Skip to content

Situationistische Internationale. Van Artistieke Tot Politieke Kritiek

27/12/2015

IS.blad

De Franse socioloog Éric Brun heeft zich in zijn proefschrift Les situationistes, Une avant-garde totale (1950-1972) gewaagd aan het schrijven van een sociologie van de situationistische beweging. Het oordeel of hij in die opzet is geslaagd, laat ik over aan meer bevoegden op het terrein van de sociologie. Hier is interessant om te zien of het boek ook voor niet sociologen weet te beschrijven waarmee de situationisten bezig waren. Dat daarbij Guy Debord (1931-1994) in het centrum van de belangstelling staat, is niet vreemd omdat hij als grondlegger van die beweging is te beschouwen.

In een andere publicatie, een artikel in de catalogus bij de expositie ‘Guy Debord, Un art de la guerre’ (Nationale bibliotheek, Parijs, 2013) heeft Brun zich afgevraagd of Guy Debord een socioloog was gelet op zijn wijze van denken, handelen en schrijven. Als Debord socioloog is te noemen, dan zou het volgens Brun mogelijk moeten zijn de situationistische beweging als een sociologische ‘stroming’ te beschrijven. Alvorens ik aan de bespreking van het boek toekom, zal ik daarom eerst aan zijn bijdrage in de catalogus aandacht besteden.

Debord socioloog?

Guy Debord

            Guy Debord

Debord heeft aldus Brun met sociologen een punt gemeen. Ook hij produceert betogen over de sociale wereld, over de druk die daarvan uitgaat en zijn veranderingen. Dat is nauwelijks vreemd te noemen als wordt bedacht, dat hij beroep doet, vanaf 1954-1955, op theoretische elementen afkomstig uit het marxisme, zoals het concept van de sociale klasse. Verder merkt Brun op dat de bijdragen van Debord verschillende analyses omvatten die een echo betreffen, gewild of niet, van wat sociologen bezighoudt. Echter, omdat er geen omschrijving van een uniforme sociologie voor elke tijd en elke plaats bestaat, heeft het volgens Brun weinig zin om uit te maken of Debord gekwalificeerd kan worden als socioloog.

Aan de ene kant is vast te stellen dat Debord zich beroept op een aantal producties van sociologen. Aan de andere kant doet hij, zeker als het om voorspellingen gaat, geen moeite om zijn interpretatie van sociale feiten te onderbouwen vanuit een methodologische procedure van observatie van die feiten. De situationistische theorie wordt daarmee, naar Brun’s inzicht, tenslotte een politieke voorspelling. Het is een middel tot mobilisatie die erop is gericht een bijzonder type van arbeidersverzet uit te lokken, door een geloof op te wekken in zijn mogelijkheid en wenselijkheid.

Daarmee bevindt de theorie zich buiten de wetenschappelijke perken zoals die door en voor sociologen zijn geconstrueerd. Debord is dus geen socioloog en wat voor Brun rest is het schrijven van een sociologie van de situationistische beweging. Dat is wat hij vervolgens heeft gedaan in zijn hierboven genoemde proefschrift. Hieronder ga ik nu op dit boek in.

Opzet van het boek

Voorkant.Brun

Gelet op zijn aandacht voor wetenschappelijke uitgangspunten, is te verwachten dat Brun daar uitgebreid op in gaat. Dit is niet geval (wat kan liggen aan het feit dat het een handelseditie betreft). Wel legt hij uit dat hij werkt binnen de lijnen uitgezet door de grote Franse socioloog Pierre Bourdieu (1930-2002). Wat de lezer vervolgens gepresenteerd krijgt, is een gedetailleerde beschrijving van het denken van Guy Debord en van de ontwikkelingen binnen de groep van situationisten (die in aantal steeds beperkt is gebleven en, mede door voortdurende uitsluitingen, wisselend van samenstelling was). Brun heeft voor de verwerking van al die gegevens het boek opgedeeld in vier delen, die elk met een bepaalde periode samenvallen.

Het eerste deel houdt zich bezig met het zoeken naar de eerste sporen van de situationistische plaatsbepaling. Die bevinden zich in het surrealisme en het lettrisme (van het Franse woord lettre, ‘letter’; naar uitingsvorm verwant met Dada). Onder invloed van Guy Debord die Isodore Isou, de oprichter ervan, aan de kant schoof, wordt dit in 1952 de ‘Internationale lettriste’ (IL). In dit deel zoekt Brun ook naar sporen van Debord in de eerste jaren van na de Tweede Wereldoorlog. Het tweede deel analyseert dan de wijze waarop de situationisten positie kiezen op het vlak van de artistieke creatie en de politiek. Het betreft het tijdvak tussen de oprichting van IL (1952) en de eerste jaren van de ‘Internationale situationniste’ (IS) in 1957.

Het derde deel beschrijft de opname van de situationistische beweging tussen 1956-1962 in avant-gardistische artistieke milieus. Hier komt ook het keerpunt aan de orde waar Debord het artistieke verlaat om zich op het politieke te richten. Dit is een problematiek die in het vierde deel wordt uitgewerkt. Het is de periode die loopt tot 1972, het jaar waarin IS zichzelf opheft.

De situationisten

Het is vooral de periode vanaf 1962 die ik zelf het interessants vind. Het is de periode dat de situationisten nadrukkelijk hun houding gaan bepalen ten opzichte van het kapitalisme (verwerping ervan) en het activisme (aansturend maar niet leidend). Hier zijn ook, zonder dat de situationisten zich daarop beroepen, anarchistische elementen te ontdekken.

Het begrip ‘situatie’ verschijnt in het mede door Debord geformuleerde Manifeste pour une construction de situations (1953). Het wordt het situationistische programma van de IL. De term ‘Internationale’ heeft vooral tot doel, zoals Brun uitlegt, om indruk te maken met een symbolische macht. Het lijkt een uitgebreide, nationale grenzen overschrijdende beweging te zijn (er raken ook kunstenaars van buiten Frankrijk betrokken bij de beweging). Tegelijk bevat het een politieke verwijzing naar de arbeiders-Internationale…

internationale_lettriste

Overigens is die beweging ook grensafschaffend te noemen, omdat er afscheid van de traditionele literaire beweging wordt genomen en tegelijk van de artistieke in het algemeen, waaronder de architectuur. Kunst is het leven zelf – het moet met elkaar vervloeien tot ‘dagelijks leven’. Als de beweging zich warm loopt om het literaire te verlaten, wordt in 1957 de ‘Internationale situationniste’ opgericht. Dat wordt kenbaar met de wisseling van ‘lettriste’ door ‘situationniste’.

De situaties waarin wij leven zijn voorgegeven. Het zijn constructies van voorgaande generaties. Het genoemde ‘Manifest’ roept op zich daar tegen te verzetten door het inrichten van nieuwe situaties. De constructie van nieuwe kaders gaat voor alles (de Nederlandse architect en beeldend kunstenaar Constant met zijn ‘Nieuw Babylon’ zal hier een rol gaan spelen, evenals de Franse socioloog Henri Lefebvre). Om de ermee samenhangende (sociaal-maatschappelijke) veranderingen voor te bereiden, dienen ‘ontregelende situaties’ voor alle momenten bedacht te worden. Een dergelijke ‘instelling’ (attitude) is bruikbaar binnen zeer uiteenlopende maatschappelijke sectoren of het nu gaat om de artistieke of de politieke sector.

Libertair-situationisten?

Het is niet vreemd hier iets ‘anarchistisch’ in te zien. Brun viel dat ook op. Hij wijst erop dat men in 1953 binnen de kring van lettristen-internationaal zich vooral aangetrokken lijkt te voelen door het anarchisme (daarmee surrealisten volgend die eind 1951 er al uiting aan gaven). Aan een van zijn kompanen schrijft Debord over hun project: ‘De grondslagen van anarcho-lettrisme naar neigingen van libertaire situationisten worden helder’ (Brun citeert een brief uit november 1953). Dit is niet verder onder die benaming uitgewerkt.

Opgemerkt kan worden dat andersom in het anarchistische tijdschrift Monde libertaire in de tweede helft van de jaren 1960, uiting wordt gegeven welwillendheid tegenover een aantal opvattingen van de situationisten te staan. Brun bespreekt sommige elementen van de discussie in die kringen. Dit leert dat het type kritiek op de bestaande maatschappij een wederzijdse herkenning oplevert.

De moderne kapitalistische productiewijze wordt binnen de theorie van het spektakel door Debord begrepen als een systeem waarin de behoeften zijn gedetermineerd in de logica van de handelswaar zelf. Dat gebeurt buiten de individuen om en de handelswaar wordt opgedrongen aan deze individuen in de vorm van pseudo-behoeften. Het blijven behoeften zonder dat er ooit naar is verlangd, aldus Debord in 1960 (geciteerd bij Brun). De handelswaar heeft geen andere waarde dan om een plaats in de sociale hiërarchie te verzekeren. Later zal Debord zijn zienswijze uitwerken in zijn boek De spektakelmaatschappij

De wederzijdse herkenning is ook mogelijk waar het om de aandacht voor de constructie van situaties gaat. Brun beschrijft die problematiek geheel van uit zijn optiek als socioloog. Dat is vanzelfsprekend en hij doet dat gedetailleerd. Ik ga hier een stap verder door te associëren met wat bij de Duitse libertair Gustav Landauer (1870-1919) is aan te treffen.

Gusfav Landauer

         Gusfav Landauer

We zagen dat bij de situationisten de constructie van situaties moet leiden tot vervanging van bestaande situaties met als politiek doel: maatschappijverandering. Begin vorige eeuw vroeg Landauer zich al af hoe men tot een andere maatschappij kon komen. Beginnen schreef hij, onder negatie van de staat. Die vatte hij op vanuit het idee, dat de staat een bepaalde wijze van verhouden is van mensen tot elkaar (piramidaal, verticaal). Men vernietigt die staat door andere verhoudingen aan te gaan, dus door zich anders tot elkaar te gaan verhouden (netwerk, horizontaal), waarbij men andere situaties dan de bestaande ontwikkelt (Beginnen, Aufsätzen über Sozialismus, Hilversum, 1977, herdruk, p. 53). Het maakt op dit punt Landauer tot situationist avant la lettre.

Hoe zeer dit situationistische element al heel lang in de anarchistische optiek verwerkt zit, blijkt ook uit het volgende. Brun bespreekt op een aantal plaatsen in zijn boek op welke wijze Guy Debord zijn leiderschap uitoefende en welke opvatting over de ‘revolutionaire groep’, waarvan hij deel uitmaakte, werd gehuldigd. Mij viel daarbij het volgende op.

IS.blad

De revolutionaire groep is beperkt in het aantal mensen die ze omvat. Bovendien worden die mensen onderling als gelijken in capaciteiten gezien, waarbij er een akkoord is over de doelen en acties. Brun laat zien dat deze groep géén avant-garde is in de leninistische zin die aan de arbeidersklasse leiding geeft. Debord wilde geen ‘volgelingen’. Het moet gaan om een intern functioneren die elke hiërarchie uitsluit en die creatieve emancipatie van individuen in hun dagelijks leven cultiveert. De groep is ook niet uit op ‘activisme’. Het gaat eerder om het voorbeeld geven van een nieuwe levensstijl, een nieuwe passie. Ze laat dus na te streven naar verhoging van het aantal aanhangers van de organisatie en concentreert zich op de capaciteit van hen om te breken met de oude politiek. De situationistische groep is dan ook nooit groot geweest (rond 60 à 70 personen).

Debord wijst dus het leninistische idee van de avant-garde af. Hij ziet de groep meer in de sfeer van de revolutionaire actie als ‘propaganda van de daad’ – zo geeft Brun in die woorden aan. Daarbij wijst hij erop dat dit niet bedoeld is in de zin van terrorisme, maar in de zin van voorbeeld van anders leven. Daarmee zijn we enerzijds terug bij Landauer, maar in feite ook bij de Russische anarchist Michael Bakoenin (1814-1876).

De laatste voelde zich rond 1872-1873 uitgedaagd een interpretatie te geven van de doelstelling van de antiautoritaire Internationale (opgericht 1872) die verwees naar ‘propaganda van de daad’. De Italiaanse anarchistische sectie vertaalde dat met insurrectionalisme (opstanden uitlokken om de bevolking op te wekken tot verzet over te gaan). Bakoenin wees het insurrectionalisme af waar hij aangaf, dat de Internationale met ‘propaganda van de daad’ bedoelde: naast stakingen ondersteunen en weerstandskassen creëren, netwerken van consumptiecoöperaties, scholen, bibliotheken, onderwijsinstellingen organiseren (ontleend aan René Berthier).

Genie

Als u denkt een genie te zijn of als u meent slechts te beschikken over een uitmuntende intelligentie, meldt u zich dan bij de Internationele lettriste.

‘Op afstand’

Brun besteedt geen aandacht aan dit soort associaties en overwegingen. Dat is hem niet kwalijk te nemen, want het was ook niet de opdracht die hij zichzelf had gegeven. Hij heeft vooral een sociologische analyse van de situationistische beweging willen schrijven. Met gedetailleerde beschrijvingen is hij vooral binnen die beweging gebleven en heeft hij verschillende inzichten van situationisten, met name die van Guy Debord, tegen elkaar afgewogen. Ook heeft hij dit in relatie gebracht met personen, tijdschriften of bewegingen waar de situationisten zich tegen afzetten na eerst contact ermee te hebben gezocht – zoals met Socialisme ou barbarie. Door zijn instelling als socioloog heeft Brun een tekst op afstand geproduceerd, informatief en niet idolaat.

BRUN, Éric, Les Situationnistes, Une avant-garde totale, CNRS Éditions, 2014, Paris, 451 blz., prijs 25 euro.

Aanvulling

Op deze site is een aantal boeken besproken over de situationistische beweging en Guy Debord, waaronder over de situationistische beweging en de voortzetting ervan, klik HIER; een biografie over Guy Debord, klik HIER. Zie ook het vraaggesprek met de Belgische maatschappijcriticus en situationist Raoul Vaneigem over zijn jarenlange medewerking aan die beweging en zijn samenwerking met Guy Debord; klik HIER.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s