Skip to content

De Revolutie Opnieuw Uitvinden?

14/08/2016

Mexico.20

In anarchistische tijdschriften komt men regelmatig het woord revolutie tegen. In dit jaar gaat het vooral over de Spaanse sociale revolutie (1936). Maar ook een terugverwijzing naar de burgerlijke Franse revolutie (1789) ziet men regelmatig, evenals de Russische revolutie (1917). Dat is wel allemaal verleden tijd. Het gaat nu om het heden. Is in ons tijdperk in Europa, of zeg in het Westen, een revolutie denkbaar? Of moet die soms opnieuw worden uitgevonden? Het thema van het nieuwe nummer van het Franse anarchistische tijdschrift Réfractions houdt zich met deze vragen bezig.

Voorkant.Ref.36

Radicaal breken met het bestaande bestel

De redactie van Réfractions constateert in het kader van het thema twee dingen. De eerste constatering is, dat het revolutionaire perspectief in de Westerse wereld ver weg is. Toch verlangt het libertaire project een radicaal breken met het bestaande maatschappelijk bestel en dus moet de zin in revolutie niet verloren gaan. De andere constatering is dat er heden ten dage vele welkome sociale en politieke experimenten zijn opgezet – niet alleen in het Westen overigens. Réfractions verwijst bijvoorbeeld naar de Spaanse ‘Integrale Catalaanse Coöperatie’, die buiten de staat en de kapitalistische maatschappij om een soort parallelle sociaaleconomische ‘omgeving’ heeft gecreëerd (Annick Stevens schrijft erover in Réfractions). De zapatistische beweging van Chiapas (Mexico) is al vele jaren – in feite al meer dan een eeuw – vanuit een soortgelijk perspectief met een dergelijk experiment bezig.

Aangaande allerlei bewegingen is ook te denken aan de verschillende Europese ZAD’s (zone à défendre, zone om te verdedigen), die zich met elkaar onderhouden in het ‘Forum tegen de onnuttige en doorgedrukte grote projecten’. Binnen het kader van de tweede constatering valt ook te wijzen op het gemobiliseerde verzet met Nuit Debout in Frankrijk, tegen de neoliberale herziening van het arbeidsrecht. Daarvoor heeft de Franse ‘socialistische’ regering voor de derde keer gebruik gemaakt van de mogelijkheid om buiten stemming in het parlement om haar wil door te drukken. Ik zeg dit nog maar eens omdat het duidelijk maakt hoe dicht dit soort socialisten (sociaaldemocraten) tegen het autoritarisme van een Pinochet of een Erdogan aan zitten. Waarom denk ik aan hen?

Augusto Pinochet was een Chileense dictator die met behulp van de Amerikanen in 1973 een staatsgreep pleegde. Het doel was de eliminering van de gekozen socialistische president Salvador Allende. Maar dat niet alleen, Pinochet zou ook de introductie en doorvoering faciliteren van de neoliberale economie in Chili. Hij hield woord en had daarbij de steun van neoliberale economen als Friedman en Hayek.

Recep Erdogan is, zoals iedereen kan weten, de Turkse president die met een contracoup en de instelling van de uitzonderingsstaat, zegt maatregelen te hebben genomen die toestaan, en let nu op zijn argumentatie: ‘de bedreigingen te elimineren van de democratie, de rechtsstaat en de vrijheden van onze burgers’ (Erdogan letterlijk geciteerd in Le Monde van 22 juli 2016). Welnu, het Franse duo Hollande (president) en Macron (minister van Economische zaken) bedrijft op economisch-politiek vlak wat Pinochet deed en Erdogan doet. Gold de verlenging van de uitzonderingsstaat onder de Franse president Hollande bijvoorbeeld eerst nog voor drie maanden, kortgeleden ging hij over tot een verlenging van zes maanden. Een nieuwe rechtse regering kan in een later stadium dan legaal ‘het karwei’ af maken met een permanente instelling van de uitzonderingsstaat…

Mogen verschijnselen als van de sociale bewegingen en experimenten wat de ‘revolutionaire zin’ aangaat, hoopgevend zijn, andere krachten zijn dus juist druk bezig een tegengestelde kant op de drijven, de kant van de contrarevolutie. Dat heeft de redactie van Réfractions doen besluiten een tweede ‘dossier’ voor het nummer samen te stellen. Dat dossier gaat ook over revolutie maar dan een die terugverlangt naar ‘oude tijden’. Binnen dat dossier past de kritische bijdrage van Jean-Jacques Gandini (een Franse libertaire jurist) over de ‘absolute strafstaat’.

Herkenbaar wordt de verharding (in Frankrijk, maar ook elders) van het strafrechtelijk denken. Het speelt in op het tegen elkaar opbieden van rechts en extreemrechts. De actuele Franse politiek levert onder meer op, dat de seniel aan het worden oud-president Nicolas Sarkozy daags na de aanslag in Nice (14 juli 2016) roept, dat alle radicale moslims preventief opgesloten moeten worden (Le Monde van 18 juli 2016). Dit tweede dossier laat ik verder rusten.

Alternatief

Er is een alternatief

Het probleem met een onderwerp als ‘de revolutie’ is de onmogelijkheid om er een omschrijving van te geven die een ieder zal behagen. Dat blijkt ook uit de uiteenlopendheid van de in Réfractions opgenomen bijdragen. In plaats van aan elk van de afzonderlijke bijdrage aandacht te besteden, behandel ik daarom enkele van de punten die mij ter overdenking binnen het kader van het thema als nuttig voorkomen.

Revolutie kan men volgens Annick Stevens zien als een proces maar ook als een resultaat. Als een andere auteur (Tomás Ibánez) dan in zijn artikel opmerkt dat revolutie per definitie intrinsiek is aan de historische dimensie van onze maatschappij, dan zitten we hier aan de proceskant van de kwestie. Een maatschappij is permanent in verandering: langzaam = evolutie, en met een breuk = revolutie. Maar die breuk hoeft niet een heftige en gewelddadige te zijn. De introductie en doorvoering van het neoliberalisme is zonder bloedvergieten gegaan, maar zijn doorvoering heeft een grote vernietiging van het sociale in de maatschappij teweeg gebracht. In politieke zin hangt dit samen met wat ‘reaganisme’ heet (Ronald Reagan, Amerikaanse president 1981-1989) en ‘thatscherisme’ (Margaret Thatcher, Eerste minister van Engeland,1979-1990). Beiden waren voorvechters van de neoliberale economie.

Een aantal anarchisten, zo laat Jean-Christophe Angaut in zijn bijdrage in Réfractions zien, heeft de proceskant getracht te vangen in een ontwikkelingsgang van revolutie en evolutie (zoals Élisée Reclus). Gustav Landauer heeft zich bezig gehouden met het idee van topie-utopie-topie. De verandering rond de ‘utopie’ heeft het kenmerk van een revolutie en de ‘topie’ verwijst dan naar een bepaalde stand van zaken. Revolutie heeft voor anarchisten ook de betekenis van sociale revolutie (Spanje 1936 bijvoorbeeld). Hiermee zitten we aan de resultaatkant. Het resultaat – ook al is het geen garantie voor de toekomst – heeft voor anarchisten permanent een rol gespeeld om de revolutionaire verbeelding levend te houden.

De opmerking van Ibánez over het intrinsieke van de historische dimensie van onze maatschappij is ideologisch geen onschuldige. Want stel nu dat die dimensie ontkend wordt, dan zou je kunnen betogen dat een bepaalde stand van de maatschappij (‘topie’ bij Landauer) zijn eindfase heeft bereikt. Dit wordt met name in neoliberale kring dan ook verkondigd (waarmee we tevens een fundamenteel onderscheid ontwaren ten opzichte van een libertair perspectief). De hedendaagse roofzucht kent als ideologische basis de neoliberale economie: markt, concurrentie, winstmaximalisatie, kapitaalsaccumulatie, stalling van tienduizenden miljarden euro’s/dollars in belastingparadijzen.

Uiteraard wensen neoliberalen dat zo te houden. En er is altijd wel een politiek-filosoof te vinden die de maatschappelijke ontwikkeling in die fase laat stoppen en daarvoor het ‘einde van de geschiedenis’ verkondigt, zoals de Amerikaanse politiek-filosoof Francis Fukuyama in 1992, die met zijn boek Het einde van de geschiedenis furore maakte. Bedenk ook dat hiermee eveneens samenhangt, de verwijzing naar iets dat evenmin onschuldig is, te weten de natuurlijk orde der dingen. Het neoliberalisme rekent daaronder verschijnselen als wedijver, concurrentie, het uit zijn op winstbejag (enz.). Het heet dan dat de mens objectief gezien zo ‘is’ (een tweede fundamenteel onderscheid met het libertaire denken).

Wel, de mens is van alles en de verwijzing naar ‘objectief’ is alleen een argumentatiemiddel om iets exclusief te maken, zodat al het andere kan worden uitgesloten. Langs die weg ontstaat dan ook de uitspraak dat er geen alternatief is. Het ‘eind van de geschiedenis’ maakt een eind aan de hoop op een alternatief: iedereen kan niet anders doen dan het neoliberalisme omarmen. En wie niet wil, die moet voelen: wie arm is en arm blijft, heeft het alleen aan zichzelf te danken.

In het anarchisme wordt een kennistheorie afgewezen, die de mens begrijpt op grond van ‘de natuurlijke orde der dingen’ en die dit voor ‘objectief’ houdt. De libertaire kennistheoretische afwijzing zit verpakt in het idee van de ‘historische dimensie’: er is (steeds weer opnieuw) een alternatief, dus er is hoop. Dat er geen alternatief zou zijn, wordt dan ook voor onzin gehouden. Het betreft een contrarevolutionaire stellingname binnen het neoliberalisme.

Nieuwsgierige

Nieuwsgierigheid, rede en kritische geest

Contrarevolutionair is ook wat verpakt wordt als ‘postmodern’. Het voorvoegsel ‘post’ lijkt te verwijzen naar hetgeen ná modern komt. Het geeft evenwel juist een terugval weer naar vóór modern. Het is daarom dat verschillende auteurs (Ibánez, Colombo) in Réfractions in hun bijdragen mede over de Verlichting (cultureel-filosofische stroming rond 1750) komen te spreken, welke stroming de ‘moderne tijd’ in luidt.

In ons tijdperk is daar kritiek op gekomen (binnen het kader van het ‘postmodernisme’) waar de zogeheten ‘grote verhalen’, die met de Verlichting hun intree deden, niet meer overeenkomen met onze tijd. Maar zo kan men in Réfractions lezen, men moet met het afstand nemen van de meta-verhalen, niet het kind met het badwater weggooien. In de Verlichting wordt een geweldige poging getransporteerd om de mens te bevrijden uit zijn staat van voogdij, van zowel politieke als religieuze machten. We zitten nog volop in dat proces.

De Verlichting kende essentialisme en dogmatisme, maar zoals Colombo in zijn artikel zegt, dat kon worden weggewerkt met haar eigen correctiemiddelen: (a) een nieuwsgierigheid zonder enig voorbehoud, (b) de onbedwingbare behoefte aan de rede en (c) zich houden aan de kritische geest. Het zijn deze drie correctiemiddelen die contrarevolutionaire kringen – waartoe ook neoliberale kringen behoren – onderdrukt willen zien.

Een revolutionair subject

Is het nodig om te zoeken naar een specifieke drager van de revolutie of zoals het ook wel heet naar een revolutionair subject? Hoe deze kwestie binnen anarchistische kaders ligt, heeft Réfractions enkele jaren geleden al eens onderzocht (nr. 25, herfst 2010). In het actuele nummer is aan deze kwestie dan ook weinig aandacht besteed. En terecht. Het anarchisme heeft zich er niet druk om gemaakt. Voor anarchisten heeft revolutie géén (noodzakelijke) identificeerbare ‘agent’ (drager, subject). In het marxisme is die kwestie wel (steeds) aan de orde, zoals ook Jean-Christophe Agaut in Réfractions opmerkt. Het gaat dan om de objectieve positie van een klasse: het proletariaat binnen een geïndustrialiseerde omgeving (land).

Zo zouden ‘gedeklasseerden’ objectief niet te beschouwen zijn als een revolutionair subject; een boerenbevolking in een agrarische omgeving kan objectief evenmin een revolutionair subject vormen in marxistische ogen. Waarom niet? Wel, omdat zij nog niet door het kapitalistische stadium van de sociale evolutie heen is gegaan. Dit betekent dat deze boerenbevolking rustig moet afwachten dat de evolutie haar tot ‘revolutionair subject’ heeft gemaakt. Marxisten houden van het begrip ‘objectief’, want zo kan je langs een mechanisch soort denken (zij zullen het ‘dialectisch’ noemen) allerlei quasi ‘zekerheden’ verkopen en voorspellingen doen. Hier zit echter een kennistheoretisch probleem: hoe weet je zeker dat jouw zienswijze ‘objectief’ de juiste is?

Een ieder kijkt door een ideologisch verschillende ‘bril’, zodat wat we zien en beoordelen, daardoor gevormd wordt. In de volgende stap is dan van alles zodanig te rationaliseren (in dit geval: ‘in overeenstemming brengen met’), dat men in de sfeer komt van wat ik argumentatieve willekeur noem. Let wel, dat geldt niet alleen voor marxisten, het geldt voor ons allemaal.

Mexico.20

Het is niet zonder reden dat ik dit aandraag. Zojuist verwees ik naar een ‘boerenbevolking in een agrarische omgeving’. Marxistisch geschoolde Noord-Amerikaanse sociaal-democraten hebben begin vorige eeuw dit stadium gebruikt om tegen het revolutionaire optreden te pleiten van de zapatisten van Chiapas van toen. Ik ontleen dit aan een artikel van Gustav Landauer, dat in vertaling is op genomen in Réfractions, getiteld ‘Over de Mexicaanse revolutie’ uit 1911. Het is goed dat dit artikel na meer dan een eeuw weer het licht ziet. Het maakt nog eens duidelijk dat de strijd van toen nog steeds gestreden moet (door hen, levend in een immer agrarische omgeving en door ons, misschien niet eens meer levend in een hooggeïndustrialiseerd gebied – want door de lage lonenlanden is Europa in een proces van de-industrialisatie ingezet…).

De strijd van de hedendaagse zapatisten gaat nog immer over rechtvaardige landverdeling (strijd tegen grootgrondbezitters) en voor een fatsoenlijk leven (strijd tegen het grootkapitaal). Hun strijd – al dan niet ‘objectief’ gezien – is onze strijd. Hoe divers de verschillende artikelen in Réfractions over het opnieuw uitvinden van de revolutie ook zijn, het blijkt opnieuw een nummer om wat van te leren.

Thom Holterman

RÉFRACTIONS, nummer 36, voorjaar 2016, thema ‘Réinventer la révolution’, 190 blz., prijs 15 euro.

 

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: