Skip to content

Proudhon En De Anarchie

16/07/2017

Waarom zou je je voor Proudhon (1809-1865), een Franse anarchist uit midden 19de eeuw interesseren? Waar komt de pretentie vandaan dat zijn werk een van de belangrijkste theoretische bronnen van het anarchisme behelst? Wat levert het een en ander – Proudhon en het anarchisme – op als perspectief en als hoop met betrekking tot een emancipatoir project, dat zo duidelijk door de feiten wordt weerlegd? Het zijn deze vragen die de Franse anarchistische auteur en socioloog Daniel Colson hebben aangezet tot het schrijven van zijn dit jaar uitgekomen boek Proudhon et l’anarchie. Beantwoordt hij die vragen ook?

Opzet van het boek

Het beantwoorden van de gestelde vragen heeft niet als doel het anarchisme te moderniseren noch te post-moderniseren. Juist het tegendeel, zegt Colson: het gaat er niet om het anarchisme te passeren, maar om terug te keren naar de theoretische bronnen en de praktijken van de oorspronkelijke auteurs, de eigen voorlopers. Colson is erop uit, zo schrijft hij, de vele manieren te herontdekken van radicaliteit en de revolutionaire kracht van het idee waarvan Proudhon zonder enige twijfel een van de belangrijkste vertolkers is. Deze perspectiefvorming valt op te maken uit de opzet van het boek.

Het boek kent een hoofdstuk, het eerste, dat nieuw geschreven is met als titel ‘Marx en Proudhon’. Colson wil er de tegenstelling, al in de naamgeving te onderkennen, mee duidelijk maken tussen marxisme en anarchisme: het eerste is wel en het laatste is niet gepersonaliseerd, dat wil zeggen het eerste draagt de naam van Marx en het tweede is naamloos. Proudhon heeft geen ‘school’ gevestigd, geen ‘leer’ ontwikkeld, geen organisatie in het leven geroepen (waarvan hij de leiding zou hebben). Er zijn wel strijdorganisaties ontstaan, opgezet door revolutionair syndicalisten. Daarbij zijn ideeën en concepten, zoals collectieve kracht en federalisme, ontleend aan Proudhon. Maar hij weigerde lid te worden van een geleerde en revolutionaire sekte, die hem door Marx werd voorgesteld.

Hiermee heeft Colson in zekere zin de persoonlijke instelling van Proudhon getekend en kan hij nu overgaan tot het leveren van een schets van het denken van Proudhon. De hoofdstukken waaruit die schets bestaat, zijn alle in de loop van voorafgaande jaren in de vorm van artikelen gepubliceerd. Voor het boek zijn die bewerkt, gecorrigeerd en uitgebreid. Uit de titels van de hoofdstukken spreekt dat hij heeft gekozen voor een sociologisch-filosofische benadering van ‘de kwestie’ (dat wil zeggen de hierboven gestelde vragen). Nadat het hoofdstuk ‘Proudhon en de sociologie’ aan de orde is geweest, volgt een hoofdstuk getiteld ‘Anarchie, revolte en conflict – de proudhonnistische oplossing’. Daarna komt men tegen de hoofdstukken: ‘De vrijheid van libertairen – Proudhon en Spinoza’, ‘De mens en de anarchie – Gradaties van macht en van vrijheid’, ‘Anarchie en macht van buitenaf – Proudhon en Simondon’ en tot slot ‘Proudhon en Leibniz – Anarchie en monadologie’. Het ziet er imposant uit, maar leidt dat naar tevredenheid wat de behandeling van ‘de kwestie’ aangaat?

Ideeën en concepten

Het is toe te juichen dat iemand een poging waagt ideeën en concepten, als door Proudhon ontwikkeld, te systematiseren en te verduidelijken. Het resultaat ervan zou dan zeker een nuttige bijdrage leveren bij het behandelen van de derde hierboven gesteld vraag: de weerlegging door de feiten van het emancipatoir project. Want als van weerlegging sprake is, wat wordt dan weerlegt? Wie het anarchisme als een ideaal, als een utopie presenteert en dat als zodanig nastreeft, die zal teleurgesteld worden door de feiten. Colson betoogt evenwel dat de utopische fase in het anarchisme allang voorbij is. Het gaat veeleer om (a) analyse van de ‘werkelijkheid’, (b) het aangeven waar het falen van het bestaande sociaaleconomisch systeem zoals is op te merken en (c) hoe ideeën en concepten een subversieve werking kunnen hebben ten behoeve van kantelpunten richting een libertaire, antikapitalistische maatschappijverandering.

Voor het begrijpen van de denkwereld van Proudhon in relatie tot het voorgaande is het nuttig enkele van zijn concepten te kennen. De belangrijkste zes zijn voor Colson: kracht (‘force’; met name in de samenstelling ‘collectieve kracht’), resultante (de uitgeoefende kracht die ontstaat wanneer verschillende krachten op elkaar inwerken), absoluut (elke resultante vestigt een ‘absolu’), evenwicht van krachten en als zesde monade. De eerste vijf maken gemeenlijk deel uit van teksten die de denkwereld van Proudhon toelichten of behandelen (maar men mag naar mijn mening niet vergeten verschillende anderen, zoals serie en federalisme). De term – monade – komt men evenwel sporadisch en dan nog slechts terloops tegen. Het is een vreemd woord, afgeleid van het Griekse ‘monas’, wat eenheid betekent.

Monadologie

Het woord monade is waarschijnlijk ontleend aan de Italiaanse filosoof Giordano Bruno (1548-1600). Die eindigde zijn leven op de brandstapel in Rome, veroordeeld door de Inquisitie (Störig, Geschiedenis van de filosofie, deel II, p. 72). De Duitse wijsgeer Gottfried Wilhelm Leibniz (1646-1716) heeft vervolgens de Monadologie ontwikkeld (Leer van de monaden). Wil je een idee krijgen over een monade, dan kan je je een punt voorstellen met een kracht, met een ziel (vraag mij niet hoe dat er uitziet; ik ben niet ingewijd in die geheimenissen). In ieder geval wordt gevraagd je tevens voor te stellen dat er ontelbare monaden zijn, allen vensterloos en door God ingesteld. De hoogste monade is God. Al de monaden zijn in beweging; op het moment van zijn scheppingsdaad, heeft God tot die beweging de aanzet gegeven.

Dit heeft in mijn ogen niets met het anarchisme te maken. Toch schrijft Colson dit uit. Mijn hypothese is dat Proudhon een woord gezocht heeft als vehikel, als transportmiddel, voor een door hem gedachte entiteit en het in beweging zijn van alles om ons heen. De monadologie van Leibniz lezend, vond hij de term ‘monade’ wel een mooi vehikel. Meer niet, want Proudhon kieperde subiet alle rimram over ‘vensterloos’ en God als schepper en oer-beweger overboord, zoals Colson zelf ook schrijft (‘…une monadologie débarrassée de Dieu’; p. 74).

Colson weet echter van geen ophouden, zo lijkt hij in zijn schik te zijn met de monadologie. Later zijn er, zo schetst hij, meer denkers geweest die het hele gedoe van vensterloos en God hebben geëlimineerd uit de monadenleer van Leibniz, waardoor er een neo-monadologie is ontstaan. Mooi voor hen, maar Colson faalt, in ieder geval voor mij, als hij de betekenis van de neo-monadologie voor het anarchisme ermee heeft duidelijk willen maken.

In de loop van een eeuw zijn er redelijk wat auteurs verschenen, die op zich hebben genomen het denken van Proudhon toe te lichten. Hoewel ik niet de pretentie heb alle teksten gelezen te hebben die in deze sfeer zijn gepubliceerd, nooit ben ik zo uitvoerig als bij Colson de monadologie in relatie tot anarchisme tegen gekomen. Dit geldt voor oude teksten zoals die van Mülberger (P.-J. Proudhon, Leben und Werke, 1898) en voor naoorlogse Engelstalige studies (A. Ritter, The Political Thought of P.-J. Proudhon, 1969; E. Hayms, P.-J. Proudhon, His Revolutionairy Life, Mind and Works, 1979). Evenmin komt men de monadologie op zijn Colsoniaans in Franstalige studies tegen, zoals die van Jacques Langlois (Défense et actualité de Proudhon, 1976; Agir avec Proudhon, 2005), noch in die van Edouard Jourdain (Proudhon, Un socialisme libertaire, 2009).

In een ander verband dan het anarchisme kwam ik Leibniz wel tegen. Dat was bij de Duits-Italiaanse ketterse marxist en politicoloog Johannes Agnoli. Die heeft een tekst gewijd aan het onderwerp subversieve theorie (overigens hoogst relevant voor elke revolutionair denkende) waarin hij omstandig het subversieve element bij een tijdgenoot van Leibniz, te weten Spinoza aanwijst. Aan Leibniz besteedt Agnoli een halve bladzijde, om uit te leggen waarom die niet relevant is voor zijn onderwerp (J. Agnoli, Die Subversive Theorie, 1996/2014). Het frappeert mij bij Colson juist het omgekeerde aan te treffen, terwijl Colson zeker niet iemand is die de revolutionaire gedachte schuwt…

Proudhon zonder ‘isme’

Er valt mij nog iets anders op. De genoemde Franse tekst van Edouard Jourdain over Proudhon kent een concluderend einde, dat door Daniel Colson ter harte genomen lijkt te zijn. Dat is wellicht niet vreemd. Beide auteurs kennen elkaar als redacteuren van het studieuze Franse anarchistische halfjaarlijkse tijdschrift Réfractions. Net als Colson nu wees Jourdain er al op dat de gedachten van Proudhon nooit de geboorte van een partij of een soortgelijke organisatie heeft opgeleverd. Vermoedelijk omdat hij, zoals Proudhon zelf erkent, zich niet met enig ‘isme’ zou kunnen vereenzelvigen. De lessen die hij leert zouden dan ook ontsnappen aan elke ‘ideomanie’ (Proudhon).

Het werk van Proudhon laat zich op zeer verschillende wijzen lezen – wat ook in de loop van de tijd is gebeurd. Het beste is, aldus Jourdain, te trachten de geest van zijn werk te doorgronden. Die wordt mede uitgemaakt door zijn kritiek op het kapitalisme. En zonder enige twijfel is een centraal punt van zijn politieke gedachte zijn strijd tegen absolutisme en elke vorm van totalitarisme. Zonder dat hij de vele vormen van totalitarisme van de 20ste eeuw heeft gekend, zou Proudhon tal van elementen van zijn gedachten eerder als zijn erfenis hebben herkend bij Camus of Orwell dan bij Sartre. De tekst van Colson sluit hierop aan. Het is dan ook jammer dat hij uitglijdt over de monadologie.

Colson zal dit verwijt misschien pareren door erop te wijzen, dat hij toch niet voor niets schreef: ‘Men kan zonder twijfel niets begrijpen van het anarchisme en van zijn verschillende soorten associaties en van het verschijnsel ontwikkeling – door subversiviteit, selectie, herhaling, destructie en herinrichting – zonder de zin te doorgronden van ‘foyer’ (Proudhon) of de ‘problematische horizon’ (Libéra), die het laten bestaan en die het een betekenis geven’. Inderdaad, ik begrijp hier niets van. Het vervelende voor Colson is, dat ik vermoedelijk niet de enige ben. En hijzelf dan? Hij is zo druk bezig geweest met de monadologie, dat hij vergeten is de drie door hemzelf gestelde vragen te beantwoorden…

Thom Holterman

COLSON, Daniel, Proudhon et l’anarchie, Atelier de création libertaire, Lyon, 2017, 188 blz., prijs 14 euro.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: