Spring naar inhoud

Gemeentelijk Zelfbeheer. Basis Voor Een Communalistisch-Federale Maatschappijorganisatie

11/08/2019

  Helmut Rüdiger

In de voorafgaan twee items, ‘Libertair constitutionalisme’ en ‘Europese Eenmaking en het zelfbeheer van de gemeenten’, kwamen we de namen van de Duitse jurist en historicus Otto von Gierke (1841-1921)  en de Zwitserse historicus Adolf Gasser (1903-1985) tegen. Zij beiden behoren tot de grondleggers van de gedachte om de gemeente als basis te beschouwen voor een federaal te ontwikkelen maatschappijorganisatie. Hun gedachten beperkten zich niet tot uitsluitend de gemeente. Het is niet voor niets dat bijvoorbeeld Gierke sprak over ‘Genossenschaften’ (genootschappen, waaronder zowel economische als politieke verbanden vallen). De hieronder staande tekst is in 1950 geschreven door de Duitse anarchosyndicalist Helmut Rüdiger, die zich onder meer sterk heeft gemaakt voor een libertaire inrichting van de federale gedachte. Dat komen we ook bij hem tegen, maar zijn uitgangspunt hier is de tekst van Adolf Gasser over gemeentevrijheid. De Belgische libertaire auteur Johny Lenaerts vertaalde het artikel van Rüdiger uit het Duits. [ThH]

Gemeentevrijheid

Adolf Gasser (2), de auteur van Gemeindefreiheit als Rettung Europas (Basel, 1947), pleit voor het idee van een communalistische democratie. Communalisme betekent voor hem de ‘organische verbinding van vrijheid en orde’. Hij ontwaart tradities van levendige gemeentevrijheid in van onderop georganiseerde samenlevingen, waar hij de Griekse polis, de Romeinse republiek, middeleeuwse steden, het Britse rijk, de Verenigde Staten, de Scandinavische landen en de Zwitserse republiek toe rekent, terwijl hij Frankrijk en Pruisen-Duitsland geliberaliseerde autoritaire staten noemt. In het belang van de verdere vooruitgang beogen democratieën met een vrijheidslievende grondslag volgens Gasser niet de vernietiging van de bestaande orde maar willen ze die verder ontwikkelen en verder uitbouwen. Hij ontwikkelt hierover interessante standpunten. Wanneer men deze stelling wil aannemen, blijft natuurlijk de vraag hoe volkeren die onder eeuwenoude op onderwerping gebaseerde staatsapparaten leven, tot zelfbeheer kunnen komen. Hoe het ook zij, Gassers werk betekent een positieve bijdrage aan een fundamentele kritiek op de centralistische democratie. Daarenboven werkt hij essentiële denkbeelden voor een echte democratie uit en benadert hij sterk het vrijheidslievend socialisme.

De partijen van de moderne democratische landen hebben volgens Gasser zonder uitzondering de rampzalige tendens naar de centralisering van de moderne maatschappij versterkt. Dat geldt zowel voor de klerikale partijen, voor het liberalisme als voor het democratisch socialisme. Ze hebben allen, op verschillende wijze, het bureaucratiscch apparaat in de staat verder uitgebouwd, in plaats van vormen van vrije zelfregering te ontwikkelen. Ongetwijfeld stond het liberalisme de gemeenten een zekere vorm van zelfbeheer toe, maar in essentie kregen de gemeenten enkel statelijke taken toegewezen, ‘en voor deze toegewezen werkingssfeer bleef de ondergeschikte positie van de gemeenten in volle omvang verder bestaan’. Het zogenaamd gemeentelijk zelfbeheer liep enkel uit op een ontlasting van de centrale bureaucratie. Ook de liberale staat berustte op het administratieve geweld van bovenaf. Gasser wil daarentegen de gemeentevrijheid opvatten als een ‘gemeenschapsvormend beginsel’, dus als de fundamentele basis van de staat. Men staat voor de keuze tussen de ‘staat van beroepspolitici’ of de ‘staat van de lokale vrijheid’, tussen ‘commandostaat’ of ‘maatschappijstaat’. Natuurlijk beeldt Gasser zich niet in dat er een in het luchtledige zwevende, totaal autonome gemeente zou kunnen bestaan. Voor hem blijft er ‘een rest van staatstoezicht’ bestaan, dat rekening houdt met de belangen van alle andere zichzelf beherende lokale gemeenschappen, of dat zelfs de gemeenschappelijke belangen behartigt.

De ontwikkelingsgraad van het communaal en regionaal zelfbeheer is volgens Gasser essentieel om te bepalen of een democratie ‘gezond’ of ‘broos’ is. De gemeenschap kan ‘als een apparaat’ of ‘als een volk’ georganiseerd worden, ‘hiërarchisch’ of ‘federaal’. Gasser sluit met zijn historische opvatting klaarblijkelijk aan bij Otto Gierke (3), de auteur van het grote werk over Duits coöperatief recht, waarover men gezegd heeft dat het ‘het eerste schot van de pluralistische revolte’ (tegen het concept van een ‘monistische’ staat als enige rechtsbron) zou geweest zijn. Terecht hekelt Gasser de Duitse nonsens die over Gierke aan het einde van zijn leven verspreid werd, als zou hij samen met Naumann en Sombart aan de basis gelegen hebben van de nationaalsocialistische waanzin van het Duitse ‘Herrenvolk’.

Ook de communisten, als nieuwste stroming van het socialisme, bevorderen het centralistische beginsel, zo legt Gasser uit. ‘Enkel de anarchisten bewandelden principieel andere wegen – waarbij ze evenwel in de praktijk in een onvruchtbare negatie bleven steken.’ Hij verwijst daarbij naar Proudhon, Bakoenin en Frantz (4) als ‘passionele woordvoerders van het idee van de federale, van onderop georganiseerde samenleving’. Hij citeert vooral Proudhons Du principe fédératif en betreurt dat zijn en Bakoenins volgelingen ‘met de misleidende en terzelfder tijd diskrediterende term anarchisten betiteld werden’. Waarbij men alleszins dient op te merken dat reeds Proudhon zichzelf een anarchist noemde, alhoewel hij het begrip anarchie ook dikwijls in de traditionele negatieve betekenis gebruikt.

Gasser is van mening dat het federalisme, realistisch bekeken, niet de afschaffing van de staat beoogt, maar wel ‘de macht van het centrale staatsgeweld in vaste banen wil vastleggen’, ongeveer zoals de Britse historicus Lord Acton (5) of  de Franse politiek filosoof Toqueville (6), die hij uitvoerig citeert. Gasser schreef wellicht zijn boek toen hij zich nog niet volledig van bepaalde illusies over Rusland bevrijd had. Maar het is verheugend dat hij, in tegenstelling tot het oppervlakkige en reactionaire anticommunisme, het echte Sovjetidee (de radenidee) beschouwt als uitdrukking van het principe van het zelfbeheer. Terecht benadrukt hij op een andere plaats dat bepaalde coöperatieve tradities in Rusland ‘onafscheidbaar met een machtselement’ en met een ‘politiek geloof in de autortiteit’ verbonden zijn, hetgeen wezenlijke kenmerken van het huidig Russisch systeem zijn.

Zeer positief is Gassers benadering van het socialisme. Hij verwerpt het ‘feodale socialisme’ dat zich naar het beeld van het ‘feodale kapitalisme’ ontwikkeld heeft, maar wijst in scherpe bewoordingen dié ‘dogmatici van de rechterzijde’ af, die met Hayek (7) en Röpke (8) de ontwikkeling van elke vorm van gemeenschappelijke economie een ‘weg naar de slavernij’ noemen. In werkelijkheid beslist het organisatieprincipe van de mensheid over vrijheid of slavernij: beamtenhiërarchie en autoritaire staat of gemeentevrijheid en federatie, dàt is de cruciale vraag. Gasser aanvaardt een collectivisme dat ‘coöperatief en vrijheidslievend’ georganiseerd wordt en dat überhaupt de juiste basis voor een volkse democratie vormt. Een echte democratie, zo stelt hij, ‘kan een tendens naar een vrijheidslievend collectivisme, naar een vrijheidslievend socialisme nooit belemmeren’. Autoritair en vrijheidslievend socialisme hebben niet het minste met elkaar gemeen; ‘ze verschillen heel wat meer van elkaar dan van… het nog bestaande kapitalistisch systeem’. Gasser pleit voor de systematische overdracht van de vrijheidslievend-federale ideeën op het socialisme, hij gelooft evenwel niet in het revolutionaire wonder ‘van een eenmalige grote socialistische hervorming’, maar wel in de noodzaak van ‘dagelijke kleine inspanningen in de richting van een coöperatief sociaalliberalisme en liberaalsocialisme’, waarbij het ook niet aan tegenspoed zal ontbreken.

Helmut Rüdiger (1)

Uit: Die Freie Gesellschaft, Monatsschrift für Gesellschaftskritik und freiheitlichen Sozialismus, Nr 14, december 1950. Vertaling: Johny Lenaerts. Een samenvatting van Gassers boek is te lezen op de site Meer democratie.

 

NOTEN VAN DE VERTALER:

(1) Helmut Rüdiger (1903-1966) was een spilfiguur van de Duitse en internationale anarchosyndicalistische beweging. Kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog was hij een van de oprichters van de Föderation Freiheitlicher Sozialisten (FFS).

(2) Adolf Gasser (1903-1985) was een Zwitsers historicus (rechtsgeschiedenis) en theoreticus van het federalisme (constitutionalist).

(3) Otto Gierke (1841-1921) was een Duits jurist, historicus, auteur van Das deutsche Genossenshaftsrecht (1868-1913).

(4) Constantin Frantz (1817-1891) was een Duits filosoof, publicist, wiskundige en politicus. Hij was een tegenstander van Bismarcks nationaalstatelijk opgevatte Duitse Rijk en opteerde voor een midden-Europese statenbond.

(5) Lord Acton (1834-1902) was een Brits historicus, politicus en schrijver. Staat bekend voor zijn uitspraak: ‘Macht leidt meestal tot corruptie en absolute macht maakt absoluut corrupt.’

(6) Alexis de Toqueville (1805-1859) was een Frans politiek filosoof, historicus en staatsman. Hij staat bekend als theoreticus van de democratie en als vroege criticus van de moderne massacultuur.

(7) Friedrich Hayek (1899-1992) was een Oostenrijks econoom en politiek filosoof. Hij geldt als een van de belangrijkste liberale denkers van de twintigste eeuw en voornaamste inspirator van het neoliberalisme.

(8) Wilhelm Röpke (1899-1966) was een Duits econoom die in zijn geschriften probeerde het liberale marktdenken met een conservatieve kritiek op de moderne maatschappij te verenigen.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: