Skip to content

De Opstandige. Tot Zwijgen Gebracht

30/04/2017

    Evguénia Iaroslavskaïa-Markon

‘Anarchist, revolutionair, dievegge en waarzegster, de Russische Evguénia Iaroslavskaïa-Markon in enkele woorden getekend. Zij werd opgesloten in een kamp op Solovki en in 1931 op de leeftijd van 29 jaar geëxecuteerd. In gevangenschap schreef ze haar autobiografie, een schitterende tekst over haar korte leven. Deze tekst zou bedolven zijn gebleven onder tonnen archieven als de Franse auteur en documentairemaker Olivier Rolin de Solovki eilanden, niet had bezocht en erover schreef – ‘(…), het betrof het eerste kamp van de Goelag. Binnen de eerbiedwaardige muren, gemaakt van cyclopische blokken, begon de ontwikkeling van een van de grote moordmachines van de moderne tijd’ – voor het onderzoek van zijn vorige boek, Le Météorologue, en voor een film. Rolin kreeg een opvallend portret van deze heftige vrouw in handen, gevonden in archieven van het kamp. Later zou Irina Fligué, het hoofd van het onderzoeks- en informatiecentrum Memorial in Sint-Petersburg, het door Evguénia ondertekende manuscript van de autobiografie en andere bescheiden in het archief van de voormalige KGB vinden’. Zo opent de Franse literatuurcritica Nelly Kaprièlian op de Franse site Les InRocks haar bespreking van het boek, dat Olivier Rolin verzorgde naar aanleiding van de autobiografie van Evguénia. Zelf schrijft hij een ruim voorwoord en Irina Fligué een verklarend nawoord. Samen met enkele annexen heeft Rolin het boek genoemd Révoltée (Opstandige).

Kronstadt keerpunt

Op de Franse site van revue-Ballast publiceerde de Franse schrijfster en filosofe Adeline Baldacchino een uitgebreide en indringende bespreking van het betreffende boek van en over Evguénia. Vervolgens verscheen die in een Engelse vertaling op de site Autonomies. Aan de tekst van Baldacchino ontleen ik de introductie, die boekdelen spreekt.

‘De Russische Revolutie heeft haar eigen idealisten verslonden, die nog geloofden in de absolute vrijheid. Evguénia is getekend door de neergeslagen opstand van Kronstadt in 1921, journaliste nauw verwant met het anarchistische verzet, de vrouw van een dichter, beklemt geraakt tussen haar leninistische trouw en haar scherpzinnigheid, elk dogma verwerpend, ernstig verongelukt op twintigjarige leeftijd (zij verloor haar beide voeten) wat zij beschouwde als ‘iets zonder belang’ ten opzichte van de kern waarom het draait – het leven, de liefde, de straat –. Zij bedenkt voor zichzelf een lot bestaande uit vrijwillige ondergang en ongetemde betrokkenheid.

Haar leven herinnert ons eraan dat de revolutie eerst en vooral is: passie, dat wil zeggen het verlangen naar manieren van leven die bevrijd zijn van misbruik, onderdrukking en uitbuiting. Maar als zo vaak loopt het anders, ook wat de Russische revolutie aangaat, die vaak wordt teruggebracht tot overbodige en of interessante verhalen en tot de beschrijving van de politieke machtsovername in oktober 1917 door de bolsjewisten van Lenin. Er was natuurlijk veel meer aan de hand, zowel voor als na die fameuze oktober 1917. Maar dat dit het verhaal kon blijven, kwam mede doordat velen, die een rol hadden gespeeld in andere verhalen, vermoord of verbannen waren, wat wil zeggen tot zwijgen waren gebracht. Een van die andere verhalen is aan de vergetelheid onttrokken met het boek Opstandige.’

De contrarevolutie huist in Smolny

De voorgaande introducties betreffen een even merkwaardige – is het een afgelegde bekentenis aan haar beulen, een autobiografie of zoals Evguénia zelf ook aangeeft, een ‘autonecrologie’? – als een indringende tekst. Evguénia heeft cultureel en intellectueel een goed-burgerlijke opvoeding genoten en een universitaire graad gehaald. Ze is een professionele journaliste geweest. In haar brandt jong al een vuur om voor onderdrukten in de bres te springen, zo spreekt uit haar autobiografie. Is de tekst authentiek? Een absoluut bewijs is er niet, maar in haar nawoord maakt Irina Fligué het met verschillende argumenten wel aannemelijk. De autobiografie werd voor het eerst gepubliceerd in 2001 (uit het Russisch in het Engels vertaald) in de bundel samengesteld door Veronica Shapovalov getiteld Remembering the Darkness: Women in Sovjet Prisons (p. 23-70). De autobiografie werd in 1996 in de archieven van de directie van de FSB (Federale Russische veiligheidsdienst, voorheen KGB) gevonden en is eerst in 2008 in het Russisch uitgebracht. Maar er kwamen meer stukken boven tafel, zoals een verslag van een ondervraging van Evguénia (van 12 januari 1931; opgenomen als annex).

Dat verslag leert dat zij voorheen met de bolsjewistische partij heeft gesympathiseerd. Nu weigert zij elke vorm van samenwerking met de Sovjetmacht, die de idealen van de revolutie in diskrediet brengt. Terwijl die zich hypocriet verschuilt achter de banier van de sovjets, regeert zij via een handvol intellectuelen, verzameld in het Centraal Comité. Zij voegt eraan toe dat de bolsjewisten de arbeidersklasse onder toezicht hebben gesteld, zoals men dit ook doet met minderjarigen of eenvoudigen van geest…

Haar autobiografie leert dat het bolsjewistische regime voor haar heeft afgedaan met het bloedig neerslaan van de arbeiders, soldaten en matrozenopstand in Kronstadt (1921). ‘Ik begreep dat de revolutie in Kronstadt was en de contrarevolutie in Smolny, en niet omgekeerd. Smolny? Dat is het gebouw waar tijdens de staatsgreep van 1917 het hoofdkwartier van de bolsjewisten was gevestigd en het verblijf van Lenin.

Zij betoogt vervolgens dat een bestaand regime, ook het meest progressieve, op geen enkele wijze revolutionair kan zijn. Het is er namelijk op uit zich te handhaven en niet te laten wegzetten… De overwinnende orde is dan niet meer revolutionair maar conservatief. De Sovjetmacht begreep dat de opstand van Kronstadt niet alleen revolutionair was in vergelijk met haar, maar ook ideologisch was Kronstadt veel linkser, veel samenhangender en veel waardiger dan zij. Daarom trouwens was de Sovjetmacht zo bang en onderdrukte ze de opstand zo bloedig. Dat leidt bij Evguénia tot de conclusie: ‘De Sovjetmacht is niet alleen conservatief, maar door zo te handelen ook contrarevolutionair’. ‘Sinds Kronstadt zie ik de ‘sovjet’ macht als mijn vijand’, zegt ze in de ondervraging van 12 januari 1931.

De klasse van gedeclasseerden

Evguénia moest ook leven – wat een poging tot overleven werd. Zij overweegt in haar autobiografie dat met een universitair diploma op zak, het doenlijk moest zijn werk te vinden. Dit zou betekenen dat zij in hetzelfde ‘nest’ moest arbeiden als van Schriftgeleerden en farizeeërs! Dan liever leven van en op de straat, schrijft ze. De enige manier om je medemens niet uit te buiten is de kant te kiezen waar altijd de andere kant van de macht zit: de kant van de machtelozen dus. En dat zijn zij van de straat, de daklozen, zonder familie, zonder vrienden, zonder bindingen, zonder toekomst. Ze wil ze leren kennen. Ze gaat kranten verkopen, ze wordt dievegge…

In de loop van enkele jaren volgen veroordelingen en deportaties (zij wordt voor het eerst in 1929 in Moskou wegens diefstal gearresteerd). De praktijk van het stelen heeft bij haar de ideologische overweging van overleven – niet dus zoals bij de Franse anarchist en meesterinbreker Alexandre Jacob van herverdelen. De zwervers, diefjes, randfiguren, kunstenaars en schurken vat zij samen als gedeclasseerden. Het is de klasse van het lompenproletariaat. Daarin ziet zij de enige werkelijke revolutionaire klasse. Een reden? Die klasse zal nooit de positie van de macht willen innemen. Opmerkelijk is dat ongeveer terzelfder tijd, beginjaren 1930, Piet Kooijman (1891-1975; zie het Kooijman-nummer van de AS 189, winter 2014) eenzelfde declasse-theorie formuleert (een klasse eveneens opgebouwd uit randfiguren en criminelen).

De onderwereld toch geslaagd

In de ondervraging van 12 januari 1931 erkent Evguénia dat de klasse waartoe zij zich rekent die van alle gedeclasseerden is, van criminelen die onder het Wetboek van Strafrecht (WvSr.) vallen, asociale intellectuelen… ‘Ik vind de politieke repressie door de Sovjetmacht uitgeoefend ten opzichte van de onderwereld van een schandalige hypocrisie getuigen (verbannen, afvoeren, is niet het probleem van criminaliteit oplossen, maar het handig verstoppen). Het is verraad van een groep, die reeds vanaf het begin vurig de revolutie heeft ondersteund en nooit verbonden is geweest met enige gedachte van eigendom’.

De politieke politie (GPU) oordeelt Evguénia schuldig aan diverse delicten uit het WvSr. en veroordeelt haar tot fusilleren – welk vonnis wordt voltrokken op 20 juni 1931. Een cynische conclusie vindt men aan het slot van het nawoord van Irina Fligué: ‘De onderwereld is er uiteindelijk in geslaagd het bolsjewisme en het communistisch ideaal te overwinnen. Maar dat is niet het product van een open strijd, erop gericht het regime dat Evguénia haatte omver te werpen. Het heeft zich stap voor stap voltrokken door de criminalisering van de sovjet elites’.

Thom Holterman

IAROSLAVSKAÏA-MARKON, Evguénia, Révoltée, voorwoord Olivier Rolin, nawoord Irina Fligué, vertaald uit het Russisch in het Frans, aangevuld met enkele relevante annexen, Éditions du Seuil, Paris, 2017, 174 blz., prijs 16 euro.

[Beeldmateriaal van de graficus Anna Reinders.]

 

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: