Skip to content

Beeld En Beeldenstorm. Kunst In De Openbare Ruimte En Sociaal Activisme

19/03/2017

       Boekpresentatie; rechts Siebe.

Geen kunstwerk in de openbare ruimte van Rotterdam is zonder slag of stoot gerealiseerd. Dit merkt de directeur van het museum Boymans, Sjarel Ex, op in het voorwoord van het vorig jaar uitgekomen boek Beelden, Stadsverfraaiing in Rotterdam sinds 1940. Het boek is geschreven door Siebe Thissen en door hem voorzien van een grote hoeveelheid foto’s en ander beeldmateriaal. Over de laatste zeventig jaar spreken we over meer dan duizend kunstwerken. Dit kon dus geen ‘boekje’ blijven wanneer je veel van die kunstwerken met foto’s een plaats geeft èn wanneer je bovendien langs de lijnen van de kunstwerken de geschiedenis van het bijhorende politieke en sociale activisme wil beschrijven. Het is dan ook een boek van ruim tweeënhalve kilo geworden.

Stadsbeleving

Siebe Thissen behandelt de periode 1940-2015. Hij heeft zijn boek een chronologische volgorde gegeven met een thematische opzet. Aldus ontstonden er tien tijdvakken, die menigmaal in elkaar grijpen om een dynamiek te tonen. Het leverde tien hoofdstukken op. Al bij het eerste hoofdstuk gooit Siebe zich in het diepe door als opening het volgende citaat te kiezen: ‘Nieuwe, uitdagende, omstreden kunst is overal in Rotterdam te zien. Dat Rotterdammers nuchtere gasten zijn, die vooral in de haven werken en maar één achilleshiel hebben – Feyenoord – klopt van geen meter. Ik durf de stelling aan dat er geen stad in Nederland is die zoveel aandacht heeft voor kunst in de openbare ruimte als Rotterdam’ (Rutger Pontzen). ‘Niet zo’n boude stelling, toch?’, hoor ik Siebe zeggen. Het is gelijk de titel van het eerste hoofdstuk.

Dat hoofdstuk bestrijkt 1940-1950. Het gaat over wat er aan kunst was en hoe er gedacht werd om opnieuw met kunst de openbare ruimte op te vullen. In het tweede hoofdstuk komt dit terug onder de titel ‘De kunstverschaffing van 1940’. Ook het derde hoofdstuk werkt dit nader uit, terug- en vooruitgrijpend (tijdvak 1945-1960) onder de titel ‘Synthese: metafysica van de wederopbouw’. Het vierde hoofdstuk getiteld ‘Het mirakel van Rotterdam’ (ook weer tijdvak 1945-1960) laat zien wat er in de synthese zich kan ontplooien, opbloeien – met in 1953 het geweldige beeld De verwoeste stad van Ossip Zadkine (zie de voorkant van het boek).

                           Louis van Roode

Het vijfde hoofdstuk houdt zich vooral bezig met het ‘buitenwerk’ (wandkunst) van Louis van Roode. Siebe Thissen werkt daarbij vanuit een citaat van Alfred Kossmann. Het eerste deel van het citaat wijst erop dat veel kunstenaars werken voor de kelders van musea of die van henzelf. ‘Maar Louis van Roode voelt zich niet tevreden met die rol. Dus hij heeft de gelegenheid aangegrepen om het eenzame linnen in zijn atelier te ruilen voor de grote wanden van de stad’. Veel foto’s in Siebe’s boek verduidelijken hoe ruim (want veelzijdig) en ruimtelijk Van Roode dacht en werkte. De titel van dit hoofdstuk? ‘Vrolijk en agressief: Louis van Roode’.

Het einde van het tijdvak, het jaar 1965, valt samen met de opkomst van verzet tegen wat er zoal uit het Rotterdamse stadhuis komt. Het zesde hoofdstuk dat het tijdvak 1965-1980 bestrijkt, draag dan ook als titel ‘De pressiegroep’. Alvorens nader op de rol van die groep in te gaan is het goed eerst aandacht te besteden aan de vraag hoe het kon dat een jonge hoogleraar sociale psychologie, Rob Wentholt, van zich deed spreken. Hij was in 1965 aangetreden aan de Nederlandse Economische Hogeschool (NEH), de voorloper van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wentholt had onderzoek gedaan – in opdracht van Vroom & Dreesman – naar de essentie van het ruimtelijk functioneren van een binnenstad. In november 1968 overhandigde hij zijn studie De binnenstadsbeleving en Rotterdam.

Een van de zaken die nodig zijn zo werd in zijn studie duidelijk, is om bij de ontwikkeling van de stad de ‘leesbaarheid’ ervan te versterken en visuele prikkels aan de openbare ruimte toe te voegen – een idee waarvoor een leerling van Frank Lloyd Wright (1867-1959; een Amerikaanse architect) had gepleit en waarnaar Wentholt verwees. Dit uitgangspunt was vanwege de technocratische bestuursstructuur in Rotterdam bijna volledig uit het beeld geraakt. PvdA-bestuurders werden daarop door kunstenaars in die tijd indringend aangesproken, waardoor wrijving tussen hen ontstond. Met de organisatie van de ‘Dag van de Kunst’, die in november 1968 plaatsvond, trachtte het gemeentebestuur hierop in te spelen.

In de periode erop volgend vond een serie besprekingen plaats in verschillende werkgroepen, die samen de ‘Pressiegroep’ vormden. In 1969 gaf die groep, met in de redactie onder meer de activistische Rotterdamse kunstenaar Hans Abelman, de Pressie Nota uit. Daarin komt men dan weer een actiepunt uit de studie van Rob Wentholt tegen: aan stadsontwikkeling mogen geen overwegingen van nut en doelmatigheid ten grondslag liggen, maar juist de stedelijke beleving moet centraal staan. ‘Cultuur is leven [en komt] uit de samenleving zelf’. Het politieke activisme van de ‘pressiegroep’ sloot hiermee aan op het sociale activisme dat bij anderen in Rotterdam leefde. Die groepen gingen zich ‘mengen’ in de periode 1965-1980. Een deel ervan vind je in het zesde hoofdstuk terug.

Dat er onderwijl toch heel wat van de grond komt, noopt Thissen tot een nieuw hoofdstuk, het zevende, over dezelfde periode onder de titel ‘Groeten uit Rotterdam’. Dit betekent niet dat alle sociale dilemma’s waren opgelost. Integendeel. Hans Abelman en anderen bleven er aandacht voor vragen zodat onder meer de Pressie Nota een tweede kans kreeg. Dit vindt men beschreven en telkens weer toegelicht met veel beeldmateriaal, in hoofdstuk acht onder de titel ‘Sociale dilemma’s’ (tijdvak 1980-1995).

Siebe overziet vervolgens het grootste deel van de door hem bestreken tijd (1945-2005) nog eens vanuit een perspectief, dat bij een stad hoort die zich er rekenschap van geeft het podium te zijn van wereldhandel. Het spreekt in de titel van het negende hoofdstuk ‘Iets meer allure graag’. Is deze drang ervaren? In ieder geval citeert Thissen dat: ‘Vormen van verbeelding met een directe herkenbaarheid in de openbare ruimte van de stad hebben in Rotterdam altijd veel kansen gekregen’ (Hein van Haaren). De titel van zijn slothoofdstuk sluit hier woordelijk als een vervolg op aan – het is een onderdeel van het citaat ­–: ‘Er is een mentaliteit die deze beelden wil’. Het is een machtig mooi boek geworden.

Sociaal activisme

Wat heeft het voorgaande met anarchisme van doen? Wel, meer dan menigeen wellicht denkt. Laten we in de eerste plaats niet vergeten dat een aantal anarchisten zich nadrukkelijk met de stad, stadsontwikkeling en de beleving van de stad hebben beziggehouden. Als we alleen naar grondslag gevende publicaties van naoorlogse anarchisten kijken dan komen we zoal tegen het werk van de Amerikanen Paul (filosoof, psycholoog, dichter) en zijn broer Percival (architect) Goodman, Communitas, Means of Livelihood and Ways of Live (1947) en dat van de Engelse libertaire maatschappijcriticus Colin Ward, Housing: An Anarchist Approach (1976), The Child in the City (1978), Sociable Cities: The Legacy of Ebenezer Howard (1999). Maar wie zegt en dat in de tweede plaats, dat iets alleen anarchisme betreft als er het woord ‘anarchisme’ is opgeplakt?

Niemand van de pressiegroep van kunstenaars uit de jaren 1970-1980, over wie Siebe Thissen het had, heeft zich bij mijn weten anarchist genoemd. Maar hun kritiek spoorde wel met wat anarchisten zou kunnen bezighouden. De pressiegroep wees af het zich exclusief richten op ‘financieel-economische expansie’; zij kritiseerde een stedelijke politiek die welzijn identificeerde met welvaart; zij herkende dat cultuur in Rotterdam verworden was tot ‘één van de vele consumptiegoederen van onze maatschappij’ en zij merkte op dat stadsontwikkeling vastgelopen was in ‘utiliteiten en noodzakelijke behuizing’, waardoor geen aandacht meer werd besteed aan ‘het gevoelsleven van de bewoners’. Het interessante is dat je overigens geen kunstenaar hoeft te zijn om dit op te merken. En omdat in een bepaald tijdvak van verschillende invalshoeken hetzelfde werd beleefd, kon er wat ik zojuist een ‘menging’ noemde plaatsvinden van politiek en sociaal activisme. Langs de weg van het sociaal activisme ben ik dan ook zelf deelgenoot geweest van wat er in het tijdvak van de pressiegroep in Rotterdam plaatsvond. Hele stukken uit het boek van Siebe zou ik zo kunnen overnemen als elementen voor een autobiografie…

Siebe heeft de Rotterdamse geschiedenis van kunstwerken in de openbare ruimte laten beginnen in 1940. Toen stond er al heel wat, maar vervolgens is veel verwoest tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog moest er worden herbouwd. Hoe? Kort heb ik geresumeerd op welke wijze Siebe in de eerste vijf hoofdstukken van zijn boek daarop reageert als het om kunst in de openbare ruimte gaat. Ik kom daar redelijk wat zaken tegen, die mij doen terugdenken aan mijn vader, die zich een ‘echte’ Rotterdammer beschouwde. Hij bewonderde de toenmalige burgemeester Piet Oud (1886-1968); hij voelde zich Erasmiaan en correspondeerde bijvoorbeeld met de directeur van die tijd van het Stadstimmerhuis over de ‘juiste’ plaats voor het standbeeld van Erasmus. Dit alles speelde zich voor 1960 af. En dan in hoofdstuk zes verschijnt, zoals we zagen, ‘De Pressiegroep’. Het lijkt wel alsof ik mijzelf tegenkom, maar dan in een parallelle geschiedenis. Om begrijpelijke redenen ontbreekt die bij Siebe. Daarom voeg ik hier dat toe waarvan ik meen wat niet verloren mag gaan. Ik denk dan aan de Speelweek, waarmee ik als sociaal activist in aanraking kwam. Het benadrukt hoe breed de problematiek is die Siebe behandelt.

Nationale Speelweek

In de jaren 1960 werden jongeren om uiteenlopende redenen ‘wakker’. Natuurlijk had dit in de tijd zijn voorbereiding gehad. Zo bestond er in Rotterdam een clubje mensen dat zich vanuit bestaande organisaties en stichtingen bezighield met ‘jeugd en jongeren’. Het bureau ervan was gevestigd in de Saftlevenstraat (Rotterdam). Dat bureau werd geleid door Ab Steensma, een typische en eigenzinnige man met wie ik veel op had. Van zijn werk nam hij afscheid in de beginjaren 1970, maar niet zonder achterlating van een vuistdik gestencild boek met als titel De Dwarsfluiter, De konsekwenties van een kreativiteit, Heenvliet-Amsterdam 1971 (eigen uitgave). Aan dit boek ontleen ik een aantal elementen om mijn eigen herinneringen te ondersteunen.

De eerste beatkelder van Nederland, De Leiperd, geopend augustus 1967, te Rotterdam, met op de foto een deel van de aanhang van de initiatief nemende Rotterdamse provogroep ‘Nieuw Generatie’ (verg. Eric Duivenvoorden, Rebelse jeugd: hoe nozems en provo’s Nederland veranderden, 2015).

Het mag opvallen dat er sprake is van twee sporen: één die Siebe Thissen beschrijft vanuit de geschiedenis van de kunstwerken in de openbare ruimte en één die sociaalactivisme binnen pedagogische verhoudingen stimuleert. En dat vormt een mix in de tijd die beschreven wordt. Die mix slaat zich neer in culturele verhoudingen in ruime zin. Want wat wil het geval? In Rotterdam manifesteerden zich op de een of andere wijze allerlei groepjes sociaal geëngageerd jongeren (anti-atoombom, antimilitaristisch, anti establishment, enz.). In die tijd ontstond de Provo-beweging (Amsterdam) en één van de loten ervan in Rotterdam noemde zich ‘Nieuw Generatie’. Onder hen bevonden zich als medeoprichters mijn broer Arnold (de hedendaagse beeldend kunstenaar Arnold Nix Holterman) en ikzelf. Wij zagen er geen probleem in ons aan te sluiten bij zaken die liepen of om het stadsbestuur uit te dagen om iets voor de ongebonden jeugd te doen. Dat laatste leidde tot de inrichting en opening van de kelder ‘De Leiperd’ (augustus 1967; Siebe besteedt er in de marge aandacht aan, zie p. 251). Maar het vinden van aansluiting bij zaken die liepen, is in het kader van Siebe’s boek wellicht interessanter.

Het wil namelijk dat de reeds genoemde Ab Steensma en zijn club in de Saftlevenstraat jaarlijks de zogeheten Speelweek organiseerden, vooral bedoeld voor leerlingen en docenten van pedagogische academies (het Rotterdamse stadsarchief heeft een en ander onder ‘Nationale Speelweek’ opgeborgen). Welnu, Siebe Thissen verwijst, zo zagen we, nadrukkelijk en herhaaldelijk naar de in die tijd net in Rotterdam benoemde hoogleraar sociale psychologie Rob Wentholt (1965).  Het wil nu dat deze ook deel uitmaakte van de ‘denktank’ van de Saftlevenstraat. Hoe grillig zaken kunnen lopen blijkt wel uit het volgende.

Vanuit het sociaalactivisme van ‘Nieuw generatie’ kregen wij contact met de ‘Saftlevenstraat’ en de Speelweek; ikzelf raakte betrokken bij het organisatorisch verband ervan. In die tijd had ik mij op een zelfstudie sociologie geworpen en veel erover gelezen – zonder enig systeem. Tot mijn geluk nam Rob Wentholt mij onder zijn hoede om mijn sociologische inzichten (toen nog los zand) wat te systematiseren…

              Simon Vinkenoog (1928-2009)

Via de ‘Saftlevenstraat’ en de Speelweek verliepen vervolgens contacten met bijvoorbeeld Hans Abelman en de Amsterdamse dichter Simon Vinkenoog, die daar beiden mee verbonden waren. Niet onvermeld mag blijven dat ‘Nieuw Generatie’ niet alleen de eerste beatkelder in ~Nederland opende, maar ook de eerste naoorlogse Rotterdamse vrijplaats instelde. Daartoe werd als plek gekozen het ‘eilandje’ in de Westersingel met de grote oude boom (leeft die nog?). De inwijding ervan vond op ons verzoek plaats door Simon Vinkenoog (zie de foto, links zittend, voorlezend; 30 oktober 1966; archief ThH). Op diezelfde dag wordt in het kader van de Speelweek een nieuw artikel één van de Verklaring van de Rechten van de Mens geproclameerd, luidende:

  1. De mens heeft als kind altijd op straat in alle steden ter wereld tijdens alle culturen gespeeld. Zowel voetballen als muurschilderingen zijn op straat geboren. Houdt uw straat speelschoon! Wij offeren jaarlijks 2200 familieleden aan de afgod, genaamd Verkeer. Maar weer van de straat dit open communicatiemedium. Geef de ruimte aan straatmuzikanten, straatdichteres, straatzangers, straatschilders en tekenaars, de op-straat-levenden. Vergeet niet de straat tegen agressie op straat te beschermen.
  2. Leg de kunst geen censuur op. Ieder mens is dichter, schilder, tekenaar, zanger, toneelspeler, straatslijper en slijt waren langs de straat.
  3. Wij spelen allemaal een rol in dit spel, mijne heren! Vergeet niet, dat het leven een levenskunst is, een spel dat je eerlijk en zuiver of angstig en vals kunt spelen!
  4. Make love not war.

Dit zal vermoedelijk weinigen nog tot de verbeelding spreken – de verbeelding lijkt anno 2017 überhaupt uit het zicht. Maar in die tijd werd door de toen nog Rotterdamse architect Reid het huis van de ‘Spelende Mens’ gebouwd. Reid was tegelijk een goede bekende van Rob Wentholt. En ‘Reid = Speelweek’, aldus Ab Steensma (p. 297 van zijn boek). Laten we ook niet vergeten dat er in 1966 een processie door de Lijnbaan (Rotterdam) trok met als motto ‘Sinterklaas moet dood’. Daarmee werd aan gedrongen om te stoppen kinderen nog langer voor de gek te houden en stond in het teken van de verwerping van het consumentisme. Er werden twee meter hoge poppen van Rien Kroon meegevoerd (‘Dat is uit die tent – die van de Speelweek’, hoorde Ab Steensma iemand zeggen; p. 334).

Een andere samenloop van culturele verhoudingen waar kunstenaars en sociaalactivisme vervloeiden, vindt men bijvoorbeeld bij de toenmalige actiegroep ‘Het Oude Westen’, waaraan ook Siebe Thissen aandacht besteedt. Hij neemt zelfs de mooie foto op met een van de activistes in het bad van burgemeester Thomassen. Dat is ook het knappe van de tekst van Siebe om langs zo’n weg de ‘menging’ waarvan ik sprak in woord en beeld tot beeldenstorm aan toe, onder de aandacht te krijgen.

Culturele vrijstaat

Tegen het eind van het boek, in het tiende hoofdstuk, komt Siebe te spreken over de culturele vrijstaat in de haven van Rotterdam ‘AVL-Ville’, gesticht in 2001 (AVL = Atelier Van Lieshout; opgericht in 1995 door de beeldhouwer Joep van Lieshout). Deze anarchistische zelfvoorzienende vrijstaat was een doorn in het oog van de overheid. Die ziet zich als monopolist van publieke organisatie en zij duldt geen concurrentie. Dit levert tegelijk een aardig voorbeeld van hoe autoritair een neoliberale publieke constructie is. Overal concurrentie omdat dit tot de beste prestaties leidt, behalve concurrentie met de overheid zelf. En je kan constateren hoe verstikkend dat werkt. De plaatselijke overheid laat zich in geval van de AVL-Ville in verwarring brengen door een explosieve cocktail van commercieel-toeristisch succes en overtredingen van de openbare orde en de Warenwet, waarna de gemeente besluit de vrijstaat dicht te gooien.

Overigens is dat niet de eerste verwarring van die soort. In de tijd van de Speelweek waarover ik het had, ontmoette ik de Joegoslavische regisseur en pantomimespeler Branko Mayerhold. Jarenlang heb ik met hem opgetrokken. Hij richtte onder meer een Rotterdamse dichterskring op met nog jonge onbekende dichters en betrok er ook jonge beeldende kunstenaars bij. Ten behoeve van een uitvoering door hem georganiseerd waarvoor een gering bedrag aan entreegeld werd gevraagd, moest hij plotseling vermakelijkheidsbelasting afdragen, zo kwam een gemeenteambtenaar hem vertellen. Ik hoor hem nog emotioneel roepen, in zijn soort Duits: ‘Vermaaklichkeit? Ich habe nichts mit Vermaaklichkeit zu tun! Ich bin mit Kunst beschäftigt!’ (Vermakelijkheid? Ik heb niets met vermakelijkheid van doen! Ik houd me bezig met kunst!). De latere problemen rond de AVL-Ville tonen aan dat onbegrip een claim legt op autoriteiten, waarna autoritair optreden volgt: ‘Vader weet het beter!’.

Ongetwijfeld roept Siebe’s boek bij anderen weer andere parallelle herinneringen op. Met zijn boek erbij beschik je over een onuitputtelijke bron van beeldmateriaal – gebed in politiek activisme.

Thom Holterman

THISSEN, Siebe, Beelden, Stadsverfraaiing in Rotterdam sinds 1940, 525 blz., Jap Sam Books, Rotterdam, 2016.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: