Skip to content

George Orwell (1903-1950): Socialisme En De Behoefte Aan Een Fatsoenlijke Samenleving

01/05/2016

Orwell.Rokend

George Orwell (pseudoniem voor Eric Blair) is vooral bekend van zijn twee boeken Animal Farm (1945) en Nineteen Eigthy-Four (1949). In die boeken (her)formuleert hij een groot aantal van zijn thema’s waarover hij al langer heeft nagedacht en geschreven. Het betreft thema’s als kritiek op de mechanistische maatschappij en mensvisie, de politieke functie van de intellectuelen en de totalitaire mentaliteit, het politieke spel met de taal en het gebruik daarvan, de falsificatie van het verleden en de waarheid.

De Franse filosoof en adviseur van de Franse rekenkamer, Emmanuel Roux loopt het intellectuele traject na dat Orwell heeft afgelegd. Hij doet dat in zijn boek George Orwell, La politique de l’écrivain. Hij maakt duidelijk dat dit traject verbonden is met het engagement en de figuur van de intellectueel. De gebeurtenissen in het leven van Orwell komen telkens in beeld waar ze onlosmakelijk verbonden zijn met het door hem afgelegde traject. Daartoe zijn te rekenen zijn jaren in Eton College (aldaar onderwijs genoten van 1917-1921), in Indië en Birma (bij de Engelse Imperialistische Politie van 1922-1927), in de Engelse opvanghuizen voor mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats en de keukens van Parijse restaurants (in 1928 was hij naar Parijs verhuisd, waarna weer naar Londen terugkeerde). Over die periode schrijft hij Down and out in Paris and London (1933; in het Nederlands vertaald Aan de grond in Parijs en Londen, 1970). Vervolgens komt de tijd dat hij in het Noord-Engelse Wigan (1936) bij de mijnwerkers verblijft. Tenslotte vertrekt hij naar Spanje om zich aan te sluiten bij de strijders aan het front van Aragon (december 1936-september 1937). Al die activiteiten vertalen zich in de vorm van participerende journalistiek en laten hem kennen als kroniek- en romanschrijver. Kortom er is veel meer dan zijn twee bekendste boeken

Voorkant.Roux.Orw

Common decency

Emmanuel Roux heeft zich toegelegd op het beantwoorden van de vraag hoe Orwell een (politieke) schrijver is geworden. Uit de behandeling van die vraag door Roux licht ik drie thema’s waarin een verwantschap met het anarchisme tot uitdrukking komt. Als ik hier Orwell letterlijk citeer zonder referentie, dan komt dit uit het boek van Roux (in mijn vertaling uit het Frans).

Op enig moment zal Orwell zijn werk als schrijver samenvatten: ‘Alles wat ik als belangrijk zie, heb ik gepubliceerd sinds 1936; elk woord, elke regel, is geschreven direct of indirect, tegen totalitarisme en voor het democratisch socialisme zoals ik dat opvat’. Hoewel dit steeds politiek gericht is, zo wijst Roux erop, doet dit niet onder voor zijn literaire en esthetische ambitie. Orwell: ‘Wat ik wilde (sinds 1936) is van het politieke geschrift een kunstwerk als geheel maken’. Overigens voelde hij al heel jong een roeping om schrijver te worden.

Ondertussen is naar twee van de drie thema’s verwezen: (1) totalitarisme en (2) democratisch socialisme. Het derde thema noem ik ‘fatsoenlijke samenleving’. Dat wordt ingegeven door een thema dat bij Orwell steeds een van de kernen in zijn politieke denken vormt: common decency. Het is duidelijk dat dit een nadere omschrijving behoeft, maar een sluitende definitie ervan vindt men niet bij Orwell. Hij levert meer een werkhypothese. Het zijn mensen, gewone mensen bij Orwell, die er – naar plaats en tijd variërend – inhoud aangeven. De sociale kwestie, de sociale strijd die zij voeren gaat om de mogelijkheid een fatsoenlijk leven te hebben, een leven zijn naam waardig. Het tegenbeeld hiervan is: ‘honger te lijden, constant overgeleverd te zijn aan de angst om werkloos te worden, zorgen te maken of de kinderen een kans zullen hebben in het leven’. De gedachte stamt uit de tijd dat Orwell heeft gezien hoe Engelse mijnwerkers moesten leven en hoe Spaanse anarchisten streden om te bereiken waarnaar zij hunkerden.

orwellaandegrond

In elk van de genoemde thema’s wordt op bepaalde aspecten de nadruk gelegd. In die zin is het maken van onderscheid mogelijk. De thema’s grijpen echter in elkaar en zijn dus niet te scheiden. Het kan bij Orwell dan ook niet om een abstracte politisering gaan. Wat hem drijft, is een gevoel van walging ten aanzien van de situatie die voor armen en overheersten bestaat. Orwell behoorde niet echt tot de gevestigde bourgeoisie, hij is geen socialist, hij heeft geen afgeronde beroepsopleiding of studie. En hoewel hij op Eton heeft gezeten, heeft hij geen netwerk van ‘old boys’. Hij herkent zich als gedeklasseerde (maar zonder rancune, voegt Roux toe).

Van 1922-1927 verblijft hij in India en Birma bij de Imperialistische Politie. Hij neemt er ontslag deels vanwege het klimaat, deels omdat het schrijverschap lokt. Het is echter vooral ‘dat ik niet langer een imperialisme kon dienen dat ik tenslotte niet anders kon beschouwen als een gewone gangsteronderneming’. Zijn afkeer kon hij vervolgens afreageren in het beschrijven van zijn verblijf bij de Engelse mijnwerkers (1936) in zijn The Road to Wigan Pier (1937; vertaald in het Nederlands door Joop Waasdorp, De weg naar Wigan, 1973).

Democratisch socialisme

De verhouding met het socialisme toont, blijkens het tweede deel van The Road to Wigan Pier, verschillende gezichten. Toch ligt in het tweede deel van dat boek volgens Roux de originaliteit van Orwell. Dat is met name omdat hij zich daar toelegt op het verklaren waarom, ondanks de ellendige sociale situatie, het socialisme terrein verliest dáár waar het dit juist zou moeten winnen. Het komt mij voor dat die kwestie ook heden aan de orde is. Wie van de minderbedeelden kan in Nederland en bijvoorbeeld ook in Frankrijk nog enig vertrouwen hebben in het geïnstitutionaliseerde socialisme (de PvdA in Nederland en de PS in Frankrijk)?

Orwell vraagt zich af waarom het socialisme niet het overgrote deel van de onderdrukten en uitgebuitenen trekt. Hij geeft voor zichzelf als verklaring dat hij een wantrouwen koestert jegens de verdedigers ervan en vooral vanwege het feit dat het socialisme zoals hij het begrijpt niets democratisch heeft: het is geen liga van onderdrukten tegen onderdrukkers om tirannie af te breken. Het is een organisatie van de maatschappij gebaseerd op ‘machinisme’ en gewild door de intellectuelen om hun eigen gedeklasseerdheid te transformeren in overheersing. Orwell wijst daarbij op de ‘geheime wens’ van de Engelse intelligentia: ‘destructie van de oude egalitaire versie van socialisme en ontwikkeling van de gehiërarchiseerde maatschappij waar de intellectueel over een zweep kan beschikken’.

Saluut.Orwell

Orwell verwerpt dus niet het socialisme maar overweegt, aldus Roux, dat het socialisme zoals het wordt verdedigd niet in staat is om mensen te trekken. Wat hem verhindert zich politiek te laten overtuigen is dat, of het nu om het (Sovjet-)socialisme of het kapitalisme gaat, beide hebben hetzelfde concept van het moderne gemechaniseerde leven. Het afgewezen socialisme kenmerkt zich door mechanisatie en de dominantie van gedeklasseerde intellectuelen die de macht hebben gegrepen. Het kapitalisme kenmerkt zich door mechanisatie en dominantie door bezitters. Met deze stand van zaken (toen, 1936) verschijnt het tegenbeeld in ‘democratisch socialisme’. Het is het socialisme op democratische en antitotalitaire grondslag, zoals het op grond van de Spaanse ervaring in de sociale revolutie is te ontdekken.

Socialisme is dus strijd tegen armoede en tirannie. Dit vereist een revolterende houding en in die tijd was het Orwell’s keuze, om na zijn ervaring in Wigan te hebben verwoord en verklaard, naar Spanje te vertrekken. Hij wilde er mee helpen het fascisme te bestrijden. Zijn ervaringen daar (van december 1936-september 1937) zou hij beschrijven in Homage to Catalonia (1938; vertaald in het Nederlands Saluut aan Catalonië, 1984).

Totalitarisme

Eind 19de, begin 20ste eeuw verwierven kwantiteit en efficiëntie een bijna ‘religieuze’ verering binnen de kapitalistische productie (als effect van ‘taylorisme’ en ‘fordisme’). Alras werd dit door het Sovjet-Russische staatssocialisme overgenomen. In beide gevallen was er sprake van een volsterkte onderwerping van de arbeiders, ongeacht in welk ideologische kamp deze zich bevonden. Dit heeft zich ook in beide kampen doorgezet. Orwell is toen over ‘machinisatie’ gaan spreken. Dat is de kant vanuit welke Orwell het socialisme aanvalt, mede omdat het een ermee corresponderend mensbeeld van afhankelijk, volgzaam wezen reproduceert – dat hij afwijst (zijn antropologische kritiek op het socialisme). En ook hier weer is het niet het socialisme dat hij verwerpt, als wel het daarbinnen gehanteerde overheersen van de arbeiders in een totalitair construct.

Het gaat bij hem tevens om een sociale kritiek als hij zich op de motieven van (leidende) socialisten richt. De vooruitgang wordt door hen gezien als iets dat plaatsvindt via de ‘machine’. Zo is in zijn visie ook het marxistische concept ervan volledig mechanistisch en vloeit bijvoorbeeld de morele vooruitgang voort uit de noodzakelijk geachte technische vooruitgang. Dat gaat uitlopen in een totalitair concept voor het handelen. Langs deze weg wordt door Orwell het stalinisme ontmaskerd als ‘een vermomde fascistische organisatie’.

Newspeak

Orwell.G.1984

Zijn ervaringen in Spanje heeft hem bewust gemaakt van het feit dat de Catalaanse revolutionaire dynamiek heeft bloot gestaan aan een methodische destructie via het stalinisme. De machinaties van stalinisten bewerkstelligden de complete denaturatie en falsificatie van het (Spaanse) socialistische ideaal. Het leverde bij hem het inzicht op hoe falsificatie van de feiten en generalisatie van de leugen werkt. Dit soort zaken heeft hij ondergebracht in zijn Animal Farm (1945) en enkele jaren later in zijn 1984 (1949) over de vernietiging van de geest. Het gaat daarbij om het vermogen de taal zo te beheersen en te manipuleren, dat die telkens een passende vorm voor de werkelijkheid verschaft. Hoe dat werkt? Neem Nederland dat direct na de Tweede Wereldoorlog zelf als bezetter een imperialistische oorlog ging voeren in toenmalig Nederlands-Indië. Dat heette niet ‘oorlog voeren’ maar het voltrekken van ‘politionele acties’… Newspeak kortom, waarmee gedekt werd dat naar schatting 150.000 Indonesiërs en 5000 Nederlandse militairen het leven lieten.

Orwell heeft met deze teksten de strijd tegen stalinistische tirannie voortgezet en heeft zich ingezet voor de verdediging van de vrijheid van denken, wat het werk van de antiautoritaire intellectueel moet zijn. Hiermee laat hij zien dat hij de intellectuelen of de intelligentie niet en block aanvalt. Het wordt na hem duidelijk dat met de ondergang van het stalinisme de repressie, denaturatie, falsificatie en het hanteren van newspeak de wereld niet uit zijn. Het kapitalisme houdt zich in stand met deze middelen. Ze worden door het neoliberalisme (een fascisme?) gereproduceerd en waarmee wordt voorkomen dat er een ‘fatsoenlijke maatschappij’ zal ontstaan. Want ontegenzeggelijk, daaraan valt door de schurken zonder grenzen niets te verdienen.

Thom Holterman

ROUX, Emmanuel, George Orwell, La politique de l’écrivain, Michalon Éditeur, Paris, 2015, 125 blz., prijs 12 euro.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: