Skip to content

De Moker (1923-1928): Antimilitarisme, Antikapitalisme, Vrij Leven

07/02/2017

vaandel-zwart

De facsimile uitgave van De Moker die onlangs werd gepresenteerd is de 43e uitgave van Kelderuitgeverij. De uitgave bevat De Moker, opruiend blad voor jonge arbeiders, een blad dat verscheen van 1923 tot 1928, en De Pook, orgaan tot onderlinge oprakeling, De Moker is het propagandablad en De Pook het interne discussieblad van de Mokergroepen. Toegevoegd is een inleiding en een register. Jaap van der Laan presenteerde deze uitgave in de Amsterdamse boekhandel Fort van Sjakoo (27 januari 2017). Zijn inleiding is hieronder opgenomen.

Kelderuitgeverij gaf in 1999 haar eerste boek uit, een heruitgave van Het Roodboek, de verdediging van Marinus van der Lubbe. Het doel was en is belangrijke, niet meer verkrijgbare teksten uit de geschiedenis van het anarchisme weer beschikbaar te maken. En daarmee de herinnering levend te houden aan anarchistische militanten. Inmiddels geven we ook wel nieuwe teksten uit. Steeds in kleine oplages en met veel aandacht voor de vormgeving. Het Roodboek bijvoorbeeld is inmiddels toe aan zijn vierde druk. Dat lijkt veel maar het gaat om niet meer dan 200 exemplaren in 17 jaar.

moker-voorzijde

Voorgeschiedenis

De voorgeschiedenis van de heruitgave van de Moker begon al in 1979 bij de redactie van De Vrije Socialist waar ik ook deel van uitmaakte. Daar kregen we de eerste van een serie brieven van een vroeger Mokerlid, Wim Gulien. Sjon Besselaar is bezig de uitgave van die brieven voor te bereiden. Dat boek moet volgend jaar verschijnen.

Ik ga nog wat verder terug in de tijd naar 1967. Toen verscheen Het Witte Gevaar waarin Roel van Duijn een parallel trok tussen Provo in de jaren zestig en De Moker in de jaren 20. Ik noem dat hier omdat door Provo veel mensen van mijn generatie politiek bewust werden. Voor ons waren die anarchistische ideeën gloednieuw maar dat we daarmee in een lange en doorlopende traditie stonden werd mij pas goed duidelijk toen ik voor het eerst naar Appelscha ging voor de pinksterlanddagen. Daar ontmoette je oude en heel oude anarchisten.

Daar kwamen we ook in contact met mensen die in de Moker hadden gezeten. En via de een kwam je bij de ander. Wij, redactieleden van de toenmalige Vrije Socialist, voerden gesprekken, en gelukkig notuleerden we die of maakten we bandopnames, zo academisch gevormd waren we wel. Daarop is de inleiding van deze uitgave deels gebaseerd.

Ger Harmsen heeft in zijn proefschrift Blauwe en Rode Jeugd de geschiedenis van de Mokerbeweging beschreven, maar voor ons bleef dat geschiedschrijving. Wij leefden in de tijd van het persoonlijke is politiek en we vroegen ons af: Wat waren dat nou voor mensen, hoe leefden ze en voerden ze acties.

Pinkster mobilisatie Enschede

                     Pinkster mobilisatie Enschede

We werden overal goed ontvangen, en als het ijs eenmaal gebroken was kregen we veel te horen. De meesten van degenen die wij spraken waren anarchist gebleven, al waren ze niet altijd meer actief. Ze kenden elkaar goed, en waren vaak ook hun leven lang bevriend of in ieder geval goede kennissen gebleven. Het gaf het beeld van een aantal hechte maar toch ook wat gesloten groepen gelijkgezinden, gesloten want ook tegen ons werd na al die jaren nog steeds weinig gezegd over de illegale acties, over sabotage, wapenbezit en over de praktijk van neem en eet. We vroegen overal om foto’s, die waren er vaak nog wel, maar ander materiaal niet. Bij veel anarchisten had in mei 1940 bij de Duitse inval de schoorsteen roodgloeiend gestaan van allerlei mogelijk belastend materiaal, pamfletten, tijdschriften, adressenlijsten verslagen enz.

Die interviews van ons bleven jaren liggen, van het boek wat we over de Moker wilden maken kwam niets. Een jaar of zes geleden was Kelderuitgeverij inmiddels zo uitgegroeid dat we aan grotere projecten als de reprints van belangrijke anarchistische bladen durfden te beginnen. En de jongerenbladen uit de jaren twintig leken in eerste instantie het meest interessant. Zo verscheen in 2012 ALARM 1922-1926, en daarna de opvolger ervan OPSTAND 1926-1928, beide met een inleiding van de helaas overleden Hans Ramaer. Dit waren bladen die geredigeerd werden door de anarchistische propagandist Anton Constandse.

Constandse nam fel stelling tegen de vakbonden, ook de anarchistische, en pleitte ervoor dat de arbeiders zelf het heft in eigen hand namen. Die bladen werden uitgevent door de leden van Alarmgroepen. Dat waren propaganda en actiegroepen van anarchistische jongeren. Opvallend is dat er veel overlap is qua personen tussen de Alarmgroepen en de, iets later ontstane, Mokergroepen. Bijvoorbeeld, bij de inbeslagname van een nummer van ALARM wegens majesteitsschennis worden twee colporteurs gearresteerd, Wim Wessels en Wim Gulien, die beide ook contactpersonen van Mokergroepen zijn.

De reprint van DE MOKER zou direct na ALARM en OPSTAND verschijnen maar dat werd erg vertraagd doordat op het IISG de ingebonden Mokers verkeerd weggezet waren in het archief en dus onvindbaar waren. We hebben toen eerst de reprint van PROVO uitgegeven, dat was 2 jaar geleden. Gelukkig werd DE MOKER teruggevonden en konden we daarmee verder. Om de achtergrond te schetsen waarbinnen de Moker ontstond heel in het kort iets over de andere anarchisten in die tijd.

Voor de tent van Henk de Groot (derde vlnr achterste rij)

  Voor de tent van Henk de Groot (derde vlnr achterste rij)

In de jaren twintig bestonden verschillende stromingen binnen het anarchisme. Allereerst waren er de groepen rond De Vrije Socialist. Dit blad was opgezet door Domela Nieuwenhuis en werd na zijn dood voortgezet door Gerhard Rijnders. Die groepen bestonden uit oudere Domela aanhangers  en waren over het algemeen niet erg actief. Daarnaast was er de Vereniging Gemeenschappelijk Grondbezit die bedrijven in zelfbeheer, de productieve associaties, en gemeenschappelijke landbouwbedrijven, de zogenaamde kolonies, verenigde. Deze anarchisten probeerden het anarchisme in hun samenwerking binnen de huidige maatschappij al vorm te geven. Een belangrijke stroming was verder de vakorganisatie. De oude revolutionaire vakbond het NAS had zich na de Russische Revolutie aangesloten bij de Moskou-gezinde Roode Vakvereenigings Internationale. Degenen die het daar niet mee eens waren, de anarchisten, stichtten toen het Nederlands Syndicalistisch vakverbond (NSV). Tenslotte noem ik nog de christen-anarchisten of Tolstojanen waarover Dennis de Lange zijn belangrijke boek Tolstojanen in Nederland schreef.

Alle Nederlandse anarchisten vonden elkaar, ondanks hun onderlinge verschillen, in de Internationale Antimilitaristische Vereeniging, die in 1904 op initiatief van Domela Nieuwenhuis was opgericht.

Terug naar De Moker

De Moker verscheen in het begin in een oplaag van 5000 ex en werd uitgevent voor 3 cent. De Moker werd uitgegeven door een aantal radicale jongeren uit het Vrije Jeugd Verbond. Die jongeren organiseerden zich in Mokergroepen. Ze zagen elkaar vaak wekelijks op een avond, gingen samen naar vergaderingen en in het weekend colporteerden of discussieerden zij of gingen de natuur in.

Amsterdamse Mokergroep

                         Amsterdamse Mokergroep

Het waren over het algemeen arbeidersjongens en meisjes, vaak afkomstig uit een anarchistisch nest. Ze kenden elkaar vaak al, van de libertaire zondagsscholen, de kinderkoren als De Jonge Proletaar, of omdat ze eerst lid geweest waren van de JGOB, de Jongelieden Geheelonthoudersbond of van de SAJO, de Sociaal Anarchistische Jongeren Organisatie. Ger Harmsen schat dat er ongeveer 500 jongeren tot de kern van de Mokergroepen behoorden terwijl daaromheen een groot aantal meelopers waren. Er waren Mokergroepen in alle grote steden in het westen, zo waren er een stuk of drie in Amsterdam, en verder waren er diverse groepen in de veenstreken in het Noorden van het land waar Ferdinand Domela Nieuwenhuis altijd veel aanhang had gehad.

De Pook is helaas niet compleet bewaard gebleven. De Pook bevat verslagen van vergaderingen, van pinkstermobilisaties, oproepen om eindelijk eens de verkochte Mokers af te rekenen enzovoort en geeft een goed beeld van het interne reilen en zeilen van de Mokergroepen.

Wat maakt nu die Moker zo fascinerend. Want het boek dat we hier presenteren is beslist niet de enige uitgave over deze jongerenbeweging. Ik denk dat het vooral de radicaliteit, het compromisloze, de originaliteit van de ideeën en het vrijbuiterkarakter is wat zo fascineert. En daarnaast het opvallend progressieve karakter van de verhouding tussen jongens en meisjes. Om te proberen dat duidelijk te maken bespreek ik hier een aantal punten zonder volledig te willen zijn.

Opmerkelijk is dat het VJV een zelfstandige jeugdbeweging is zonder enige bemoeienis van ouderen. Dat is opmerkelijk omdat de jeugdbeweging van de sociaaldemocraten de AJC en die van de Communisten, De Zaaier beide door partijleden werden geleid. Ook de jeugdbeweging van het NSV, de anarchosyndicalistische vakbeweging had leiders. Misschien wel daardoor konden binnen de Moker uiterst radicale ideeën naar boven komen.

Pinkster mobilisatie Soest 1926

                      Pinkster mobilisatie Soest 1926

Hun activisme betrof allereerst een actief antimilitarisme. De gruwelen van de loopgraven in de Eerste Wereldoorlog lagen nog vers in het geheugen. Alle Mokerjongeren weigerden dienst, voor zover ze niet uitgeloot of afgekeurd waren. Dienstweigeren betekende toen 10 maanden cel in Scheveningen onder beroerde omstandigheden. Een Mokerjongere deed natuurlijk geen beroep op de wet, de dienstweigerwet was in 1923 ingevoerd naar aanleiding van de hongerstaking van Herman Groenendaal in 1921. Maar hij ging ook niet naar de keuring, hij was geen stuk vee, ook niet als hij zeker zou worden afgekeurd en hij kwam ook niet op als hij werd opgeroepen, maar dook onder als dat kon, sommigen bleven jaren uit handen van justitie, of hij liet zich met veel vertoon door de marechaussee aanhouden.

Er werd actief propaganda voor dienstweigeren gemaakt onder de nieuwe lichtingen soldaten. Voor opruiende pamfletten ging Rinus van de Brink, een van de drie redacteuren van het begin, 2 maanden de cel in. Rinus is later actief in de Vrijdenkersbeweging. Ook de propagandist Jo de Haas belandde in de cel wegens een antimilitaristisch artikel in De Moker. Jo de Haas werd aan het eind van de oorlog door de Duitsers gefusilleerd.

Antimilitarisme is geen pacifisme. Geweldloos waren de Mokerjongeren namelijk niet, dat bleek toen in 1923 Klaas Blauw omkwam door een ongeval met zijn eigen revolver. Hij ligt begraven in Wijnjeterp. Daar had zijn oom een café waar de Moker regelmatig vergaderde. Verschillende Mokerjongeren vochten in Spanje in de burgeroorlog. Zoals Frans van der Donk in de colonne van Durruti.

De Moker wordt ook in verband gebracht met verschillende brandaanslagen op militaire objecten. Toentertijd is nooit bewezen dat dit door Mokerjongeren was gedaan, wel werd de suggestie gewekt in artikelen in de Moker en Sjors Oversteegen vertelde ons later dat hij bij een paar ervan betrokken was.

Er lijkt een parallel met de soms spectaculaire acties van RaRa en die van de actiegroep Onkruit, rond de groep totaalweigeraars eind jaren zeventig en begin jaren 80 van de vorige eeuw. Met het opschorten van de dienstplicht is dienstweigeren niet meer aan de orde en leeft het antimilitarisme bij jongeren minder hoewel antimilitarisme niets aan belang verloren heeft.

vaandel-zwart

Een tweede belangrijk punt naast het antimilitarisme was de strijd tegen de arbeid, of liever tegen de loonarbeid die het kapitalisme en militarisme in stand hield. Herman Schuurman, een van de drie eerste redacteuren van De Moker schreef een vlugschrift Werken is Misdaad dat erg bekend is geworden. Hij pleit tegen loonslavernij en voor het scheppend creëren wat na de revolutie de basis van de maatschappij moet zijn.

Ik citeer uit de Moker dan hoor je ook waar de naam van het blad vandaan komt:
Wij zullen niet vragen of de inhoud van De Moker gewild is bij de nieuwe priesters, parasieten van den arbeid. Het kan, dus het moet, als een mokerslag klinken in hun ooren dat wij, wij jongeren, het langer verdommen ons achter het vieze gore gedoe van de ouderen uit de beweging te scharen. … Een ieder moet weten dat wij zijn gezaglooze, goddelooze, havelooze en ’t liefst werklooze in deze samenleving en dat wij van dat ethisch religieuze gedoe ook geen liefhebbers zijn.

Schuurman grijpt terug op Paul Lafargue, Het recht op luiheid, die evenals Peter Kropotkin in Van veld fabriek en werkplaats betoogde dat de mensen met 3 tot 4 uur werk per dag toe zouden kunnen voor hun levensonderhoud. En hij sluit aan bij de oude anarchistische kritiek op de loonarbeid, zoals je die later ook terugvindt bij de Situationisten en in Nederland bij de weiger werk beweging van de jaren 70 en 80. Ook nu nog, maar dan meer op individueel niveau onttrekken velen zich aan de loonslavernij en proberen hun eigen werk te scheppen.

Overigens was Werken is misdaad binnen de Mokergroepen omstreden. Vooral in de wat meer gematigde noordelijke groepen, in de veengebieden waar veel armoede werd geleden. Daar was werk de enige mogelijkheid aan die armoe te ontsnappen. In het relatief welvarende westen waren er meer mogelijkheden je met losse baantjes of op kosten van je ouders je in leven te houden.

Nauw hiermee samenhing het ontkennen van het eigendomsrecht, door latere Alarmgroepen, waar we verschillende oud-Mokerleden weer tegenkomen, uitgewerkt in Neem en Eet. Van Proudhon is de zinsnede Eigendom is diefstal, al bedoelde hij daarmee niet: neem en eet maar eerder dat de productiemiddelen in de handen van de arbeiders moesten komen

Hoewel de Mokergroepen zich pas later expliciet anarchistisch gingen noemen schemert het anarchisme vanaf het begin door alle artikelen in de Moker heen. Natuurlijk waren ze tegen de monarchie, tegen iedere godsdienst, tegen het burgerlijk huwelijk, tegen het schoolsysteem, tegen de AJC omdat die door ouderen werd geleid, ze waren tegen alcohol en roken en vaak ook vegetariër, ze vielen de bonzen in de vakbeweging, de vrijgestelden in de anarchistische organisaties aan. Maar in het laatste jaar van de Moker worden er toch ook discussies gevoerd over het radencommunisme en vakbonden.

Wat verder opvallend is in het preutse Nederland van de jaren twintig, is de vrije omgang tussen jongens en meisjes en hun gelijkwaardigheid. Samen op colportage tocht, samen de natuur in, niet naar de bioscoop of danszaal maar gemengd kamperen, naakt zwemmen. Seksualiteit was gewoon bespreekbaar en voorbehoedsmiddelen ook. Meisjes waren wel in de minderheid, maar hadden zeker veel invloed, ook in de redactie van De Moker.

Muziekgroep Bart Haan e.a.

                         Muziekgroep Bart Haan e.a.

Binnen de Mokergroepen was sprake van een zekere groepscultuur, wat je op de foto’s aan de kleding kunt terugzien. Rinus van de Brink vertelde ons daarover dat hij door de politie werd aangehouden toen hij op de fiets naar huis terugreed na het uitdelen van vlugschriften aan de kazernepoort. Ze herkenden hem direct aan zijn kleding, een zwarte cape, manchesterbroek, een schillerhemd en losgeknoopte das. De meisjes droegen wijdvallende lange jurken in de Fidus-stijl. Er was veel belangstelling voor cultuur, revolutionaire literatuur, kunst, toneel en muziek. Dat blijkt ook als je naar de vormgeving van het blad kijkt. Op de voorzijde staat vaak een lino of een tekening van een van de Mokerleden. Diverse van Herman Schuurman en van Luc Kisjes, maar ook enkele van Melle Oldeboerrigter, de later bekend geworden schilder Melle. In de Moker staan ook diverse gedichten vertaald uit het Duits of geschreven door Mokerleden. De zoon van Jac Knap, een van de eerste redacteuren, stuurde verleden jaar een aantal gedichten van later tijd van zijn vader naar het Domela Fonds. Een over Klaas Blauw, die in 1923 omkwam door een kogel uit zijn eigen revolver en een over Herman Schuurman. Ze schetsen de persoon van Klaas Blauw en van Herman Schuurman en tonen de creativiteit van Jac Knap, die hij destijds in zijn Mokertijd ontwikkelde.

De Moker kende veel begaafde jonge mensen. Ook musici, veel jongeren speelden een instrument, gitaar, banjo, accordeon. Er werd veel gezongen, propagandaliederen bij colportagetochten maar het was ook een manier om op straat geld op te halen. Kleine groepjes trokken door het land, hun kostje bij elkaar zingend, of liftend of fietsend door heel Europa. Een echt vrijbuiterleven.

Hoogtepunten waren de jaarlijkse pinkstermobilisaties. Nog steeds worden met Pinksteren in Appelscha de pinksterlanddagen gehouden, een belangrijke traditie. In deze traditie staat ook De Moker, de meeste recente uitgave van Kelderuitgeverij.

Jaap van der Laan

[Foto’s en ander beeldmateriaal ‘Archief Jaap van de Laan’.]

De Moker, 368 blz., geïllustreerd (ISBN 978 09 7939 5323) prijs €40,00, porto €6,95; te bestellen via Kelderuitgeverij.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: