Skip to content

Oorlog In Syrië En Lokale Raden

04/06/2017

In de Nederlanden woedde van 1350 tot 1490 een ingewikkelde oorlog die bekend staat als de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Op de lagere school moet ik daarvan gehoord hebben en door die kabeljauw heb ik altijd gedacht dat het een oorlog tussen vissers was. Tot ik het nieuwe nummer van het Franse kwartaalschrift Vacarme (nr. 79) in handen kreeg met een dossier over het oorlogsgeweld in Syrië.  Ik heb gelijk getracht mijn geheugen wat die twisten aangaat op te frissen. Wel, die Hoekse en Kabeljauwse twisten hadden niets met vissers te maken. En in Syrië gaat het ook niet om een religieuze oorlog, zoals ik dacht. De beide oorlogen, die van 500 jaar geleden en de huidige, kennen eenzelfde matrix. Die geeft aan over wie de macht heeft (of wil verwerven) en welke belangen er verdedigd moeten worden of juist bevochten. Iedereen is op machtsverwerving uit en zoekt zijn eigen belang te behartigen, zoals het verwerven van handelsbelangen (door de steden in de 15de eeuw). Lijkt het een beetje rustiger te worden, dan escaleert de strijd weer. Zo ging het in de Hoekse en Kabeljauwse twisten om steden te verdedigen, te veroveren, in te nemen. Net zoals in Syrië nu. In de Nederlanden zullen ze veel pek gebruikt hebben; Assad maakt zijn eigen bommen uit vaten gevuld met explosief en scherven ijzer. Uitgeworpen en tot ontploffing gekomen maken ze veel slachtoffers. Daar is het oorlog voor. Kortom, hier speelt een oorlogszuchtigheid, waarvan bevolkingen de dupe zijn en de leveranciers van wapentuig de lachende derden.

Godsdienstoorlog?

De Hoekse en Kabeljauwse twisten roep ik hier in herinnering om aan te geven dat we met het oorlog voeren in Syrië niet met een nieuw verschijnsel van doen hebben. De pijn en ellende de burgerbevolking aangedaan zal een kwadraat groter zijn dan toen. De morele kwestie die daarbij een rol speelt kent dezelfde waarden zoals: vrijheid, waardigheid, gerechtigheid. In oorlogstijd worden die met pek, napalm en bommen getreden. De verhalen, hoewel er eeuwen tussen liggen, kennen dezelfde titels als: ‘Leven in tijd van oorlog’, ‘Mijn geschiedenis is die van de gemeenschap’ (titels van bijdragen in Vacarme). De namen van steden in bijdragen getiteld als: ‘Het beleg van…’ zijn verschillend naar gelang het een stad in de Nederlanden of Syrië betreft. Toen heette het ‘handelsbelangen’ van steden die speelden, nu spreekt men over geopolitiek en de politieke machten, die motieven zoeken om die te bedrijven (oliebelangen vestigen of beschermen bijvoorbeeld).

In Vacarme wordt, gelet op de tragische effecten van dit al voor de burgerbevolkingen, gepleit voor een herfundering van de mensenrechten, waardoor de solidariteit van een internationaal burgerschap gegrondvest kan worden. Met de gepubliceerde artikelen over Syrië, die de helft van deze editie van Vacarme uitmaken, beoogt het tijdschrift te luisteren naar de mannen en vrouwen die het Syrische oorlogsgeweld ondergaan. Daarom zit er onder de artikelen een aantal vraaggesprekken. Een van de vragen is of het nu wel of geen ‘godsdienstoorlog’ is. Dat is niet het geval. De reden die voor de ontkenning wordt gegeven, ligt in het volgende.

Het is zeker zo dat het regime van Bachar al-Assad er alles aan doet het conflict met confessionalisme in verband te brengen. Het verzet dat in 2003 is ontstaan was evenwel gericht tegen zijn dictatoriale regime. De elementen waaruit het verzet bestaan die zich tegen dit regime groeperen, omvatten ook diverse religieuze groeperingen, net zo goed als dit het geval is bij degenen die het regime in stand willen houden. Deze verbanden zijn evenwel te begrijpen als politieke allianties; die bezitten geen religieuze basis. Het baathistische Syrische regime presenteert zich trouwens als een wereldlijk regime, ontdaan van elke confessionele invloed (de Baath partij is een politieke partij in 1947 in Damascus opgericht die aan de macht is gekomen door een staatsgreep in 1963). Het zal ook bij niemand opkomen om te denken dat de alliantie Assad/Poetin als een religieuze coalitie is op te vatten; hetzelfde geldt voor de verbindingen tussen Iran en Hezbollah, zo constateert de auteur in Vacarme (p. 19).

Rebelse democratie: lokale raden

In Vacarme leest men niets over de regio’s die onder Koerdische controle staan vanwege het feit dat het de redactie ontbreekt aan direct contact met lokale mensen. Daar was ik zelf juist benieuwd naar omdat in bepaalde anarchistische kringen opgegeven wordt over de sociale experimenten in Rojava (Syrisch-Koerdistan). Die experimenten baseren zich op het libertair municipalisme en de sociale ecologie van de Amerikaanse anarchist Murray Bookchin (1921-2006). Mede op basis van diens gedachten zegt de Koerdische PKK-leider Abdullah Öcalan een politieke ommezwaai te hebben gemaakt van marxist-leninist naar libertair municipalist. In Vacarme treft ik wel uitgebreid aandacht aan een systeem van lokale raden in het revolutionaire gebied buiten Rojava, zonder enige verwijzing naar Bookchin. Dit hoeft naar mijn mening om de volgende reden niet vreemd te zijn.

Wie de geschiedenis bestudeert van de opkomst van organisatievormen tijdens roerige tijden (zoals bij opstanden en revolutie), zal kunnen opmerken dat mensen vaak van een radenconcept gebruik gaan maken om zelf hun gemeenschappelijke zaken te regelen. Zo werden dan ook in de stad Darraya, gesitueerd in de directe omgeving ten zuiden van Damascus lokale raden opgezet. In 2003 ondernam een groep jongeren al allerlei acties zoals campagnes tegen corruptie, het schoonmaken van de stad, het openen van een cultureel centrum en een bibliotheek. In 2011 startten in Darraya vroeg in dat jaar protesten tegen het regime Assad. Daarna sloeg de repressie toe en richtte een bloedbad aan met 500 doden (20-25 augustus 2012). In de loop van de volgende jaren liep het inwonertal (door vertrek uit de stad) terug van 70.000 tot 8000. Dit vond plaats in de vier jaren van beleg (2012-2016); tussen december 2013 – augustus 2016 vielen er ongeveer 9000 bom-vaten op een bewoond oppervlak van 15 km2

Hoe organiseert men zich onder een regen van bommen als degene die u bombardeert de staat zelf is? In het vraaggesprek over de toestand in Darraya, gehouden door de sociaalantropologe Charlotte Loris-Rodionoff en getiteld ‘Rebelse democratie’, zegt Tarek Matarmawi (oud-politiek gevangene, inwoner van Daraya, voor de revolutie werkzaam als ingenieur), dat de lokale raden een pragmatische, politieke en ook democratische reactie zijn geweest op de agressie en de bloedbaden. Ze zijn tegelijk een poging het lokale bestuur zelf in te richten in een situatie van burgeroorlog, een situatie dus waarin de staat zijn eigen bevolking belegerd. De lokale raden zijn ingericht in lijn met de ideeën door de Syrische revolutie verdedigd: stemrecht voor iedereen, de rol van de vrouwen (gelijkwaardigheid), deelname door minderheden. De stembussen staan in de moskeeën omdat iedereen die plaatsen kent; men kiest elke zes maanden andere mensen.

Vertaling van het meegedragen bord: ‘Papa is in de gevangenis, mama is dood, Bassem is gevlucht, Ribab heeft honger’.

De revolutie tegen het dictatoriale Assad regime mikt op een ander politiek systeem, waarbij het beheer van publieke voorzieningen gestoeld behoort te zijn op democratische en niet-autoritaire beginselen. In Darrya waren dit soort ideeën al voor de revolutie doorgedrongen, zo leerden de acties uit 2003. De lokale raden verschenen tijdens het begin van de revolutie om een eenvoudige reden: wanneer het regime zich uit een regio terugtrok onder druk van de revolutionaire brigades, verdween het geheel van de publieke diensten en het beheer ervan. Om de rebellerende regio’s te straffen sloot het regime de drinkwatervoorziening af, evenals de stroom- en communicatievoorzieningen (telefoon). Om die voorzieningen op de een of andere manier weer op gang te krijgen, zijn de lokale raden geboren. In Darraya, evenals in andere gebieden, was overigens de lokale raad als burgerinstelling al geformeerd voordat het regime zich uit de stad terugtrok. Wat de organisatorische werkzaamheden van de lokale raden aangaat, betreft het vooral ‘functionele’ raden. Zij nemen het beheer over van de instituties en zorgen voor een continuïteit van de publieke diensten, daarbij uitgaande van de beginselen van de revolutie (anti-corruptie, gelijke verdeling).

Naast de lokale raden bestaan ook Coördinatiecomités die zich vooral met de verdediging bezighouden. Verder vindt men Provinciale raden die eveneens een coördinerende functie hebben en een platform zijn voor alle raden. In het vraaggesprek wordt uitvoerig stil gestaan bij het hoe het leven was in Darrya, hoe de lokale raden tot stand kwamen en welke organisatorische en praktische zaken de lokale raden uitvoerden tijdens het vier jaar durende beleg ervan door het regime Assad (van 31 november 2012 tot 28 augustus 2016). De functies en invulling van de lokale raden is (zeer) verschillende, want afhankelijk van de plaatselijke behoeften en mogelijkheden.

Syrisch-Koerdistan en libertaire municipalisme

Zoals ik reeds opmerkte, trof ik in het vraaggesprek geen enkele referentie naar de herkomst van de lokale radengedachte (en ook elders niet in Vacarme). Op zich is dat ook niet nodig. Zoiets duikt ‘spontaan’ op in een revolutionaire periode. Het libertaire municipalisme kent wel een referentie, namelijk die van Murray Bookchin. Het zou in Rojava (Syrisch-Koerdistan) worden toegepast; het is er geïntroduceerd door of via de Koerdische leider Öcalan, in zijn politieke ommezwaai van marxist-leninist tot libertair municipalist. Ik sluit de mogelijkheid van een dergelijke ommezwaai niet uit. Het komt vaker voor dat mensen fundamenteel van gedachten veranderen. Het is echter de vraag in hoeverre de gedachten van Bookchin over libertair municipalisme en sociale ecologie zich in oorlogstijd en in een oorlogsgebied dat onder grote druk staat, redelijkerwijs uitvoerbaar zijn. Daarnaast is het de vraag of de ommezwaai van Öcalan niet eerder door opportunistische dan door principiële redenen zijn ingegeven. Dat kan alleen speculeren opleveren en laat ik daarom rusten. Iets anders is dat ik constateer dat sommigen in anarchistische kringen met Öcalan weglopen, waar hij zwaaiend gefotografeerd is met een snelvuurwapen (ik kwam het item tegen op Facebook, inclusief de collage hieronder).

In reacties daarover wordt door een discussiant enthousiast gerept over ‘gedecentraliseerde zelfverdediging’ en ‘gedecentraliseerd wapenbezit’. Wie vragen stelt bij oorlog voeren en zich bewapenen, wordt voor een liberaal gehouden omdat ‘het liberalistische programma is dat wij ons niet mogen bewapenen, enkel zij’, lees ik dan op Facebook. Als een dergelijke kijk al iets met anarchisme van doen heeft, zoals de collage suggereert om ook een foto van Bookchin op te nemen, dan zou ik dit ‘western-anarchisme’ noemen. Het representeert namelijk een kijk die aanschurkt tegen de Amerikaanse ‘National Rifle Association’ (NRA), die het dragen van wapens noodzakelijk acht om zich te kunnen beschermen tegen wapen-dragende kwaadwilligen. Als je Öcalan op de fotocollage ziet staan met zijn snelvuurwapen, moet je onwillekeurig denken aan tv-serie acteurs van jaren her, zoals Chuck Norris (Walker, Texas Ranger). In dezelfde sfeer van het ‘western-anarchisme’ valt evenmin de tv-acteur Richard Boone uit de toon. Die had op zijn visitekaartje staan ‘Have gun will travel’. Öcalan krijgt in de mond gelegd: ‘Lets get to work’. Hij draagt geen schep maar een gun… Ik wijs noch het libertair municipalisme noch de sociale ecologie van Bookchin af, wel het ‘western-anarchisme’.

En verder in Vacarme

Naast het Syrië dossiers vindt men in dit nummer nog een groot aantal bijdragen van zeer uiteenlopende soort. Twee springen er voor mij uit. De ene is van Max Liboiron over ‘hergebruiken’. Dat zit volgens hem in een zingevingscrisis. Hij geeft aan dat alle vuil voor hergebruik dat in een gemeente wordt geproduceerd, ruwweg uit drie delen bestaat: 1,5% door de gemeente zelf, waarvan 0,5% van de inwoners en 98,5% van de industrie. De truc van de industrie is de aandacht af te leiden van hun eigen vuilproductie door zich volop te richten op die van de burgers. Die moeten gestimuleerd worden te denken in termen van hergebruiken, in ‘duurzaam’ gebruik. Dat is een probleem voor de industrie om op te lossen: ontstaan van een recyclingindustrie. Al vuil producerend (want ook recyclen is vervuilend) kunnen zij doorgaan te handelen binnen een verdienmodel. Misschien kom ik in een afzonderlijk item op dit artikel terug. Hetzelfde geldt voor het andere artikel.

Dat gaat over ‘delen’ van tuinen. Het is geschreven door Hervé Brunon, een tuin-historicus en verwoed tuinier. Tuinen zijn veelal in privébezit (ieder zijn eigen tuintje). Er zijn evenwel allerlei vormen van gedeelde tuinen. Brunon heeft daarvan de zaken eens op een rijtje gezet. Ik vermoed dat er bij een aantal vormen sprake zal zijn van verwantschap met de stadslandbouw- en transitiestedenbeweging. Ik ga dat nog een op mijn gemak bekijken.

Thom Holterman

VACARME, nummer 79, voorjaar 2017, 158 blz., prijs 12 euro.

[Met uitzondering van de fotocollage Bookchin/Öcalan is het beeldmateriaal ontleend aan het besproken nummer van Vacarme.]

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: