Skip to content

Islamistisch Terrorisme. Een Historische En Socioanalytische Beschouwing

06/12/2015

Denker

In het Franse tijdschrift Vacarme 73 (herfst 2015) is een groot vraaggesprek opgenomen met de psychoanalyticus en docent aan een van de Parijse universiteiten, Fethi Benslama. Hij houdt zich vooral bezig met het analyseren van psychische processen, die een relatie hebben met de islamistische gewelddadigheden die door jihadisten van uiteenlopende soort worden gepleegd. Onlangs verscheen onder zijn redactie nog een bundel getiteld L’Idéal et la cruauté, Subjectivité et politique de la radicalisation (Het ideaal en de wreedheid, Subjectiviteit en politiek van de radicalisering; uitgeverij Lignes,Paris, 2015). Naast een keur van specialistische auteurs op dat vlak opent Fethi Benslama met een bijdrage, die gaat over het ‘Gehavende ideaal en de Surmoslim’. Deze problematiek komt ook ter sprake in de hieronder opgenomen,bewerkte vertaling van het vraaggesprek met Benslama in Vacarme.

In Le Monde van 24 november 2015 trof ik een interessante socioanalytische beschouwing aan van de Franse politicoloog en islamdeskundige, werkzaam als docent aan het Europees Universitair Instituut te Florence (Italië), Olivier Roy. Zijn bijdrage heeft als titel ‘Le djihadisme est une révolte générationnelle et nihiliste’ (Het jihadisme als een generatieconflict en nihilistische opstand). Deze bijdrage sluit direct aan op het betoog van Benslama omdat het de (Franse) jongeren beschrijft, die kennelijk bereid zijn zich te bekeren tot de gewelddadige tak van de islam. Zijn artikel laat ik in een bewerkte vertaling volgen na het betoog van Benslama. [ThH]

Politieke catastrofe

Fethi Benslama

               Fethi Benslama

Benslama wijst erop dat alle mythisch-religieuze teksten, daaronder inbegrepen wereldse religies, geweld soms in extreme vormen goedkeuren. Dat vinden we ook in de islam. Maar zeggen dat de Koran al vanaf de zesde eeuw beveelt handelingen te voltrekken waardoor onder meer de redactie van Charlie Hebdo in januari 2015 is getroffen en andere moorden die recent zijn gepleegd (november 2015, Parijs), is te kort door de bocht. Daarmee wordt niet alleen de moslimreligie gecriminaliseerd, maar er wordt ook het beginsel van de verantwoordelijkheid in ethische, juridische en politieke zin mee weggedrukt.

Vervolgens gaat hij na een vraag uitgebreid in op de geschiedenis van diverse gewelddadige operaties. Hij komt dan uit bij wat hij in het Midden-Oosten ziet als een historisch gevormde politieke catastrofe. Het geweld waarmee we worden geconfronteerd is in zijn ogen het terugkomen van een boemerang waarvan we het vertrek vergeten zijn. Na een periode van militaire expedities van Europese machten en het kolonialisme, volgt er het geweld van de postkoloniale regeringen. Die passen alle mogelijke vormen van onderdrukking, vernedering toe, inbegrepen de afslachting van groepen mensen.

Naast een politieke is ook sprake van een demografische catastrofe in die wereld, waarvan een groot aantal jongeren deel uitmaakt. Daarvan is een aantal in het jihadisme terecht gekomen. Gelijktijdig treft men een arrogante klasse aan die zich op buitensporige wijze heeft verrijkt door middel van corruptie en affairisme, dat wil zeggen scrupuleus zaken doen met multinationals. In dit speelveld is de islam het meest kwaadaardige antwoord geworden op wat bevolkingen onder de genoemde condities is aangedaan. Het verzet heeft zich onder die noemer op verschillende wijzen weten te groeperen, waar alle mogelijke alternatieven de kop zijn ingedrukt door de heersende politieke regimes. Dit vond plaats met toestemming, of zelfs medeplichtigheid, van regeringen van westerse democratische landen.

Alliantie Verenigde Staten en Saoedi-Arabië

De olie is als bekend een belangrijke geopolitieke inzet geweest. In het kader van de alliantie tussen de Verenigde Staten (VS) en Saoedi-Arabië heeft de laatste cart blanche gekregen bij het financieren van islamistische bewegingen, waarbij het wahhabisme verspreid werd. Dit betreft een zeer strenge en agressieve theologische school, die slechts een uiterst klein onderdeel van de islam uitmaakte. Vervolgens hebben we de invasie in Afghanistan gehad, dat het graf voor de USSR werd en de eerste school van het jihadisme opleverde. Die werd gefinancierd en van wapens voorzien door de alliantie tussen de VS en Saoedi-Arabië. Ziedaar hoe de geestdriftige en offergezinde vermogens (het potentieel) van de religie zijn gemobiliseerd om geduchte strijders te ‘fabriceren’.

België in staat van alarm

Pijp

Dit is geen pijp

Materieel, technisch en ideologisch is de omvang van het islamistisch terrorisme een geopolitiek product van de VS en Saoedi-Arabië en het is nu tot ons gekomen als een boemerang. De vernietiging van Irak heeft geleid tot het uiteenvallen van het Irakese leger. Daardoor kwam een half miljoen getrainde soldaten, met hun officieren, op de keien, beschikbaar voor wrekende avonturen. Velen van hen zijn terecht gekomen bij de guerrilla’s tegen de Amerikaanse bezetting in Irak en hebben zich daarna met de ‘Islamitische staat’ (Daech) verenigd. Die is dus niet uit de lucht komen vallen.

Het islamisme, in het bijzonder zijn gewelddadige tak, is het resultaat van een keten van oorzaken en gevolgen in een langlopend proces, dat geen andere naam heeft dan oorlog, totale oorlog: economisch, ideologisch, gewapende oorlog gevoerd tegen bevolkingen. Het is deze oorlog die de mogelijkheid verklaart van het bestaan van de broers Kouachie en niet de islam, aldus Benslama. Dit zo zijnde moet men die keten teruglopen naar een historische gang van zaken. Men komt dan aan bij het begin van de 19de eeuw waar zich een conflict voordoet tussen de islam en de Verlichting. Dat conflict brengt het islamisme tot ontwikkeling als ideologie van de ‘tegen-moderniteit’. Om dat conflict te begrijpen moet verder de geschiedenis in worden gegaan.

De Verlichting en de moslimwereld

Het opduiken van de ‘tegen-moderniteit’ is volgens Benslama het kiemmoment van islamistische theorieën. Vanaf het aan land gaan in Egypte door Napoleon in 1798 voor een dubbelzijdige expeditie, een militaire en een wetenschappelijke, gaat de moslimwereld met de Verlichting kennis maken met behulp van artilleriegeschut. De opstanden tegen de Franse bezetter, die met een civilisatieproject aankomt, geïnspireerd door de Verlichting, worden in naam van de islam gepleegd.

Alle expedities worden als kruistochten ervaren. De 19de eeuw kenmerkt zich vervolgens door de vestiging van een verzet. Dat wordt op wrede wijze bestreden. De kristallisatie van het verzet vindt plaats begin 20ste eeuw met de opheffing van het Kalifaat. Dat markeert het eind van het beginsel van de theologisch-politieke soevereiniteit in de moslimwereld. Dit is nauw verweven met wat er in geheime afspraken tussen Frankrijk en Engeland is neergelegd. Benslama wijst op akkoorden in 1916, die voorzien in een opdeling van het Midden-Oosten die een nieuwe geopolitieke kaart vormen. Het huidige Syrië en Irak worden na de eerste wereldoorlog opgericht. Syrië werd Frans mandaatgebied en Irak kwam onder Brits mandaat. Niet alleen geopolitieke belangen (olie) speelden, maar ook de wapenhandel profiteerde. De ontmanteling van het Ottomaanse rijk verliep aldus van 1918-1923. Het einde van het Kalifaat en de geseculariseerde Turks republiek leidde in 1928 tot de geboorte van de beweging Moslimbroederschap in Egypte, dat onder Brits bestuur stond.

Marianne

De Moslimbroederschap ging niet alleen ijveren voor de heroprichting van het Kalifaat, maar ook voor de invoering van de sharia waarin recht en theologie niet gescheiden zijn. Deze beweging prijst een heropleving van de islam; haar leus was en is: de islam is de oplossing. In diezelfde periode komen er ook moslims voor, die aanhangers van de Verlichting waren geworden. Deze moslims meenden dat bepaalde politieke inzichten van de Verlichting, zoals machtenscheiding en het eind van de absolutie monarchie, te verenigen waren met de islam. De betreffende moslims stonden niet een volstrekte afwezigheid van god voor. Hun politieke toenadering vond plaats binnen een verlichte religie.

Welnu, zegt Benslama, de afschaffing van het Kalifaat in 1924, het eind van het laatste moslimrijk en vooral de creatie van een wereldse staat in Turkije, hebben velen van de moslimaanhangers vrees aangejaagd. De vrees dat dit ook het eind van de islam zou zijn en het doorzetten van het westerse christianiseren van de moslimwereld in de context van koloniale overheersing. In dit kader werd een tegen-Verlichting geboren in de kring van aanhangers van de Verlichting. Dit leidde tot een heftige en kwaadaardige heridentificatie. Ziedaar, zegt Benslama, de geboorte van de theorie van de islamistische, salafistische en jihadistische bewegingen en ziedaar ook het begin van de burgeroorlog tussen moslims onderling. Want de aanhangers van de Verlichting en de hervormers bleven niet met de armen over elkaar zitten.

Zelfdestructie

Het is een proces van radicalisering geworden. Een deel raakt als het ware ‘over de top’. Benslama spreekt over ‘surmusulman’ (overmoslim) als product van de anti-Verlichting beweging (‘roomser dan de paus’). De herstelpogingen van het gehavende ideaal verlopen over een ‘suridentification’ (overidentificatie). Het is niet voldoende moslim te zijn, neen de moslim moet zichtbaar zijn, van zich laten horen, zijn tekenen tonen, de geloofspraktijken vermeerderen, vandaar de sluiers en de baarden. Het moet ook vooral gaan om gerechtigheid eisen. Dit steeds verder opdrijven wordt gedicteerd door een gewelddadige aanspraak van het superego, dat vraagt om meer opoffering, meer zuivering door een ‘auto-immune’ wijze. Benslama bedoelt daarmee het volgende.

Voorkant.Benslama

De verdediging van de islam wordt als een auto-immuun ziekte. De islamisten denken dat de enige oplossing voor de islam is de islam zelf. Dit heeft als prijs het leven opofferen. Gedacht wordt dat de islam ‘overbescherming’ biedt en die gedachte wordt daarmee zelfdestructief. Dit proces is niet specifiek voor de islam: men vindt dit verschijnsel bij alle radicale identiteitsaanspraken. In dat licht is het verschijnsel zelfmoordaanslag daadwerkelijk de zelfopoffering als wapen. De pleger is verzekerd van een overwinning waarin de overwinnaar verdwijnt; hij hecht niet aan het leven zoals wel zijn vijanden. Hij laat een angstaanjagende scene achter: de vernietiging van de menselijke figuur. Hijzelf heeft evenwel zijn vorm teruggevonden, het bovenmenselijke, in het hiernamaals als martelaar, aldus de uitleg van Benslama.

Desastreus generatieconflict

Waar komen de jongeren vandaan die zulke vreselijke, dood en verderf zaaiende, daden plegen? In het begin van het vraaggesprek heeft Benslama al aangegeven dat men moet ophouden met het zeuren over ‘jongeren uit de voorsteden’ en het ‘falen van de integratie’. Benslama meent dat men zich moet afvragen wat er allemaal heeft plaats gevonden in de moslimwereld – zoals hiervoor geschetst – dat er bewegingen hebben kunnen ontstaan, die op geweld aansturen en die dat legitimeren met de teksten van de stichters van de islam of met een bepaalde uitleg van deze teksten. Wie komen daar op af? Wie reageert op het aanbod van die bewegingen om strijder te worden en waarom? Dat is de kwestie.

Mensen moeten een motief hebben om dit te doen; het is niet een zaak van een ‘profiel’ maar van een objectief, politiek, materieel ‘profijt’, aldus Benslama. Dat ‘profijt’ bestaat uit: het zijn van held, wraak nemen, onrechtvaardigheid herstellen, macht uitoefenen, destructieve neigingen bevredigen door ze tot iets hoogs te verheffen, etc. Als het aanbod de aandacht van de kandidaten weet te trekken, dat wil zeggen dat de voorwaarden aanlokkelijk zijn om strijders op te leveren, of men ze nu beschouwt als terroristen en criminelen aan de ene kant of wel als soldaten en helden aan de tegenovergestelde kant. De vraag blijft, waar komen die mensen vandaan?

Een van de mogelijke antwoorden op die vraag wordt in Le Monde van 24 november 2015 verschaft door Olivier Roy, wiens bijdrage hier onder in een bewerkte vertaling is aan te treffen.

Generatieconflict

Olivier Roy

              Olivier Roy

Roy begint er mee op te merken dat de ‘Islamitische staat’, Daech, put uit een reservoir van geradicaliseerde jonge Fransen. Deze zijn, gelet op wat er in het Midden-Oosten gebeurt, al in verzet en zoeken naar een oorzaak, een label, een groot verhaal om er de bloedige handtekening van hun persoonlijke opstand op te zetten. Het neerslaan van Daech zal niets aan die opstand veranderen.

De aansluiting van deze jongeren bij Daech is opportunistisch: gisteren waren ze bij Al Qaeda, eergisteren (1995), namen ze deel aan de Algerijnse Islamitische terreurbeweging GIA of bedreven zij hun kleine individuele nomadische jihad in Bosnië, Afghanistan of Tsjetsjenië. En morgen zullen ze vechten onder een andere vlag, tenzij ‘gedood in actie’, de gevorderde leeftijd of de ontgoocheling leidt tot het verlaten van de gelederen zoals dat het geval was met leden van ultra-links in de jaren 1970.

In dat historisch stramien ziet Roy geen derde, vierde of volgende generatie jihadisten. Sinds 1996, betoogt hij, worden we geconfronteerd met een stabiel fenomeen: de radicalisering van twee groepen jonge Fransen, te weten ‘tweede generatie’ moslims en bekeerlingen van ‘eigen bodem’ waarvan het aantal met de tijd stijgt. Het grootste probleem voor Frankrijk is dus niet het kalifaat in de Syrische woestijn, dat uiteindelijk vroeg of laat als een luchtspiegeling zal verdwijnen om een nachtmerrie achter te laten. Het probleem is de opstand van deze jongeren. En het echte vraagstuk om er achter te komen of deze jongeren de voorhoede zijn van een komende oorlog of in tegendeel de mislukkelingen van een opwelling in de geschiedenis. Want, zo benadrukt Roy, deze jonge radicalen waren al geïdentificeerd! Alle terroristen die tot actie overgingen, stonden al in de Franse politieregisters met een notering omtrent de gevaarlijkheid van de persoon.

Islamisering van radicalisme

Gelet op de samenstelling van de groepen is de vraag waarom bekeerden die nooit geleden hebben van racisme plotseling de vernedering willen wreken die moslims hebben ondergaan? Vooral omdat veel bekeerden van het Franse platteland komen en weinig reden hebben om zich te identificeren met een moslimgemeenschap, die voor hen slechts een virtueel bestaan ​heeft. Kortom, dit is niet de ‘opstand van de islam’ of die van ‘de moslims’, maar een specifiek probleem met betrekking tot twee categorieën van jongeren, in meerderheid oorspronkelijk afkomstig uit immigratie, maar ook Frans van ‘eigen bodem’ . Het gaat dan ook niet om radicalisering van de islam, maar om islamisering van radicaliteit.

Bar

Terug naar normaal

Wat hebben de ‘tweede generatie’ en de bekeerden gemeenschappelijk, vraagt Roy zich af. Het gaat vooraleerst om een generatieconflict: beide groepen breken met hun ouders, of meer precies wat hun ouders vertegenwoordigen op het gebied van cultuur en religie. De ‘tweede generatie’ hangt de islam van hun ouders niet aan. Ze zijn westers geworden, ze spreken beter Frans dan hun ouders. Allen hebben de jeugdcultuur van hun generatie gedeeld, zij hebben alcohol gedronken, shit gerookt, meisjes versierd. Een groot deel van hen heeft de gevangenis van binnen gezien. En dan op een dag, bekeren zij zich tot de salafistische islam, dat wil zeggen, een islam die het bestaande cultuurconcept verwerpt en hen in staat stelt zichzelf om te vormen. Want ze willen niet de cultuur van hun ouders noch de ‘Westerse’ cultuur die symbolen van hun zelfhaat zijn geworden.

Het verbreken van de band

De bekeerden omarmen per definitie de ‘zuivere’ religie; in het culturele compromis zijn zij niet geïnteresseerd. Zij vinden hier de tweede generatie die zelf de band verbrak met de islam. Er is sprake van een keten van breuken aldus Roy: de generatiekloof, de culturele en politieke kloof. Kortom, er is geen enkele aansluiting mogelijk met een ‘gematigde islam’. Het is de radicaliteit die per definitie trekt. Het salafisme is niet alleen een kwestie van islamistische geloofsprediking gefinancierd door Saoedi-Arabië, het is het juiste product voor de jongeren die de band met alles verbroken hebben. Kortom, verre van een symbool van de radicalisering van de moslimbevolking, brengen de jihadisten de generatiekloof tot ontploffing, dat wil zeggen eenvoudigweg de familie.

In de situatie van de verbroken band met de familie houden de jihadisten zich ook in de marge van moslimgemeenschappen op. Bijna nooit dragen zij een geschiedenis van vroomheid en religieuze praktijk met zich, integendeel. Roy valt op dat artikelen van journalisten op dit punt verrassend gelijk aan elkaar zijn. Na elke aanslag informeren zij zich in de omgeving van de moordenaar en overal is er sprake van een ‘verrassingseffect’ waaruit onbegrip spreekt: ‘Het was een aardige vent’ (of een variant ervan). ‘Hij praktiseerde niet, hij dronk, hij rookte joints, hij ging met meisjes om … Oh ja, het is waar, een paar maanden geleden veranderde hij op een vreemde manier, hij liet zijn baard staan en begon ons te bestoken met religie…’.

Het vervolg van dit patroon is ook bekend. Dat bekeerden zich born again voelen willen zij laten weten, want gemeenlijk getuigen zij van hun nieuwe overtuiging op Facebook. Ze tonen vervolgens hun nieuwe, almachtige ik, hun verlangen naar wraak om hun frustratie, naar het genot van de nieuwe absolute macht aan hen gegeven door hun bereidheid om te doden en hun fascinatie met hun eigen dood. Het geweld dat zij aanhangen is een modern geweld, zij doden zoals massamoordenaars in Amerika doen of zoals Breivik in Noorwegen deed, ijzig en kalm. Nihilisme en hoogmoed zijn hier diep met elkaar verbonden, aldus Roy.

Hun radicalisering vindt plaats rond een denkbeeldige held, het geweld en de dood, niet de sharia of utopie. In Syrië voeren zij alleen oorlog: geen van hen integreert zich of is geïnteresseerd in het maatschappelijk leven. Zij kunnen zich bedienen van seksslavinnen of via internet een bruid zoeken omdat ze geen sociale integratie in islamitische samenleving kennen, die zij beweren te verdedigen. Ze zijn eerder nihilist dan utopist.

Barbu

De regionale verkiezingen in Frankrijk interesseert niemand.

Jawel !

Desinteresse in de theologie

Geen van hen heeft een serieuze religieuze studie gedaan. Niemand is geïnteresseerd in theologie, of zelfs niet in de aard van de jihad of die van de islamitische staat. Ze zijn geradicaliseerd rond een kleine groep ‘vrienden’, die zij op een bepaalde plaats hebben ontmoet (wijk, gevangenis, sportclub); ze bouwen aldus opnieuw een ‘familie’ op, een broederschap, een cel. Er is een belangrijk schema dat naar Roy meent nog niemand heeft bestudeerd: broederschap is vaak biologisch. Men komt regelmatig biologische broers tegen, die samen tot actie komen (de broers Kouachi en Abdeslam, Abdelhamid Abaaoud die zijn kleine broertje ‘ontvoerde’). Het is alsof er mee tot uitdrukking moet komen, dat het gebroederlijk radicaliseren (zusters inbegrepen) een manier is om de generatiedimensie ervan te benadrukken en te breken met de ouders. De cel probeert emotionele banden te creëren tussen haar leden; men trouwt vaak met de zus van zijn ‘broeder in wapens’.

Jihadistische cellen lijken niet op die van radicale bewegingen van marxistische of nationalistische inspiratie (de Algerijnse FLN, de IRA, de ETA, etc.). Op basis van persoonlijke relaties zijn de cellen ongevoeliger voor (politie)infiltratie. Naar de zienswijze van Roy zijn terroristen dus niet de uitdrukking van een radicalisering van de moslimbevolking, maar weerspiegelen een generatieconflict, dat een specifieke categorie van jongeren raakt.

Waarom de islam? Voor de tweede generatie is het duidelijk: ze hernemen voor hun eigen rekening de identiteit aan van hun ouders, die in hun ogen de islam hebben verkwanseld. Zij tonen zich daarmee ‘meer moslim dan moslim’ te zijn, in het bijzonder ten opzichte van wat hun ouders aangaat. De energie die zij er in steken hun ouders te bekeren (tevergeefs) is opmerkelijk. Het laat tevens zien hoe zeer ze op een andere planeet leven (alle ouders hebben een verhaal daaromtrent). Als bekeerden kiezen zij voor de islam, want die is de enige op de ‘markt’ van radicale opstand. Zij kiezen dan voor aansluiting bij Daech, omdat het de zekerheid levert om te terroriseren, zo besluit Roy zijn artikel.

[bewerkte vertalingen Thom Holterman]

[Beeldmateriaal ontleend aan het Franse weekblad Marianne van 27 november-3 december 2015.]

Aanvulling

Wie zich afvraagt hoe het onder meer komt, dat de Islamistische staat (Daech) financieel stand kan houden, leze de Engelstalige informatie over de olieverkoop op de site Moon of Alabama. De erkenning is er dat ondermeer Daech zich weet te financieren, anders zou daar geen topconferentie over belegd hoeven te worden…

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s