Spring naar inhoud

Anarchistische Constanten: Directe Actie, Autonomie, Zelfbestuur

16/01/2019

       Carlos Taibo

‘Ja, sociale strijd! Maar die moet wel doelmatig zijn. Je moet weten waar je vandaan komt en waar je naar toe wilt. De laatste tijd hebben velen daarom gemikt op directe actie, autonomie en zelfbestuur.’ Aan het woord is de Spaanse anarchist en politicoloog aan de Autonome Universiteit Madrid Carlos Taibo. Hij wijst erop dat in de tweede helft van de 20ste en het begin van de 21ste eeuw binnen sociale bewegingen zich activiteiten ontwikkelen met anarchistisch kenmerken. Je hoeft dus geen anarchist te zijn om van intrinsiek-anarchistische socio-politieke middelen gebruik te maken. Taibo heeft inderdaad zijn boek op dit stramien geschreven. De oorspronkelijke Spaanse titel ervan luidt vertaald Opnieuw de anarchie overdenken, Directe actie, zelfbestuur, autonomie (2013). De onlangs verschenen  Franse vertaling zet Directe actie, autonomie, zelfbestuur vooraan. Hieronder een bespreking van het boek.

 

Opzet van het boek

In zijn voorwoord wijst Taibo de mening af dat het anarchisme niet in staat is de problemen van complexe maatschappijen te overzien. Dit betekent niet dat er geen zaken zijn om als anarchist opnieuw te overdenken. Er zijn allerlei geërfde concepten van klassieke anarchisten uit de 19deeeuw die in een hedendaagse context moeten worden gezet. De maatschappelijke werkelijkheid van anderhalve eeuw geleden werd beheerst door: autoritarisme, onderdrukking, uitbuiting. Daar is in onze werkelijkheid nog niets aan veranderd. Wie die kwestie op die manier stelt heeft een aantal misverstanden op te ruimen. Tevens zullen (strategische) fouten in het verleden gemaakt, moeten worden erkend. Het doel is om ervan te leren. Dit programmeert voor Taibo de opzet van zijn boek, dat acht hoofdstukken telt.

Het eerste hoofdstuk getiteld ‘Over het anarchisme’ gaat een aantal misverstanden te lijf. Het anarchisme omvat voor hem twee manieren om er mee om te gaan. De eerste is het anarchisme te zien als geesteshouding. Daarnaast kan men anarchisme begrijpen als een bijzondere doctrine met karakteristieken die eind 18de begin 19de eeuw de kop op staken. Latere studies laten een mengeling van die twee manieren zien. Het is dus verre van vreemd bij Taibo de namen van Sahlins en Clastres (antropologen) te vinden naast maatschappijcritici als Bertrand Russell en Noam Chomsky. Het gebruik van de term ‘doctrine’ (leer) kan leiden tot het misverstand dat er sprake van dogmatisme is, terwijl het anarchisme anti-dogmatisch wil zijn. Taibo legt uit dat het laatste juist is. Het gaat er vervolgens om hoe ‘doctrine’ te begrijpen en dan blijkt hij ‘doctrine’ te gebruiken waar ik spreek over ‘constanten’. In het eerste hoofdstuk wordt aldus een heel palet van misverstanden door hem behandeld.

In deze ‘stijl’ gaat hij voort. In het tweede hoofdstuk bespreekt hij ‘Representatieve versus directe democratie’; in het derde is ‘de Staat’ aan de beurt; dan ‘Kapitalisme, klassenstrijd, zelfbestuur’; vervolgens ‘Autonome ruimtes en nieuwe maatschappij’. Hier zitten we in een door Taibo meer uitgewerkte optiek voor wat ik aanduidde als ‘functionele anarchistische zone’ (FAZ). Hij verwijst daarbij onder meer naar het boek Les sentiers de l’utopie. Ten behoeve van het historisch besef beschrijft het zesde hoofdstuk ‘Geschiedenis en confrontaties’, wat zich doorzet in het zevende hoofdstuk ‘Nieuwe rustplaatsen’ (waar hij onder meer behandelt: anarchisme en feminisme, biologisch verzet, groei-minderen – ontstedelijken, de polemiek van Bookchin, pacifisme – antimilitarisme – geweld). Het slot hoofdstuk opent de discussie over ‘Naties – soorten anarchisme van het zuidelijk halfrond’.

Wisselwerking

Taibo schreef begin 2011 een tekst waarin hij de noodzaak verdedigde van een libertaire en mondiale organisatie. Hij beoogde daarmee, zo zegt hij (p. 30), dat die open moest staan voor iedereen welke ideologische keuze hij of zij ook maakte. Hoe open ook geformuleerd, men moest zich overigens wel akkoord verklaren met: directe democratie, de praktijk van de assemblee als uitdrukking van autonomie en basis van besluitvorming en zelfbestuur. Het gaat hier om een libertaire gedachte en als dusdanig is er een samenloop te herkennen zoals hij zegt met bewegingen die daar dichtbij staan, zoals het feminisme, vegetarisme, bewegingen die zich tegen imperialisme, racisme en uitbuiting verzetten, die een tegencultuur propageren, antikapitalisten, ecologisten, zapatisten… Al deze bewegingen zijn verrijkt door (fertilisés par) de libertaire gedachte en ze hebben daaraan weer allerlei elementen teruggegeven (l’apport réciproque). Er is dus sprake van een wisselwerking.

Eenzelfde soort uitwisseling vinden we eveneens terug waar het om individuele personen en hun specifieke bekwaamheden gaat. Taibo geeft als voorbeelden de pedagogie (Illich, A.S. Neill; en ik zou noemen Paul Goodman), de geografie (Élisés Reclus, Kropotkin), de antropologie (Sahlins, Clastres, Graeber), de wetenschapstheorie (Paul Feyerabend), de kritiek op technologie (Lewis Mumford, John Zerzan) en mensen als Cornelius Castoriadis, Michel Foucault. Wie daar allemaal rekening mee houdt kan onmogelijk zeggen dat het anarchisme zich als een ‘gesloten’ systeem voordoet. Maar als een ‘open’ systeem wordt het anarchisme bijeen gehouden door een aantal ‘constanten’ zoals Taibo beschrijft: het verzet zich tegen alle machten – in de eerste plaats kapitaal en staat; het leert ook dat libertaire organisatievormen geen leiders kennen, dat het uitgaat van zelfbestuur en directe democratie, dat het de logica van winst maken en accumulatie van kapitaal inwisselt voor solidariteit, wederkerige hulp en matiging – in een mondiale context. En dat is wat Taibo uitvoerig in zijn boek heeft behandeld langs de lijn die uit de opzet van zijn boek spreekt.

Komen de gele hesjes erin voor? Neen, want het oorspronkelijke boek is een aantal jaren voordien uitgekomen. Ja, want die beweging baseert zich op klassenstrijd, directe democratie, afwezigheid van leiderschap in gebruikelijke institutionele zin, hun assemblees zijn de rotondes (basis democratie). Dat ze in het goede spoor zit blijkt uit het feit dat de officiële machten (overheid, vakbeweging, politieke partijen) er geen institutionele greep op krijgen. Of het allemaal zo zal blijven, is nu nog niet te zeggen. Extreemrechtse groeperingen dienen zich aan om greep op deze beweging te krijgen – evenals ultralinkse bewegingen. Vooralsnog lijkt de invulling van de beweging van de gele hesjes ‘spontaan’, zoals het vaker in de geschiedenis is gegaan en naar vormen van  basisdemocratie werd gegrepen. Het gebruikmaken van  rotondes is een geniale zet…

Thom Holterman

Taibo, Carlos, Action directe, autonomie, autogestion, Au-délà des luttes: l’anarchisme, Éditions CNT-RP, Paris, 2018, 199 blz., prijs 10 euro.

[Beeldmateriaal ontleend aan de Engelse illustrator en anarchistische activist Clifford Harper.]

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: