Skip to content

Libertaire Wortels Van Amerikaanse Pioniers

13/08/2017

Rudolf Rocker

De belangrijkste stelling van Rudolf Rocker is geweest dat het anarchisme in de Verenigde Staten geen buitenlands idee is, dat uit Europa werd geïmporteerd. Murray Bookchin is daarbij van mening dat er in de ‘Amerikaanse droom’ zoveel libertaire trekken te vinden zijn dat ze voor een radendemocratie niet mogen worden verwaarloosd. Samen met Rudolf Rocker plaatst hij zich in de traditie van de ‘Founding Fathers’ van de Amerikaanse Revolutie. In een boek uit 1949, Pioneers of  American Freedom, legt Rudolf Rocker de libertaire wortels van Amerikaanse pioniers bloot. Mina Graur schrijft daarover en becommentarieert de zienswijze van Rocker.  De Nederlandse vertaling daarvan is van Johny Lenaerts en vindt u hieronder. [ThH]

Pioniers

Alhoewel Rudolf Rocker (1873-1958) zich op het einde van zijn leven beschouwde als een erfgenaam van de Europese cultuur, leerde hij niettemin vele aspecten van de Amerikaanse maatschappij waarderen, een maatschappij waarin hij meer dan twintig jaar van zijn leven doorgebracht had. Hij waardeerde meer in het bijzonder de Amerikaanse federalistische grondwet, Amerikaanse tradities en praktijken, en de radicale afkeer van het Amerikaanse volk voor alle vormen van politieke centralistische tendensen. Toen hij nog een kind was had Rocker elk boek over de wonderlijke avonturen van Indianen en Amerikaanse pioniers van het Wilde Westen dat hij in handen kreeg met veel belangstelling gelezen en herlezen. Alles lijkt erop te wijzen dat iets van deze romantische fascinatie hem in zijn latere jaren is bijgebleven. Volgens hem waren de pioniers een idealistische groepering die een haast abstract idee van vrijheid en individualisme nastreefden. Hij ontwikkelde zelfs een vrij interessante theorie volgens dewelke de pioniers van het Amerikaanse Westen aan de basis lagen van het feit dat er zich in de Verenigde Staten nooit een ernstige, diep gewortelde revolutionaire beweging ontwikkeld had. In zeker opzicht verving in Amerika de pionier wat in Europa de sociaalrevolutionair was.

De universele behoefte om de maatschappelijke omstandigheden te verbeteren of te veranderen kon in de VS tot uitdrukking komen zonder tot revolutie zijn toevlucht te moeten nemen. Een pionier kon altijd naar een nieuw, onbewoond gebied trekken, waar hij naar eigen goeddunken economische, sociale en culturele instellingen kon uitbouwen. Omdat ze weinig of geen banden met de federale overheid hadden, realiseerden de Amerikaanse pioniers volgens Rocker een anarchistische levenswijze. Zij baseerden zich voornamelijk op verenigingen die op basis van vrijwilligheid de veiligheid en de wederkerige hulp in de gemeenschap garandeerden. In zijn beschrijvingen van de ‘pionier’ verviel Rocker tot ongefundeerde veralgemeningen; meer bepaald interpreteerde hij het religieuze engagement, de individualistische ingesteldheid en zelfs bepaalde eigenaardige individualistische tendensen van de pioniers als een authentieke uitdrukking van gemeenschapszin.

Maar bovenal waardeerde Rocker erg het sociale en politieke denken van de prominente Amerikaanse leiders en filosofen. Hij wijdde er een boek aan, Pioneers of American Freedom, dat in 1949 gepubliceerd werd, en waarin hij de wortels van het liberale en radicale gedachtegoed in de VS opspoorde in de geschriften van Thomas Paine, Thomas Jefferson, Ralph Waldo Emerson, Henry David Thoreau, Abraham Lincoln en anderen. Hij wilde hierbij vooral aantonen dat anarchistische en libertaire ideeën in Amerika niet geïmporteerd waren uit Europa maar het product waren van de universele maatschappelijke omstandigheden van het land en haar historische tradities. Anarchisme, zo stelde Rocker, bestond in de VS reeds in een tijd toen er nog geen teken van een gelijkaardige beweging in Europa kon gevonden worden. Reeds in 1833 had Josiah Warren in Cincinnati een vier pagina’s tellend weekblad, The Peaceful Revolutionist, uitgegeven, dat het eerste anarchistische blad waar ook ter wereld was. Het anarchisme ontwikkelde zich in Europa voornamelijk via communistische lijnen. In tegenstelling hiermee was in de VS het inheemse anarchisme haast uitsluitend van individualistische aard. Volgens Rocker kon dit fundamentele verschil in de geschiedenis van de twee libertaire bewegingen haast volledig worden toegeschreven aan verschillen tussen de bestaande maatschappelijke omstandigheden en benaderingen in Europa en de VS. Communistisch anarchisme werd in de VS uit Europa ingevoerd en zou pas veel later in de loop van de geschiedenis van de Amerikaanse libertaire beweging een rol spelen.

Amerikaanse anarchisten, vervolgde Rocker, vonden hun natuurlijke voorlopers in denkers als Paine, Jefferson, Warren en anderen, en hadden er geen behoefte aan ideeën uit Europa te importeren. In Thomas Paine (1737-1809) zag Rocker een pionier die pleitte voor de langzame uitdoving van het staatsgezag. Paine zag in een regering een haast ontoelaatbaar artifact waarvan men zich zou moeten ontdoen zodra de voorwaarden daar rijp voor zijn. In zijn essay ‘Common Sense’, uit 1775, uitte Paine grote twijfels over de noodzaak van een complexe regeringsinstantie om de Leviathanstaat te leiden. Paine poneerde dat wanneer de maatschappij gezond was, er weinig of helemaal geen behoefte aan een regering zou zijn. ‘Elke vorm van maatschappij is een zegen,’ schreef Paine, ‘maar een regering zelfs in zijn beste vorm is enkel een noodzakelijk kwaad, in zijn slechtste vorm een ontoelaatbaar kwaad.’ Paine zag het alternatief in een maatschappij die zou gereguleerd worden door de wet van de natuur, waar hij, net als vele anarchisten in latere tijden, de bron voor het geluk van de mens in zag. Paine deelde met de anarchisten een fundamenteel anti-elitaire filosofie. Hij vreesde niet een regering van het volk, want hij geloofde in de intrinsieke goedheid van de mens en in zijn bekwaamheid om zelfs met de meest complexe problemen van de maatschappij op een rationele manier om te gaan, op voorwaarde dat ze toegang hadden tot de noodzakelijke informatie.

Persoonlijke vrijheid

Net als zijn tijdgenoot Paine was ook Thomas Jefferson (1743-1826) niet erg gesteld op de politieke staat, maar hij pleitte niet voor diens afschaffing. Hoe groter de macht van de regering zou zijn, des te groter was zijn gevaar voor de rechten van de mens. Bijgevolg opteerde Jefferson voor het principe dat ‘de beste regering dié is welke het minst regeert’, een uitspraak die dikwijls door Rocker in zijn toespraken en geschriften aangehaald werd. Jefferson was een verwoed tegenstander van politieke centralisatie en streefde ernaar de macht van de centrale regering tot een absoluut minimum te beperken. ‘Het veralgemenen en concentreren van elke verantwoordelijkheid en macht in één enkele instantie… heeft de vrijheid en de rechten van de mens in elke regering die er ooit bestaan heeft, vernietigd.’ Volgens Jefferson vormde de kleine gemeenschap en niet de centrale staat de eenheid waarin de politieke en maatschappelijke problemen op de meest efficiënte manier konden opgelost worden, omdat het voor de individuen in een gemeenschap gemakkelijker was vertrouwd en betrokken te raken met thema’s die dichter bij huis liggen. Rocker bewonderde vooral Jeffersons aanhoudende kritiek op elke inmenging van een regering in de belangen van de burgers. Jefferson brandmerkte zulke tussenkomsten als despotisch en destructief en hij liet er geen twijfel over bestaan dat hij zelfs bereid was lokale opstanden te ondersteunen, zodra hij van oordeel zou zijn dat de gevoelige balans tussen de burgers en de staat te veel in de richting van de regering doorgeslagen was. ‘Ik ben van mening dat een kleine rebellie nu en dan iets goeds is en in de politieke wereld even noodzakelijk als een storm in de fysieke wereld.’

Het is in de Amerikaanse geschiedenis een interessant verschijnsel dat twee van de belangrijkste denkers die anticentralistische meningen verkondigen in de praktijk leiders van de centrale regering waren. Naast Jefferson beschouwde Rocker ook Abraham Lincoln (1809-1865) als een voorstander van libertaire ideeën. Lincoln wilde evenmin de staat afschaffen en ontkende ook niet de noodzaak van een regering. Niettemin geloofde hij in het recht van het volk om openlijk de regering tegen te spreken en uiteindelijk ook de regering te veranderen naargelang de eigen behoeften. Lincoln stelde dat wanneer een volk haar regering beu zou zijn, ze gebruik kon maken van haar grondwettelijk recht om haar te amenderen en van haar revolutionair recht om haar te ontbinden of omver te werpen.

Na een bespreking van Ralph Waldo Emerson (1803-1882) en zijn bijdrage aan het libertaire denken, besloot Rocker dat ook hij een tegenstander van de staat was. In de ogen van Emerson waren staat en wet altijd tegenstrijdig met vrijheid. ‘Elke bestaande staat is corrupt,’ stelde Emerson. ‘Goede mensen moeten niet teveel de wet gehoorzamen.’ De staat was volgens Emerson een armzalig substituut voor zelfregering, maar hij was niettemin, op z’n minst tijdelijk, noodzakelijk, totdat de educationele en individuele ontwikkeling de ‘wijze mens’ zou voortgebracht hebben, een mens die in staat zou zijn zelf te regeren. Meer dan elk ander aspect van zijn filosofie, benadrukte Rocker Emersons compromisloos individualisme. Meer bepaald waardeerde Rocker Emersons afkeer voor dié regeringsvormen die aanpassing en verlies van de individuele autonomie vereisen. ‘Wilde vrijheid ontwikkelt een ijzeren bewustzijn. Het verlangen naar vrijheid door middel van een versterking van de wet en van goede omgangsvormen stompt het bewustzijn af.’ Daarenboven was Emerson van mening dat de heersende mentaliteit van zijn tijd het idee van zelfregering bevorderde en dat elk individu zou moeten overgelaten worden aan de voor- en nadelen van zijn of haar eigen conditie, zonder tussenkomst van de staat.

Henry David Thoreau (1817-1862) was misschien de meest uitmuntende en ongetwijfeld de meest pientere voorstander van persoonlijke vrijheid in de breedste betekenis van het woord. Voor hem, net als voor Rocker, kon politieke vrijheid niet op zichzelf bestaan maar was het één van de vele bijverschijnselen van een dieperliggende drijfveer, de ‘vrijheid vrij te zijn’. In zijn invloedrijk essay ‘Over de plicht tot burgerlijke ongehoorzaamheid’ (1849) pleitte Thoreau zowel voor passief als voor actief verzet tegen autoriteit. In de openingsregels verwierp Thoreau de bestaansreden van elke vorm van regering. Op die manier bracht hij Jeffersons uitspraak dat ‘dié regering de beste is die het minst regeert’ tot een logische conclusie, en stelde hij ‘dat dié regering de beste is die helemaal niet regeert’. Daarenboven, zo stelt Thoreau, ‘is een regering in het beste geval een hulpmiddel; maar de meeste regeringen zijn over het algemeen, en alle regeringen zijn soms, ondoelmatig.’ Zelfs deze beperkte taak van regeringen werd evenwel door Thoreau in het belachelijke getrokken met zijn bewering dat regeringen nooit een menselijke onderneming voortgebracht hebben ‘maar alleen de bereidwilligheid waarmee ze aan de kant kunnen geschoven worden’. Om praktische redenen pleitte Thoreau evenwel niet voor de onmiddellijke afschaffing van de regering. In de plaats daarvan hoopte hij dat elk mens een betere regering zou kunnen kiezen die aan zijn wensen zou voldoen, een actie die volgens Thoreau een eerste stap op die weg zou betekenen. Indien Thoreau niet de afschaffing van de staat bepleitte, hoopte hij hem toch te kunnen vervangen door een staat ‘die het kan opbrengen voor iedereen rechtvaardig te zijn en die het individu met evenveel respect zou behandelen als was het zijn buurman.’

Net als de anarchisten zag Thoreau in dat de vrijwillige vereniging de basis vormde van elke maatschappelijke structuur. Toch wantrouwde hij elke collectieve actie, zelfs collectief protest tegen de bestaande maatschappelijke orde. Getrouw aan de zuiverheid van het individualisme geloofde Thoreau dat het bewustzijn de enige gids voor het handelen zou moeten vormen, los van wet, traditie of overwegingen van een meerderheidsregering. Het bewustzijn is de hoogste rechter van het handelen van de mens. De wetten van de regering waren voor Thoreau moreel irrelevant.

Thoreau’s individualisme kreeg een grote praktische impuls door de ideeën en de acties van zijn tijdgenoot Josiah Warren (1798?-1874). Warren was een uitvinder, denker en maatschappelijk experimentator en wordt door velen als de eerste Amerikaanse anarchist beschouwd. Zijn belangrijkste filosofische boodschap bestaat erin voorrang te verlenen aan de individuele autoriteit op die van het volk. ‘Iedereen dient in te zien dat hij of zij de hoogste rechter van zichzelf is, dat geen wereldse macht zich boven hem of haar kan plaatsen, dat hij of zij altijd de meester over zichzelf is en zal blijven en dat alles in functie staat van zijn of haar individualiteit.’ Het zuivere idee dat een individu zich zou moeten aanpassen aan de maatschappij was volgens Warren absurd. De maatschappij zou zich daarentegen moeten aanpassen aan de behoeften van het individu.

Warren was een enigszins miskend maatschappelijk denker maar hij was zowel voor Proudhon als voor Marx een voorloper met zijn reductionistische visie, die momenteel geassocieerd wordt met het marxisme, en waarin de maatschappelijke relaties enkel een economische ruil van arbeidsproducten betekent. Vanuit deze stelling creëerde Warren een waardetheorie volgens dewelke de prijs van een waar niet zou moeten bepaald worden door zijn nut of alomtegenwoordigheid maar door de hoeveelheid arbeid en tijd die voor zijn productie vereist is. Daarenboven was Warren een van de zeldzame denkers die niet enkel zijn ideeën aan het papier toevertrouwde maar die hen ook op een experimentele manier uittestte. Als voormalig lid van Owens ‘New Harmony’ in Indiana, richtte Warren in 1827 in Cincinnati een zogenaamde ‘tijdwinkel’ op. In deze winkel werden alle goederen aangekocht of verkocht voor de juiste kostprijs, die op zijn beurt bepaald werd door tijdeenheden. De tijd die voor de productie vereist was werd op elk product in de winkel aangegeven, en de klanten betaalden met ‘arbeidsbiljetten’, die eveneens afhingen van de arbeidsuren. De ‘tijdwinkel’ heeft drie jaar bestaan; in die tijd was Warren ervan overtuigd geraakt dat de ideeën in de praktijk konden omgezet worden. Bijgevolg stelde hij zich nieuwe objectieven. In 1834 richtte Warren in Ohio het ‘Dorp van de Rechtvaardigheid’ op, waarin hij samen met een tiental gezinnen actief was in een coöperatieve houtzagerij op een arbeid-voor-arbeid ruilbasis. Het dorp werd door middel van wederzijdse akkoorden geleid en wordt beschouwd als de eerste anarchistische gemeenschap ooit. In 1846 richtte Warren nog een andere kolonie op, ‘Utopia’, die eveneens gebaseerd was op zijn ideeën van arbeidsruil, individualisme en wederzijdse akkoorden.

Individualistische filosofieën en anarchistische basisbeginselen

In ‘Pioneers of American Freedom’ trachtte Rocker zoveel mogelijk figuren en ideeën te bespreken. Het resultaat is onvermijdelijk lapidair (bondig) en oppervlakkig. Anderzijds geeft het boek een vrij groot overzicht van de wortels van het anti-etatistische denken in de VS, zelfs indien Rocker soms de omvang, het engagement en de aanhang van de Amerikaanse libertaire beweging overdrijft. De meeste Amerikaanse libertairen wilden niet de staat afschaffen maar streefden veeleer voor een of andere vorm van verandering in de geografische machtsdeling, voornamelijk in de richting van meer macht voor de afzonderlijke staten en minder macht voor de centrale regering.

In zijn overdreven ijver om de Amerikaanse wortels van het anarchisme bloot te leggen neigde Rocker ertoe zulke cruciale details over het hoofd te zien. Met name Rockers interpretatie van Paine, Jefferson, Emerson en Lincoln is erg onnauwkeurig en schrijft aan deze figuren intenties toe die ze in feite niet hadden. Niettemin slaagde Rocker erin het traditionele Amerikaanse individualisme en de democratische filosofie te transformeren tot voorlopers van de libertaire beweging. Vooral het geval van Lincoln is verhelderend: Rocker hield geen rekening met Lincolns centralistische praktijken, terwijl hij terzelfder tijd een overmatige aandacht besteedt aan verschillende afzonderlijke uitspraken van Lincoln die geïnterpreteerd kunnen worden als anti-etatistisch.

Los van zijn ijver om veel te veel libertaire zaadjes in de intellectuele geschiedenis van de VS op te sporen, slaagde Rocker er wel in een respectabele lijst van ideeën in de geschriften van Amerikaanse denkers samen te stellen, vooral in die van Thoreau, Warren en Lysander Spooner, waarmee hij de lezer weet te overtuigen van de parallellen tussen Amerikaanse individualistische filosofieën en de basisbeginselen van het anarchisme. In de behandeling van deze schrijvers slaagde Rocker erin de belangrijkste stelling van zijn boek te bewijzen: dat het anarchisme in Amerika geen buitenlands idee is dat uit Europa geïmporteerd werd, maar als een onderstroom diep doorheen de intellectuele geschiedenis van Amerika loopt.

Mina Graur

[Uit: Mina Graur, ‘An “anarchist rabbi”: The life and teachings of Rudolf Rocker’, Ann Arbor: U.M.I., 1989. Vertaling: Johny Lenaerts.]

[‘Pioneers of American Freedom’ kan gedownload worden van https://libcom.org/ ]

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: