat een contrast met onze moderne grootsteden, deze opeenstapeling van privéwoningen waarin mannen en vrouwen verkommeren en hun persoonlijkheid aan de trivialiteit van entertainment, consumptie en gezwets overleveren.

Bookchin.A

Het laatste en waarschijnlijk meest problematische aspect betreft het domein van de economie. Tegenwoordig draait de economische discussie veelal om de vraag ‘wie heeft wat’, ‘wie heeft méér dan wie’, en vooral over de vraag hoe de ongelijke verdeling van de welvaart in overeenstemming kan gebracht worden met het gevoel van burgerlijke gemeenschappelijkheid. In haast elke gemeente hebben er zich diepe scheuren voorgedaan tussen de armen, de rijken en degenen daartussenin. Meer dan eens was in zulke conflicten over materieel statusverschil de gemeentelijke vrijheid zelf in het gedrang, zoals de bloedige geschiedenis van de Italiaanse steden in de middeleeuwen en in de renaissance aantoont.

De tijd heeft deze problemen niet uitgewist; in vele gevallen zijn ze groter dan ooit. Nieuw aan de huidige situatie evenwel – en dat heeft links in Noord-Amerika en Europa niet ten volle begrepen – is het ontstaan van nieuwe klassenoverstijgende problemen die betrekking hebben op het milieu, de groei, het verkeer, het culturele verval en de levenskwaliteit in de steden. En deze problemen resulteren niet uit de normale stadsvorming maar uit de urbanisering.

Natuurlijk worden de traditionele klassenconflicten ook door andere klassenoverstijgende problemen doorkruist: de dreigende kernoorlog, de groeiende staatsmacht, het gevaar van een globale ecologische crisis. Nooit voorheen zijn er in de Verenigde Staten zoveel en zoveel verschillende groeperingen van burgers voorgekomen, waarin mensen van elke klasse en afkomst met elkaar samenwerken om de strijd aan te binden met problemen die dikwijls een lokaal karakter hebben maar het lot en het welzijn van de hele gemeenschap aanbelangen. Ik noem enkel de beslissingen waar kernreactoren moeten geplaatst worden en waar atoom- of gifafval moet gedumpt worden, of de angst voor de gevolgen van zure regen. Ontelbare Amerikaanse gemeenten worden door dergelijke problemen geplaagd en men kan zich nauwelijks voorstellen hoe verschillend de mensen zijn die in deze bewegingen actief zijn en die elke rituele ‘klassenanalyse’ van hun motieven irrelevant maakt. […]

Nieuw politiek gemeentelijk progamma nodig

Haagse Stadspartij

Een nieuw politiek programma is noodzakelijkerwijs een gemeentelijk programma – anders zal het noch de maatschappelijke vernieuwing mogelijk maken, noch de politiek een zekere betekenis kunnen verschaffen. De levende cel, de bouwsteen voor elk politiek leven wordt gevormd door de gemeente. Daar moet al het andere uit voortspruiten: confederatie, interdependentie, burgerschap – en vrijheid.

Noch een oude noch een nieuwe politiek kunnen ontwikkeld worden tenzij we beginnen bij zijn meest elementaire vormen: dorpen, wijken, steden, waar de mensen – direct buiten hun privésfeer – rechtstreeks en op een politieke manier van elkaar afhankelijk zijn. Enkel op dit niveau kunnen ze met het politieke proces vertrouwd raken, een proces dat veel meer inhoudt dan ‘stemmen’ en ‘informatie’ – een term dat het moderne substituut voor vrijheid geworden is.

Enkel op dit niveau kunnen ze uitstijgen boven de beperktheid van het private en het familiale leven (een leven dat geroemd wordt omwille van zijn ingekeerdheid en zijn afzondering) en op een spontane manier dié openbare instellingen opbouwen die participatie en gemeenschapsleven garanderen.

Kortom, enkel vertrekkende vanuit de gemeente kunnen de mensen hun bestaan als geïsoleerde monaden achter zich laten, zich tot een creatief politiek lichaam ontwikkelen en een betekenisvol vitaal leven uitbouwen, dat zowel een institutionele vorm als een zinvolle inhoud voor de burgers heeft: buurtcomité’s, assemblees, wijkorganisaties, coöperatieven, actiegroepen – dus een openbare ruimte die niet enkel tijdelijk gebruikt wordt, zoals bijvoorbeeld voor demonstraties, maar waar op een permanente manier het gemeenschapsleven vorm gegeven wordt. Mocht men deze elementaire aspecten van het politieke leven negeren, dan zou dit lijken op het spelen van schaak zonder een schaakbord; want enkel hier vinden we de regels voor het politieke spel in zijn meest directe, meest elementaire en meest intieme betekenis.

Murray Bookchin

Uit: Murray Bookchin, Urbanization without Cities. The Rise and Decline of Citizenship, Montréal/New York: Black Rose Books, 1992, pp. 256-260; pp. 282-283. Vertaling: Johny Lenaerts.

Meer lezen:

Op de site Athene.antenna:

  • ‘Murray Bookchin, een levenslang engagement,’ door Roger Jacobs;
  • ‘Interview met Murray Bookchin,’ door Janet Biehl;

Op de site Marxists.org/nederlands (zoek onder Bookchin):

  • ‘Libertair municipalisme: een overzicht’;
  • ‘De betekenis van confederalisme’;
  • ‘Radicale politiek in een tijdperk van voortdurend kapitalisme’.

Op de site Socialisme21:

  • ‘Over burgerparticipatie op gemeentelijke niveau’, door Johny Lenaerts

Roger Jacobs, ‘Natuur, geschiedenis en vrijheid. De sociale ecologie van Murray Bookchin,’ in Frederik Janssens & Ulrich Melle (red.), ‘Voeten in de aarde. Radicale groene denkers,’ Hadewijch Antwerpen – Uitgeverij Jan van Arkel Utrecht, 1996.

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.