Spring naar inhoud

Rechtvaardigheid Buiten De Wet Om

05/02/2017

Refractie

Hoe verhouden rechtvaardigheid en anarchie zich met elkaar? De kwestie is als thema gekozen door het Franse studieuze halfjaarlijkse tijdschrift Réfractions. De titel van het nummer verwijst ernaar met ‘La justice hors la loi’. Het woord ‘justice’ kent meerdere betekenissen zowel rechtvaardigheid, gerechtigheid als rechtspraak, gerecht. ‘Hors la loi’ wil zeggen ‘buiten de wet om’; het roept dus de gedachte aan anti-statelijkheid op, dat wil zeggen anarchie.

couv37

Anarchistische rechtvaardigheid?

Het thema staat in het grotere verband van ‘Anarchisme & Recht’. In dat verband past ook het thema ‘Welk recht?’ (Réfractions nr. 6) en het thema ‘Conflicten, dat is het leven’ (Réfractions nr. 31). In het nieuwe nummer wordt de kwestie ‘gerechtigheid in anarchie’ geplaats onder de praktische gezichtshoek van hoe te denken over het vellen van een (rechtvaardig) oordeel, dat wil zeggen over ‘rechtspreken’ buiten enig statelijk verband om. De kwestie wordt in twee delen gesplitst.

Het eerste deel bekijkt wat anarchisten onder recht en rechtvaardigheid verstaan, zonder overigens, en terecht, deze verschijnselen te herleiden tot twee eenduidige begrippen. Wel hebben alle opvattingen gemeen, dat de door de staat gegeven wet wordt afgewezen. Ondanks die afwijzing wordt het mogelijk geacht om collectief reglementen uit te werken in een maatschappij, die is ontdaan van kapitalistische uitbuiting en statelijke overheersing. Langs die weg is werkelijke (materiele) rechtvaardigheid te bereiken. In dit perspectief – zo wordt erop gewezen – verwijst het concept van een anarchistische rechtvaardigheid niet naar een ‘volkomen harmonie’. Het concept is dus niet vrij van conflicten en tegenstellingen, wat als een effect wordt begrepen van de aanname van het blijven bestaan van ieders individuele verantwoordelijkheid.

In het tweede deel komt de lezer bijdragen tegen die concreet ingaan op de manier waarop een anarchistische regeling in meerdere opzichten een toepassing kan vinden. Als wordt aangenomen dat een libertaire samenleving niet conflictvrij is, dan is noodzakelijk te overdenken hoe op normschending te reageren. In dat geval wordt niet getracht het wiel opnieuw uit te vinden, maar om naar hedendaagse, functionerende voorbeelden te kijken en die van commentaar te voorzien. In dit geval wordt onder meer de conflictenregeling in Koerdisch Rojava bestudeerd (door Janet Biehl). Die problematiek laat zich ook illustreren aan de hand van wat zapatisten in Chiapas (Mexico) operationeel hebben gemaakt (door Annick Stevens). In beide gevallen gaat het om wat in het Nederlands herstelrecht heet (in het Frans ‘justice réparatrice’, ‘justice restauratrice’; in het Engels ‘restorative justice’, ‘restoring justice’).

Het lijkt een nieuwigheid, maar in mijn boek Recht en Politieke organisatie (1986) verwijs ik al naar de Amerikaanse libertairen, Dennis Sullivan en Larry Tifft, die aan introductie van het onderwerp werkten; zo besprak ik ooit hun boek The Struggle to be human, Crime, criminology and anarchism, 1980.

Nu er een algemeen beeld kan worden gevormd omtrent het hoofdbestanddeel van het nummer van Réfractions nr. 37, zal ik vervolgens aandacht besteden aan een aantal individuele bijdragen. Alvorens daartoe over te gaan nog een algemene aanvulling over ‘recht doen’.

linksrechts081

‘Voor een rechtsstaat van links’.

Recht doen

Justice, rechtvaardigheid, recht doen, het is een eeuwenoud onderwerp. Ga 2000 terug en je vindt in het Romeinse recht de regel ‘jus est ars aequi et boni’: recht is de kunst van het billijken en het goede. Elke student rechten werd er in mijn studententijd (beginjaren 1970) mee geconfronteerd. De zinssnede zegt natuurlijk nog niets over wat billijk en fair is. Daar moet in elk concreet geval naar gezocht worden. De oude Romeinen waren in dat geval steeds bezig met dergelijke ‘dagelijkse zaken’ (res cottidianae).

De regel die in de zinssnede verpakt is, kan eveneens werken als een correctie op een (te) strikte toepassing van een starre wet in een gegeven context. De wet kan dus gepasseerd worden als de toepassing ervan tot een onrechtvaardige beslissing zou leiden. Dit werkt door tot in het hedendaagse Franse leven. Levert het helpen van (illegale) vluchtelingen door een burger een overtreding van de Franse wet op, die dit verbiedt? Het vervolgende Openbaar Ministerie vond van wel en eiste in een concreet geval gevangenisstraf. De toetsende Franse rechter vond van niet. Die oordeelde dat ‘de hulp aan een vreemdeling om te verzekeren dat hij in waardige en fatsoenlijke omstandigheden kan leven of zijn fysieke integriteit kan bewaren strafrechtelijk niet strafbaar is’. En heel concreet werd geconstateerd door de rechter dat, gezien de gezondheidstoestand van de personen om wie het ging, het ‘noch rechtvaardig, noch proportioneel zou zijn’ om de verdachte te veroordelen (de Volkskrant van 6 januari 2017), waarop ontslag van rechtsvervolging volgde. Ik wil maar zeggen, zelfs in een statelijke situatie kan het ‘anarchistisch’ verkeren…

Rechtvaardigheid in anarchie

Het openingsartikel van Emmanuel Dockès gaat in op ‘recht en anarchie’ en handelt over de mogelijkheid de twee verschijnselen, waarvan algemeen gedacht wordt dat zij elkaars tegenvoeter zijn, met elkaar samen te laten gaan. Anarchisme en recht kunnen convergeren, zegt hij. Het is precies wat ik in 1986 verdedigde met Recht en Politieke organisatie; in de Engelstalige ondertitel is sprake van ‘A study of convergence…’. Wat Dockès aanvoert, ondersteunt mijn visie.

Justice

lagarde080

De rechter: ‘Onder de 400 miljoen geven we gevangenisstraf…’.  ‘Nee, hè…’…dat is mij helemaal ontgaan…’.

[De rechter volgt de jurisprudentie gevormd door een uitspraak tegen Christine Lagarde (Franse oud-minister en huidig algemene directrice van de IMF) schuldig bevonden aan grove nalatigheid (coupable de négligence; december 2016) in een zaak van meer dan 400 miljoen euro (affaire-Tapie), in welke zaak de rechter maar geen straf oplegde.]

Met de tweede bijdrage van de hand van Alain Thévenet, heb ik moeite. Niet met het feit dat hij denkbeelden van William Godwin (1756-1836) opvoert, want op zichzelf is het een interessante bijdrage. Maar welke zin heeft die voor het thema? Als het Thévenet’s bedoeling was aan Godwin een wantrouwen te ontlenen met betrekking tot het instellen van een nieuwe grondwet, dan heeft hij een goede aan hem (in Frankrijk gaan stemmen op om de zesde Republiek te vestigen). Maar was daar het hele betoog voor nodig?

In de bijdrage van Annick Stevens gaat het om instituties. Zij opent met de vraag of een menselijke samenleving voorbij kan gaan aan repressieve, dwingende of straffende instituties. Na consultatie van onder meer enkele Franse 18de eeuwse filosofen (Helvetius, Holbach, Diderot) en tenslotte ook Bakoenin, kan in ieder geval worden opgemerkt, dat geen regel aanvaardbaar is, die niet het product is van collectieve besluitvorming door de mensen voor wie de regel gaat gelden. Die regel(s) naast zich neerleggen kan een overtreding ervan opleveren, waarna de vraag komt of en hoe dan daartegen op te treden. Met die kwestie houdt Annick Stevens zich elders in dat nummer bezig, zo zagen we. Daar presenteert zij enkele door haar vertaalde zapatistische documenten en geeft er commentaar op.

Een bijzondere bijdrage acht ik die van Eduard Jourdain. Vermoedelijk komt dat vanwege de herkenning erin van mijn eigen werk van ruim dertig jaar geleden, toen ik de mogelijkheid van een convergentietheorie ‘anarchisme en recht’ ontwikkelde. Net als Jourdain nu maakte ik toen kennis met het werk van de Russisch-Franse socioloog en jurist Georges Gurvitch (1894-1965), die weer vooral terugviel op ‘leerstukken’ van Proudhon en waarvan ook ik gebruikmaakte. Vreemd is het dus niet bij Jourdain het idee van sociaal libertair recht aan te treffen. Waar ik mij vervolgens met name op de Amerikaanse jurist Lon Fuller (1902-1978) verliet – die in Nederland twintig jaar later ‘herontdekt’ zou worden –, verlaat Jourdain zich op een andere Amerikaanse jurist en rechter, die tot de grootste onder zijn soortgenoten wordt gerekend, Benjamin Cardozo (1870-1938).

Cardozo was een jurist de niet bang was om op paradoxen te wijzen (Paradoxes of Legal Science, 1928) noch op de functie van ‘vertellingen’ (verhalen, romans, toneelstukken) door auteurs vertolkt (Law and Literature, 1931). Het gaat hier om de ‘narratieve’ (verhalende) functie van ‘vertellingen’ (neem bijvoorbeeld toneelstukken van Shakespeare die een dergelijke functie worden toegedicht door de Belgische jurist en filosoof François Ost in zijn boek Shakespeare, De Komedie van de Wet indertijd op deze site besproken).  De laatste decennia heeft de narratieve functie zich weten te ontwikkelen tot een juridisch ‘kengebied’ zoals bijvoorbeeld ‘Recht en Literatuur Leiden’.

Erwan Sommeren gaat in op ongehoorzaamheid aan wetten als een soeverein individueel recht. Hij doet dat vanuit de gedachten van Renzo Novatore, het pseudoniem van de Italiaanse individueel anarchist Abele Rizieri Ferrari (1890-1922). Die gaat uit van drie motieven van soeverein individueel recht, zo beschrijft Sommeren. Het eerste is van ethische soort: het is legitiem de wet te overtreden om te overleven (brood stelen om honger te stillen). De tweede soort is de heroïsche: de moed om het gevecht tegen de wet aan te gaan en gevaar te trotseren. De derde soort is die van het esthetische: misdaad maakt dat je ontsnapt aan conformisme. Novatore ontwikkelde deze gedachte, zo begrijp ik van Sommeren, vanuit het idee, dat als anarchisten kans hebben gezien een stabiele en vreedzame maatschappij in te stellen, alles ‘versteend’ en zij hun revolutionaire overgangsfunctie afleggen.

Sommeren neemt dit laatste over om duidelijk te maken dat anarchisme géén teleologie is, dat wil zeggen er wordt niet aangenomen dat verschijnselen een doel hebben. Die visie is correct. Anarchisme is niet te zien als een streven naar een einddoel, zoals een kastanje als einddoel heeft een voldragen kastanjeboom te worden. Verzet en verandering zullen dus tot in het oneindige elementen van anarchisme vormen. Dat leerden al Élisée Reclus (1830-1905) – die over revolutie en evolutie schreef – en Gustav Landauer (1870-1919) – zie diens opvatting over topie en utopie. Het betreft verschijnselen die binnen het anarchisme worden gezien als elkaar oneindig opvolgend. Wat mij intrigeert is, hoe deze niet onjuiste zienswijze verwant mag zijn met het thema van het nummer, want dat is mij ontgaan.

sleutel082

Anarchist en minister van Justitie?

Het tweede deel betreft de praktijk van het toepassen van (anarchistische) regels. Ik verwees in het begin al naar enkele bijdragen. Hier wil ik nog wijzen op het artikel van Bernard Hennequin over Spanje 1936-1939 en de gelegenheidsrechtspraak. Hennequin gebruikt bij het schrijven van deze bijdrage een vraaggesprek tussen de Spaanse anarcho-syndicalist Juan Garcia Oliver (1901-1980) en Freddy Gomez van het inmiddels opgeheven tijdschrift À contretemp (nr. 17, juni 1977).

Oliver werd minister van Justitie van de tweede regering Largo Caballero (november 1936-mei 1937). Dit had allemaal niets met anarchisme te maken. Vraag: ‘Hoe heb je dat met je geweten kunnen overeenkomen?’. Een klaar antwoord van Oliver: ‘De anarchist had geen enkel gewetensprobleem, om de eenvoudige reden dat hij op dát moment had opgehouden anarchist te zijn’. De eerste handeling van Oliver in zijn hoedanigheid van Justitieminister was amnestie verlenen aan alle volgens het gewone strafrecht veroordeelde gevangenen. ‘Omdat ik geen enkel vertrouwen had in de vorige regeringen, besloot ik simpelweg alle juridische dossiers van gedetineerden te vernietigen. Ik heb de archieven laten verbranden…’. Gerechtigheid? Wie zal het zeggen in een door alles (van rooms tot stalinistisch) vergiftigde situatie.

Tot slot, maar los van het ‘dossier’, besteedt Marianne Enckell aandacht aan rare methodes om conflicten op te lossen. Daarvoor kijkt zij niet buiten de wet; ze blijft in de bestaande maatschappij en constateert dat de ‘vroede vaderen’ – zij die ons lokaal en nationaal regeren – constant bezig zijn met ‘strategisch inpakken’ van ons, onder verwijzing naar ‘burgerinitiatieven’. Voor Nederland kan je denken aan wat de regering Rutte & Co ons als ‘participatiemaatschappij’ verkoopt…

Verder in dit nummer twee in het Frans vertaalde stukken van Peter Kropotkin en uiteraard de gebruikelijke boekbesprekingen

Thom Holterman

RÉFRACTIONS nr. 37, najaar 2016, 175 blz., prijs 15 euro.

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: