Skip to content

Arbeid? Werken Is Misdaad

17/09/2017

In Frankrijk lopen de politieke spanningen over de nieuwe Arbeidswet hoog op. Meer arbeid verrichten? Waarom zou je. Er wordt toch al veel te veel geproduceerd. Het ‘systeem’ kent overvloed – ook al wordt het tegendeel beweerd met erop te wijzen, dat in onze economie fundamenteel van de schaarste moet worden uitgegaan. Echter, dat is kapitalistische schaarste. Wil je winst kunnen maken dan moet je zorgen dat de vraag groter is dan het aanbod. Dat suggereert gebrek. Kat in het bakkie. De farmaceutische maffia leeft ervan. Hoe creëer je gebrek? Door een medicijn zeldzaam te maken, wat extra druk op de prijs zet om die te laten stijgen. In het Franse weekblad Marianne van 21-27 juli 2017 wordt uitgebreid stilgestaan bij die kwestie met een toelichting om welke medicijnen het gaat en welke firma’s het betreft. Werken is dus misdaad. Dit is te kort door de bocht. Ik besef het. Het nieuwe nummer van het Franse anarchistische en studieuze halfjaarlijkse tijdschrift Réfractions (nr. 38, 2017) pakt de kwestie met het dossier ‘Arbeid, zie jij het werk?’ dan ook subtieler en diepgravender aan dan ik zojuist deed.

De Moker

Het opmerkelijke van dit nummer is dat een artikel, dat na het slot van het dossier volgt, eigenlijk het openingsartikel van het dossier had moeten (en kunnen) zijn. Het is de Franse vertaling uit het Nederlands van ‘Werken is misdaad’ van Herman J. Schuurman uit 1924 (zijn naam wordt consequent foutief geschreven door steeds twee ‘nn’ te gebruiken: Hermann Schuurmann). Het stuk van Schuurman circuleert al langer in Frankrijk. Ik trof het eens aan in een bundel over ‘klassenstrijd – vakbondsstrijd’ (in: classe prolo, 2, 2010). De redactiecommissie van Réfractions verklaart de keuze voor Schuurman’s tekst. Zij geeft tevens aan waar en hoe zijn tekst de artikelen dynamiseren en actualiseren, die in het dossier zijn opgenomen. Dat actualiseren is niet zo moeilijk met een tekst uit 1924. Maar dynamiseren? In de tekst van Schuurman zit al voldoende dynamiet…

Herman J. Schuurman (1897-1991) is één van de oprichters van de Nederlandse groep radicale jongeren rond het blad De Moker. De Mokergroep telde zo’n vijfhonderd jongeren, vooral arbeiders. Zij vormden kleine groepen over het hele land, met name in het Westen en het Noorden. In de nog in 2008 (Amsterdam) uitgegeven brochure Werken is Misdaad, kan men lezen: ‘Terwijl zij deelnamen aan iedere strijd tegen het hier heersende kapitalisme en militarisme, richtten zij hun kritiek ook op vertegenwoordigende lichamen als partijen en vakbonden, die zij eerder als een rem dan als een stimulans beschouwden. De geschiedenis heeft hen geen ongelijk gegeven’. En als aardig detail weet Andrée de Raay nog te vermelden (De Vrije, mei 2008) dat een schoondochter van Herman Schuurman bij de oprichtersploeg van ‘Het Fort van Sjakoo’ was (en zijn zoon Otto als deelnemer aan de oprichtingstentoonstelling). Continuïteit in de Beweging…

Voor mij is het verbazingwekkend te moeten constateren dat Schuurman’s tekst een van de weinige ‘anarchistische’ teksten in het nummer van Réfractions is. Zowat het hele dossier had opgenomen kunnen zijn in een kritisch marxistisch bestuurskundig tijdschrift! Met die laatste observatie beweer ik niet dat de artikelen oninteressant zijn. Er valt zeker van te leren maar niet over het anarchisme. En waarom moet telkens Marx worden opgeroepen? Benadrukt dat niet een armoede van het anarchisme, terwijl in tegenspraak met die armoede opgemerkt kan worden, zoals Jean-Christophe Angaut in dit nummer doet, dat een groot deel van Marx’ arbeid erin bestond het werk van anderen die hem voorgingen te synthetiseren en systematiseren. In dat geval ontleende hij de gedachte van de uitbuiting van arbeid aan Saint-Simonisten en de vormen van meerwaarde (absoluut en relatief) had Proudhon reeds opgemerkt in zijn Wat is eigendom? uit 1840.

Een jongerenideologie?

De kern van wat ik als ‘kritische bestuurskunde’ hier tegen kom, zit in het volgende. In een van de bijdragen wordt uitgelegd dat het taylorisme niet slechts een logica van de organisatietechniek van de arbeid is, het is vooral een sociale filosofie van de vrees en controle. Het past daarom naadloos in een neoliberale als ook in een stalinistische optiek. Hoe ideologisch verschillend beide ogenschijnlijk ook zijn, doel is mensen door vrees en controle onder de duim te hebben en te houden. Men komt dit verwerkt tegen in een moderne visie die ‘lean management’ heet. Deze vorm van heersen is een ‘jezuïtische’: de hiërarchie heeft parameters vastgesteld die niet onderhandelbaar zijn; het management eist vervolgens dat eenieder zelf uitkiest wat hem of haar het meest productief maakt. Het salariaat zit zo in een val: officieel is het autonoom verklaard, maar er valt niets te onderhandelen. Uitvoeren dus of ‘sterven’ (ontslagdreiging).

Dit moderne management is mede bedacht als een wijze van verleiding van jongeren, leggen de auteurs Philippe Mühlstein en Jean-René Delépine uit. Het introduceert werken volgens een retoriek die jongeren plezier zal doen vanwege beloften als: mobiliteit, onmiddellijkheid, virtualiteit en zappen. Het betreft een jongerenideologie om ‘schoon schip’ te maken. Is het daarom onder sommige hedendaagse jongeren, dat men denkt het bijvoorbeeld zonder Kropotkin te kunnen doen, vraag ik mij nu af? Herman Schuurman met zijn ‘Werken is misdaad’ uit 1924. Wat heb je aan die oude koek? Als een dergelijke reactie spoort met wat zojuist over de jongerenideologie werd opgemerkt, is de situatie ernstig…

Arbeid als antropologische of historische categorie

In een van de bijdragen in Réfractions wordt arbeid gesplitst in een antropologische en een historische categorie. Het menselijk wezen deelt zijn tijd van leven overdag in met produceren van middelen ten behoeve van het fysieke bestaan en andere sociale, culturele, spel en relationele activiteiten. Als men zijn of haar productieactiviteiten om zich in de natuur staande te houden arbeid noemt, dan is dit als antropologische categorie te beschouwen, wat de vorm ervan sociaal of historisch ook is. Van deze algemene invulling van arbeid is te onderscheiden het kapitalistische arbeidsproces, dat het moderne salariaat heeft opgeleverd. De vorm is dominant geworden door het kapitalisme; het is binnen dit proces gedwongen arbeid. Er is op meerdere punten binnen dat proces sprake van vervreemding. Het gaat hier om een historische categorie.

Hoe laten we deze categorie verleden tijd worden en ontwikkelen we langdurige vrijetijdsactiviteiten, zoals – gelet op etnologische studies – verre voorouders die gekend hebben en zoals sommige bevolkingsgroepen op deze wereld heden nog kennen? In Réfractions besteedt Annick Stevens daar enige aandacht aan. Maar eerst wil zij benadrukken dat we nimmer mogen vergeten te leven in een kapitalistische maatschappij. Dat heeft zijn consequenties. Het betekent dat de strijd om fundamentele verandering van levensstijl, steeds tegen kapitalistische barrières zal oplopen. We moeten ons dus geen illusies maken, zegt Stevens. Geen enkele verandering met diepgang zal mogelijk zijn zolang we blijven binnen het kader van een economie die niet kan afzien van winst-maken, van groei en van sociale dumping zonder in te storten. Evenmin is een verandering van betekenis mogelijk als we ervan afzien te denken over werk als een antropologische categorie, als een categorie dus onafhankelijk van kapitalistische voorwaarden en manieren van doen.

                …zo kan papa doorwerken…

De betekenis van haar opmerking is deze. De strijd om een betere verdeling van arbeid en rijkdom, zelfs de strijd om zelfbestuur of collectieve eigendom van de productiemiddelen, zijn vormen van klassenstrijd die niet noodzakelijkerwijs de kwestie van het produceren om het produceren en de meerwaarde van arbeid raken. Men kan zich een wereld zonder klassen denken die steeds meer produceert, telkens innoveert, om het welzijn van allen egalitair te verhogen. Dit is niet het effect van de uitbuiting van een klasse en zal niet met haar verdwijnen. De drijfveren voor die verhoging kunnen elders liggen. Wat de afwezigheid van die drijfveren aangaat, kan kennisneming van etnologische studies geen kwaad. Annick Stevens beveelt dit dan ook aan.

Die studies leren hoe en waarom jagers-verzamelaars en boerengemeenschappen uit het stenentijdperk weinig tijd aan de productie van het noodzakelijke besteedden en langdurige vrijetijdsactiviteiten ontwikkelden. Gelet op hetgeen de Amerikaanse anarchist Paul Goodman (1911-1972) voorstond, dreef hem dit om zichzelf als een ‘neolithische conservatief’ te typeren. Annick Stevens verwijst wat dat aangaat naar bekende studies als die van Marshall Sahlins, Stone age economics, 1972; Marcel Mauss, over de gift (1924); Pierre Clastres, De samenleving tegen de staat, 1974. In feite gaat het om een verandering van perspectief, om een ander concept van het (menselijk) bestaan. Dat is vooral ook een cultureel ‘verhaal’ (zoals we bijvoorbeeld bij Rudolf Rocker en Antonio Gramsci vinden). Voor de effecten ervan moet men over een lange adem beschikken, maar wel is het mogelijk concreet te beginnen, meent Stevens, zoals massaal weigeren onnuttig werk te verrichten – Bart de Ligt (1883-1938) sprak in de jaren 1930 al over ‘verantwoord produceren’ – en massaal afzien van aanschaf van onnutte producten. Zij wijst verder op meerdere facetten van dat concrete beginnen.

Een dossier in Réfractions dat als een soort kritische bestuurskunde begon, eindigt net op tijd toch nog in een anarchistische sfeer en niet te vergeten met een aantal interessante boekbesprekingen.

Thom Holterman

RÉFRACTIONS, recherches et expressions anarchistes, nr. 38, voorjaar 2017, 199 blz., prijs 15 euro.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: