Spring naar inhoud

Staat Als Fantoom. Van Heilige Geest Tot Managementstaat

22/11/2015

King

Tot diep in de vorige eeuw werd aan juridische faculteiten in Nederland het vak staatsrecht gedoceerd. Voor zover dat nog steeds gebeurt, zal het vak niet veel meer voorstellen (dat was al het geval toen ik ruim tien jaar geleden stopte dit vak te verzorgen). Niet dat de staat heeft opgehouden te bestaan, maar veel dat hem voordien aanging, is uit de publieke ruimte gestoten. Een aanmerkelijk deel ervan is via ‘externalisatie’ (door privatisering buiten de overheid brengen) in de privaatrechtelijke sfeer terecht gekomen. Een ander deel is geabsorbeerd in hybride organisatievormen bekend onder de term ‘gouvernance’. Beide soorten ingrepen, externalisatie en gouvernance, hebben tot doel de politieke controle af te schudden of te ontwijken. Het ‘democratisch tekort’ dat daardoor wordt gecreëerd, is dus niet alleen een Europees maar ook een binnenlands verschijnsel.

Zijn anarchisten nu hun schietschijf kwijt? Daar lijkt het op – toch ligt het anders. De staat is voor anarchisten altijd het symbool voor overheersing en onderdrukking geweest. Zou er weinig staat over blijven door externalisatie en gouvernance dan nog is overheersen en onderdrukken niet de wereld uit. De kritiek kan dus verfijning gebruiken. Anarchisten hebben daaraan gewerkt en daarbij ook inzichten van niet-anarchisten verwerkt. Als voorbeeld is te denken aan de invloed van het werk van de Franse filosoof Michel Foucault. Wel, ook het werk van een jurist kan daarin een bijdragen leveren. Ik denk in dit geval aan de Franse jurist, rechtshistoricus, psychoanalyticus en oud-hoogleraar rechtsgeschiedenis aan de universiteit van Parijs-I, Pierre Legendre (1930).

Onlangs verscheen van deze inmiddels ruime tachtiger een bundel artikelen onder de titel Fantômes de l’État en France (Staatsfantomen in Frankrijk). Hoewel hij zich in zijn tekst vooral op de Franse bestuurlijke situatie richt, is wat hij bespreekt van algemene waarde.

Voorkant.Legendre

Opbouw en doel van de bundel

In de bundel Staatsfantomen heeft Legendre een aantal op elkaar afgestemde artikelen uit de jaren 1960-1980 gepubliceerd. Eén artikel dateert van 2013. Het eerste artikel, tevens het langste, onderzoekt het verschijnsel ‘staat’ in historisch en religieus opzicht. Invalshoek is de vraag: wat willen wij begrijpen? Vanuit die hoek brengt Legendre de grondslagen aan om dit begrijpen mogelijk te maken. De volgende artikelen gaan dan over specifieke elementen om het begrip van meer nuttige informatie te voorzien.

Het laatste stuk betreft een voordracht uit 2013 voor studenten van de Franse École nationale d’administration (ENA). De ENA verzorgt de opleiding voor de hoogste ambtenaren (functionarissen) van de Franse staat, het gaat dus om een ‘école’ voor opperpriesters van het staatsysteem. De afgestudeerden heten in de volksmond énarques. Legendre legt de zweep over deze opleiding. Hier worden mensen verpest, zegt hij. De ENA staat te dicht op leidende politici om onafhankelijk te werken en om iets anders te doceren dan officieel conformisme (p.138-139).

De verzameling artikelen is door Legende voorzien van een ruime inleiding. Vervolgens zijn tussen de artikelen verbindende teksten opgenomen, zodat uit eindelijk het geheel zich als een monografie laat lezen. Enigszins oneerbiedig is dat geheel samen te vatten als het kortsluiten van religie, staat, kapitalisme, bestuur en bestuurlijke verandering.

Over de stijl van schrijven valt nog een opmerking te maken. Het Frans gebruikt voor zelfstandige naamwoorden geen hoofdletters (uitzondering het Franse woord voor ‘staat’: État). Echter een aantal termen die Legendre belangrijk acht en opvat als ‘acteurs’ in een theaterstuk, voorziet hij van hoofdletters. Dat is even wennen. Wanneer men zinnen bij hem leest als: ‘…en toen kwam Management op het toneel…’ dan ziet de lezer niet alleen iets actiefs, maar hij voelt soms ook minimaal ironie, maximaal sarcasme. Hier onder een verslag van mijn lezing van de bundel.

Staat / Fantoom

Legendre weet als geen ander dat het woord fantoom vreemd voorkomt in de moderne staatstheorie. Maar toch… Hij stelt voor het boek Leviathan van de 16de eeuwer Thomas Hobbes ter hand te nemen Daar leest men: ‘Het pausdom is niet anders dan de geestverschijning (Ghost) van het vergane Romeinse rijk, gekroond zittend op zijn graf, want het is aldus dat het pausdom opduikt uit de ruines van de ketterse macht’ (hoofdstuk 47). Dit beeld weet Legendre te gebruiken voor zijn visie dat de staat de pontificale afdruk reproduceert. In de loop van de geschiedenis is die bedekt met verschillende verflagen. Dit neemt Legendre tot uitgangspunt ter introductie van het eerst opgenomen artikel, maar het plaveit zijn hele zienswijze over de staat.

Een doorslaggevend punt in die beschouwing is te wijzen op de moeite die machthebbers nemen om geloof (vertrouwen) in de staat te kweken. Dit verwondert niet. Ook al is de staat iets ongrijpbaars, dan is er nog wel in geloven. Of misschien juist daarom… Zo is ook God ongrijpbaar, maar er wordt door velen in geloofd. In dat geval bemiddelt het instituut Kerk. De kerk waarnaar Legendre bij herhaling verwijst is de rooms-katholieke kerk, is het pausdom. Frankrijk is ervan doordrenkt, en wel zodanig dat de institutionele inslag van de hedendaagse staatsideologie als een reproductie van het pauselijk heersen kan worden gezien. Hij vergeet er niet op te wijzen, dat onder invloed van het protestantisme, bijvoorbeeld in Scandinavische landen, fundamentele verschillen zijn op te merken. Nederland noemt hij niet. Ik kan mij daar wel wat bij voorstellen.

In de periode dat het staatsdenken zich in moderne zin ontwikkelt (16de eeuw), creëert Nederland een unie van zeven republieken. Die unie is een federalistische constructie. Dat wordt rond 1795 anders. Wat wil? In het 18de eeuwse Nederland doen zich al jaren schermutselingen voor rond de ‘juist’ staatsinstelling. Tijdens de Franse revolutie is dan in Frankrijk het systeem van de eenheidsstaat ingesteld. Via de overwinning van de Nederlandse patriotten rond 1795 en met behulp van de toen in Nederland gelegeerde Franse troepen, wordt door de patriotten naar Frans model in Nederland eveneens de eenheidsstaat ingesteld (het papistische stempel). Daarmee was het gedaan met het federale stelsel van voordien (het protestantse stempel).

King

[Dit is de afbeelding gebruikt door Legendre bij zijn voordracht voor de ENA]

Maar hoe kom je er dan bij de staat als fantoom te zien? Bij Legendre heeft dit alles te maken met het kortsluiten van de staat met religie – in onze streken is dat het Christendom. In deze religie heerst ook een geest, de Heilige geest, de Geest Gods. Degenen die in Hem geloven, zullen van alles van Hem kunnen ontvangen. En met de staat is het soortgelijk gesteld. In de wereldse geloofssfeer van de staat zijn allerlei totemistische elementen opgericht die dat geloof moeten ondersteunen. Zo is in Nederland al snel nadat de eenheidsstaat was ingevoerd het Totem ‘Oranjehuis’ in het staatsverband opgenomen (1813). Het levert een ‘monarchistische staat’ op, die overigens ook een republiek kan zijn, zoals uit de Franse situatie blijkt. Bij Legendre gaat het niet om dat verschil maar om het bloot leggen van de stijl van heersen.

In Frankrijk wordt dat geaccentueerd door een opperpriesterlijke stijl van bestuur. Er wordt gewaakt dat daar geen verandering in komt, ondermeer door de scholing in chefferies (chef: de baas, de leider). Het is hier dat op een werelds niveau een rooms-katholiek voorbeeld wordt gevolgd met het opleidingsinstituut ENA. De rooms-katholieke kerk kent al eeuwen zijn eigen priesteropleiding en eigen universitaire scholing voor het hoger kader.

Het Romeinse rijk mag dan allang geleden zijn gevallen, via de ‘bemiddeling’ van de kerk vindt men een aantal elementen uit die vervlogen tijd terug, met name die van bestuurlijke aard in de sfeer van het centralisme en het type leiderschap: het hiërarchisch gezagsbeginsel (de hoogste beveelt, de rest volgt; antidemocratische instelling). Het oude Rome kende als hoogste religieuze gezagspositie de pontifex maximus (pontifex = bruggenbouwer). Deze legt verbinding tussen mens en hogere machten (goden). Daarnaast vertolkte hij vaak een politieke rol in het toenmalige openbare leven. De paus (mede afgeleid van papa, vader) heeft als titel ‘plaatsbekleder van Jezus op aarde’. Zo vormt hij de brug tussen hemel en aarde…

De christelijke religie wordt door de leiding van het Romeinse rijk (de keizer), waarvan het verval zich aankondigt, meer en meer geaccepteerd. Tot in 394 na onze jaartelling het christendom de staatgodsdienst van het Romeinse rijk wordt. Daarmee vindt tevens de ‘zondeval van het christendom’ plaats – in ieder geval voor de protestantse hoogleraar theologie, G.J. Heering, die onder deze titel zijn proefschrift schreef (1928). De kerkelijk leider neemt na het verval van het Romeinse rijk de ketterse benaming voor zijn pauselijke positie over: het ponteficaat (regeringsperiode van de paus).

De protestant Thomas Hobbes had vier eeuwen geleden al door wat er zich in die oude tijd voltrok, zo zagen we. Wanneer Legendre zijn gehoor van toekomstige, wereldse hogepriesters van de staat, de ‘énarques’, een prent van de Engelse koning Charles I voorhoudt, vraagt hij hen te letten op de kroon die deze draagt. Het is een christelijk Totem, een kruis. Wat wij staat noemen, blijkt de neef van een totemistische constructie, leert hij hen. Het is een fantoom. Legendre: ‘Anders gezegd, de staat is een fictieve figuur, een morele persoon (een rechtspersoon zullen juristen zeggen), waarin men gelooft’. Dit Totem maakt ons er ook van opmerkzaam dat de monarch zijn soevereiniteit van God verleend krijgt… En God is nog steeds met ons, als men op het randschrift van het huidige Nederlandse twee-euromuntstuk let.

Eenheidsstaat

De staat als fantoom, als geestverschijning, vormt de kring waarbinnen mythes en religie een plaats hebben, waar men rituelen en emblemen onderhoudt. Dat kan lopen van speciale postzegels uitgeven, het volkslied zingen, de nationale vlag hijsen, tot een koningshuis onderhouden. Het betreft allemaal zaken die constitutief zijn voor het geloof in de staat. Het verzorgt de legitimiteit van het bestaan van een overheidsbestel. Dit bestel, kortweg Bestuur genoemd, handelt feitelijk; het betreft voelbare activiteiten. Het loopt van zacht – lenigen sociale nood – tot hard – repressie uitoefenen om de overheidswil door te zetten en om oorlog te voeren. In de loop van de laatste duizend jaren, zijn er heel wat configuraties bedacht over de wijzen van bestuurlijk handelen. Deze configuraties zijn in allerlei staatsdoctrines ondergebracht. Legendre onderscheidt daarin drie periodes (van eind middeleeuwen tot heden).

In het begin gaat het om vooruitgrijpen op wat komen gaat (prefiguratie), zoals de ontwikkeling van de monarchistische soevereiniteit (de hoogste interne macht), waarmee een bestuurlijke monarchie correspondeert met drie rechten voorbehouden aan één instantie, de monarch. Het idee van een concentratie van machten wordt met deze drie rechten operationeel:

  • wetten maken (het idee van de rechtsstaat ontwikkelt zich);
  • toedelen van de publieke machten aan ambten;
  • uitoefenen van functies die gedacht worden aan de staat te behoren.

In de eerste periode is een vooruitgrijpen op de ‘liberale staat’ op te merken. Het liberalisme van met name Engelse denkers gaat zich namelijk laten gelden (filosofen en economen). Al in de 16de eeuw kondigen zich de trekken van de drie essentiële functies van de in het Frans geheten État-gendarme (Politie-staat) aan: leger / rechtspraak / geldzaken (financiën). In zijn boek Publiekrecht wijst de Franse jurist Jean Gomat (1625-1696) als eerste algemene behoefte aan van een mensenmaatschappij: handhaven van de vrede. Dit houdt bij hem in: zich verdedigen tegen vijanden (externe) of rebellerende personen (interne), die de rust willen verstoren.

Zomeruniversiteit Franse Groenen 2015-11-20

Paus

Droge en pauselijke toiletten.

Voor een ecologisch en verantwoordelijk christendom

De Franse liberale econoom Bastiat zal in 1860 dit allemaal herhalen: waken over publieke veiligheid, besturen van het publieke domein, innen van geld. Legendre merkt daarbij op dat het beeld van de gendarme-staat bedrieglijk is: het is een staat die uitermate machtig is. Zijn configuratie is een calculerende organisatie. Hij laat ook zien hoe tijdens de Franse revolutie (1789-1799) het denken van de Verlichtingsfilosofen zijn beslag krijgt. Dat is op te merken bij het rationaliseren van het bestuur, met als gevolg centralisatie. De bestuurlijke almacht van de staat is gediend met een krachtige centralisatie. Tevens is de wil tot uniformeren – ten behoeve van vergroten van doeltreffendheid – aanzienlijk. Weinig verwonderlijk is dat de eenheidsstaatgedachte wordt gezien als de meest geëigende heersvorm.

Deze ontwikkelingen krijgen tegenspel van verschillende oppositionele krachten, waaraan Legendre uitgebreid aandacht besteedt. Zo wijst hij ondermeer (kort) op Proudhon (1809-1865) en het door hem gepropageerde federalistische systeem van maatschappelijk organiseren. Legendre houdt zich echter bezig met het demonstreren hoe ‘het verleden in de toekomst aanwezig’ is. Dit maakt dat zijn focus gericht is op centralisme – een organisatie-element dat met zijn rooms-katholieke stempel, een religieuze betekenis draagt. Een thema als decentralisatie is daarom onbespreekbaar. Wie dat opvoert, raakt in Frankrijk een open zenuw, want zegt hij: dat is een ‘neuralgisch dossier’. Laten we niet vergeten, vervolgt hij, dat het centralisme correspondeert met de traditie van een ‘prebende’ (de inkomsten uit kerkelijke goederen) en dat het verwijst naar het model van het Franse ambtenarendom, vermenigvuldigt met het keurslijf van controles. Het gaat met andere woorden om de instelling van een ‘maatschappij onder toezicht’. Dit wordt met hand en tand verdedigd.

Management

De oppositie tegen het liberalisme in de 18de en 19de eeuw is, wat de socialisten aangaat, er een van kapitalisme versus antikapitalisme. Maar al vanaf de tijd van de Franse revolutie strijdt een deel van die oppositiebeweging met geestdrift voor een gecentraliseerd regiem. Ook al is dus de ideologische oriëntatie verschillend, in feite wordt op hetzelfde gemikt: de absorptie van het individu door de staat. Het is duidelijk dat hier niet de namen vallen van toen levende anarchisten, wel die van Saint-Simon (1760-1825) of Marx (1818-1883). Legendre voert Saint-Simon dan ook op als voorloper van het ‘gegeneraliseerd’ management. Dat is er uiteindelijk gekomen. In de jaren 1960 nadert het Management het toneel. Als het opkomt voert het een ‘koude revolutie’, die blijkbaar de stabiele orde niet verstoort, maar wel de Democratie (wat het ‘democratisch tekort’ gaat heten).

Ten behoeve van de wijze van organiseren in het kader van management maakt de ingenieur zijn opwachting. De invoering van nieuwe bestuurstechnieken heeft als effect dat de oude suprematie van de jurist wordt vernietigd, terwijl de historicus wordt geconfronteerd met de dictatuur van het heden, aldus Legendre. En in dit systeem van heersen heeft de Franse term patronat (de bazen) zijn oude betekenis bewaard van ‘meester van de vrijgelaten slaven’ (de economische ontwikkelingen van hun beider positie – de meesters en de vrijgelaten slaven – komt uitvoerig aan de orde bij de Franse econoom en historicus Eric Stemmelen, La religion des seigneurs, 2010).

Management is een generieke term, die in eerste instantie slaat op de organisatie en het bestuur van de onderneming. Vervolgens gaat het managementdenken ook het bestuur van de staten domineren én het bezet de geesten van mensen, door te infiltreren in het leven van de mensen en dat van gemeenschappen, houdt Legendre zijn lezers voor. Het is ‘gegeneraliseerd’. Welnu, dat management begeleidt de planetaire expansie van de techno-wetenschap-economie. In dat geval wordt men gedwongen een onvermijdelijke consequentie te erkennen. Het betreft die waaraan in de liberale ideologie sacrale energie wordt toegekend, te weten: de markt. Die sacrale energie zit in de ‘invisible hand’, weer een fantoom, die sturend optreedt, als men het gelooft (dat fantoom moet de imperfecte economische vooronderstellingen maskeren). De markt krijgt in het systeem van denken plotseling een verhoogde politieke status. Door het idee te voeden dat die markt soeverein kan functioneren, krijgt het management de kans om traditionele vormen van absolutisme absorberen.

Zomeruniversiteit De Republikeinen 2015

Martel

Eregast Charles Martel [Frans staatsman en militair leider (689-741)]

Het managementdenken sluit wat dat aangaat aan bij wat Verlichtingsfilosofen voorstonden: het Westerse calculerende rationalisme. Een systemische parallelle versie is die van de Sovjet-planificatie. De doorvoering van wat de beide ideeënwerelden leren, heeft met de nodige dwang plaatsgevonden. Aan het management herkent men ook een agressieve trek, gaat Legendre voort. Het is op te merken in de concurrentiële wereld van de algemeen gemaakte liberale economie. In een halve eeuw tijd is het gelukt om het efficiëntiedenken sociaal te idealiseren en is management, aldus Legendre, een vergelijkbare wijze van denken geworden met wat lijkt op een religieuze conversie van de massa.

Managementstaat

Voor het laten functioneren van een maatschappelijk systeem zijn ‘gelovigen’ nodig. Die krijgen totemistische elementen (Gouden koets) en liturgische rituelen voorgeschoteld (Koningsdag met koekhappen en zaklopen). Legendre heeft het hier over de ‘theocratische aankleding’ van het statelijke systeem. Die aankleding moet de geesten van de mensen bewerken ten behoeve van de acceptatie van wat het systeem besluit. In de 21ste eeuw heet dit systeem: managementstaat. Die is ‘kortgesloten’ met de globalisering van de markteconomie.

Als mondiaal systeem werkt het als de organisatie van de rooms-katholieke kerk (de oudste Europese bureaucratie). De klassieke staat kende in zijn definitie ervan altijd het element van de territoriale afbakening. In een gemondialiseerde wereld is die afbakening partieel weggevallen (aan de vreemdelingen- en vluchtelingenproblematiek valt af te leiden, dat de territoriale grenzen nog steeds een dodelijk effect hebben). De techniek van de bestuurlijke organisatie van de rooms-katholieke kerk laat zien hoe het politieke aan het geloof is te onderwerpen. Dat zat al in de middeleeuwse scholastische uitdrukking ‘De Kerk kent geen gebied’.

Het mondiale centralisme van de economie is het, net als de rooms-katholieke kerk, gelukt om te abstraheren van het geografische object (gebied, territoir) en het is net zo antidemocratisch. Voor een verhelderend voorbeeld waaraan Legendre denkt, als het om antidemocratisch en gegeneraliseerd management gaat, verwijst hij naar een Europees verdrag uit 2012. Het gaat om het Europees verdrag van gouvernance in het kader van de Economische en monetaire unie. In het Engels luidt de titel Treaty on stability, coordination and governance.

Zowel in het Engels als het Frans is de term go(u)vernance in gebruik. Deze uit het Engels afkomstige term die binnen het managementdenken is ontwikkeld, drukt naast andere zaken ook uit, dat er buiten de politieke controle om geopereerd kan worden. Dit element wordt in de Nederlandse tekst van het verdrag weggemasseerd. Het woord ‘governance’ is ingewisseld voor het woord ‘bestuur’.

Het verdrag kent nog een ijzersterke bepaling die appelleert aan de hierboven opgevoerde ingenieur en het Westers calculerend rationalisme. De bedoelde formulering treft men aan in artikel 3, eerste lid onder e van het Verdrag. Daar leest men ‘…treedt automatisch een correctiemechanisme in werking’. En dit verdrag is opgesteld door hen die voortdurend roepen dat de maatschappij niet ‘maakbaar’ is. Geeft een dergelijke formulering niet het tegendeel aan? Ontegenzeggelijk spreekt er uit hoe autoritair en antidemocratisch de instelling, zowel van de opstellers als van de mensen, die onder vigeur van dit Verdrag werken. De Nederlandse minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem, leverde daar een staaltje van.

De Griekse econoom en toen nog Griekse minister van Financiën, Yanis Varoufakis werd op enig moment van de onderhandelingstafel geweerd, hoewel ook Griekenland een Verdragslid is. Varoufakis vroeg daarop aan de voorzitter van de Eurogroep, Dijsselbloem, waar en hoe deze weigering juridisch geregeld was. Dijselbloem liet dit uitzoeken. De uitkomst luidde: dat is niet geregeld. Dus (!) stond het de voorzitter vrij te handelen zoals hij goed achtte, meende Dijsselbloem en hij wees Varoufakis de deur (en daarmee ook Griekenland). Zo gaan we met anderen om, straalde Dijsselbloem uit, gelijk potentaten dat al eeuwen doen.

Zomeruniversiteit Medef , het patronat, 2015

Chinees

De Chinees. De mooiste verworvenheid van de mens

Kortsluiting

Waar zal het dictatoriale management op uitdraaien? Die vraag is niet zonder koffiedik kijken te beantwoorden. Waar is dit ergens in de wereld op uitgedraaid? Die vraag is wel te beantwoorden, maar dan moet ik even het boek van Legendre verlaten. Ik wil namelijk wijzen op het ‘model Attali’ dat ik aantrof in het Franse weekblad Marianne van 14-20 augustus 2015. ‘Attali’ staat voor de naam van de Franse econoom en essayist Jacques Attali. Het is een man die van alles verstand heeft en die met alle politieke winden meewaait. Zo was hij raadgever van de socialistische president François Mitterrand (jaren 1980) en later van de rechtse president Nicolas Sarkozy daarna weer van de huidige president François Hollande. Deze zomer verzorgde hij voor de zomeruniversiteit van de club van het Franse patronat (Medef) een programma onder de titel ‘Het minimum salaris is een rem op de duurzame ontwikkeling van ontwikkelingslanden’. Attali verzorgt ook een rubriek in het rechtse weekblad L.Éxpress. Daaraan ontleent Marianne de informatie aangaande het ‘model Attali’.

De rubriek gaat over Singapore, dat als voorbeeld wordt aangedragen door Attali als een geslaagde economie vanwege het hanteren van drie beginselen: de meritocratie, het pragmatisme en de rechtschapenheid. Attali preciseert dat: ‘Wanneer de democratie geen deel uitmaakt van de beginselen en ook al staan de media onder controle van deze verlichte dictatuur, dan nog blijken de inwoners een dergelijk systeem te waarderen. Zij zijn vrij om te vertrekken, maar zij doen dat niet. Zij geven de voorkeur aan de veiligheid die het regiem hun verschaft, boven het genot van de vrijheid, die zij in een democratie zouden vinden’. In dit licht stelt Attali de merkwaardige vraag: ‘Is de democratie echt het beste van alle politieke systemen?’.

Wie Legendre begrepen heeft, beseft dat als we niet oppassen Singapore ons voorland is. Want houdt er rekening mee: de hele meute van ‘schurken zonder grenzen’, heulende politici, postmoderne bestuurskundigen met hun ‘gouvernance’ en neoliberale economen, hebben het antwoord op de slotvraag van Attali wel. Voor dat je het weet is er kortsluiting.

Thom Holterman

LEGENDRE, Pierre, Fantômes de l’État en France. Parcelles d’histoire, Fayard, Paris, 2015, 234 blz., prijs 19 euro.

[Drie cartoons over zomeruniversiteiten overgenomen uit het Franse satirische weekblad Charlie Hebdo nr. 1204-1205, 19 augustus 2015.]

Advertentie
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: