Skip to content

Maria Nikiforova (1885-1919) – Marusya – Onafhankelijk Leidster Oekraïens Stedelijk Verzet

03/09/2017

Maria Nikiforova

In het dossier over de Russische revolutie 1917-2017 in Le Monde libertaire (nr. 1790) komt een bijdrage voor van René Berthier getiteld ‘De Russische revolutie, een politiek spel’. Hij schrijft daarin mede over de Makhno-beweging in de Oekraïne. De nadruk op de Makhno-beweging in de geschiedschrijving, ook van anarchisten, heeft een deel van het bestaan van een belangrijke andere anarchistische beweging, te weten die operatief was in de industriële en stedelijke centra van Oekraïne, laten verdwijnen. Een van de meest opvallende verdwijningen die daarmee samenhangt, schrijft Berthier in zijn artikel, is die van de anarchiste Maria Nikiforova (met koosnaam Marusya). Zij leidde een legereenheid met een geduchte effectiviteit. Het blijft dan ook merkwaardig hoe met haar wordt omgegaan. In de Franse weekblad Marianne van 21-27 juli 2017 kan men een artikel lezen over Nestor Makhno getiteld, ‘Un anarchiste d’Ukraine contre les Blancs et les Rouges’. Daarbij is te lezen dat Kropotkin met zijn De verovering van het brood de theoretische grondslagen leverde voor de richting van de opstand in de Oekraïne. In het artikel treft men tevens een getekende prent aan met Maria Nikiforova voor het vuurpeloton in 1919. Evenwel, in het hele stuk komt zij verder niet voor. Met de executie lijkt ook haar eminente plaats in de revolutionair-anarchistische geschiedenis te zijn weggevaagd

Over Maria Nikiforova is een uitgebreid artikel te vinden op ‘The Nestor Makhno Archive’, geschreven voor Malcolm Archibald. Aan zijn artikel ontleen ik een aantal elementen (waarvan sommige letterlijke vertaald) om aan te geven dat men ten onrechte nooit van deze vrouw hoort. Want waarom leest men wel over Makhno maar niet over Nikiforova als zij beiden een soortgelijke rol hebben gespeeld bij het aanvoeren van anarchistische militie-eenheden in revolutionaire tijden van weleer. Aan het slot kom ik in verband met de doel/middelen-relatie kort terug op de geweldskwestie.

Koosnaam: Marusya

Malcolm Archibald wijst erop dat er geen cultus van Maria Nikiforova is ontstaan. Men treft geen planken vol boeken aan in haar taal of welke taal dan ook. Hoewel zij in de Russische revolutie van 1917 en de daaropvolgende Burgeroorlog een prominente rol speelde, werd ze vrijwel geheel uit de Sovjetgeschiedenis van die periode gelicht. Een biografisch woordenboek van de Russische revolutie dat in de Sovjetunie werd gepubliceerd, bevat honderden namen. Haar naam vindt men er niet in. Slechts enkele tientallen vrouwen worden genoemd, onder wie de bolsjewistische heldinnen Alexandra Kollontai, Larissa Reissner en Inessa Armand, maar geen van deze vrouwen is onafhankelijke militaire bevelvoerster geweest zoals Nikiforova. Overigens kan je over de bolsjewistische vrouwen ook spreken over ‘vergeten vrouwen van de revolutie’, waarop ik in een afzonderlijk item zal terugkomen.

Nadat zij in 1919 was geëxecuteerd, bestond er ongeloof dat ze werkelijk dood was. Dat heeft nog bijgedragen tot enige legendevorming. Enkele andere vrouwen die eveneens onafhankelijke militaire bevelvoersters waren tijdens de burgeroorlog, kregen dan ook de koosnaam van Nikiforova – Marusya – toegedicht. Het betreffen: (a) Marusya Chernaya, bevelvoerster van een cavalerieregiment in het Makhnovistische Opstandelingenleger in 1920-1921; (b) Marusya Sokolovskaia, een 25 jaar oude Oekraïense onderwijzeres die de cavalerie-eenheid van haar broer overnam nadat die gedood was in een gevecht in 1919 (zelf werd zij gevangengenomen door het Rode leger en geëxecuteerd); (c) de laatste is Marusya Kosova, die atamansha (militair leider) was in een boerenopstand in 1921-1922; nadat de opstand onderdrukt was verdween zij uit de geschiedenis.

Maria Nikiforova

Nikiforova was een Oekraïense die in haar jeugd anarcho-communistische politieke ideeën aanhing en activistische tactieken toepaste om die te verspreiden. Zij nam deel aan bomaanslagen en beroven van banken. Na arrestatie en veroordeling volgde verbanning naar Siberië, waar zij in 1910 wist te vluchten naar Japan. Na omzwervingen kwam zij in Parijs aan waar zij als banneling verbleef. Aldaar trouwde zij met een bevriende Poolse anarchist Witold Brzostek en ging zij aan de Franse militaire academie een officiersopleiding volgen waarvoor zij ook slaagde. Vervolgens diende zij in het Franse leger. Na zeven jaar keerde zij in Rusland terug: de gebeurtenissen in 1917 dreven haar erheen. Haar activiteiten in de Russische revolutie en de Burgeroorlog vonden meestal plaats in Oekraïne.

Er is geen wetenschappelijke biografie van Maria Nikiforova, schrijft Archibald, er is geen historiografie van haar leven. Een aantal zaken moet alleen worden bijgewerkt en eventueel opnieuw geïnterpreteerd. Dit komt doordat ze het grootste deel van haar leven in de ‘ondergrondse’ heeft doorgebracht: zij heeft zich op 16-jarige leeftijd bij een anarchistische terroristische groep aangesloten en was vanaf de Russische revolutie gerekend twee jaar lang ‘bovengronds’ actief (1917-1919). Er zijn zeer weinig documenten om haar activiteiten te traceren en bijna geen foto’s. Herkenning kan fataal zijn voor een terrorist en zo was het uiteindelijk ook voor Nikiforova. Wat er over haar leven bestaat, wordt veelal gevonden in overgeleverde verhalen, waarvan weer de meeste vijandig zijn en gericht tegen Nikiforova, die haar als afstotend en als ‘het kwaad’ neerzetten.

Archibald wijst erop dat over het algemeen de fysieke beschrijvingen in twee kampen uiteenvallen, waarbij het ene kamp de aantrekkelijkheid beklemtoont, het andere haar lelijkheid. Er bestaat het vermoeden dat Bolsjewistische historici die haar ideologie onaantrekkelijk vonden, haar uiterlijke verschijning lelijk maakten. Wat we zeker weten, is dat Nikiforova een charismatisch persoonlijkheid was die grote indruk maakte op mensen, die ze ontmoette en dat zij in staat was om ze alleen op de grond van haar persoonlijkheid te beïnvloeden. Haar strijdmakkers waren onvoorwaardelijk loyaal en dat gold eveneens andersom.

Gedurende haar jaren van activisme hield Nikiforova talrijke toespraken waarin zij haar politieke meningen propageerde. Schriftelijke verslaglegging daarvan en citaten uit haar toespraken hebben het Sovjettijdperk echter nauwelijks overleefd. Zij was er niet vertrouwd mee om haar opvattingen in brieven, essays of artikelen op te schrijven. Wat bekend is van haar toespraken is dat zij algemeen werd beschouwd over een oratorisch vermogen te beschikken, waarmee zij op charismatische wijze haar anarchistische opvattingen wist uit te dragen. Alom bekend als een anarchiste, werd verteld dat zij constant zwarte kleding droeg ​​als symbool van haar libertaire filosofie.

In tijden van revolutie bevorderde zij de onmiddellijke en volledige herverdeling van eigendommen van rijke landseigenaren, wat zijzelf ook herhaaldelijk in de praktijk bracht. Haar credo in dit verband, dat zij telkens uitdroeg was, dat ‘de arbeiders en boeren zo snel mogelijk alles moeten terughalen wat door vele eeuwen heen door hen is gecreëerd, om dat te gebruiken voor hun eigen belangen’. Alhoewel ze voortdurend ten gunste van de anarchistische filosofie haar uitspraken deed, waarschuwde zij tegelijk tegen voorhoede-denken en elitisme. Zij hield eraan vast dat anarchisten geen positieve sociale verandering kunnen garanderen. ‘Anarchisten beloven niets aan wie dan ook’. Zij waarschuwde: ‘Anarchisten willen alleen dat mensen zich bewust zijn van hun eigen situatie en vrijheid voor zichzelf verwerven’.

Op tactisch vlak was Nikifovora beïnvloed door de Russische oud-anarchist Apollon Karelin (1863-1926), die zij in Petrograd had ontmoet. Karelin vertegenwoordigde een tendens die bekend staat als ‘Sovjet-anarchisme’, die anarchisten aanzette om deel te nemen aan Sovjetinstituties zolang ze optreden om de revolutie in de goede richting te leiden – de richting van meer vrijheid. Zodra de raden van deze weg afweken, zouden de anarchisten tegen hen moeten rebelleren. Karelin werd in 1918 lid van het hoogste orgaan van de Sovjetmacht. Veel anarchisten hebben deze tactiek afgekeurd, vooral omdat ze meestal een duidelijke minderheid vormden in de organen van de Sovjetmacht.

Nestor Makhno

Zelfs schrijvers die sympathiek staan tegenover het anarchisme hebben Nikiforova in de regel verwaarloosd. Hoewel ze nauw verbonden was met de beroemde boerenanarchist Nestor Makhno, noemen deze auteurs haar nauwelijks. En toch was Nikiforova in 1918 al bekend als een anarchistische atamansha (militaire leider) in heel Oekraïne, terwijl Makhno nog een vrij obscure figuur was, die zich ophield op het platteland.

Nikiforova is afwezig in de publicaties van Peter Arshinov, Voline en Paul Avrich. Alexandre Skirda’s boek over Makhno noemt haar, maar besteedt slechts een paragraaf aan haar in een werk van 400 pagina’s. Uitzonderingen op de regel zijn Makhno zelf en zijn voormalige adjudant Victor Belash.

In zijn memoires (die slechts 22 maanden van revolutie en burgeroorlog bestrijken) geeft Makhno ooggetuigenverklaringen van een aantal dramatische gebeurtenissen waarin Nikiforova een leidende rol speelde. Belash, wiens werk werd gered uit de dossiers van de Sovjet-geheime politie, presenteert ook primaire bronmateriaal over haar. Archibald heeft de schets van het leven van Nikiforova evenwel hoofdzakelijk gebaseerd op secundaire Russische en Oekraïense bronnen, uitgekomen in de laatste twintig jaar (zijn tekst verscheen in druk in 2007, daarna is er een onlineversie van gemaakt door het Makhnovistisch archief). Men treft in boekvorm onder meer aan van Malcolm Archibald, Atamansha: The Story of Maria Nikiforova, the Anarchist Joan of Arc (2007, ook in het Spaans vertaald) en van Mila Cotlenko, Maria Nikiforvova, Die unmittelbare Revolution (2017, een vertaling uit het Frans van 2014).

Zwarte Gardes

Toen Nikiforova in 1917 in Rusland terugkeerde, was zij een van de anarchisten die naar Kronstadt ging waar zij een aantal toespraken hield op het grote Ankerplein voor 8000 tot 10000 matrozen. Zij riep hen op niet aan de kant te blijven staan en hun maten te gaan helpen. Deels door haar inzet gingen vele duizenden van hen naar Petrograd om aan demonstraties van 3 en 4 juli mee te doen. Vervolgens besloot Nikiforova naar de Oekraïne te gaan om daar te helpen de anarchistische beweging nieuw leven in te blazen, waar zij in juli 1917 in Aleksandrovsk aankwam. Deze plaats is de hoofdstad van de regio waarin ook Goulyai-Pole ligt (80 km oostelijk van Aleksandrovsk), het stadje dat het thuisbasis van Nestor Makhno vormde.

In de zomer van 1917 richtte Nikiforova de ‘Black Guards’, de Zwarte gardes, in de Oekraïne op. Het ging om bewapende groepen arbeiders, de voornaamste strijdmacht van de anarchisten. Zij opereerde in stedelijke, geïndustrialiseerde gebieden; bestookte de zittende macht (de lokale besturen); dwong landhervormingen af en verdeelde de rijkdommen onder de boerenbevolking ter plaatse. Ten behoeve van het verdedigen van de revolutie, waren er wapens nodig. Daarvoor organiseerde Nikiforova een groep van 200 activisten. Met de trein reden zij naar een garnizoensplaatsje waar twee regimenten gelegerd waren, die ze tot overgave dwongen en hun wapens afnamen. Die verhuisden naar Goulyai-Pole …

Peter Kropotkin

Als aanhangster van de ideeën van Kropotkin, zoals te vinden in zijn De verovering van het brood, bracht zij die ideeën in feite in de praktijk. Dit sluit aan bij hetgeen Archibald beschrijft gelet op de activiteiten direct na de Oktoberrevolutie 1917. Aan de ene kant werkte zij mee aan het versterken van het ‘linkse blok’ in de lokale raden. Aan de andere kant trok zij met haar troepen (de ‘Black Guards) erop uit om goederen te ‘confisqueren’ om die aan de plaatselijke bevolking uit te delen.

Het ‘linkse blok’

Het ‘linkse blok’ (waaronder de bolsjewisten) had medestanders nodig en vonden die onder de anarchisten. Zo kwam het linkse blok ook bij groepen als die van Nikiforova en Makhno mede vanwege hun militaire kwaliteiten. In de strijd om de macht werd de bourgeoisie verdreven en de belegerende Kozakken verslagen. In Aleksandrovsk werd een nieuwe Revolutionair Comité gevormd (Revcom). In januari 1918 werd Makhno gevraagd lid van het Revcom te worden en de Anarchistische Federatie kon twee afgevaardigden aanwijzen; een ervan was Nikiforova. Makhno had al snel genoeg van zijn functie in het Revcom en vertrok met zijn detachement naar Goulyai-Pole. Nikiforova was eveneens in staat haar Zwarte Garde-detachement bij een te houden en begon op te treden als een onafhankelijke legerleidster. Het was op dat moment, aldus Archibald, dat zij een speelster op het nationale niveau werd.

Kort nadat Makhno naar Goulyai-Pole was teruggekeerd werd door Nikiforova een gezamenlijk optreden van de Anarchistische Federatie Aleksandrovsk voorgesteld met de Goulyai-Poolse Anarcho-Communistische Groep om meer wapens te veroveren. Het doel was een bataljon in Orekhov, de legerplaats waar de anarchisten eerder succes hadden gehad. Opnieuw slaagde de operatie. De regionale bolsjewistische bevelhebber, Bogdanov, was uitzinnig over het wapenbeslag, met inbegrip van een aantal mortieren. Blijkbaar nam hij aan dat Nikiforova nog steeds plaatsvervanger van het Aleksandrovsk Revcom was, zodat alle wapens uiteindelijk in zijn handen zouden komen. In plaats daarvan gingen ze allemaal naar Goulyai-Pole. Dit incident betekende het einde van Nikiforova’s loyaliteit aan het linkse blok. Van nu af zou ze als onafhankelijke leidster handelen.

‘Free Combat Druzhina’

De bevelhebber van de Sovjetmacht in Oekraïne was Vladimir Antonov-Ovseyenko. Hij was een van de weinige bolsjewieken die een militaire academie had gevolgd. Nikiforova deelde invloed met hem, omdat zij hielp om Sovjetmacht in drie belangrijke Oekraïense steden te vestigen. Hij benoemde haar tot ‘commandant van een cavaleriedetachement in steppen van de Oekraïne’. Daarnaast wees hij haar een aanzienlijke som geld toe die zij gebruikte om haar zogenaamde ‘Free Combat Druzhina’ uit te rusten (een treinstel beladen met enkele tanks, pantservoertuigen, ander oorlogsmaterieel en wagons voor paarden en soldaten). De trein was voorzien van spandoeken met teksten als ‘De bevrijding van de arbeiders is de zaak van de arbeiders zelf’, ‘Leve de Anarchie’, ‘Anarchie is de Moeder van Orde’. Nikiforova was de enige vrouwelijke commandant van een grote revolutionaire kracht in Oekraïne – een atamansha. Met deze uitrusting werd zij geacht het Witte leger te kunnen bestoken.

Burgeroorlog

De geschiedenis die dan volgt in 1918 is er een van burgeroorlog, waarbij de Druzhina van Nikiforova zowel tegen de Rode Garde als tegen de Witte Garde vocht. Die laatste ontving weer aanzienlijk hulp vanuit Duitsland met een troepenmacht. Daardoor werd het linkse blok in een verdedigende positie gedrongen. Nikiforova besloot daarop naar haar thuisbasis, Aleksandrovsk te gaan, en te proberen die te verdedigen tegen de Duitse indringers. De stad was vol van eveneens terugtrekkende Rode Garde-afdelingen. Nikiforova, die een paar weken eerder de stad had verlaten, constateerde dat de relaties tussen de Anarchistische Federatie en de Bolsjewisten bekoeld waren. Toch toonden de bolsjewieken zich verheugd om haar weer te zien vanwege haar reputatie als militair leidster. De overmacht was echter (te) groot en vanuit Moskou werden al stappen ondernomen door de bolsjewisten om van de anarchisten af te komen (achterliggende gedachte: als de Oekraïne als verloren moest worden beschouwd, dan had je hen als ‘krijgers’ niet meer nodig, en hun streven naar anarchie verhield zich in niets met het bolsjewistische streven naar een staatspartij in alleenheerschappij).

De bolsjewisten brachten de opmars van de Witte en Duitse troepen tot stilstand in een gebied waar de Rode garde oppermachtig was en het af kon zonder de anarchisten, die dan ook ontwapend werden. Zolang de Duitsers als bezetters van de Oekraïne de macht in handen hadden, kon Nikiforova niet meer ‘bovengronds’ opereren. Archibald verklaart dan ook dat het moeilijk is om haar activiteiten vanaf dan te volgen. Die situatie veranderde weer toen in november 1918 de Duitsers de Eerste Wereldoorlog verloren. Oekraïne was nu kwetsbaar voor een bolsjewistische invasie en voor operaties van vrijbuiters als Nikiforova en boerenopstandelingen als de Makhnovisten.

Door zich op te houden in een Russische grensplaats waar vele anarchistische vluchtelingen zich bevonden, kon zij door de geheime politie gevangengenomen worden en naar Moskou overgebracht. Daar kwam zij eind januari 1919 voor een ‘revolutionaire krijgsraad’ onder beschuldiging van het hebben gepleegd van allerlei misdrijven. Zij werd schuldig bevonden aan: ‘het in diskrediet brengen van de Sovjetmacht door haar daden en in meerdere gevallen door de acties van haar brigade; en van ongehoorzaamheid in relatie tot plaatselijke Sovjets in het kader van militaire activiteiten’. Ze werd vrijgesproken van plundering en illegale inbeslagnemingen. Het vonnis luidde: ‘ontneming van het recht voor zes maanden, te rekenen vanaf de datum van het vonnis, om verantwoordelijke posities in te nemen’. Het tribunaal nam daarbij in overweging de aanzienlijke verdiensten van Nikiforova die zij had bewezen aan de strijd voor de Sovjetmacht en tegen de Duitsers (als gepubliceerd in de Pravda van 25 januari 1919).

Terug naar Goulyai-Pole

Hoewel het een lichte straf betrof, vond Nikiforova het moeilijk te verteren. Zes maanden was een lange periode in deze tijd van burgeroorlog. Vrijwel onmiddellijk begaf zij zich naar Goulyai-Pole, waar Makhno een anarchistische enclave had gevestigd door de Witte Garde en de nationalisten te verdrijven. Op 19 februari 1919 had hij een overeenkomst gesloten met de bolsjewieken die hem de vrijheid lieten om een ​​anarchistische samenleving te bouwen. Makhno’s kortlopende plannen omvatten geen confrontatie met het Rode leger. Hij was dan ook niet bijzonder ingenomen met de aanwezigheid van Nikiforova, gelet op haar slechte relaties met de bolsjewieken. Makhno maakte haar duidelijk, dat hij met de voorwaarden van haar straf rekening wilde houden. Ze werd daarom gevraagd zich bezig te houden met kleuteropvang, scholen en ziekenhuizen in plaats van met militaire zaken.

Goulyai-Pole werd in het voorjaar van 1919 door verschillende bolsjewistische leiders bezocht, onder wie Antonov-Ovseyenko, Lev Kamenev en Kliment Voroshilov. Nikiforova fungeerde tijdens deze bezoeken als een soort gastvrouw en zij lobbyde bij Kamenev om te helpen haar straf van het tribunaal van Moskou tot drie maanden te verminderen. Blijkbaar was ze hierin succesvol, meent Archibald.

De bezoeken van de bolsjewistische leiders hadden evenwel een sinister doel: ze probeerden erachter te komen wanneer zij moesten stoppen de Makhnovisten te gebruiken als kanonnenvoer tegen de Witten en doorgaan met hun liquidatie. De bolsjewisten hadden daarvoor al de anarchistische organisaties in hun Oekraïense steden onderdrukt. De anarchisten waren verboden om vergaderingen of lezingen te houden, hun drukkerijen werden gesloten en ze werden onder bijna elk voorwendsel gearresteerd. Dit leidde tot een instroom van stedelijke anarchisten naar Goulyai-Pole en het grondgebied dat door de Makhnovisten werd bestuurd.

Terugkeer naar de ondergrondse terroristische activiteiten

In mei 1919 organiseerde Nikiforova een nieuw detachement getrouwe activisten. Onder hen bevond zich ook haar echtgenoot Bzhostek, die niet naar de Oekraïne was gekomen om zijn vrouw te bezoeken maar om ervaren terroristen te ronselen voor een ondergrondse groep in Moskou. Begin juni 1919 werden Makhno en zijn militaire staf tot bandieten verklaard door de Sovjetstaat. De Oekraïense anarchisten zagen zich daardoor geconfronteerd met een dubbele strijd, die tegen het Witte en het Rode leger. Nu zij niet langer meer in staat was een reguliere legermacht op de been te houden, besloot Nikiforova een ondergrondse oorlog tegen haar vijanden te beginnen. Zij deelde haar groep op in drie secties van ongeveer twintig personen ieder. Die gingen voor verschillende activiteiten uiteen. De groep die onder meer Nikiforova en haar echtgenoot omvatte ging richting de Krim, dat toen onder controle van de Witten stond. De bedoeling was het hoofdkwartier van generaal Denikin, de leider van het Wit Russische leger in zuid Rusland, op te blazen.

De laatste dagen van Nikiforova zijn onderwerp geworden, schrijft Archibald, van verschillende legendes. Pas in de afgelopen jaren, zegt hij, zijn er documenten opgedoken die meer licht werpen op wat lange tijd een mysterie is gebleven. Op 11 augustus 1919 worden Nikiforova en haar echtgenoot op straat in Sebastopol herkend en door de Witte Garde gearresteerd. Er wordt een maand de tijd genomen om bewijsmateriaal te verzamelen. Op 16 september wordt er een veldkrijgsraad georganiseerd in aanwezigheid van generaal Subbotin, bevelhebber van het fort van Sebastopol. Beiden worden schuldig bevonden aan het ten tenlastegelegde en ter dood veroordeeld. Bzhostek wordt beschuldigd van het ‘misdrijf’ de echtgenoot van Nikiforova te zijn. Beiden worden geëxecuteerd.

Anarchisme en militaire operaties

Wie vertrekt vanuit de opvatting dat de middelen zich moeten verhouden met het doel dat men ermee wil bereiken, kan niet veel anders dan een militaire organisatie als een ondeugdelijk middel te beschouwen voor het tot ontwikkeling brengen van positieve anarchie. In het laatste draait het om afwezigheid van dominantie en hiërarchieke verbanden, die nu juist een militaire organisatie karakteriseren. Begrijp ik een tekst als die van de Amerikaanse historicus Anthony D’Agostino (Marxism and the Russian Anarchists, 1977) goed, dan vormde dit in kringen van Russische anarchisten in die tijd mede een onderdeel van hun discours. Overigens valt op dat D’Agostino de meeste ons bekende Russische anarchisten de revue laat passeren, maar Maria Nikiforova trof ik niet in zijn boek aan. Uitgebreid komt evenwel Nestor Makhno’s partizanenstrijd aan de orde.

Makhno was veroordeeld tot een langdurige vrijheidsstraf die hij onderging in een gevangenis in Moskou waar vele gedetineerde anarchisten zaten. Hij ontmoette er Peter Arshinov en leerde er uitgebreid over het anarcho-communisme. Eenmaal vrijgekomen vanwege een algemene amnestie in 1917, sloot hij zich aan bij de stedelijke anarchistische activisten in de Oekraïne. Voor overleg terug in Moskou heeft Makhno een ontmoeting met Kropotkin, wat hem geen bruikbaar strategisch advies oplevert. Voordat hij Moskou verlaat heeft hij nog een ontmoeting met Sverdlov en Lenin. Daarna besluit hij een revolutionaire massa-organisatie in de Oekraïne op te richten. Hij vindt namelijk dat de voornaamste fout binnen de stedelijke anarchistische kringen is: gebrek aan organisatie. Als zijn theoretische gids dient Kropotkin’s De verovering van het brood. Vervolgens keerde hij terug naar zijn thuisbasis Goulaie-Pole om daar een partizanendetachement van lokale raden te organiseren.

Het partizanenleger dat tot stand kwam zou de strijd aanbinden tegen de heersende klasse, de landeigenaren en bourgeoisie (binnen- en buitenlandse); de anarchisten zouden anarchistische cultuur en staatloze organisatie onder de massa’s brengen – ‘constructief anarchisme’ geheten. D’Agostino die ik hier volg (p. 203-206) merkt concluderend op: ‘De aanvaarding van militaire methoden, hoewel in groot contrast met hetgeen Kropotkin voorstond, maakte niet dat Makhno zich buiten de ideologische alliantie van het anarchisme begaf’ (p. 206). Waarom in al die pagina’s met geen woord wordt gerept over de anarchiste Maria Nikiforova, is mij niet duidelijk. Het lijk mij ook onterecht, juist omdat zij (a) als onafhankelijk militair leidster van stedelijk anarchistisch verzet optrad, (b) aanhangster was van de ideeën van Kropotkin (‘Verovering van het brood’) en (c) met Makhno coöpereerde.

De door D’Agostino aangeroerde kwestie is wel duidelijk vanwege de vraag: hoe verhoudt zich het middel (militaire organisatie en de gerelateerde gewelddadigheden) met het doel (de zelfbevrijding van de massa’s, de inrichting van een libertaire samenleving)? D’Agostino geeft geen antwoord op die vraag maar hij behandelt wel de kritiek van Voline (Russische anarchist Vsevolod Eichenbaum, 1882-1945) en Peter Arshinov (Russische anarchist, 1886-1937) betreffende de ‘autoritaire methodes’ van de Makhnovistische officieren. Was namelijk niet het gevaar aanwezig, dat de afhankelijkheid van militaire macht onder alle omstandigheden zou voortduren? In hun ogen kon Makhnovisme niet worden geaccepteerd als legitieme anarchistische trend.

De Makhno-beweging zelf was niet-anarchistisch vanwege haar militaire karakter. Het vormde evenwel een voorbereidende weg voor het anarchisme. Makhno’s leger zorgde voor een overgangsperiode naar de staatloze commune (p. 207). Iets dergelijks hebben we natuurlijk al vaker gehoord, zowel ter linker- als rechterzijde van het politieke spectrum. De geschiedenis leert dat deze optie, waar zij slaagt, gemeenlijk tot instellen van dictatuur leidt. Hoe dit foute verloop af te grendelen? Sommige Russische anarchisten opperden in dat geval: de leus ‘Alle macht aan de Raden’ impliceert een constitutie van macht en niet een overgang naar de anarchistische commune.

In de loop van een aantal eeuwen is, veelal in de marge, in de westerse politieke filosofie het tot opstand komen tegen onderdrukkers (koningen bijvoorbeeld) gelegitimeerd – denk aan de monarchomachen (juristen die ongeveer eind 16de eeuw legitimatie produceerde voor het afzetten van de koning en tyrannicide). Een juridisch hoogtepunt heeft dit gevonden ten tijde van de Franse Revolutie met de Franse Grondwet van 1793 (nooit effectief ingevoerd) die bepalingen kende omtrent het recht van opstand als een onvervreemdbaar (natuurlijk) mensenrecht (art. 35). De partizanenstrijd tegen onderdrukkers is te zien als een legitieme uitoefening van dit mensenrecht. Gelet op de condities van de toenmalige context (verpaupering, gewelddadige onderdrukking) is te begrijpen dat mensen als Maria Nikiforova de strijd aanbonden met de Witten, de nationalisten, de landeigenaren en industriëlen, juist omdat het geweld door hen gebruikt erop gericht was de (Oekraïense) bevolking onder de duim te houden. Die duim wilde Nikiforova verwijderen, opdat er ruimte zou ontstaan om aan een anarchistische metamorfose te werken…

Thom Holterman

Bronnen: Over Nikiforova: Engelstalige Wikipedia ; over Nikiforova van Malcolm Archibald twee vindplaatsen voor hetzelfde artikel (1) The Nestor Makhno Archive, (2) Libcom.org

 

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: