Skip to content

Antonio Gramsci (1891-1937) En De Strijd Tegen Fascisme

27/08/2017

De Italiaanse marxist Antonio Gramsci (1891-1937) schreef in een tijd die niet veel anders was dan de onze. De politieke partijen die door de liberale klasse werden geleid, waren zwak of irrelevant omdat ze zich van de arbeidersklasse hadden losgemaakt. Radicaal-links was geneutraliseerd; het had gefaald om een coherente alternatieve visie op het kapitalisme te formuleren. Er was een ‘machtscrisis’ ontstaan. Het fascisme richtte zich op en de repressie werd steeds sterker en als maar meer totalitair.

Het Italiaanse regime van Benito Mussolini [stichter van de Italiaanse fascistische beweging in 1919; de term is afgeleid van ‘fasces’, Oud-Romeins symbool voor autoriteit] beweerde, net als onze corporatistische staat, dat er behoefte was aan een regering op basis van efficiëntie, meritocratie; het beheer van de samenleving moest plaatsvinden door deskundigen en specialisten; klassenconflicten konden door bemiddeling worden afgedaan. Het roemde ook ‘heldhaftige’ militaire waarden, traditionalisme en een mythisch verleden dat – in het geval van fascistisch Italië – terugging tot het Romeinse Rijk. […]. Kritiek werd veroordeeld als verraad. Toen Gramsci in 1926 werd gearresteerd en gevangen gezet genoot hij formeel parlementaire immuniteit. Maar in die tijd was de rechtsstaat betekenisloos geworden. Tussen 1929-1935 zou hij zijn Prison Notebooks schrijven. Uit dit duistere politieke landschap werd het dictum van Gramsci vernomen: ‘Pessimisme van het intellect, optimisme van de wil’. […]

Juist in een tijd als de onze, waarin menigeen zich afvraagt hoe het toch komt dat mensen maar blijven volgen wat politici uitstippelen, wat door het bedrijfsleven betaalde wetenschappers als waarheid aanbieden, wat burgerlijke persbureaus en dito mediamagnaten voorkauwen, juist in die tijd is het van belang te beseffen dat mensen cultuurwezens zijn (wat niet ontkent dat ze ook natuurwezens zijn). En het is die nadruk op cultuur waar het Gramsci omgaat. Hij wil laten doordringen dat ‘revolutie’ onlosmakelijk verbonden is met revolutionair denken. De Amerikaanse journalist en theoloog Chris Hedges greep terug op Gramsci en zijn maatschappijkritiek in een artikel getiteld ‘Antonio Gramsci and The Battle Against Fascism’. Hieronder de bewerkte vertaling ervan. [ThH]

Massacultuur

Gramsci was afgeweken van het marxistische geloof dat de inherente tegenstrijdigheden van het kapitalisme van zelf tot socialisme zouden leiden. Hij was tegen de ijzeren greep van een leninistische revolutionaire voorhoede. De revolutie, schreef hij, zou alleen bereikt worden als de massa’s genoeg bewustzijn hadden opgedaan om persoonlijke autonomie uit te oefenen en om de mores, stereotypes en verhalen te doorzien, verspreid door de dominante cultuur. Revolutionaire verandering vereiste het intellectuele vermogen om de werkelijkheid te begrijpen.

Hegemonie verwijst voor Gramsci naar hoe regerende elites, door middel van de massacultuurorganen, ons begrip van de realiteit manipuleren om hun belangen te bevorderen. De passieve consumenten van de massacultuur zien de wereld niet zoals die is, maar zoals die voor hen wordt geïnterpreteerd. De corporatistische elites gebruiken massacultuur om legitieme economische en sociale grieven om te zetten in psychologische en emotionele problemen. Vandaar dat hameren in onze consumptiemaatschappij op geloven in onszelf, hard werken, gehoorzaam zijn, een opleiding volgen, zich richten op uitmuntendheid [hoe vaak komen we de term ‘excellence’ niet tegen] en geloof hebben in onze dromen. Deze mantra verzekert ons in wezen dat de werkelijkheid nooit een belemmering is voor wat we verlangen. In dit systeem van denken valt het evenwel samen met het bevorderen, als we werken voor een bedrijf, van een valse camaraderie met de zogenaamde ‘corporate family’ en anders wel voor hypernationalisme [verplicht leren van het Wilhelmus!].

                        Antonio Gramsci

Gramsci zag met een vooruitziende blik dat de kapitalistische manager tot taak had om winst te maximaliseren en de arbeidskosten te verlagen. Maar dat niet alleen. Hij moest ook mechanismen van indoctrinatie inbouwen om sociale integratie en communale solidariteit te bereiken. Dit alles ten dienste van het kapitalisme, vandaar de constante evaluaties, promoties en degradaties, samen met het organiseren van bijeenkomsten voor medewerkers om groepsdenken te introduceren. Tezamen met deze indoctrinatie worden inmiddels nauwelijks zichtbare beveiligings- en bewakingselementen op onze werkplekken geïnstalleerd, waar elke beweging en elk gesproken woord worden genoteerd, opgenomen of gefilmd in de naam van de klantenservice [u herkent het aan de telefonische aankondiging: ‘dit gesprek wordt opgenomen ter verbetering van onze service’]. Bedrijven functioneren als kleine totalitaire staten, modellen voor de grotere ‘bedrijfsstaat’.

Gramsci zag massacultuur als primair hulpmiddel voor onderworpenheid. Des te meer massacultuur het denken en de houding van de bevolking infecteert, des te minder hoeft de staat hardere vormen van dwang voor dominantie te gebruiken. Gramsci beschreef de massacultuur of het maatschappelijk middenveld [een geliefd thema van het CDA] als loopgraven en permanente vestingwerken die de kernbelangen van de elites verdedigen. Revolutionaire verandering zal alleen plaatsvinden na een langdurige reeks aanvallen, wat Gramsci een ‘stand van zaken’ noemde op deze buitenste ideologische verdediging. Het was in zijn ogen een soort belegering die ‘geduld en inventiviteit’ vereist. Wanneer de overheersende ideologie haar geloofwaardigheid verliest, wanneer de massacultuur niet meer effectief is, zullen haar institutionele structuren ineenstorten. Kortom, een tegenhegemonie komt aan de macht.

‘Elke revolutie’, schreef hij, ‘is voorafgegaan door een intensieve arbeid van kritiek, door de verspreiding van cultuur en het verspreiden van ideeën. […] Hetzelfde fenomeen wordt vandaag herhaald in het geval van socialisme. Het was door een kritiek op de kapitalistische beschaving dat het bewustzijn van het proletariaat was (of nog steeds wordt) gevormd; en een kritiek impliceert cultuur, niet alleen een spontane en naturalistische evolutie. […] Jezelf kennen betekent jezelf zijn, meester over jezelf zijn. […] En we kunnen hierin niet succesvol zijn, tenzij we anderen kennen met hun geschiedenis en de succesvolle inspanningen die zij hebben geleverd om te zijn die ze zijn, om een beschaving te creëren die zij hebben gecreëerd en die we proberen zelf te vervangen’.

Het volk kent zijn werkelijke macht niet.

Neoliberalisme

‘Een van de voornaamste hindernissen voor verandering is de reproductie door de dominante krachten van elementen van hun overheersende ideologie’, schreef Gramsci. ‘Het is een belangrijke en dringende taak om alternatieve interpretaties te ontwikkelen ten behoeve van een andere werkelijkheid’. Dat maken we nu ook mee als we de kern van het neoliberalisme in ogenschouw nemen. Die berust op het absurde idee, dat de levensstandaard van de wereldwijde arbeidersklasse zal stijgen door samenlevingen zodanig om te vormen, dat die klasse als slaaf de dictaten van de markt zal volgen. We hebben echter een moment in de geschiedenis van de mens bereikt waarin de heersende ideologie haar geloofwaardigheid heeft verloren. Alle beloftes van het neoliberalisme hebben zich als onjuist bewezen.

De afschaffing van de nationale vestigingsvereisten voor bedrijven is gebruikt om boycots van vennootschapsbelasting door multinationale bedrijven te legaliseren. De middenklasse – de basis van elke kapitalistische democratie – is verdwenen en vervangen door een morrende, onverschillige volksklasse. Werkenden worden gedwongen in meerdere banen 70 uur per week arbeid te verrichten om schuldenvrij te blijven. Rekeningen voor zorgkosten, studieleningen, hypotheken en creditcard schulden leiden tot verlammende faillissementen. De klasse van bankdirecties en bedrijfsleiders verzamelt intussen miljarden in bonussen en compensatie. Zij gebruiken het geld en zetten lobbyisten in om democratische instellingen te vernietigen. Het heeft een systeem geïnstalleerd dat de politieke filosoof Sheldon Wolin ‘omgekeerd totalitarisme’ noemt.

Aangezien dit alles in de vorm van leugens inmiddels transparant wordt, raken we geworpen in wat Gramsci een interregnum noemt, een tijd waarin de heersende ideologie haar werkzaamheid heeft verloren, maar nog niet door een nieuwe is vervangen. ‘De crisis bestaat’, schreef Gramsci, ‘juist in het feit dat het oude sterft en het nieuwe niet kan worden geboren, [en] in dit interregnum verschijnt er een grote verscheidenheid aan morbide symptomen’. Daarom zien we in ons tijdperk politieke mutaties zoals Donald Trump, en in het tijdperk dat Gramsci leefde Mussolini.

Autoritair populisme

De versnelling van de de-industrialisatie in de jaren zeventig creëerde een crisis, die de heersende elites dwong om een ​​nieuw politiek paradigma te creëren, zoals Stuart Hall [met medeauteurs] uitlegt in zijn boek Policing The Crisis, 1978 (De crisis aanpakken). Dit paradigma, rondgebazuind door een meebuigende media, verplaatst de aandacht van de publieke zaak naar kwesties van ras, misdaad en wet en orde. Het verkondigde hen die de effecten van vergaande economische en politieke veranderingen ondervonden, dat hun lijden niet voortkwam uit de inhaligheid van de klasse van bedrijfsleiders en bankdirecties, maar voortkwam uit een bedreiging van de nationale integriteit.

De oude consensus die de programma’s van bijvoorbeeld de ‘New Deal’ [in de USA] en de welvaartsstaat beklemtoonde, werd aangevallen, zo werd betoogd, door de criminele zwarte jeugd, welzijnsmeerminnen en sociale parasieten (zoals bijstandstrekkers). De parasieten kregen de schuld. Hierdoor werd de deur geopend voor een autoritair populisme, dat begon bij Ronald Reagan en Margaret Thatcher. Die verheerlijkten gezinswaarden, traditionele moraliteit, individuele autonomie, ‘law and order’, het christelijke geloof en de terugkeer naar een mythisch verleden, in ieder geval voor witte Amerikanen.

Massacultuur is een krachtige en gevaarlijke contrarevolutionaire kracht. Het creëert een kudde mentaliteit. Het verbant onafhankelijk en autonoom denken. Het vernietigt zelfvertrouwen. Het marginaliseert en discrediteert non-conformisme. Het depolitiseert burgerschap. Het vormt een gevoel van collectieve nutteloosheid en impotentie door de heersende ideologie als een geopenbaarde, onwrikbare waarheid te presenteren, dat wil zeggen als een onvermijdelijke en onverbiddelijke kracht. Alleen die maakt menselijke vooruitgang mogelijk. Vergeet dat maar.

Massacultuur is een aanval die, zoals Gramsci schreef, resulteert in een ‘verward en fragmentair’ bewustzijn of wat Marx ‘valse bewustzijn’ noemde. Het is ontworpen om het proletariaat te laten geloven dat zijn ‘ware’ belangen parallel lopen met die van de heersende klasse, in ons geval het mondiale corporatisme. [Het is in de beginjaren 1970 dat de Amerikaanse politicoloog Ph.C. Schmitter sprak over ‘sluipend corporatisme’; hierin werd een reden gevonden om een studie te wijden aan de stand van zaken daaromtrent in Nederland, wat een bundel teksten opleverde, waaraan ik meewerkte, zie: H.J.G. Verhallen, R. Fernhout, P.E. Visser (red.), Corporatisme in Nederland, Belangengroepen en democratie, (Alphen aan de Rijn, 1980); thh.]

Wij zijn niet een product van de natuur, schreef Gramsci, maar van onze geschiedenis en onze cultuur. Als we onze geschiedenis en onze cultuur niet kennen en de valse geschiedenis en cultuur die voor ons zijn vervaardigd, accepteren, zullen we nooit de krachten van onderdrukking overwinnen. De poging tot herstel van geheugen en cultuur in de jaren zestig door radicale bewegingen maakte de heersende elites bang. Want het gaf mensen inzicht in hun eigen kracht en mogelijkheden van handelen. Het wees op de strijd van de werkende mannen en vrouwen en de onderdrukten en prees die aan, in plaats van aandacht te hebben voor de mythische weldadigheid van de onderdrukkers. Het maakte de uitbuiting zichtbaar en de leugenachtigheid van de heersende klasse. En dat is waarom corporatisten miljarden besteden om deze bewegingen en hun geschiedenis te verminken en te marginaliseren, in scholen, de cultuur, de pers en via onze entertainmentsystemen. Al die besproken en beschreven vormen van onderdrukking staan in relatie met wat, met een door Mussolini geïntroduceerde term, fascisme heet. De strijd ertegen moet nog steeds gestreden worden.

Chris Hedges  (vertaald en bewerkt door Thom Holterman; het artikel van Hedges is integraal te vinden op de site Truthdig.com)

Advertenties
2 reacties leave one →
  1. lucyparsons permalink
    03/09/2017 12:37

    Tamelijk toondoof om Chris Hedges over te nemen. Hedges de plagiator die neo-nazi’s ‘ook maar slachtoffers’ noemt en antifa gelijkstelt aan de zogenoemde ‘alt-right’. Ten tijde van Occupy noemde hij de black bloc een kankergezwel, en ook deze mening is gemeengoed bij liberalen en centristen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: