Skip to content

Feminisme. Over Vrouwenemancipatie, Hiërarchische En Patriarchale Verhoudingen

07/02/2016

Strijd.fem

Feminisme is een verzamelterm voor maatschappelijke en politieke stromingen en bewegingen die vrouwenemancipatie nastreven (juridisch en feitelijk). Dit geschiedt veelal in het licht van ongelijke machtsverhoudingen tussen mannen en vrouwen, maar de kern zit dieper, namelijk in een civilisatie doordrenkt van patriarchale verhoudingen. De beweging is al van oude datum en kent een aantal oplevingen die met de aquatische (aqua = water) term ‘golf’ wordt aangeduid. Daarmee lijkt het om een fysiologisch verschijnsel te gaan, terwijl het een cultureel bepaald verschijnsel behelst.

De hier verwoorde omschrijving van het feminisme is ruim. De literatuur erover is overstelpend. Men vindt beschrijvingen naar soort, periode, belangrijkheid van vrouwelijke auteurs en activistes, etc. De Franse oud-docente hedendaagse geschiedenis van de Parijse universiteit-VIII, Michèle Riot-Sarcey heeft de geschiedenis ervan in Frankrijk beschreven onder de titel Histoire du féminisme. Onlangs verscheen de derde druk.

Voorkant.Femin

Geschiedenis

In tegenstelling tot wat de titel wellicht doet vermoeden, gaat het niet om een lijvig boekwerk. Het is een beknopte weergave van het parcours van het Franse feminisme. Evenwel, de behandeling is breed opgesteld. Herhaaldelijk is herkenbaar dat het feminisme landsgrenzen overschrijdend is, wanneer men op de thematiek en de argumentatie let. Michèle Riot-Sarcey heeft dat goed ingezien. Waar mogelijk of nodig wijst zij bijvoorbeeld ook op niet Franse teksten. Zo komt zij te spreken over de Franse pamflettiste en activiste Olympe de Gouges die in 1791 de Déclaration des droits de la femme et de la citoyenne publiceert (Verklaring van de rechten van de vrouw en de burgeres). Zij vergeet dan niet mede te wijzen op de tekst van de Engelse feministe Mary Wollstonecraft getiteld A Vindication of the Rights of Women: with Structures on Political and Moral subjects (uitgekomen in 1792).

In dit soort teksten wordt de universaliteit van de mensenrechten benadrukt, zoals de voor een ieder (mannen en vrouwen) gelijk geldende burgerlijke en religieuze vrijheid. Riot-Sarcey gaat op deze problematiek met een historisch-thematische benadering in. Hoewel die benadering vooral op de Franse ontwikkelingen wordt afgezet, loopt de thematiek (en de argumentatie die erbij gebruikt wordt) gelijk op met wat op dit vlak in andere landen aan de orde is. Ook het thema is universeel: vrijheid en gelijkheid voor een ieder impliceert een gelding ongeacht de sekse.

De thematiek is uitgebreider: (a) formele gelijkheid tussen seksen hoort ook materiële gelijkheid te betekenen en (b) bestrijden van dominantie van de man over de vrouw hoort bestrijding te betekenen van elke vorm van dominantie. Dit laatste houdt in dat alle hiërarchische en patriarchale relaties opgeheven dienen te worden. Dit maakt het programma van het feminisme breder dan alleen ‘vrouwenemancipatie’, reden om te spreken over ‘integraal feminisme’. Ook spreekt men wel over een ‘intersectionele benadering’. Het gaat dan over feministische analyses van machtsrelaties, uitgestrekt over andere dominantie-verhoudingen dan alleen de man/vrouw verhouding (machtsrelaties van verschillende soort, zoals gender, ras en sekse). Die verhoudingen worden dan kruislings bloot gelegd om op die wijze, zoals Riot-Sarcey uitlegt, vormen van dominantie te kunnen kritiseren die zich binnen sociale klassen opstapelen. Met deze verwijzing zitten we aan het eind van de periode van twee honderd jaar feminisme, te weten in het heden. Terug nu naar rond 1800.

Mary.Wollstonecraft.Postz

Hoewel Riot-Sarcey de geschiedenis van het feminisme rond dat moment laat beginnen, weet zij natuurlijk ook wel, dat het idee van gelijkheid tussen mannen en vrouwen veel ouder is. Zo wijst zij op het bestaan van teksten hierover uit de veertiende eeuw. Maar om het soort strijd en de argumentatie daarbij gebruikt, overzichtelijk te houden opent zij met de periode van de Franse revolutie (1789). Die periode laat zij eindigen in een volgende Franse revolutionaire periode (1848). Omdat zij de sociaal-maatschappelijke bewegingen volgt, laat zij de lange mars – zoals zij die noemt – van het feminisme plaatsvinden in het tijdvak 1860-1918. Argumentaties voor en tegen vrouwenemancipatie zijn dan te combineren met de ontwikkelingen op het vlak van het vrouwenkiesrecht (waarbij dat zich mengt met het persoonlijke recht op eigendom en het zelfstandige recht op echtscheiding) en van de arbeidersbeweging (géén vrouwen in het arbeidsproces laten deelnemen, want zij nemen ‘onze’ (mannen) arbeidsplaatsen in). En bijvoorbeeld aan het einde van de Eerste wereldoorlog, die miljoenen mensen het leven kostte, wordt moederschap weer verheven tot de uitdaging van elke vrouw gelet op de dan heersende ideologie.

Riot-Sarcey behandelt nog drie opvolgende periodes waar telkens wel enkele stappen voorwaarts worden gezet wat de vrouwenemancipatie aangaat, maar ook weer een stap terug is op te merken (zoals na de Tweede wereldoorlog opnieuw het benadrukken van het moederschap als ideaal voor de vrouw). Haar boek eindigt met het hoofdstuk getiteld ‘Van de bevrijding van de vrouwen tot het komende feminisme’. De strijd is dus nog niet gestreden.

Universaliteit

Michèle Riot-Carcey verwerkt een veelheid van detailinformatie waaraan ik hier voorbij ga. Daarentegen zal ik vanuit haar tekst twee clusters van argumentatie opzetten. Het ene cluster is er opgericht de vrouw op de plaats te houden die haar altijd is toebedeeld: het moederschap en het runnen van het huishouden. Het betreft het hiërarchie-cluster (legitimeren van ongelijkheid en het patriarchaat). Het ander cluster staat daar lijnrecht tegenover, dat ik het symmetrie-cluster noem. Om een idee van de inhoud van beide argumentatieclusters te krijgen is het dienstig, zoals ook Riot-Sarcey doet, terug te gaan naar de periode van de Franse revolutie.

Het valt dan op dat wel het feodale stelsel wordt afgeschaft, maar niet allerhande overige hiërarchisch-patriarchale structuren. Dat gebeurde alleen al niet omdat het opkomende industriële kapitalisme haar immanente structuur continueerde: de patroon/knecht verhouding die op maatschappelijk vlak resulteerde in de klassenverhouding Kapitaal/Arbeid. Evenmin sneuvelde de patriarchaal ingerichte gezinsstructuur, die een perfecte leerschool – het gezin – in stand hield om die structuur te internaliseren…

Deze traditionele gezinsstructuur bevestigt de natuurlijke oorsprong van het verschil tussen mannen en vrouwen. De Franse historicus en liberale politicus François Guizot (1787-1874), door Riot-Sarcey geciteerd, spreekt in 1820 het volgende uit: ‘Het huwelijk bereidt het bestuur van het gezin voor en voert naar de sociale orde; het bouwt aan de eerste laag van de noodzakelijke vorm van de onderwerping. De vader is de leider door zijn kracht; de moeder is de bemiddelaarster met haar zachtheid en door de overreding; de kinderen zijn onderworpen en worden later op hun beurt leider. Wel, ziehier de grondvorm van alle bestuur’.

Dezelfde Franse revolutie opent ook de ogen voor het idee van de gelijkheid en vrijheid voor allen. Dat idee mobiliseert de vrouwenstrijd. Een aantal vrouwen – Riot-Sarcey noemt een aantal van hen – dagen de pretentie uit die in het gelijkheids- en vrijheidsidee voor allen ligt. Zij zijn zich bewust van de kloof die gaapt tussen de universaliteit van de geproclameerde beginselen in 1789 en de realiteit van de uitsluiting van vrouwen. Al in 1794 blijkt dat het helemaal niet de bedoeling was inclusief vrouwen te denken: vrouwen worden gesommeerd de parlementsbanken te verlaten. In 1797 wordt door de machthebbers de gezinshiërarchie herstelt als model van ‘goed bestuur’ (wat in de woorden van Guizot uit1820 door hem wordt herhaald, zo zagen we).

Olympe_de_gouges

De term burger verwijst naar drager van politieke rechten. Zulke rechten geef je niet aan jonge kinderen, aan bedienden en dienstboden in het gezin, dus ook niet aan vrouwen. Die zijn geen ‘echte’ burgers. De claim die Olympe de Gouges (1748-1793) legt met haar Verklaring van de rechten van de vrouw en de burgeres (1791), had dus een volle politieke lading (burger/burgeres). Deze activiste bleef aandringen: ‘De vrouw heeft het recht het schavot te beklimmen, zij moet ook het recht hebben om het parlementaire spreekgestoelte te bestijgen’. Zij zou uiteindelijk haar hoofd verliezen door met name Robespierre te tarten. Ze werd ervan verdacht de ‘republikeinse zaak’ in gevaar te brengen en in 1793 werd zij tot de guillotine veroordeeld.

Wat overbleef was dat de universaliteit van de rechten van de mens alleen voor mannen gold: het patriarchaat bleef gehandhaafd en daarmee eveneens de ‘monarchale structuur’ van de maatschappelijke organisatie. Die structuur is principieel hiërarchiek. Een symmetrie van mannen en vrouwen is onbereikbaar geworden. Dit wordt beargumenteerd vanuit de uniekheid van het moederschap van de vrouw. Het hele stelsel kan dus worden gelegitimeerd met een verwijzing naar de ‘natuurlijke orde’ (de natuur heeft gewild dat alleen vrouwen kinderen kunnen baren). Dit is de kern van de argumentatie te vinden in het hierarchie-cluster en die door de kerk wordt gesanctioneerd (heilig verklaard).

In het Frankrijk van toen was daarbij met name de rooms-katholieke kerk actief. Twee honderd jaar later zien we precies dezelfde argumentatie terug in islamistische kring. Naar aanleiding van de ‘Keulse affaire’ (Oud en nieuw 2016) rond de aanranding en het bestelen van vrouwen onder aanvoering van islamisten. De achtergrond ervan is de weerspiegeling van het instellen van een morele, patriarchale orde om de omtrekken van de vrijheid van vrouwen te beperken overeenkomstig hun ‘gewijde’ rol, hun rol als echtgenote en moeder, hoedster van het huislijk leven, terwijl de mannen bezig zijn de wereld te veroveren (Le Monde van 15 januari 2016).

In allerlei variaties is vanuit die kern twee honderd jaar gedacht en gehandeld, zoals Riot-Sarcey laat zien in haar Geschiedenis van het feminisme. Daarbij heeft, zo vul ik aan, de religie een hoop ellende bezorgd. De strijd daartegen is nog lang niet ten einde waar valt op te merken dat vanuit streng rooms-katholieke hoek (in Frankrijk) en andere vormen van religie-ellende (Verenigde Staten) aangevuld met de patriarchale codes van de charia door de islamisten, telkens weer getracht wordt aan de westerse vrijheidscultuur afbreuk te doen.

Symmetrie

I. Hiërarchie

              I. Hiërarchie

Waar er sprake is van het laten voortduren van ongelijkheid, gaat her erom de geleverde argumentatie ervoor onder uit te halen. Als de kern ervoor in het patriarchaat, dus in een hiërarchieke structuur ligt, dan is die voor te stellen als onwrikbaar – wat gelegitimeerd wordt met de verwijzing naar ‘de natuur’. Een  en ander is te verbeelden met een driehoek in een driehoek (piramide), waarvan de top bepaalt wat de laag eronder doet. Het beeld druk een vastliggende dominantie uit in de gegeven structuur (zie I. Hiërarchie). De structuur is een uitdrukking van de patriarchale cultuur, zoals ik ooit ontleende aan de Italiaanse anarchiste en feministe Rossella Di Leo (in: Volonta, 1983, nr. 3).

II. Asymmetrie

          II. Asymmetrie

Dit wordt anders als die driehoek door een verticale lijn wordt doorsneden, zodat twee driehoeken ontstaan, waarbij die zo verschoven zijn dat een van driehoeken zich in een hogere positie bevindt dan de andere. Dit levert een asymmetrisch beeld op (zie II. Asymmetrie). Deze ongelijke rangschikking is principieel als tijdelijk en wisselend te begrijpen en binnen ‘functionele verhoudingen’ verdedigbaar. Het principiële punt is dat deze verhoudingen niet vastliggen. Afhankelijk van de situatie wordt gewerkt aan de opheffing van de asymmetrie (zoals in de onderwijs- en vormingssituatie de verhouding docent/leerling) of verandering van positiebekleding (democratisch geregelde keuze van de meest competente).

Door alle eeuwen heen en dus ook in de laatste twee eeuwen die Riot-Sarcey behandelt, is door machthebbers getracht vaste hand te houden aan het hiërarchieke systeem en de rol van de vrouw daarin met haar moederlijke rol (‘van nature gegeven’, toch…) om dat systeem goed te laten functioneren. Dat gegeven springt per periode over, zoals zij aangeeft en loopt door tot in de patriarchale politiek van het (Franse) Vichy-regime: 1941, het benadrukken van de moederdag (heden nog bekend, maar sterk vercommercialiseerd). Hoewel Riot-Sarcey dat niet op die manier verwerkt, is het duidelijk dat het feminisme niet alleen een zaak van vrouwen maar wel degelijk ook van mannen is indien de laatsten bereid zijn het hiërarchieke cluster mee te helpen bestrijden…

Destabilisering

Simone_de_Beauvoir

In verhouding besteedt Riot-Sarcey ruime aandacht aan Le Deuxième Sexe (De tweede sekse, 1949) van Simone de Beauvoir (1908-1986). Die tekst heeft namelijk destabiliserende effecten gehad voor de gezinsorde en het overheidsprogramma in de jaren na 1945 om het ‘moederschap’ met étatistische maatregelen te stimuleren (leidend tot wat is gaan heten de ‘babyboom’). Van het rechtse dagblad de Figaro tot de Franse communistische partij wordt er oppositie gevoerd tegen Le deuxième sexe, dat zelfs in 1956 op de (rooms-katholieke) index wordt geplaatst. In de jaren 1960, als de mobilisatie tegen repressieve wetgeving zijn hoogtepunt bereikt in mei 1968 (net als in Nederland met Provo in 1965-1967), volgt er een doorbraak wat het hiërarchieke cluster aangaat.

De hegemonie van de bevrijdingstheorieën gebaseerd op het model van de klassenstrijd heeft plaats gemaakt voor een veelheid van kritische analyses, aldus Riot-Sarcey. Er vindt een ontheiliging van hiërarchieke structuren plaats in de boezem van het gezin en in het gezinsconservatisme van de traditionele organisaties. Maar de slag is nog niet gewonnen. De patriarchale civilisatie is nog niet aan de kant geschoven. De overstap naar het symmetrie-cluster laat zich nog bevechten.

In die zin heeft de geschiedenis zoals door Riot-Sarcey beschreven een open eind met haar laatste hoofdstuk. De titel ervan herhaal ik nog maar eens: ‘Van de bevrijding van vrouwen tot het komende feminisme’. Wat de stand van zaken dan zal zijn, lezen we wellicht in een volgende druk van haar boek. Misschien is er dan bijvoorbeeld wel sprake van ‘gelijke beloning’ voor man en vrouw…

Thom Holterman

RIOT-SARCEY, Michèle, Histoire du féminisme, [2002], derde druk, Paris, 2015, 126 blz., prijs 10 euro.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s