Skip to content

Droom En Harstocht Van Libertaire Onderzoeker Ronald Creagh

13/04/2017

Ronald Creagh is een Franse libertaire auteur, activist, onderzoeker, die zich al een kleine halve eeuw in anarchistische kringen beweegt. Hij is inmiddels tegen de negentig jaar. In die periode heeft hij veel gepubliceerd, van de reis van Reclus naar de USA tot de geschiedenis van de Amerikaanse communes. Een aantal vrienden en bekenden heeft voor hem een vriendenboek samengesteld onder de titel Rêves et passions d’un chercheur militant (Dromen en hartstochten van een activistische onderzoeker ) met in de ondertitel, dat de bundel is opgedragen aan Ronald Creagh.

 

Zijn levensloop in het kort

Creagh is geboren in 1929 in Alexandrië (Egypte) uit een Libanese moeder en een Engelse vader. In Egypte gaat hij naar een Franse christelijke school. Vanwege nationalistische onlusten in Egypte gaat zijn vader naar Australië en Ronald naar Frankrijk. In Parijs studeert hij sociologie (bij bekend gebleven persoonlijkheden als George Gurvitch en Raymond Aron). Tegen het eind van zijn studie legt hij zich toe op een afstudeerproject met als onderwerp ‘De vrije gedachte in de Verenigde Staten’. Met steun van zijn begeleider vertrekt hij naar de VS voor studie, eerst in Berkeley daarna in Chicago en Harvard. Daar maakt hij kennis met de Amerikaanse tegencultuur en het studentenverzet. Terug in Parijs verdedigt hij met goed gevolg zijn afstudeerproject over het genoemde onderwerp (1967).

In het verlengde hiervan volgen enkele docentschappen, waarna hij in 1970 in de universiteit van Montpellier wordt aangenomen om onderwijs in ‘Amerikaanse cultuur’ te verzorgen (tot zijn pensionering in 1997). Dit brengt hem regelmatig in de VS terug. Vanaf 1970 verbreedt hij zijn onderzoeksveld waardoor hij libertaire historici leert kennen (onder wie Paul Avrich en Sam Dollgoff) en richt zich op het schrijven van een proefschrift (verdedigd in 1978; L’Anarchisme aux États-Unis, Paris I, 1978, 3 delen). Het is in deze periode dat ik, zonder zijn naam te kennen, Ronald Creagh voor het eerst ontmoet in…Rotterdam. Dat is eind 1979 tijdens het door Henc van Maarseveen en mij georganiseerde meerdaagse seminar over Anarchisme & Recht (aan de Erasmus Universiteit Rotterdam). Ronald en ik hebben overigens nog steeds contact met elkaar.

Het vriendenboek

Het boek is ingedeeld naar drie thema’s. Na een voorwoord, een levensbeschrijving en een vraaggesprek met hem, volgen de thema’s: (a) Ideeën, (b) Geschiedenis en (c) Persoonlijke getuigenissen. Het boek wordt afgesloten met een uitgebreide bibliografie van teksten op papier alsmede de activiteiten door Creagh op Internet en lezingen.

Het overgrote deel van de bijdragen is speciaal voor dit vriendenboek geschreven en met name in de persoonlijke getuigenissen wordt hem de lof gezongen. En met recht. Voor mij is Ronald de man die de belangrijke anarchistische vraagbaak en site R.A.Forum (Recherches sur l’anarchisme) heeft opgezet. Er is in elf talen materiaal (artikelen, boektitels enz.) over het anarchisme te vinden, ook in het Nederlands. Dat onderdeel is eerst verzorgd door Bert Altena en daarna door mij. Wat de bijdragen in de bundel betreft nog het volgende.

De meeste auteurs hebben een persoonlijk stokpaardje bereden – en dan vaak weer zodanig, dat dit alleen voor een geïnformeerde ‘incrowd’ bedoeld lijkt te zijn. Sommige bijdragen zijn goed te lezen vanwege hun algemene informatieniveau, zoals de beschouwing van de Franse libertaire historicus Gaetano Manfredonia over ‘Liefde en huwelijk bij Michael Bakoenin’.

Bakoenin (1814-1876) huwde op latere leeftijd een jonge Poolse vrouw van 17 jaar. Wat Manfredonia doet, is kort beschrijven wat je bij Bakoenin over de positie van de vrouw in zijn geschriften vindt en hoe die zich verhouden met anarchistische standpunten (indachtig overigens dat Bakoenin zich pas vanaf 1864 volledig tot het anarchisme bekent). Daarnaast beschrijft Manfredonia hoe Bakoenin en zijn echtgenote met elkaar omgaan. Daarover is weinig bekend en ook weinig op papier bewaard gebleven (archieven zijn verbrand bijvoorbeeld). Toch tracht Manfredonia uit de weinige brieven tussen de beide echtgenoten en brieven van hen aan anderen, die wel bewaard gebleven zijn, bepaald gedrag aannemelijk te maken. De beide echtlieden zijn elkaar trouw gebleven, want kozen op ultieme momenten voor elkaar – hoewel de vrouw van Bakoenin met zijn medeweten een minnaar had bij wie zij enkele kinderen kreeg. Dit is weer eens een heel ander verhaal over de positie van de vrouw dan wat tegenstanders anarchisten vaak voorhouden, door naar de op dit punt bijziende Proudhon te wijzen…

Ik geef nog een ander voorbeeld van wat ik een zinvolle bijdrage vind. De bijdrage is geschreven door de Amerikaanse oud-hoogleraar David Porter, die jaren politiek en geschiedenis doceerde aan de State University of New York. De bijdrage is getiteld ‘De uitgestrekte anarchistische verbeelding van Ronald Creagh’. Wat beoogt Porter met deze titel aan te geven? Uitgestrekt, wijds of open, het is om het even, want Porter merkt op dat Creagh zich niet tot de anarchistische kring beperkt, maar zich ruimer oriënteert. Dus hij neemt kennis van wat hem interesseert van andere mensen dan uit de anarchistische kring, andere filosofieën en sociale contexten dan die in die kring circuleren. Niet ongericht, neen, het moet gaan om zaken die helpen de bestaande maatschappij te bewegen in de richting van anarchie – begrepen als een ‘maatschappij zonder overheersing’, vrij en berustend op gelijkwaardigheid. Wat van belang is: in de zaken die van elders komen, moet de weigering van overheersing geïntegreerd zijn.

Maatschappijen kunnen in die gewenste richting worden bewogen, niet door politieke revolutie zoals in het algemeen begrepen, dat wil zeggen niet door de overdracht van de bestuursmacht in handen van een nieuw regime. Zo’n regime heeft geen kans om een niet op dwang gerichte politiek consequent in de praktijk te brengen. Er is dus een duidelijk onderscheid tussen de doeleinden van een grondig anti-hiërarchisch ‘revolutionair verlangen’ en dat van het gebruikelijk concept van ‘politieke revolutie’.

Porter merkt bij Creagh een enthousiasme op voor niet-anarchisten die anarchisme zonder naam praktiseren en voor de praktische benaderingen van Paul Goodman en Colin Ward die dat illustreren. Zelf weet Creagh zich te verplichten binnen niet-hiërarchische coalitiebinding. Onze plaats als ‘sociale dissidenten’ is aanwezig te zijn waar geopponeerd wordt tegen alle vormen van vreemdelingenangst, racisme, antisemitisme, onderdrukking, machisme en etnisch patriotisme. Wij, anarchisten moeten aldus Creagh geciteerd door Porter, onze verbeelding zoveel mogelijk vrijmaken om langs die weg een grote verscheidenheid van niet-dominante alternatieven te creëren op persoonlijke en sociale vlakken. Als de lezer van de bundel dit overhoudt voor zijn of haar overdenking is er al een wereld gewonnen.

Thom Holterman

Rêves et passions d’un chercheur militant, Mélanges offerts à Ronald Creagh, Atelier de creation libertaire, Lyon, 2016, 285 blz., prijs 18 euro.

Advertisements
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: