Spring naar inhoud

Individueel-Anarchisten En Illegalisten In De ‘Belle Époque’

23/06/2019

        Rirette Maîtrejean

‘Ze waren in 1910 twintig jaar oud en definieerden zichzelf als ‘buitenstaanders’. Zij weigerden zich te onderwerpen aan de dominante sociale orde en verwierpen ook elke toetreding tot vakbonden of politieke organisaties. Voor hen moest individuele emancipatie voorafgaan aan collectieve emancipatie’. Aldus opent de tekst op de achterflap van het boek van de Franse sociologe Anne Steiner getiteld Les En-Dehors, Anarchistes individualistes et illégalistes à la ‘Belle Époque’. Het gaat hier om een tweede vermeerderde druk. De eerste druk uit 2008 was uitverkocht. Er konden vanaf die tijd gerekend vrijgekomen archieven worden bestudeerd, zodat de bestaande tekst aangevuld kon worden. Aan de achtergrond van het denken en handelen van de besproken personen en activiteiten heeft dat niets veranderd.

De afwijzing door deze ‘buitenstaanders’ (les en-dehors) van de burgerlijke normen en de vooroordelen die eigen zijn aan de arbeidersklasse (van toen) hadden hen ertoe aangezet andere relaties tussen mannen en vrouwen, tussen volwassenen en kinderen uit te vinden en een grensoverschrijdende levenswijze te ontwikkelen. Hun weigering om loonarbeid te aanvaarden, bracht hen ertoe om te experimenteren met vormen van gemeenschapsleven en om andere manieren van consumeren te bedenken, maar ook om de weg van het illegalisme in te slaan. De tragische reis van de ‘bende van Bonnot’ (ook de ‘Autobandieten’ genoemd) is de meest bekende illustratie. Anne Steiner doet er uitgebreid verslag van. Hieronder een bespreking van haar boek.

De buitenstaanders

Het tijdperk van de ‘Belle époque’ ligt tussen het eind van de 19deeeuw en het begin van de Eerste wereldoorlog. De arbeidersbeweging kende in die tijd in Frankrijk een sterke syndicalistische stroming die in 1902 tot de CGT leidde (Confédération générale du travail). Van die beweging maakten vele anarchisten deel uit. Zij vielen ruwweg in drie groepen onder te brengen (a) zij die actief waren in de vakbonden en er een soort revolutionaire gymnastiek in zagen als voorbode op de algemene staking, (b) zij die er wegen in zagen voor opstand tegen de ‘oude wereld’ en tenslotte (c) zij die sceptisch stonden tegenover de algemene staking die het begin van de revolutie zou zijn. Het waren vooral jonge mensen, mannen en vrouwen, die hun levensvoorwaarden juist in het heden radicaal wensten te veranderen, zonder op de ‘grote dag’ van de ‘Anarchie’ te wachten die eeuwen in het verschiet kon liggen, zo geeft Anne Steiner aan.

Welnu, zij weigerden het heden op te offeren aan iets dat in een verre toekomst geprojecteerd was. Zij wilden resoluut aan de slag gaan om nu de sociale levensvoorwaarden te veranderen. Tegelijk weigerden zij de ‘domesticatie van de arbeid’. Deze groep buitenstaanders, weerspannigen, weigeraars, opstandigen (en-dehors, rétifs, réfractaires, insoumises) zoals zij zich noemden, gingen een strijd leveren zonder concessies tegen alles dat vermoed werd een obstakel te vormen tegen de ontwikkeling van hun individualiteit en de ontplooiing van hun vermogens. Daarbij herkenden zij zich in de stellingen die verdedigd werden door het individualistische weekblad l’anarchie, opgericht in april 1905 door Anna Mahé (1882-1960) en haar partner Albert Libertad (1875-1908).

Anna Mahé was onderwijzeres maar uit het onderwijs verwijderd vanwege haar linkse non-conformisme. Zij richtte zich in een brochure l’Hérédité et l’Éducation (1908) tegen het systeem van dwingende en willekeurige regels van de schrijfwijze, wat zij een dwangsysteem ten dienste van een onderscheid makende maatschappijstrategie vond. Zij vereenvoudigde de schrijfwijze en gebruikte ook een kleine letter voor de naamgeving van het blad, schrijft Anne Steiner. Zo was het dus niet L’Anarchie maar l’anarchie. In een woelige context zal nadien Rirette Maîtrejean en haar partner in die tijd, Victor Serge, de leiding hebben over l’anarchie.

De ‘buitenstaanders’ van onze tijd, zo wijst Steiner erop, vermijden eveneens de loonslavernij, leven in kameraadschap, beperken drastisch hun consumptie en letten op wat ze eten, richten zich op houtbewerking en liften. Zij worden, met een tussentijd van eeuw, met dezelfde tegenstellingen geconfronteerd als hun voorgangers. Ook iemand als Anna Mahé zou heden het slachtoffer kunnen zijn van de heksenjacht op linkse docenten uitgevoerd door een extreemrechtse politieke groepering met ‘democratie’ in de naam. Maar er zijn meer overeenkomsten op te merken. Daarvoor kunnen we naar de opkomst en ondergang van de bende-van-Bonnot kijken, waaraan Anne Steiner veel aandacht besteedt. Onderwijl wijs ik er nog op wijzen dat de AS een paar jaar terug een nummer heeft uitgegeven over deze groep onder de titel ‘De Autobandieten’ (nr. 181/182, voorjaar/zomer 2013).

Wel, het hele Franse establishment moet uiteraard niets hebben van deze bandieten. In anarchistische kringen is men evenmin onverdeeld positief. Wie huldigt dat het doel niet alle middelen heiligt, kan het gebruik van geweld niet goedkeuren en komt dus voor een dilemma te staan: ga je kameraden afvallen? Er zijn mensen, onder wie Rirette Maîtrejean, die afwijzend stonden en zij heeft dat ook geschreven. Opvallend is nu dat het toenmalige extreemrechtse Action française de scenario’s van duistere complotten bespeurde: het doden door politiegeweld in vuurgevechten van Bonnot, Valet, Garnier was een vorm van executie. Zij mochten niet in leven blijven aldus Action française om te vermijden dat bepaalde publieke geheimen in de openbaarheid zouden komen, die belastend voor politie en regering zouden kunnen zijn. Charles Maurras, de grote man achter Action française, schreef zelfs een van de meest intense eerbetuigingen aan de tragische bandieten. Het leek erop alsof zij waren ingelijfd bij extreemrechts. Het lijkt dan wel in een andere vorm, maar wat we onlangs nog meemaakten bij de poging van extreemrechts om de Franse gele hesjes ‘in te lijven’ wijkt er niet van af.

Rirette Maîtrejean

Tussen het hele verhaal van Anne Steiner door loopt een beschrijving van het leven van Rirette Maîtrejean (1887-1968). Ze gebruikt die als rode draad om een heel tijdperk, de Belle Époque, van anarchisme eraan op te hangen. Rirette, de afkorting van haar tweede voornaam Henriette, is een begaafd en leergierig kind. Na de lagere school kan ze naar de middelbare school, maar door het overlijden van haar vader kon dat niet meer betaald worden. Haar moeder ging daarop een trouwpartner voor haar zoeken. Rirette weigerde en vluchtte op zestienjarige leeftijd naar Parijs. Daar werd zij propagandiste van het individueel-anarchisme. Naast andere zaken was ze bezeten om kennis op te doen, waarvoor ze colleges ging volgen aan de Sorbonne in Parijs en zich op ging houden in de kringen van de toenmalige volksuniversiteiten en de Causeries populaires. Die laatste werden verzorgd door Albert Libertad (1875-1908). In deze kring ontmoette zij Louis Maîtrejean met wie zij twee dochters kreeg.

Zij zal een van de leidende figuren worden in de hierboven genoemde kringen, waaronder ook vallen die van ‘milieu libre’ en ‘vrije liefde’. Haar levensloop vormt aldus een hoofdthema van het verhaal. Aan haar zijde ontdekken we vele acteurs uit de Franse anarcho-individualistische groepering die Libertad’s voorschrift tot leven heeft gemaakt: ‘Het is niet over honderd jaar dat we als anarchisten moeten leven’. Ze voerden het uit, in het heden, hoewel ook dat vele haken en ogen had, zo beschrijft Steiner. Het resulteerde bovendien erin dat meer dan één persoon het handelen betaalde met zijn vrijheid en zelfs zijn leven.

Anne Steiner schreef een afzonderlijke biografie over Rirette Maîtrejean (Rirette l’insoumise, 2013) en dat deed ook de Duitse libertaire auteur Lou Marin. Hij woont en werkt al vele jaren in Frankrijk, maar is nog steeds verbonden met de Duitse libertaire uitgever Graswurzelrevolution. Marin’s Duitstalige biografie over Rirette heeft als titel Rirette Maîtrejean, Attentatskritikerin, Anarchafeministin, Indivudualanarchistin (verschenen bij Graswurzelrevolution, 2016). Hij beschrijft Rirette als een anarchistische feministe en individuele anarchiste in de Franse milieu libre voor de Eerste Wereldoorlog, die zich sterk verzette in haar Souvenirs d’anarchie (1913) tegen de anarchistische aanslagen en berovingen, waarvan met name de Bonnot-affaire nog steeds in het geheugen ligt. De daaruit voortvloeiende conflict beladen discussies leidden, aldus Lou Marin, tot een verzwakking van de anarchistische massabeweging bij het uitbreken van de oorlog in Frankrijk in 1914. De golf van staatsrepressie had niet alleen gevolgen voor het levenshervormingsgezinde en individuele anarchistische milieu, dat vaak werd gedomineerd door anarchistische feministen, maar dwong ook alle andere anarchistische bewegingen (waaronder het syndicalisme en het communistische anarchisme) om een standpunt in te nemen.

In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw betoogde Rirette Maîtrejean tegen haar vroegere levenspartner Victor Serge toen hij zich sterk maakte voor de staatsterreur van de jonge Sovjet-Unie als gevolg van het mislukte ‘illegalisme’. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog ontmoette ze Albert Camus, die haar ervaringen formuleerde in zijn kritiek op het nihilisme, aldus Lou Marin. Hij voegde een selectie van in het Duits vertaalde artikelen van haar aan de biografie toe.

De feministische inslag onderstreept Marin niet voor niets. Want ook in anarchistische kring kan de bijziendheid groot zijn, zo blijkt weer uit de tekst van Anne Steiner. Zij haalt naar boven hoe een verharde ‘illegalist’ en andere activisten van het eerste uur de mond vol hadden over de strijd tegen vooroordelen als een van de eerste plichten. Maar later verweten die figuren Rirette de een na de andere man te hebben gehad en haar plicht als moeder (zij had twee dochters uit het huwelijk met Louis Maîtrejean) had verzaakt, dit terwijl deze verwijten makende figuren zelf monogamie afwezen en collectieve opvoeding van kinderen propageerden. Maar dat was voorheen…

Na al die aanvallen hield Rirette afstand van de individualisten op enkele na, zoals de libertaire individualist en activist, antimilitarist, tevens verdediger van de seksuele vrijheid, E. Armand (pseudoniem voor Lucien-Ernest Juin, 1872-1962). Voor hem heeft zij achting en genegenheid gehouden. Hij leidde het Franse blad L’En-dehors[opgericht 1891] van 1922-1939; in 2002 is het opnieuw gecreëerd als website L’En-dehors.

Illegalisme

Bij het hier bedoelde illegalisme ging het om het binnen het individueel-anarchisme voorkomende stroming die zich richtte op buitenwettelijk handelen met het oog op strijd tegen het bestaande maatschappelijke systeem en om te voorzien in levensonderhoud door strafrechtelijk relevant handelen. De illegale handelingen werden door sommigen beschouwd als een middel tot revolutie. Deze beweging was evenwel soms moeilijk te onderscheiden van banditisme, zoals dat van de bende van Bonnot, die van 1911 tot 1913 in Parijs en omstreken een aantal spectaculaire en bloedige overvallen pleegde. Anderen legden zich toe op inbraak en diefstal, gepleegd op rijke eigenaars, bazen, politici en geestelijken. De Franse groep ‘Travailleurs de la nuit’ (Nachtarbeiders) en de Franse anarchist Alexandre Jacob (1879-1954) zijn daarvan een voorbeeld. Alexandre Jacob leverde voor zijn illegalisme een ideologische legitimatie in een slotverklaring die hij aflegde tijdens het strafproces tegen hem (1905). Deze verklaring is in het anarchistische milieu van die jaren in grote omvang verspreid als een van de voorbeelden van individueel-anarchistische argumentatie, merkt Anne Steiner op.

Gelet alleen al op de titels van de laatste twee hoofdstukken van haar boek kan je niet spreken over een opgewekt verhaal. Het een na laatste hoofdstuk luidt ‘Het debacle’ het laatste ‘De verwijdering’. Hier past alleen nog een ‘epiloog’. Die laat Anne Steiner dan ook volgen. Daarin bespreekt zij enkele zaken aangaande Rirette en haar laatste levensjaren. Wat je van het verhaal kan leren, moet je opdoen door het zelf te lezen.

Thom Holterman

Steiner, Anne, Les EN-DEHORS, Anarchistes individualistes et illégalistes à la ‘Belle Époque’, [2008], Éditions L’Échappée, Paris, 2019, 245 blz., prijs 19 euro.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: