Skip to content

De Stad, De Renegaat, De Terreur En De Situationisten

10/11/2015

Kop.BuitenOrde

Deze onderwerpen en meer vind men in het derde nummer van dit jaar van Buiten de ordeIn het eerste gedeelte van het nummer wordt een aantal actualiteiten behandeld en in het tweede gedeelte een thema: de stadWat de actualiteiten aangaat, komt de Griekse situatie – Notities bij een debacle – aan de orde. Onder meer zijn aan te treffen: een interview met een lid van een anarcho-syndicalistisch initiatief, een beschouwing over Syriza en een ‘Brief uit Griekenland’. Daarna volgt wat er zoal in Turkije en Turks Koerdistan plaatsvindt. Jan Bervoets evalueert een aantal van de kwesties die er spelen. Hij gaat ook in op het Koerdisch debat. Daarbij neemt hij een handig lijstje op uit een artikel van Sam Dolgoff uit 1986, over de vraag wanneer een revolutie wel of niet als een contrarevolutie is te zien. Ook nuttig van hem is zijn bijdrage over de vraag of het anarchisme al dan niet een ideologie is – neen dus; het is een beweging (hoe mini ook op dit ogenblik).

Met plezier las ik de stukken van het thema ‘de stad’. Bookchin wordt hier de ruimte gegeven – zoals over zijn denkbeelden met betrekking tot directe democratie en libertair communalisme. De Franse situationisten van weleer en hun ideeën over de stad zijn verwerkt. Daarbij is onontkoombaar de aandacht voor de Nederlandse architect en beeldend kunstenaar Constant en het kritische denken over urbanisme van de Franse marxistische filosoof en socioloog Henri Lefebvre (iemand van wie anarchisten wat kunnen opsteken).

Het thema is actueel omdat meer en meer de publieke ruimte wordt geplunderd door gure neoliberale types (gentrificatie; zie de bijdrage in dit nummer getiteld ‘Recht auf Stadt’ en combineer dan meteen met de bijdragen ‘Woningbouwvereniging Soweto’ en ‘Laatste Amsterdamse vrijplaatsen bedreigd’).

Voorkant.BdO

De rode vlag

Er is één bijdrage in dit nummer van Buiten de orde dat mij niet bevalt. Het betreft dan natuurlijk niet het stuk over Joe Hill, ook niet het stuk over feminisme (wa’s da?!) noch het stuk dat de actualiteit van Rudolf Rocker bespreekt. Neen, het gaat om het vertaalde artikel van de Franse marxistische filosoof Alain Badiou. Ik geef toe, de titel van zijn stuk, ‘De rode vlag en de driekleur’, gecombineerd met zijn ronkend taalgebruik, doet vermoeden dat het in Buiten de orde zou passen. Het geeft de indruk dat we op de barricade zijn beland. Hier lijkt de revolutie zelf aan het woord. Maar dat is een volstrekte misvatting. Het is namelijk de rode vlag – de vlag van het communisme –, niet de zwarte – die van de anarchie! Want Badiou mag van alles zijn, behalve anarchist. Dat hoeft niet uit te maken, zou hij als communist onderhuids niet nog steeds iets meedragen van het leninisme, stalinisme en maoïsme van de uiterst kwalijke soort dat hij zegt verlaten te hebben. Ik verklaar mij nader.

Renegaten?

Het artikel van Badiou speelt in op de gebeurtenissen in Parijs van begin dit jaar, toen een groot deel van de redactie van Charlie Hebdo door twee Franse islamistische terroristen werd vermoord en een ander aantal personen in een Joodse supermarkt door één Franse islamistische terrorist.

Met Badiou kunnen we het eens zijn dat de wijze waarop de Franse regering gebruik maakte van de situatie om een volkseenheid te smeden (een ‘heilige alliantie’), droop van de hypocrisie. Het had mede te maken met het beginsel van de laïcité (scheiding van kerk en staat). Maar voor het inzicht in die hypocrisie hebben we waarlijk Badiou niet nodig. Meer dan een eeuw geleden, om precies te zijn 24 december 1891 publiceerde Alexander Cohen daar over in het blad van Domela, Recht voor allen (ik citeer uit Alexander Cohen, Uiterst links, Journalistiek werk 1887-1896, Amsterdam, 1980, p. 142): ‘De gendarme voor het lichaam, priester voor de geest, is de gehele regeerkunst niet daarop gegrondvest? […] De scheidingskomedie boezemt ons dus niet het minste belang in en kan alleen dienen om de huichelarij der regeerders nog eens te doen uitkomen’.

Volgens de WHO zouden vleeswaren 34000 per jaar laten sterven…

Varkensvlees

Eet varkensvlees!

Evenwel, los van die hypocrisie, hebben we te doen met terrorisme, in dit geval bedreven vanuit een fundamentalistisch-islamitische hoek. Ook al bevalt een tijdschrift als Charlie Hebdo iemand niet vanwege zijn veelal antikapitalistische, antireligieuze (alle religies) teksten of zijn cartoons, dan nog geeft dat niet het recht bij de redactie van dat tijdschrift binnen te stappen om iedereen die zich daar bevindt standrechtelijk dood te schieten. In zijn warrige betoog keurt Badiou dat ook niet goed, of, onderhuids misschien toch wel? Hoe kom ik erbij te twijfelen?

Nadat Badiou de wereld in tweeën heeft verdeeld, te weten het gedeelte dat achter de rode, communistenvlag loopt en het gedeelte dat achter de Franse driekleur schuilgaat, wijst hij mensen en organisaties plaatsen toe. Charlie Hebdo komt daarbij, met vele anderen, terecht in de rij van renegaten (p. 21). Dit woord is lange tijd niet gebruikt. Het was vooral het gestaalde marxistische kader dat zich er voorheen van bediende. Badiou is oud en marxistisch-leninistisch geschoold genoeg om zich dit te herinneren en weer op te halen. Hij is nog niet kwijt om als onderdeel van het gestaalde kader te denken.

Terreur

Waarmee houden de auteurs en cartoonisten van Charlie Hebdo zich in de ogen van Badiou bezig? Badiou schrijft dat hij objectief heeft gezien wat zij doen. Zo heeft hij een cartoon in het weekblad waargenomen dat weergeeft: twee naakte billen met als bijschrijft: ‘En de kont van Mohammed – is die vrij?’. Dit betekent dat je uitlokt te worden doodgeschoten. Je zal in dit geval en in onze tijd er rekening mee moeten houden, dat in westerse maatschappijen islamisten ronddolen als een soort ‘kultuurpolitie’ met executiebevoegdheid van ‘hoger hand’. Zegt Badiou het zo direct? Neen. Maar wel zegt hij letterlijk: ‘het heeft niets te maken met de ‘vrijheid van meningsuiting’. Het gaat gewoon om een provocatieve obsceniteit’ (p. 21). Het is een zelfgenoegzame provocatie… De term is gevallen, want met andere woorden: je hebt uitgelokt (provocatie) dat je wordt doodgeschoten!

Echter, sinds wanneer zijn slachtoffers verantwoordelijk voor hun toestand als slachtoffer en de moordenaars onschuldig voor hun misdrijven? Wordt hier niet de redenatie gebruikt, die de verkrachter vrijpleit omdat ‘die vrouw’ een minirok droeg? De verkrachting was haar eigen schuld, in die redenatie…

Executies uitvoeren, dat is als een te legitimeren handeling niets vreemds voor Badiou met zijn achtergrond als leninist, stalinist, maoïst. Hij zal het nadien wellicht (openlijk?) hebben afgezworen, maar onderhuids is er iets blijven zitten. Anders is het onbestaanbaar dat hij de volgende zin opschrijft (zie p. 21 Buiten de orde): ‘Het laat zien hoe wijs Robespierre was om al diegenen te veroordelen die het antireligieuze geweld tot het hart van de revolutie maakten (…)’. Robespierre, de grote man tijdens de periode van de Terreur (1793-1794) zag het dus juist – want hij was wijs – en hij veroordeelde degenen die hij op het oog had. In het Parijs van toen betekende dat: onthoofding door de guillotine – zo zijn er tijdens de Terreur door toedoen van de ‘wijze’ Robespierre, enkele duizenden hoofden gevallen…

In het gegeven geval ging het om het handelen van antireligieuzen. Anarchisten vallen gemeenlijk in de categorie ‘antireligieuzen’. Zou Badiou aan de macht komen, dan zouden zij in zijn concentratiekamp verdwijnen (ik herhaal hier wat ik indertijd, jaren 1960 – 1970, als jeugdig activist, tijdens verhitte discussies toenmalige marxisten-lenisisten-maoïsten toebeet).

Gezegd

…Gezegend…

Op één andere plaats in Buiten de orde kom ik nog een verwijzing naar Robespierre tegen. Jan Bervoets formuleert in zijn artikel ‘Ideologie naar het verdomhoekje!’: ‘we kennen de onkreukbare advocaat Robespierre als afschrikwekkend voorbeeld’ (p. 37). Dat kan: Robespierre een onkreukbare advocaat noemen (want hij was onbuigzaam en streng in de leer) en hem tegelijk als afschrikwekkend voorbeeld opvoeren. We moeten dus niets van hem hebben en in de optiek van anarchisten is dat terecht. De optiek van Badiou gaat uit van het tegenovergestelde: Robespierre is wijs en daarom veroordeelde hij de antireligieuzen. Mede gelet op het voorafgaande in het betoog van Badiou, is dat consequent gedacht: Charlie Hebdo kreeg in de ogen van Badiou gewoon koek van eigen deeg, en anders, in de tijd van Robespierre, hadden ze de dood gevonden onder de guillotine, die provocatieve renegaten… Is het dat, wat we van Badiou willen leren?

Natuurlijk zal Badiou, of zullen zijn aanhangers, zeggen dat ik niets van zijn betoog heb begrepen. Dat zou best eens kunnen met zo’n warrig en voornamelijk onzinnig betoog. Mij kan worden tegengeworpen, dat hij over misdaad spreekt om de moordaanslagen van de drie jonge islamistische terroristen in Parijs te categoriseren. Hij spreekt zelfs ferm over ‘misdaden van het fascistische type’ en van een ‘fascistische misdaad’.

Om het fascistische aan die misdaden te onderkennen, hanteert hij drie elementen: (1) het is geen blind geweld maar doelgericht, (2) het gaat om koelbloedig en spectaculaire geweld en (3) de misdaad beoogt terreur te zaaien. Maar ‘fascistisch’ is dat niet als bijvoeglijk naamwoord van fascisme afgeleid en zit daar dan niet de verwijzing naar bijvoorbeeld Mussolini en diens staatsleer in? Dat element, wat mij cruciaal lijkt voor de omschrijving van ‘fascistisch’, ontbreekt. Wel is het zo dat de drie genoemde elementen indicaties zijn voor een omschrijving van terroristische misdaad. Kortom, ‘fascistisch’ wordt door Badiou op incoherente wijze gebruikt – vermoedelijk uit effectbejag. Er is gewoon van alles mis met dit betoog. En ik ben niet de enige om dit op te merken.

In het zojuist verschenen nummer van het Franse weekblad Marianne van 6-12 november is een dossier opgenomen over ‘laïcité’. Diverse auteurs geven commentaar op wat er in Frankrijk zoal over dit onderwerp te doen is. In het dossier is een artikel aan te treffen, dat aan het slot ervan een kritische noot kraakt over wat vanuit rechtse en extreemrechtse hoek over Charlie Hebdo en laïcité wordt gedebiteerd. De passage daarover wordt als volgt geopend (ik vertaal):

‘De oud priester van de Mao-cult Alain Badiou gaat nog verder: de laïcité, zo legt hij uit in een artikel zonder eind in Le Monde, is een totem van Frankrijk. Anders gezegd, het embleem van een primitieve gelovige’. Dat is dus waar Badiou de scheiding kerk / staat voor houdt. Badiou blijkt vervolgens in dat artikel de eerste van het rijtje te zijn waarin ook Emanuel Todd, Alain Finkelkraut en Eric Zemmour voorkomen…

Thom Holterman

BUITEN DE ORDE, nummer 3, 2015, 84 blz., prijs 2,50 euro.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s