Skip to content

Paul Brousse, Een Pionier Van Het Gemeentelijk Zelfbeheer

27/03/2016

Paul_Brousse

Paul Brousse (1844-1912) is een vergeten figuur uit de Franse socialistische beweging. Na een periode als anarchist actief geweest te zijn gaf hij een cruciaal beginsel van het anarchisme op – het afzien van het stemrecht – maar bleef hij geloven in het ideaal van een anarcho-communistische samenleving en was hij overtuigd van het belang om op lokaal, gemeentelijk vlak politiek actief te zijn. In 1905 zou hij voorzitter van de Parijse gemeenteraad worden. Brousse is de man van het ‘possibilisme’ (pleidooi voor een politiek van het mogelijke). Wat kunnen we van zijn pragmatisch anarchisme leren, vraag Johny Lenaerts zich af. Hieronder zijn behandeling van die vraag. [ThH]

De Commune

Brousse_Hommes_du_Jour

Paul Brousse* werd op 23 januari 1844 in Montpellier geboren. Zijn vader was geneesheer, zijn moeder was huisvrouw. Niets in zijn familiale afkomst geeft een vermoeden van zijn later politiek engagement. Toen in 1870 de Frans-Duitse oorlog uitbrak werd hij ingelijfd in een medische afdeling van het leger, later zou hij als dokter benoemd worden in een legereenheid in Rodez. Hier was het dat hij de uitroeping van de Parijse Commune vernam (1). Na de bloedige onderdrukking van de Commune zou hij in het spoor van de restanten van de radicale beweging naar links opschuiven, om zich in 1872 bij de Eerste Internationale (2) aan te sluiten.

In de nasleep van de Parijse Commune was de Internationale echter verboden, en Brousse werd tot vier maanden gevangenisstraf veroordeeld wegens lidmaatschap van een verboden organisatie. Hij vluchtte naar Spanje, en sloot er zich opnieuw bij de Internationale aan. Kort voordien had er zich evenwel in de Internationale een breuk voorgedaan tussen de marxistische – autoritaire – vleugel van de Internationale en de door Bakoenin geleide antiautoritaire vleugel. De Spaanse afdeling had partij gekozen voor Bakoenin en Brousse werd bijgevolg betrokken bij de anarchistische propaganda. In deze periode zag Brousse in de Commune een model om de maatschappij op radicale wijze te hervormen.

De Commune was de elementaire administratieve eenheid in het Franse bestuur en kan vertaald worden als ‘gemeente’. Door de anarchisten werd ze vooral beschouwd als de elementaire politieke eenheid. Brousse vatte de Commune op als een plaats waar onder bepaalde omstandigheden de arbeidersklasse een bewuste revolutionaire meerderheid kon vormen en bijgevolg de macht kon grijpen. Hij zag zulke Communes ontstaan in grote steden als Parijs, Londen, Berlijn, maar ook in de kleinere steden.

Het is niet duidelijk welke methode hij voor ogen had om in de Commune de macht te grijpen (tenzij de vage omschrijving ‘revolutie’), maar niettemin benadrukte hij dat er een meerderheid van arbeiders moest voorkomen. Eens als de Commune in handen van de arbeiders zou zijn, zou het leven volgens de anarchistische principes georganiseerd worden en zouden de nodige maatregelen daartoe genomen worden. Maar dit zou niet het einde van de strijd betekenen: het einde was de totale revolutie. Impliciet erkent Brousse met deze stelling dat er op lokaal niveau belangrijke socialistische maatregelen kunnen genomen worden vooraleer er een revolutie in het centrum doorgevoerd wordt. Het was in de arbeiderssteden dat het socialisme kon ingesteld worden.

Toen hij ook in Spanje dreigde gearresteerd te worden, week Brousse uit naar Zwitserland. Hij sloot zich aan bij de Jura Federatie, de Zwitserse afdeling van de Internationale die trouw gebleven was aan Bakoenin. In Bern werd hij benoemd tot assistent aan het scheikundige laboratorium van de universiteit.

‘Propaganda van de daad’

Parijse comDe anarchisten waren verdeeld over de vraag welke middelen en welke doelen een revolutionaire actie kon hebben in de periode nà het neerslaan van de Parijse Commune. Was de Commune een revolutionair wapen? Vormde het de hoeksteen voor een anarchistische samenleving? Was het beide, en indien dat zo was, welke lessen konden er dan getrokken worden uit de ervaring van 1871? De beweging was verdeeld tussen een ‘communalistische’ en een ‘syndicale’ strategie, waarbij Brousse, en daarin werd hij gesteund door Kropotkin die eveneens kort voordien in Zwitserland aangekomen was, koos voor het communalistische standpunt.

In deze periode viel dat samen met de zogenaamde ‘propaganda van de daad’, terwijl het syndicalistische standpunt de nadruk legde op het uitbouwen van een stevige basis in de vakbondsbeweging. De ‘propaganda van de daad’ ging ervan uit dat de arbeider de propaganda niet verstond en dat dus actie hem de weg moest tonen. Maar het moest niet louter stimuleren tot actie, het had ook een opvoedende taak. De – zelfs maar tijdelijke – verovering van de lokale politieke macht zou een grote mobiliserende invloed uitoefenen. Het blad waar Brousse aan meewerkte riep op tot een gewelddadige opstand om het voorbeeld van de Parijse Commune te volgen.

Op 18 maart 1878 nam Brousse deel aan een optocht ter herdenking van de Parijse Commune. De politie greep hardhandig in, en samen met een 30-tal medestanders werd Brousse voor de rechtbank gedaagd. Hij werd veroordeeld tot 30 dagen gevangenis. Het gaf Brousse de gelegenheid vragen te stellen over het nut van de ‘propaganda van de daad’. [Zie over de interpretatie van ‘propaganda van de daad’ in relatie tot insurrectionalisme het betoog van René Berthier op deze site.]

De Jura anarchisten, die leden onder de algemene en langdurige crisis in de horloge-industrie en binnen de Europese socialistische beweging haast volledig geïsoleerd waren, begonnen zich bewust te worden van de leegheid van veel van hun parolen. Dit leidde tot een zelfonderzoek naar enkele fundamentele stellingen van hun anarchistische overtuiging.

Autonomie van de gemeenten

Paul_Brousse Op het Congres van Fribourg in augustus 1878 stelde Brousse vragen bij het nut van het traditionele anarchistische beginsel niet deel te nemen aan verkiezingen. Een tekst van Elisée Reclus, dat zijn opvattingen weergaf die hij in zijn brochure Evolution et Révolution zou neerschrijven, werd op het congres voorgelezen. Daarop volgde een toespraak van Brousse, waarin hij de belangrijkste punten van zijn uiteenzetting aanhaalde. Het waren er drie, zei hij: (a) de anarchistische opvatting van de vorm van de komende maatschappij. Als man van de praktijk zei hij zich te realiseren dat de maatschappij niet met één klap totaal kon veranderd worden. Bijgevolg moest men een onderscheid maken tussen (b) de onmiddellijke doelstellingen, en (c) de te volgen methodes om deze doelstellingen te bereiken.

Deze inleidende schets toonde de richting en de omvang van Brousse’s uitdaging van de traditionele anarchistische standpunten. Door een tussenliggende fase tussen de huidige en de komende maatschappij te plaatsen, brak hij met de anarchistische orthodoxie. Hij werkte vervolgens elk van de drie punten in detail uit. Met betrekking tot het eerste punt herhaalde hij zijn bekende argumenten om te streven naar een rationele maatschappij, in overeenstemming met de wetenschappelijke wetten van de maatschappij. Op economisch vlak zou dit de vrijheid van het individu via de collectivisering van het bezit betekenen, en op het politieke vlak de vernietiging van de staat en zijn vervanging door het principe van de autonomie – dat, zo zei hij, in een eerste instantie op regionaal niveau kon verwerkelijkt worden. Met betrekking tot het tweede en het derde punt, de kwestie van de onmiddellijke eisen, anticipeerde hij op het possibilisme waarmee hij later algemeen bekend zou worden.

De anarchisten, zo zei hij, geloven niet dat het mogelijk is om met één klap de maatschappij in te stellen die hij net beschreven had. Daarom was het noodzakelijk zich af te vragen welke delen van het programma ‘onmiddellijk mogelijk’ waren. Hij stelde voor dat de gemeentelijke automie de belangrijkste onmiddellijke eis zou vormen: ‘…indien er plaatsen bestaan waar onze ideeën maar langzaam doordringen, dan zijn er ook gemeentes waarin ze vlugger aanvaard worden. Indien we dus de autonomie van de gemeenten zouden bekomen, dan zouden we in bepaalde centra bepaalde aspecten van de nieuwe maatschappij kunnen realiseren en metterdaad iedereen kunnen overtuigen van het voordeel van onze principes en van de mogelijkheid van hun toepassing.’

Stafford Indien de anarchisten de controle over de Commune konden verwerven, zo vervolgde hij, dan zou het onzinnig zijn te denken dat de onmiddellijke verwezenlijking van de anarchistische maatschappij aangebroken was. Van de erfgenamen van de bourgeoismaatschappij kon men niet verwachten dat ze de regels van de anarcho-communistische maatschappij onmiddellijk in de praktijk zouden brengen, en daarenboven zou het gek zijn, zo zei hij, om alles in de weegschaal te leggen door van iedereen het uiterste te vereisen. Dus moest het anarcho-communistische programma uitgesteld worden tot de tweede fase van de toepassing van de socialistische principes. Het noodzakelijke minimum was een maatschappij die georganiseerd zou worden op basis van de collectivisering van de grond en van de productiemiddelen, waarbij het communisme kon toegepast worden door dié groepen die daarvoor kozen. Ze zou uiteindelijk overal ingesteld worden. Het onmiddellijke programma van het anarchisme zou daarom moeten bestaan uit de autonomie van de Commune, de collectivisering van de grond en van de productiemiddelen en de vrijheid voor alle lokale groepen zoals vakbonden en politieke groeperingen.

Verkiezingsdeelname

Brousse sneed daarop het thema van de tactiek aan, waarin hij een radicale koerswijziging bepleitte. De anarchisten, zei hij, besteden veel tijd aan propaganda maar het was ook nodig te handelen. En dan wierp hij de vraag op: was het opportuun nog langer af te zien van elke electorale actie? Om te besluiten dat het gebruik van het stemrecht inderdaad zijn nut kon hebben. Eén van zijn argumenten luidde als volgt: ‘Laten we veronderstellen – het heeft zich voorgedaan – dat in een Franse gemeente de meerderheid van de kiezers bestaat uit arbeiders en dat de minderheid Bonapartistisch gezind is. Indien de arbeiders hun stem niet uitbrengen, dan worden de Bonapartisten verkozen, hetgeen het volk zou schade berokkenen. Om deze stemming te voorkomen hebben we een legale arbeiderspartij nodig, ofwel zou de anarchistische meerderheid eigen kandidaten moeten voorstellen en zich niet onthouden van verkiezingsdeelname. Zou het in dat geval niet beter zijn dat de anarchisten via verkiezingen de gemeente in handen zouden krijgen, de gemeentelijke gronden in vruchtgebruik aan de landbouwers geven en de gemeentelijke gebouwen aan de arbeiders overdragen? Indien ze aldus gedeeltelijk het collectief bezit van de gemeente in praktijk brengen, is het duidelijk dat er een strijd zal uitbreken tussen hen en de centrale overheid; dit wil zeggen dat er een revolutionaire situatie zal gecreëerd worden.

Indien we de staatsmacht nog niet in zijn geheel kunnen omverwerpen, indien het momenteel zelfs niet mogelijk is dat we ons krachtdadig tegen hem opstellen, dan is het veel beter dat we, zelfs via het stemrecht, het raderwerk verstoren en doen ontsporen, dan met gekruiste armen te blijven toekijken hoe ze rustig verder draait. Geweld is niet méér  een socialistisch principe dan het stemrecht. Wordt evenwel de noodzaak van het revolutionair geweld betwist? Welnu, het gebruik van het stemrecht kan soms ook nuttig zijn. We zouden dus niet, omwille van de orthodoxie van de stemonthouding, het geweld op een absolute manier moeten promoten.’

Door te pleiten voor het gebruik van het stemrecht trotseerde Brousse een centrale stelling van het anarchistisch geloof, het criterium dat haar onderscheidde van de andere richtingen in het socialisme. Alhoewel de meerderheid van de gedelegeerden op het congres het met Brousse eens waren, maar omwille van de verbeten tegenstand van een invloedrijk congreslid, werd er geen beslissing genomen en werd de kwestie naar een latere datum verschoven.

Breuk

Revue Socialiste

Brousse bleef de gemeentelijke autonomie propageren als één van de punten van het anarchistisch programma en als het vertrekpunt voor agitatie en een mogelijke weg om de anarchistische principes te kunnen realiseren. De traditie van gemeentelijke autonomie zou, zo meende hij, net als in 1871, de basis kunnen vormen voor een beweging die op de steun van de massa kan rekenen. Zijn standpunt werd gedeeld door Kropotkin, die er een centraal thema van zijn anarchistische filosofie van maakte. De maatschappij evolueerde volgens hem naar de ontbinding van grote nationale staten en dezen zouden worden vervangen door een vrije federatie van autonome gemeenten. In de toekomst zouden de revoluties onder deze vlag doorgevoerd worden, en zou de Commune de basis vormen voor de maatschappij van de toekomst. Dus het werk voor ‘la commune libre’ lag binnen de lijn van de geschiedenis en vormde het beste kader om de strijd van het volk op te voeren en de anarchistische ideeën te verwerkelijken.

Toen op het einde van de jaren 1870 er een golf van anarchistische aanslagen op koningen en notabelen doorgevoerd werd, bevestigde dit Brousse in de weg die hij ingeslagen was. Maar omdat hij de verantwoordelijke uitgever was van een blad waarin deze aanslagen goedgepraat werden, werd Brousse opnieuw gearresteerd en werd hij tot twee maanden gevangenisstraf veroordeeld. Na zijn vrijlating week hij uit naar Brussel, waar hij door een koninklijk besluit uitgewezen werd, om uiteindelijk in Londen te arriveren, waar hij een jaar zou verblijven.

Zijn breuk met zijn anarchistisch verleden viel hem zwaar omdat hij daardoor ook vele vrienden verloren had. Maar het betekende geen complete breuk: hij zou nooit zijn geloof in een anarcho-communistisch ideaal opgeven.

Net als vele andere ballingen werd hij in Londen getroffen door de ellende van de grootstad. Het stimuleerde hem verder te gaan op het pad dat hij ingeslagen was en de socialistische beweging te concentreren op de onmiddellijke verbetering van de leef- en werkomstandigheden van de arbeiders.

In tegenstelling tot in Brussel, betekende zijn verblijf in Londen geen bedreiging om uitgewezen te worden, en hij was in staat ongehinderd zijn politieke activiteiten verder te zetten. Zijn kritiek op het anarchisme nam meer vorm aan, hij werd zich bewust van zijn vroegere sektarisme, en hij zag de noodzaak in van een samenwerking van de verschillende socialistische stromingen met het oog op praktische doelstellingen. Hij spoorde de anarchisten aan, in plaats van te vitten over de verschillen, veeleer te zoeken naar wat hen met andere socialisten verenigt. Alhoewel hij zijn anarchistische activiteiten achter zich gelaten had, behield hij op persoonlijk en soms zelfs op politiek vlak contact met sommige vroegere medestrijders, waarbij hij bleef stellen dat zijn evolutie een herziening en niet het opgeven van het anarchisme betekende: ‘Hoe meer ik de dingen van dichterbij bekijk, hoe meer ik erover nadenk, des te meer ben ik ervan overtuigd dat we – op straffe van de ondergang – onze tactiek moeten veranderen. Met het afzien van verkiezingsdeelname plaatsen we ons buiten de beweging van de geschiedenis.’

De weg van de geleidelijkheid

In die periode hield de mythe van de Parijse Commune nog goed stand en vormde het een band tussen de diverse socialistische groeperingen. De reformistische geest overheerste in de arbeidersbeweging, maar Brousse kon op verwante zielen rekenen. In Benoît Malon (1841-1893) herkende Brousse zo’n zielsverwant.

Benoit Malon

              Benoit Malon

Malon had in de Eerste Internationale in nauw contact gestaan met de anarchisten, en alhoewel hij steeds een doctrinaire afstand bewaard had, stond hij aan hun zijde in de strijd tegen de Algemene Raad. In 1876 brak hij met hen over de kwestie of men een republiek tegen de monarchistische dreiging moest steunen, en sinds die tijd werd zijn naam door de anarchistische scherpslijpers vervloekt. In de periode tussen 1876 en 1880 had hij geleidelijkaan een reformistische strategie voor de Franse socialistische beweging geformuleerd. Hij lag mee aan de basis van de oprichting van de Franse Socialistische Partij, waar hij in botsing    kwam met Jules Guesde en Paul Lafargue, die op de steun van Marx konden rekenen. Tegenover de anarchisten stelde hij dat de situatie van het moment – begin jaren 1880 – niet rijp was voor een revolutie en dat men de weg van de geleidelijkheid moest bewandelen: ‘…indien we via het stemrecht iets zouden kunnen veranderen en de verschrikkingen van een burgeroorlog zouden kunnen vermijden, zou dat dan niet beter zijn? …Laten we niet neerkijken op hervormingen die ons daarenboven tijdelijk van ontelbare kwalen verlossen. Laten we ook niet vergeten dat hoe meer de levensomstandigheden van het volk verbeteren, ook de ideeën zich verder ontwikkelen en de revolutie des te meer aanhangers verwerft…’ Het was een argument dat uiteraard ook sloeg op Guesdes rigide marxisme. Brousse kon er zich in terugvinden.

In de schoot van de bestaande maatschappij

In de zomer van 1880 zou Brousse naar Parijs terugkeren en er zich vestigen in het 18de arrondissement, waar hij al snel de leider werd van één van de kleine socialistische studiegroepen. In het blad van Malon ontwikkelde hij zijn ideeën over gemeentelijk zelfbeheer: ‘Wanneer zullen de klassenbewuste arbeiders het ermee eens zijn om onmiddellijk en zelf hun belangen ter harte te nemen? Vermits ze momenteel niet in staat zijn de staatsmacht te veroveren… waarom… maken ze zich dan niet meester van de agrarische en industriële gemeenten waar ze een meerderheid vormen?’

Het municipaal socialisme [gemeentesocialisme] waar Brousse voor pleitte, en dat voorzag in een nuttige activiteit op lokaal niveau, stond haaks op de opvattingen van Guesde en Lafargue, die nog steeds van de verovering van de staatsmacht droomden. Brousse had tijdens zijn leven genoeg ronkende revolutionaire verklaringen gehoord, wat de huidige tijd nodig had was volgens hem een ‘politiek van het mogelijke’ (‘une politique des possibilités’). Vandaar dat hij ook ironisch een ’possibilist’ genoemd werd.

Commune

Brousse vertrok vanuit de vaststelling dat binnen de kapitalistische maatschappij zelf er vormen van collectief bezit en van maatschappelijke controle tot ontwikkeling kwamen. Binnen de bestaande kapitalistische maatschappij werden de openbare diensten uitgebreid – bijvoorbeeld de spoorwegen en de post. Terwijl in bepaalde omstandigheden hun uitbreiding een negatieve uitwerking kon hebben, was het volgens Brousse de functie van de Socialistische Partij om de algemene trend te versnellen en te controleren, vooral in die domeinen waarin de bourgeoisie weinig belangstelling aan de dag legde voor de voordelige maatschappelijke resultaten. Misschien zouden eens de openbare diensten in staat zijn de noden van iedereen op een communistische basis te beantwoorden – het oude anarcho-communistische ideaal van een vrije maatschappij volgens het devies: ‘van iedereen volgens zijn of haar vermogen, aan iedereen volgens zijn of haar behoeften’.

Toen in 1897 Brousse gevraagd werd wat ‘possibilisme’ was, antwoordde hij dat diens eerste doel erin bestond zo spoedig mogelijk de openbare diensten ten voordele van de directe noden van de werkende bevolking te organiseren. Een van de middelen daartoe was de activiteit op gemeentelijk niveau. Het geloof in een municipaal socialisme vormde de tweede pijler van het possibilistisch programma. Het betekende een verdere ontwikkeling onder nieuwe omstandigheden van Brousse’s anarchistisch geloof in de Commune als de kracht van maatschappelijke verandering. Indien zijn theorie van de ontwikkeling van de openbare diensten juist zou zijn, zo redeneerde Brousse, dan zou de cruciale kwestie voor het socialisme niet langer bestaan in de vraag ‘moeten we de staatsmacht vernietigen of gebruiken?’ maar veeleer in de vraag: ‘welke van deze krachten kunnen we het gemakkelijkst in handen krijgen?’ Het antwoord was eenvoudig en voorspelbaar: de macht op gemeentelijk niveau.

Brousse beweerde niet dat het municipaal socialisme het antwoord op alle problemen was, maar op z’n minst, zo argumenteerde hij, zou het de arbeidersklasse confronteren met de realiteit van de macht en haar nuttige beleidservaring opleveren. Het zou bijdragen aan de afbraak van de verlammende indruk dat de huidige toestand niet te veranderen zou zijn, en omdat municipaal socialisme geen doel op zichzelf was, zou het op z’n minst een stap van het theoretische niveau naar het praktische niveau betekenen. Een revolutie, zelfs een vreedzame revolutie, zou op een mislukking uitlopen indien de arbeidersklasse niet voordien praktische ervaring in het beleid van de maatschappij zou opgedaan hebben. Kortom, de instellingen van de maatschappij van de toekomst zouden al in de schoot van de bestaande maatschappij moeten ontwikkeld worden.

Paul Brousse zou nooit een rol van betekenis in de nationale politiek spelen. In 1887 werd hij in Parijs tot gemeenteraadslid gekozen, in 1888 werd hij ondervoorzitter, om in 1905 voorzitter van de gemeenteraad te worden. Hij eindigde zijn carrière als directeur van een psychiatrische kliniek in Parijs. Hij overleed in 1912 op 68-jarige leeftijd.

Was Paul Brousse een verre voorloper van het libertair municipalisme van Murray Bookchin?

Johny Lenaerts

NOTEN:

  • De Parijse Commune bestond van 18 maart tot 28 mei 1871 en geldt als een van de eerste pogingen om een radendemocratie op grote schaal in praktijk te brengen. De Commune richtte zich tegen de conservatieve regering, die wegens de Duits-Franse oorlog (1870-1871) steeds meer onder druk kwam te staan en ze was vooral een revolte tegen de toenemende verarming van de laagste bevolkingsgroepen. Na interne politieke spanningen en de poging om na de nederlaag van Frankrijk Parijs te ontwapenen, kwamen de arbeiders van Parijs in opstand en riepen ze, tegen de wil van de centrale regering in, de Commune uit. Er werden diverse socialistische decreten uitgevaardigd, zoals de collectivisering van een deel van de industrie, loonsverhogingen, het opschorten van huurbetalingen, enz. De Commune werd na 72 dagen door Franse regeringstroepen bloedig neergeslagen – er kwamen omstreeks 30.000 mensen om het leven.
  • Internationale Arbeiders Associatie (IAA), ook Eerste Internationale genoemd. Een internationaal verbond van socialisten dat actief was van 1864 tot 1876 en waarvan Marx (voorzitter van de Algemene Raad) en Bakoenin belangrijke figuren waren.

* David Stafford, ‘From Anarchism to Reformism. A study of the political activities of Paul Brousse within the First International and the French socialist movement 1870-90’, Toronto, Buffalo: University of Toronto Press, 1971.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s