Spring naar inhoud

‘Jezuïeten’ Aan De Macht. Hoe Houden Zij Stand?

30/09/2018

Niemand kan de toename en de groei van zogeheten populistische partijen zijn ontgaan. De Franse filosoof Michel Onfray schrijft over deze kwestie in het Franse weekblad Marianne van 14-20 september 2018. Hij observeert in dat kader het volgende. ‘Het oude idee van ‘het volk’ (le peuple; we, the people) is geofferd op het liberale altaar van de winst en van de religie van minderheden. Het is ‘het volk’ dat rond het moment van de invoering van het Europese verdrag van Maastricht (1992) de garantie kreeg van voldoende werkgelegenheid (de enorme stijging van het aantal banen), van verdwijning van de werkeloosheid, de vriendschap en vrede tussen volken. Het zijn zaken die het liberale kapitalisme nooit heeft kunnen opleveren. Aldoor is het geweest paupérisation, verpaupering, verarming, Verelendung. Het was en is: toename van het aantal armen en rijken en die laatsten als maar rijker. De verpaupering is de motor van de klassenstrijd’. Onfray noteert verder: ‘De meedogenloosheid  van de markt heeft de afbraak en het verdwijnen van publieke sectoren bewerkstelligd. Het leverde op wat de bekende Franse socioloog Pierre Bourdieu (1930-2002) ‘de ellende van de wereld’ noemde’. Dat is waar het volk mee wordt geconfronteerd ondanks alle mooie praatjes van machthebbers, van linkse en rechtse partijen.

‘Maastricht’ markeert het begin van de twijfel en de vrees van ‘het volk’ tijdens verkiezingen. Wat bleek tot verbazing van machthebbers? Het volk weigert. Het stemt in sommige landen bij referendum neen (Fransen in 1992 en opnieuw in 2005 door Fransen en Nederlanders). De Nederlandse regering kreeg er genoeg van en schafte in 2018 het raadplegend referendum af. Dit gebeurde met behulp van D66: de ‘jezuïeten’ die referenda altijd het summum van democratie vonden.

Macron [Rutte] wringt de gepensioneerden uit.

‘Jezuïeten’

Jezuïeten vormen een rooms-katholieke orde, die in 1534 in Parijs werd opgericht door een groep studievrienden rond de Spaanse geestelijke Ignatius van Loyola (1491-1556). Paus Paulus III hechtte er in 1540 zijn goedkeuring aan. Het doel van de jezuïeten was en is de hulp aan de naaste. In de tijd van de contrareformatie vond de rooms-katholieke kerk echter ook haar stoottroepen onder de leden van deze orde. Die ‘stootroep’-instelling zijn de jezuïeten niet kwijtgeraakt. Ze leven doorgaans niet in kloosters, wel in gewone huizen, jezuïetenhuizen. Door een bijzondere gelofte aan de paus vallen zij niet onder het gezag van een bisschop. Bedenk verder dat jezuïeten priesters zijn, maar vaak ook bijvoorbeeld econoom of jurist – en door hun pauselijke gelofte passeren zij de kerkelijke hiërarchie. Dit maakt tegelijk duidelijk dat het denken van hen wordt bepaald door termen van ‘hoogste gezag’, van opgelegde organisatievormen die steeds een piramidale structuur kennen. Het maakt dat hun (sociaalpsychologische) instelling een autoritaire is. Vanuit deze rooms-katholieke kaderstelling is het niet vreemd, dat telkens weer autoritaire regimes RK-legitimatie weten te verwerven (van Franco en Salazar tot Pinochet).

In de loop van eeuwen is gebleken dat ‘jezuïeten’ altijd wel een boerenslimheidsuitleg bij de hand hebben om twijfelachtig gedrag (vanuit haar geloofsleer) te verklaren. Het is vermoedelijk dat vanuit die hoek zoiets als wat een ‘jezuïetenstreek’ wordt genoemd, heeft kunnen ontstaan. Het gaat om het bedenken van een valse list. Hiermee correspondeert de perceptie van jezuïeten – ongeacht hun daadwerkelijke daden of uitspraken – als bedenkers van drogredenen (schijnreden, sofisme; een redenering die niet klopt maar wel aannemelijk lijkt) en manipulaties, die zodoende gewantrouwd dienen te worden. En daarmee ben ik op het punt beland waar ik wil zijn. Waar ik spreek over de ‘jezuïeten’ aan de macht, heb ik het over de lui die zich gelegitimeerd achten ons te mogen dirigeren (onder hen bevinden zich ook zij die menen daartoe gelegaliseerd te zijn). Zo achten Rutte en Dijkhoff zich gelegaliseerd en Hans de Boer (voorzitter VNO-NCW) gelegitimeerd. Het gesignaleerde verschil maakt hen niet meer of minder ‘jezuïtisch’. Alle drie kunnen zij de mond vol hebben over democratie en vervolgens autoritair handelen. De Franse president Macron is een perfect buitenlands vierde exemplaar van het hedendaagse type ‘jezuïet’ die ik voor ogen heb. Op een andere plaats schreef ik over hem al het volgende.

Macron heeft een deel van zijn schooltijd doorgebracht aan een jezuïetencollege en hij liet zich op eigen initiatief rooms-katholiek dopen toen hij twaalf jaar was. De Jezuïetenorde wil een geestelijk strijdvaardig keurskorps van Christus zijn in dienst van de paus. Voor het verwoorden van die geestelijke strijdvaardigheid wordt een lenigheid op het vlak van het talige verwacht. Het goochelen met betekenissen is Macron met de paplepel ingegeven. In het plan van Macron om armoede te bestrijden vindt men een tendens terug om veel te vragen van hen die weinig hebben, zo leest men in het Franse dagblad Le Monde van 13 september 2018 (‘demander beaucoup à ceux qui ont peu’). En in een bijdrage in het Franse anarchistische maandblad Le Monde libertaire (nr. 1798, september 2018) getiteld ‘Geestelijke beperking’ wordt de door Macron geïnitieerde ontmanteling van de Franse Arbeidswet en het Statuut van het Franse spoorwegpersoneel als een perfecte illustratie gezien van de ‘jezuïtische’ manier van werken. Dit sluit aan bij wat in de bijdrage ‘De democratische illusie’, opgenomen in hetzelfde nummer, als een langlopend ‘jezuïtisch’ project wordt toegelicht: hoe is het idee van de directe democratie af te stoppen?

De methode is het woord democratie als dekmantel te blijven gebruiken, maar neutraliseer het via de representatie. Als het om grotere aantal mensen gaat, is het namelijk voor bijna iedereen (ook anarchisten) vanzelfsprekend om met ‘vertegenwoordigers’ te werken. Rust die vertegenwoordigers uit met ‘vrij mandaat’. Daarmee ontkoppel je de band tussen vertegenwoordiger en kiezer (om dit tegen te gaan werken anarchisten juist met het gebonden mandaat). De losgekoppelde kiezer kan zijn hok in teruggestuurd worden, om over vier of vijf jaar weer te mogen opdraven voor de stembusgang. Ondertussen vormen de vertegenwoordigers een applausmachine voor de regering, die gevormd is naar de politieke kleur van de absolute meerderheid en dat is minimaal: de helft + één, in het vertegenwoordigende orgaan (het parlement). Daarmee is de oude orde van heersers en overheersten in een nieuw jasje gestoken.

Kaste

Het nieuwe jasje voor een oude orde is ook in een organisatorisch-structurele ‘vertaling’ te herkennen. Dan hebben we het niet over de Jezuïetenorde van weleer; die verdedigde door geestelijk-religieuze inspanning een institutioneel-hiërarchieke en autoritaire orde. Het is de hedendaagse institutioneel-hiërarchieke en autoritaire orde die zich laat herkennen als een ‘kaste’. De Franse journalist Laurent Mauduit publiceerde recent daarover een onderzoek door te letten op het functioneren van de publieke top die de macht heeft gegrepen. Het onderzoek richt zich op de volgende ontwikkeling.

Gedurende de loop van een lange geschiedenis van de hoge overheidsdienst (topambtenarij), wordt steeds minder het algemeen belang verdedigt ten gunste van de eigen belangen. De opkomst van Emmanuel Macron was niet alleen het gevolg van een historische politieke aardbeving, die de implosie van de Parti socialiste en de partij Les Républicains heeft meegemaakt. Het is ook het hoogtepunt van die ontwikkeling. Om de ontkoppeling van de publieke elites te begrijpen en het begin van de nieuwe periode van vijf jaar te ontcijferen, is het noodzakelijk om te weten hoe de kaste te werk is gegaan. Eerst heeft die dankzij privatiseringen ten voordele van zichzelf veel weten onder te brengen in een groot deel van de CAC 40 (de 40 grootste beursgenoteerde Franse ondernemingen). Vervolgens hebben ‘leden’ van de kaste de overheidsdienst te verlaten om in de particuliere sector topfuncties te vervullen. Later keerden zij (eventueel) weer terug in overheidsdienst (in het Frans is daar een speciaal werkwoord voor: ‘pantouffler’, ‘op pantoffels’ dus zich zachtjes verplaatsen…). Ook lukte het om een aantal van de sleutelposities in de Republiek te privatiseren. Dit heeft een van haar eigen mensen in de top van de staat gebracht (Macron’s carrièrelijn weerspiegelt dit perfect).

De manier van werken van Laurent Mauduit levert een inventarisatie op van het Franse oligarchische systeem (La caste, Enquête sur cette haute fonction publique qui a pris le pouvoir, Paris, 2018). Mijn vermoeden is dat voor Nederland met een zelfde type onderzoek veel vergelijkend materiaal te produceren is. Overigens lijkt mij dat een deelonderzoek ervan ooit lang geleden is uitgevoerd. Ik denk dan aan de zogeheten ‘200 van Mertens’. Een mooi inkijkje geeft Matthijs Kaaks in het Advocatenblad als het om de afwikkeling van ‘corporate crime’ gaat, zoals voorbeeld in de recente ING-witwas affaire waar een deal met het OM werd gesloten. Welke hooggeplaatste personen waren daar bij betrokken, die van de private naar de publieke sector verhuisden en terug? De oud-advocaat nu minister van Justitie Grapperhaus kom je tegen en ook Balkenende als ING-commissaris, naast lui die al langer met dat bijltje hakten en in een gemeente wonen, die volgens Dijkhoff geen problemen geeft (zoals huisadvocaat van de Slavenburg’s Bank, Frits Korthals Altes, die later als minister van Justitie betrokken raakte bij de vervolging van deze bank in een zwartgeldaffaire). De directeur van de bank en advocaat/minister waren buren van elkaar. Zo maar een onderdeel van de kaste…

Lobbyen

Binnen de voornoemde kaste functioneren lobby’s. In feite spreek je dan over macht en elite. Hoe organiseert deze ‘macht’ zich? Daarover schreef een aantal Duitstalige wetenschappers Wie Eliten Macht organisieren (2016). Eenieder begrijpt dat je dit niet uitsluitend in een apart land aantreft, net zomin als er alleen in Frankrijk het bestaan van een kaste wordt aangenomen. Het gaat om supranationale verschijnselen (‘schurken zonder grenzen’, zij wel…). In Le Monde van 14 september 2018 staat bijvoorbeeld een artikel over lobbyen van de Franse auteur Thibault Gajdos, een universitaire onderzoeker die zich vooral op Amerikaanse studies baseert. Bij het verwerken van onderzoeksuitkomsten verduidelijkt hij, dat er geen reden is te denken dat het in Frankrijk en in Europa erg verschillend zal zijn. Wat houdt Gajdos ons voor?

Zijn uitgangspunt is de actie die de Franse ex-minister van Ecologie (Nicolas Hulot) heeft ondernomen om een publiek debat op gang te helpen over de invloed van lobby’s bij het nemen van overheidsbesluiten. De reacties lieten niet op zich wachten. Binnen enkele dagen had een groot aantal actoren in de publieke sector, van de Franse werkgeversorganisatie tot de woordvoerder van de regering in het openbaar gereageerd om het bestaan van lobby’s te verdedigen. Gajdos selecteert twee hoofdargumenten, die hij analyseert.

Het eerste hoofdargument is dat de lobby’s elkaar in evenwicht houden. Aan de ene kant heb je de bedrijven en aan de andere kant de verenigingen en NGO’s (niet-gouvernementele organisatie). De activiteit van de lobby’s garandeert het bestaan van het democratisch pluralisme [hier zien we het effect van een ‘jezuïtische argumentatie’, want waarom zou dat ‘democratische’ om de hoek komen kijken, terwijl het om lui met een principieel autoritaire inslag gaat en ‘pluralisme’, terwijl het bij hen om de dictatuur van de markt gaat…?; thh].

Dit argument gaat voorbij aan twee grote verschillen tussen de actoren, aldus Gajdos. In de eerste plaats hebben de argumenten van de verenigingen en NGO’s een publieke, algemene strekking. Dit in tegenstelling tot die van bedrijven met hun eigen belang. In de tweede plaats ligt de omvang van de financiële middelen waarop de ene groep ten opzichte van de andere (de bedrijven) een beroep kan doen gigantisch uit elkaar. Kijkt men vervolgens naar wie als lobbyist rond loopt, dan valt op dat de invloed van bedrijven op overheidsbesluiten mede gestalte kan krijgen door de circulatie (pantouffler) van het ‘hoge kader’ tussen publieke en private sectoren [de macht van de kaste; thh].

Door het ontbreken van betrouwbare cijfers is de invloed van actoren in Frankrijk moeilijk te kwantificeren. Maar een Amerikaanse studie leert ons volgens Gajdos wel wat. Hij ontleent eraan dat de milieuorganisaties verantwoordelijk zijn voor slechts 2,3 % van de twee miljard dollar aan lobbyen bij het Amerikaanse Congres uitgegeven tussen 2000-2016 in het kader van de klimaatpolitiek. Gajdos voegt hier aan toe dat er geen reden is om te denken dat in Frankrijk en Europa dit heel anders zal zijn.

Het tweede hoofdargument waarmee het lobbyen wordt verdedigd is, dat ze in wezen nergens toe dient…[kan je je het ‘jezuïtischer’ voorstellen?; thh]. Zeker, verklaart de Franse regeringswoordvoerder, geciteerd door Gajdos, het is essentieel om van gedachten te wisselen (‘dialoguer’) met de lobby’s. Maar de dialoog heeft uiteindelijk geen invloed op de eindbeslissing, zoals ook de staatssecretaris van Ecologie bevestigt. Dus er wordt in het Amerikaanse geval twee miljard dollar voor niets uitgegeven…?

Gajdos erkent dat het ontbreekt aan gegevens om de invloed van lobby’s op de Franse wetgeving te meten. Maar dan verwijst hij opnieuw naar een Amerikaanse studie. De onderzoekster toont in die studie aan dat elke dollar besteed aan lobbyen in de energiesector van de USA gemiddeld een netto voordeel van 1,30 dollar oplevert – een rendement van 130%. Tel uit de winst.

‘Jezuïeten’ aan het werk

Als we ons richten op de Lage Landen dan kan aan de hand van verschijnselen als kaste, lobbyen en ‘jezuïtisch argumenteren’  een overeenkomstig maatschappelijk beeld worden geschetst als het Franse en de Amerikaanse. Vreemd is dat niet. De was wordt met hetzelfde neoliberale sop gedaan. Soms wordt er door een politieke partij naar wat afleiding voor het kiezersvolk gezocht. Zo bijvoorbeeld D66. Nadat de D66-jezuïeten het referendum overboord kieperden, hebben zij een nieuw item opgeduikeld om af te kluiven: het herzien van de grondwet moet worden vergemakkelijkt. Het is evenwel de hoogleraar Staatsrecht, toen nog in Groningen, Hugo Krabbe, die in 1913 (!) over de grondwet een brochure schreef onder de veelzeggende titel Ongezonde lectuur. De kwestie blijkt een eeuw geleden al principieel aangekaart en vervolgens genegeerd.

Een kleine eeuw nadien is, in 1989, aan diezelfde Groningse universiteit door juristen een symposium georganiseerd met als thema… De rechtsstaat herdacht. Herdacht? Dus de rechtsstaat was toen al dood. Het recht is een min-factor geworden waartegen rechters en aanklagers waarschuwen (verwar ‘recht’ niet met ‘wet’, want dat laatste is een machtswoord). Daarom komen figuren als Rutte en Dijkhoff en mannetjes als Wiebes en Blok maar ook directies van grote banken zo makkelijk met hun fouten weg. Er is altijd wel een smoes en een excuus. De ‘jezuïeten’ zijn en blijven ongemoeid aan de macht. Alleen dat soort lui bedenkt dat als je een operatie in oorlogsgebied (Syrië) humanitair noemt, terwijl je weet dat die militair is, dan hoef je niet je volkenrechtelijke adviseur te raadplegen– iets wat is gebeurd onder leiding van Rutte en Blok in de steunverlening aan de militaire oppositie in Syrië…Een staaltje van miskenning van recht! Tegelijk maakt dit Nederland mogelijk medeplichtig aan oorlogsmisdaden, zo vertolkte Carla Del Ponte. Maar het is waar, Nederland is ook een land met een (specifieke) oorlogsindustrie en het is dus goed om in oorlogsgebied aanwezig te zijn. Handel is handel, zullen ‘jezuïeten’ zeggen, je moet jezelf verkopen.

Onderwijl wordt door diezelfde kaste ‘het volk’ gemangeld, leeg gezogen en belogen. Het voelt zich steeds verder het drijfzand ingedreven. Het is een maatschappelijke toestand waarin juist de populistische partijen gedijen. Het is niet eens de vraag of ‘het volk’ de redding ervan verwacht. Overigens zullen er zeker mensen zijn die dat denken, maar zij gaan van een koude kermis thuis komen…

Populisten ontkennen de democratie (en dat loopt al vanaf D66), want alles wordt door hen gedaan om te voorkomen dat het volk regeert, dat het volk zichzelf bestuurt(de hand van de VVD). Het zal immers steeds de benoemde of de zichzelf benoemde leiding of Führer zijn die regeert, bestuurt (bijvoorbeeld de PVV). Onverminderd blijft ook het kapitaal de doorslaggevende factor in beslissingsprocessen (dat zal het namelijk een zorg zijn wie aan de macht is, als het verdienmodel maar niet geblokkeerd wordt). De populisten die wij kennen zijn geen van allen antikapitalisten (dus dat laatste zit wel goed).

‘Steek uw hand op…’ ‘Sieg Heil!’ ‘Wat een klootzak…’

Naast de gebruikelijke politieke partijen, waarvan de meeste populistische neigingen vertonen, kennen we de zogeheten ‘populistische’ partijen. Die zitten voor het merendeel in de extreemrechtse politieke hoek. Ze hebben een autoritaire signatuur met neigingen naar fascisme (Italiaanse versie) of ook neigingen naar nazisme (Duitse versie). Om kiezers te trekken geven zij af op het bestaande maatschappelijke systeem. De ‘grote bek’ die zij opzetten verschaft hen populariteit. Onder de aanhangers bevinden zich vooral de verpauperden, die zich ‘politiek’ in de steek gelaten voelen – wat ze daadwerkelijk ook zijn! Onder een deken van nationalisme ontwikkelt zich een hele keten van vreemdelingenangst, van racisme, van fascisme. Hierop wijst ook Michel Onfray in zijn genoemde bijdrage in Marianne.

In een heel andere tijd schreef Menno ter Braak (1902-1940) woorden waaraan ik in dit geval moet terugdenken. ‘De hysterie regeert, de geest is woord en het woord is strottenhoofd geworden: dat zijn de teekenen des tijds! Daarom kunnen wij een uitspraak van den onpractischen Bakoenin als parool kiezen: ‘Ik zal de onmogelijke mensch blijven, zoolang de nu mogelijke menschen blijven, zooals zij zijn’ (uit: Van oude en nieuwe christenen, 1937).

De tegenbeweging kan er alleen een zijn van een sociaaleconomische en culturele klassenstrijd, niet een partijpolitieke. Die laatste strijdmethode zal door parlementarisme afgestopt worden – zoals die al sinds het aannemen van het algemeen kiesrecht is gedempt: de pastoor die afkondigde hoe de arbeider moest stemmen. Daarom kan het alleen nog klassenstrijd zijn, om te ontkomen aan de destructie en de chaos van het neoliberalisme.

Thom Holterman

[Beeldmateriaal is ontleend aan Marianne van 7-13 september 2018, op de zwartwit cartoon van ‘Willem’ na die is ontleend aan Charlie Hebdo nr. 1363, 5 september 2018.]

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: