Spring naar inhoud

Rood Verzetsfront (RVF) En De Geheime Dienst (BVD)

15/11/2018

Negen jaar na het verschijnen van Rood Verzetsfront – Aanzetten tot stadsguerilla in Nederland (Papieren Tijger, 2009) heeft Paul Moussault opnieuw een studie naar zijn roerige activistenverleden bij het RVF geschreven. Met coauteur Barbara Sahakian is eind vorig jaar – opnieuw bij Papieren Tijger – uitgekomen Het Rood Verzetsfront in het vizier van de geheime dienst. Een lijvig werk met daarin een omvangrijke neerslag van noest onderzoek in archieven met documenten  van binnen- en buitenlandse (Belgische, Duitse, Zwitserse) inlichtingendiensten. In een bespreking van het RVF-boek uit 2009 (de AS 165/166) schreef een van ons: “Op het titelblad van het boek staat achter Moussaults naam ‘(red.)’, maar op de cover ontbreekt deze toevoeging en het blijft dan ook onduidelijk wat zijn precieze rol bij de totstandkoming van dit werk dan wel was. Het woordje ‘ik’ komt in het boek niet voor, Moussaults naam des te meer.” Deze opmerking gaat opnieuw op voor het tweede boek. En net als toen wordt ook nu de coauteur niet geïntroduceerd bij de lezer, terwijl zij in activistenkringen een volslagen onbekende is. Wie haar googelt, vindt onder die naam uitsluitend een hoogleraar klinische neuropsychologie aan de universiteit van Cambridge die in 2008 buitengewoon hoogleraar psychofarmacologie in Utrecht was. Geen enkele vermelding die een politieke interesse of hartstocht voor de (geschiedenis van) inlichtingendiensten of gewapend verzet verraadt. Hieronder een bespreking van het boek door Boudewijn Chorus en Martin Smit.

Compilatie van inlichtingenverslagen

Van een andere kritische opmerking die in de recensie van Moussaults eerdere boek werd gemaakt heeft hij zich echter in zijn nieuwe boek duidelijk wél iets aangetrokken. Verwees hij voor zijn bronnen destijds vooral naar een intern RVF-archief, in het huidige werk vermeldt hij uitgebreid de geraadpleegde stukken in openbaar toegankelijke archieven. Veel documenten daarvan waren ooit geclassificeerd en staatsgeheim, maar gezien de sindsdien verlopen periode van meer dan dertig jaar zijn deze nu blijkbaar – zij het soms nog altijd met beperkingen en bovendien meestal met de nodige moeite – voor onderzoek beschikbaar. Van dit boek kan dan ook zeker gezegd worden, dat het een waardevolle aanvulling biedt op de tot nu bekende feiten en inzichten over de ontwikkeling van het Rood Verzetsfront en vooral over de internationale impact van de Knipselkrant, de belangrijkste uitgave in de latere RVF-jaren, die met name in de Bondsrepubliek Duitsland een record aantal abonnees kreeg sinds daar zowat elke publicatie over de RAF, de Beweging 2e Juni of de Revolutionäre Zellen verboden werd. Het Rood Verzetsfront – waarvoor in de loop van de jaren ’70 en ’80 in totaal niet meer dan enkele tientallen leden actief zijn geweest – is de enige organisatie in Nederland geweest die zo lang (van 1976-1989) en zo consequent de gewapende strijd heeft gepropageerd. Ze deed dat door het organiseren van solidariteitsacties voor gevangenen uit buitenlandse groeperingen (vooral de RAF) die aanslagen hadden gepleegd, het drukken en plakken van affiches, het uitbrengen van bulletins en het publiceren van claimverklaringen en andere teksten van en over groepen als de RAF, Beweging 2e Juni, de RZ, CCC, Action Directe, Brigate Rosse, Japanese Red Army. Daarnaast beraamde het RVF onder gelegenheidsbenaming frequent kleinschalige geweldsacties, uiteenlopend van brandstichting in of het ingooien van ruiten van Duitse bedrijven, Duitse en Zwitserse vertegenwoordigingen in Nederland tot het plaatsen van lichte explosieven bij bedrijven of zelfs de woning van een officier van justitie. 

Het bekendste wapenfeit van het RVF is het (onbedoeld) opblazen van het huis/de drukkerij van ex-provo Rob Stolk op 16 juni 1980 in de Quellijnstraat in Amsterdam. Daar woonden destijds behalve Stolk en zijn vrouw Sara Stolk-Duys op de tweede en derde verdieping ex-Rode Jeugd agitator Henk Wubben en zijn vriendin Ciska Brakenhoff, voordien echtgenote van Adrie Eeken, eigenaar van het jarenlange hoofdkwartier van het RVF, een boerderij in een tamelijk afgelegen Drents veenoord. Moussault windt er in dit boek voor het eerst geen doekjes meer om: huize Wubben had mede als munitiedepot en bomatelier gediend. In het puin van het ingestorte pand doken scherven van gasflessen op, waarop tevens sporen van natrium- en kaliumchloraat werden aangetroffen, relatief eenvoudig verkrijgbare ingrediënten waar springstof mee te maken is. Wubben is hiervoor in januari 1985 in hoger beroep veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf. Niettegenstaande deze veroordeling hebben RVF-leden, Wubben zelf voorop, altijd volgehouden dat het bij deze ontploffing, waar hij en zijn vriendin wonder boven wonder slechts licht gewond aan ontkwamen, om een provocatie van deze of gene dienst moest zijn gegaan, die radiografisch of anderszins een detonator in werking zou hebben gesteld. Niet lang voor het gebeurde zou er in de woning zijn ingebroken.

Spannender dan dit voorval wordt het in dit boek niet. Eerder integendeel. Nog afgezien van het feit, dat Moussault niet kan schrijven, heeft de corrector van de uitgever (áls die er al was) talrijke aperte taal- en spelfouten van de auteur(s) over het hoofd gezien en nogal wat personen en zaken – vooral indien deze vermeld staan in voetnoten – niet in de index achterin het boek opgenomen. Ergerlijker is, dat het boek voor het overgrote deel bestaat uit letterlijke citaten afkomstig uit verslagen van medewerkers van de inlichtingendiensten die het RVF en de groeperingen waarvoor het opkwam op de korrel hadden. Zoals te verwachten, hanteren die lieden een nog veel storender taalgebruik. Daar komt bij dat typografisch niet duidelijk te zien is wat de tekst van een geciteerd verslag is en wat de verbindende tekst, terwijl het gebruik van aanhalingstekens ook slordig is. Zo ontstaat onwillekeurig een lange grijze brei waarin de lezer het spoor al gauw kwijt raakt: zit ik nu een verslag van de BVD te lezen, of is dit achteraf-commentaar van de auteurs? Die verzuimen bovendien in de meeste gevallen aan te geven wanneer een BVD-verslag huns inziens een juiste dan wel een onjuiste analyse van gebeurtenissen biedt, waardoor de vraag over het waarheidsgehalte blijft hangen. Paul Moussault was jarenlang één van de prominente figuren in het RVF. Juist hij had in meerdere gevallen opheldering kunnen verschaffen. 

Moeizaam leesbaar boek

Een en ander maakt dat het lezen van Het Rood Verzetsfront in het vizier van de geheime dienst een behoorlijk moeizame aangelegenheid is. Moussaults verdienste met dit werk steekt dan ook vooral in het uitzoeken van de stukken, het selecteren van de voor zijn verhaal relevante citaten en het plaatsen hiervan in een chronologisch of aan onderwerp gerelateerd verband. Getuigt het aaneenrijgen van deze overwegend ambtelijke teksten met daartussen slechts summiere nadere uitleg en/of commentaar (“dit betreft verslagen waarvan het inhoudelijke niveau dikwijls te kwalificeren is als stuitend onnozel tot bizar overtrokken”) overwegend van weinig professioneel optredende inlichtingendiensten, na lezing blijft alles bijeen het beeld hangen van evenzo klungelig opererende RVF-leden die vrijwel voortdurend en dikwijls ook behoorlijk effectief voor de voeten zijn gelopen door de door hen zo smadelijk verachte verspieders. Oftewel: de pot verwijt de ketel.

Enige verantwoording in de zin van wat al die propaganda voor gewelddadig verzet nu uiteindelijk heeft uitgehaald ontbreekt ook deze keer weer. De vraag is, of Moussault daar nog ooit mee zal komen. Waarschijnlijk niet, want uit alles blijkt tot op heden dat hij nog altijd verwoed aanhanger is van het idee dat gewapend verzet niet slechts onvermijdelijk is, maar veeleer een plicht voor revolutionairen.

Het eigenlijke motief voor het schrijven van dit boek blijkt overigens pas in het Nawoord. Mousault: “De BVD zette infiltranten in en kon zodoende de nodige voornemens en plannen achterhalen. De schade (-) bleef over het algemeen beperkt tot individuele schade, dikwijls opgelopen door provocaties dan wel (door) personen die tijdens een politieverhoor hun mond niet konden houden. Op geen enkel moment heeft welke binnen- of buitenlandse inlichtingen- of veiligheidsdienst dan ook de politieke oriëntatie, de strategie en tactiek van het Rood Verzetsfront respectievelijk de Knipselkrant bepaald of (mede) beïnvloed. Degenen die anders beweren moeten met bewijzen komen of zijn leugenaars.” Boeh!

De BVD mag dan geen (of nauwelijks) invloed op de activiteiten van het RVF hebben gehad, ook wist zij vaak niet wat er zich in het RVF afspeelde, zat zij er met haar analyses soms compleet naast en maakte de dienst dikwijls een volkomen verkeerde inschatting van wat er gaande was in en rond het RVF. Oftewel: de inhoud van de zo kwistig geciteerde documenten geeft lang niet altijd de werkelijkheid weer en analytisch rammelt de beoordeling door de geheime diensten. Dat  maken de auteurs met deze publicatie wel duidelijk. Wat echter het nut is om de vele verslagen in extenso af te drukken, blijft onduidelijk. Volstaan had kunnen worden met enkele voorbeelden. Het nu nog eens nalezen van documenten waarvan het waarheidsgehalte twijfelachtig is, leidt tot niets. Het maakt hooguit duidelijk dat de BVD een organisatie was die vaak geen idee had hoe ze militante groepen moest aanpakken en er overwegend een nogal knullige werkwijze op na hield. Maar dat wisten we allang uit talrijke andere publicaties. 

Betrouwbaar beeld?

Blijft nog staan de vraag in hoeverre de gepresenteerde documenten een betrouwbaar beeld geven van de activiteiten van de diensten. Aannemelijk, althans goed denkbaar is dat naast de na zoveel jaren vrijgegeven stukken ook andere geheime stukken bestonden, die de diensten buiten de periodieke verslagen hielden omdat die immers ook ten tijde van het optreden van het RVF al een groot bereik hadden (deze werden bijvoorbeeld verstrekt aan talrijke politiediensten). Over operaties bijvoorbeeld waarin de diensten hun boekje te buiten gingen zullen ze in de officiële verslagen gezwegen hebben. En evengoed kan aangenomen worden, dat áls een van de diensten een prominente mol in het RVF hadden, zij hiermee niet te koop liepen in hun verantwoordingen. Ergo: de aangehaalde conclusie van de auteurs is voorbarig en aanvechtbaar.

Objectief is dit boek evenmin. Moussault schrijft over zichzelf in de derde persoon, maar laat tegelijkertijd niet na in de hoofdtekst of in voetnoten zijn persoonlijke mening te ventileren. Voormalige collega-activisten van hem binnen het RVF die blijkbaar niet voldaan hebben aan het door hem gewenste gedrag krijgen zoveel jaar na dato nog een sneer na en/of aan hen worden mislukte activiteiten toegeschreven die uitgebreid uit de doeken worden gedaan (Henk Wubben, Ferdie Westen, Ronald Augustin, Adrie Eeken). Moussault doet er in dit boek alles aan om de activiteiten van het RVF zo belangrijk mogelijk te maken, – zie maar eens wat een werk de diensten aan ons gehad hebben! In werkelijkheid was het RVF niet meer dan een marginaal en binnen het toenmalige actiewezen geïsoleerd opererende groepering die haar hele bestaan onhandig en slecht gemotiveerd tegen de stadsguerrilla heeft zitten aanhikken en die in haar nadagen een reeks obscure acties uitvoerde die allang in de vergetelheid zijn geraakt, net als het RVF zelf trouwens. Je kunt je dus afvragen wie gediend is met deze stapel slordig aan elkaar geplakte citaten in boekvorm.

Waar kwam het geld vandaan?

Tot slot: één facet van het optreden van het RVF door de jaren heen blijft ook in deze uitgave weer onbelicht, zowel in de geselecteerde verslagen van de diensten als in de toelichtingen van Moussault en zijn coauteur. Dat betreft de vraag van de bekostiging van de RVF-activiteiten. Als het klopt, zoals de auteurs beweren, dat de wekelijks verschijnende Knipselkrant verspreid werd in oplagen van 750 tot 5000 exemplaren en wel sinds 1978 onafgebroken tien jaar lang, gevoegd bij het verzenden van al die exemplaren, gevoegd bij het drukken van tientallen affiches, bulletins en pamfletten met een gemiddelde oplage van duizend exemplaren (zoals ze zelf stellen), dan leert een ruwe berekening dat de kosten alleen hiervoor al opgelopen moeten zijn tot meer dan een miljoen gulden. Waar kwam dat geld vandaan? Een deel zal bekostigd kunnen zijn uit abonnementsgelden, maar meer dan hooguit de helft zal dit niet geweest zijn. Evenmin aannemelijk is, dat de ontbrekende honderdduizenden pegels aan giften zijn binnengekomen. Onwaarschijnlijk ook, dat de BVD het aspect van de geldstromen in zijn verslagen nooit aan de orde gesteld zou hebben. Trouwens, ook de kosten voor de uitgave van dit chique uitgevoerde boek – 360 bladzijden dik, gebonden, met hardcover, stofomslag en leeslint – zijn echt niet voor rekening van de uitgever gekomen. Zo werkt dat tegenwoordig namelijk niet meer, zeker niet in de wereld van de non-fictie. Zolang een helder en geloofwaardig antwoord van ex-RVF-zijde op de aangekaarte kwestie van de financiering van het RVF uitblijft, zal het zozeer gewenste ‘vrij van smetten’-certificaat in de communis opinio dan ook niet verleend kunnen worden. Laat staan, dat de politieke opbrengst van het al die jaren agiteren voor gewelddadig verzet hoe dan ook hoogst bedenkelijk zal blijven. (BCh/MS)*

Paul Moussault en Barbara Sahakian, Het Rood Verzetsfront in het vizier van de geheime dienst. Breda, 2018. 360 blz. € 25,-

*Boudewijn Chorus en Martin Smit zijn redacteuren van de AS, zie www.tijdschrift-de-as.nl 

Advertentie
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: