Spring naar inhoud

Het Anarchistische Denken Overdacht

06/05/2018

‘Mensen worden verplicht te denken volgens één enkele manier en in één enkele richting. Die verplichting is gestructureerd als een grammatica, die ons het alfabet levert. Langs die weg worden we voorzien van opgelegde omschrijvingen van verschijnselen als gezag, vertegenwoordiging, staat… De vorm van het statelijke leven, die daardoor als resultaat ontstaat, is evenwel de oorsprong van veel ellende en destructie, van veel onteigening en rampspoed’. Met deze omschrijving presenteert de Italiaanse politiek filosoof en docent aan de Universiteit van Palermo, Salvo Vaccaro ons zijn boek getiteld Critique de la grammaire politique, De l’anarchisme…encore (Kritiek van de politieke grammatica, Nogmaals…over het anarchisme). De gegeven omschrijving past binnen het eerste deel van de titel. Met betrekking tot het tweede deel ervan wordt opgemerkt: ‘Het anarchistische denken richt zich erop de alsmaar onstabieler wordende fundamenten van de statelijke logica en het binnen dringen van die instabiliteit in de politieke praktijk, te deconstrueren. De anarchistische gedachte stelt ook voor een veelvormige, horizontale, decentrale, niet-hiërarchische en solidaire maatschappij te ontwikkelen waar vrijheid en gelijkheid hand in hand gaan’. Bij elkaar genomen is dat nogal wat. Maakt de auteur de titel waar?

Methodisch?

Alvorens tot de behandeling van enkele kernen van zijn boek over te gaan, eerst het volgende. De auteur geeft in de titel aan een kritiek te schrijven van de politieke grammatica. Hij zal dus het systeem van deze grammatica duidelijk moeten maken, want pas daarna valt er een uitwerking van die kritiek te geven. Hij zal moeten aangeven wat hij onder het afgeleide ‘alfabet’ verstaat. Hij laat dit na. Althans ik acht het niet voldoende dat hij alleen over deze ingewikkelde materie zegt, dat men ‘daarbij vertrekt vanuit grammaticale regels en lexicale kenmerken’ (p. 15). Dat lijkt mij vanzelfsprekend. Elke schrijver moet dat doen (tenzij het dadaïstische kunstenaar betreft). Kortom, ik zou bijvoorbeeld willen weten wat methodisch politieke grammatica te betekenen heeft en wat methodologisch de winst ervan is als het om de kritiek van de politieke grammatica gaat.

Naast de genoemde ‘kritiek van’ neemt Vaccaro zich ook voor in te gaan op auteurs die menen het anarchisme te moeten ‘herschrijven’. Tevens wil hij daarbij zelf niet achterblijven om aan te geven dat aanpassingen aan moderne inzichten mogelijk zijn. Dat valt dan onder het laatste deel van de titel: Nogmaals…over het anarchisme. Het is er allemaal niet overzichtelijker door.

Er zijn overigens meer Franse auteurs die met de hierboven weergegeven grammaticale terminologie werken. Mij vallen daarbij gemeenlijk twee dingen op: (a) die terminologie wordt niet nader verklaard en (b) veelal wordt de tekst ondersteund met verwijzingen naar auteurs die niet of nauwelijks te volgen zijn. Bij Vaccaro trof ik dan ook enkele van de laatstbedoelden aan. Men moet denken aan Franse auteurs als Derrida, Lacan, Deleuze. Dit soort auteurs heeft een patent op ‘duistere’ (obscure) formuleringen. Kijken we naar een kwestie als ‘vertegenwoordiging’ die Vaccaro behandelt, dan wordt wel duidelijk waarop hij doelt, maar daarvoor blijkt het niet nodig te zijn, zo zal ik tonen, te verwijzen naar zoiets ‘politieke grammatica’.

Discursieve operatie

In de term ‘vertegenwoordiging’ kan zijn ondergebracht een gebonden mandaat of een vrij mandaat. In het eerste geval zijn de gemandateerden gebonden aan hen die zij vertegenwoordigen en die gemandateerden zijn door hen terugroepbaar (beginsel van recall). We zitten hier in de sfeer van de ‘directe’ democratie. In het tweede geval hebben de vertegenwoordigers de overhand op de vertegenwoordigden die hen kozen. De vertegenwoordigers worden door het vrije mandaat hun meester en niet hun dienaar. Vertegenwoordiging betekent in dat laatste geval dus verminderen van de bewegingsvrijheid van de kiezers (want zij moeten zich gedragen naar de door de ‘meesters’ opgelegde verplichten). De historische achtergrond van deze verengde ‘voorziening’ is onder meer de instandhouding van de dwangrelatie overheid/onderdaan. We zitten hier in de sfeer van het ‘parlementarisme’.

Dat laatste is precies wat vanuit het anarchisme wordt aangevallen en waarover moderne anarchisten de laatste anderhalve eeuw hebben geschreven! Tot dat mij duidelijk is gemaakt wat de meerwaarde is van ‘politieke grammatica’, ga ik daaraan voorbij. Het is niet nodig om te kunnen begrijpen wat er aan de hand is, als het over de verschillende vormen van ‘vertegenwoordiging’ gaat, zo blijkt. Bij Vaccaro is namelijk niets anders te vinden over dit item dan we voordien al wisten. Dat geldt ook voor een andere kwestie die door hem wordt behandeld en waarover hij spreekt in termen van een ‘gevaarlijke relatie’. Daarbij neemt hij als uitgangspunt de discussie over ‘legitiem gezag’. Welk soort gezag is dat?

Vaccaro spreekt in dat geval over gezag dat ontspringt aan de erkenning van de goede redenen, die dat gezag veronderstellen te schragen. Het gaat dus om instemming, niet om gehoorzaamheid. Wat in een autoritaire constructie gebeurt – en de bestaande maatschappij is daarop gebaseerd –, is het opleggen van een automatisch verband tussen (a) het opeisen van het gezag en (b) het eisen van de plicht tot gehoorzaamheid. Dit vinden we terug in de verbinding die wordt gelegd tussen ‘het gezag van de wet’ en ‘de plicht de wet te gehoorzamen’. Echter, die wet is buiten u en mij om gemaakt en wordt vervolgens aan ons opgelegd. Dat kan alleen plaatsvinden in een autoritaire orde en die is per definitie hiërarchisch gestructureerd. Omdat we daarmee worden groot gebracht leidt het automatisch tot verinnerlijking van statelijk denken en raken we geïnfecteerd met Staatslichkeitswahn (Blankertz/Goodman, 1980). Dat verkondigen anarchisten al een tijdje, zonder zich om ‘politieke grammatica’ te bekommeren.

De anarchistische gedachte verwerpt hiërarchische structuren, dat wil zeggen verticaal gerichte verbanden met een top-down bevelsstructuur. Ze verwerpt dus niet alle verbanden zolang die maar (1) horizontaal gestructureerd zijn, (2) kringen van gelijken veronderstellen en (3) door bottom-up relaties gekenmerkt worden. Binnen die structuur is het discours als instemmingspotentieel leidend. Daarin past ook het verschijnsel ‘legitiem gezag’ als de instemming ermee tot stand is gekomen via een ‘discursieve operatie’. De polderjongens, aan wie Domela Nieuwenhuis in zijn boek Het parlementarisme (1907) een voorbeeld ontleende voor een aanvaarde gezagsvorm, gebruikten niet deze ‘dure’ terminologie; zij maakten gewoon onder elkaar uit wie het beste aan de groep leiding kon geven bij de uitvoering van een aangenomen werk.

Anarchisme een filosofie?

Vaccaro gaat vervolgens in op de vraag of anarchisme een filosofie is. Het antwoord op die vraag is afhankelijk van wat men onder filosofie verstaat. Indien de term filosofie verwijst naar een doctrinair geheel en zou je het anarchistische idee daarmee associëren, dan is anarchisme geen filosofie te noemen. Er is namelijk nooit naar gestreefd zo’n dogmatisch construct te ontwikkelen. Hoe zou dat ook kunnen met een idee dat juist op emancipatie uit is. Zoiets is niet te bewerkstelligen vanuit een gesloten dogmatisch geheel, want dat zal dan altijd eindigen in opleggen. Vaccaro kan daarbij terecht opmerken, dat het moeilijk is om de belangrijkste voorvechters van de anarchistische gedachte en hun algemene overwegingen in verband te brengen met een dergelijk doctrinair geheel. Veeleer gaat het om een veelheid van anarchistische gedachten en van denkbare anarchismen (mv.). Dat laat geen unieke discipline, één filosofie, toe. Zo mogen we ook niet vergeten, voert Vaccaro nog aan, dat de denkers, die in de loop van de anderhalve eeuw hun aandeel hebben geleverd het anarchistische idee van de grond te krijgen, vooral activisten waren.

Toegankelijk maken voor de actualiteit

Een andere kwestie die Vaccaro bespreekt, gaat over het aanpassen van het anarchisme aan maatschappelijke veranderingen. Sommigen gebruiken daarbij termen als neo-anarchisme of zelfs postanarchisme. Maar daarmee zijn we het anarchisme ‘gepasseerd’. Want het lijkt er dan op alsof die veranderde maatschappij niet meer gebaseerd zou zijn op dwangrelaties. Kom op zeg, zou ik zeggen. Een heel andere zaak is de anarchistische gedachte zichtbaar en bruikbaar te maken als de actualiteit daarom vraagt. En voor die exercitie leent zich de open structuur van het anarchisme. We spreken in zo’n geval bijvoorbeeld over anarchistische praktijken (en dus niet over de dragende categorieën van de anarchistische gedachte, zoals we die in deze bespreking ook tegenkwamen: horizontale structuren, verbanden van gelijken, discursieve operatie, gebonden mandaat en vele niet nader genoemde categorieën, waaronder bestrijding van patriarchale verhoudingen).

Zo is de weg open voor inpassing van inzichten, die dragende categorieën verbreden en verdiepen. Vaak worden die inzichten als ‘nieuw’ aangeboden of aangeprezen. Dat ‘nieuwe’ slaat dan meer dan eens op het feit, dat we iets vergeten zijn of over het hoofd hebben gezien. Bij Vaccaro komen we bijvoorbeeld vele pagina’s tegen over de Franse filosoof Michel Foucault. Die heeft twee veranderingen van perspectief ontwikkeld, zegt hij, die voor het anarchistisch idee van belang zijn. De eerste verandering betreft het begrijpen van macht als relatie en de tweede verwijst naar Foucault’s gebruik van de term ‘biopolitieke macht’. Dat laatste staat voor ‘het geheel van mechanismen waardoor mensen op grond van hun biologische eigenschappen met behulp van een politieke strategie in de greep gehouden kunnen worden’. Foucault gebruikt daarvoor als metafoor het panopticum. Maar dit is geen verandering, het is een (zeer) fijnmazige analyse van macht. Die analyse is zeker bruikbaar om wat de anarchistische idee daar al over in zich draagt, te verruimen.

Hetzelfde is te zeggen over wat Vaccaro ook aan Foucault ontleent en een verandering noemt: macht zien als relatie. Echter macht als een relationeel verschijnsel beschouwen behoort al minstens een eeuw tot het perspectief van het anarchistische idee. In 1915 schreef de Duitse anarchist Gustav Landauer: ‘Staat is een verhouding’. Hij bepaalt die gedacht nader in zijn ‘Das Beginnen’, opgenomen in de bundel Beginnen (herdruk 1977; p. 53). Voluit schreef hij, en ik citeer hem in Duits: ‘Staat ist ein Verhältnis, ist eine Beziehung zwischen den Menschen, ist ein Art, wie die Menschen sich zueinander verhalten(…)’. Wie als anarchist de staat als een ding beschouwt, dat je stuk kan slaan, zal Foucault’s inzicht dat het om een relationele betrekking gaat als een vernieuwing begrijpen. Anderen, die Landauer niet vergeten zijn, herkennen in Foucault’s werk een verbreding en verdieping van wat al tot de basis van hun anarchistische denken behoorde.

Zo kan ik doorgaan. Vaccaro wijst er met betrekking tot een ander verschijnsel op dat, in het kielzog van een zeker radicaal feminisme, men wordt opgeroepen zich definitief te ontdoen van het overerfde westerse concept van de individuele figuur (‘ik’) als ‘soeverein’. Dat ontdoen moet plaatsvinden ten gunste van de figuur van de dualiteit ‘ik/ander’, dat wil zeggen van de relationele ruimte van subjectivatie. Prima, maar kwamen we dit al niet tegen bij Bakoenin, als hij zegt: ik ben pas vrij wanneer alle mensen om mij heen eveneens vrij zijn. Dit brengt hij tot uitdrukking nadat hij heeft opgemerkt: ‘De vrijheid der individuen is geen individuele zaak, het is een collectieve aangelegenheid, een collectief product’ (Michael Bakoenin, Over anarchisme, staat en diktatuur, 1970; p. 75-78). Bakoenin bestrijdt hier, zo verklaart hij expliciet, de individualisten, de bourgeois moralisten en economen. Kortom, een bestudering van voorvechters van het anarchisme leert, dat het, binnen het kader van het anarchistische idee, gaat om ‘communale individualiteit’ zoals Alain Ritter het in zijn studie noemt (Anarchism, 1980).

Aan het slot van zijn boek wijst Vaccaro nog op het onderwijs dat als zodanig repressief instructief is; dat de school als een disciplinair apparaat van de staat begrepen moet worden. Die verwijzing komt een beetje als een duveltje uit een doosje en wel op een manier, dat het erop lijkt alsof hij met een vondst komt aanzetten. Wat hij schrijft, is op de kop af honderd jaar geleden in een tekst van de Frans-Zwitserse libertaire docent en pedagoog Henri Roorda op soortgelijke wijze terug te vinden, te weten in diens onlangs heruitgegeven Le pédagogue n’aime pas des enfants [1917] (Lausanne, 2017). Misschien zijn we het vergeten en is het dus goed om het geheugen op te frissen.

Overzie ik de tekst van Vaccaro, dan zitten er zeker elementen in die van nut zijn. Ik wees op een aantal ervan. Maar het soort ‘obscurantisme’ waarin die elementen verpakt zitten, gaat langs mij heen. Dat kan van een auteur nooit de bedoeling zijn. Hij maakt zijn titel niet waar. Laat ik het erop houden dat zijn ‘discursieve operatie’ nog geen einde kent…

Thom Holterman

VACCARO Salvo, Critique de la grammaire politique, De l’anarchisme…encore, Éditions Atelier de création libertaire, Lyon, 129 blz., prijs 10 euro.

[Beeldmateriaal van de Rotterdamse dichter en illustrator Manuel Kneepkens.]

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: