Spring naar inhoud

Non-violence. De Komende Revolutie Zou Anders Dan Alle Andere Kunnen Zijn…

10/11/2019

               André Bernard

De Franse libertair André Bernard heeft zijn leven reeds heel vroeg in het teken van het anarchisme gezet. Hij weigerde als jongeman deel te nemen aan de Algerijnse oorlog die Frankrijk in de jaren 1950 voerde. Om aan de dienstplicht te ontkomen ging hij vrijwillig in 1956 in ballingschap (eerst Genève, later Brussel). Hij richtte samen met anderen in die tijd het tijdschrift Anarchisme en non-violence op. Dit thema heeft hem altijd sterk beziggehouden, waarbij hij sub-thema’s niet over het hoofd zag. In zo’n geval speelt de vraag naar de coherentie een rol. Hoe Bernard vanuit die veelheid naar de wereld kijkt, kan men opmaken uit een nieuwe bundel teksten van hem getiteld À nulle autre pareille pourrait être la révolution à venir, Chroniques [2016-2019] (De komende revolutie zou anders dan alle andere kunnen zijn).

Coherentie

Het merendeel van de hedendaagse revolutionairen is minder of helemaal niet (meer) uit op het overnemen van de staatsmacht. Dit heeft te maken met ideeën die al onder meer door Gustav Landauer (1870-1919) zijn verkondigd: het onmiddellijk realiseren, buiten de staat om, van een ‘embryonale vorm van socialisme’. Er wordt ook wel in een moderne terminologie over prefiguratie gesproken. André Bernard verwijst naar Landauer omdat die het concept van de non-violence ‘ontkurkt’ heeft (p. 213). Daar kan bij worden opgeteld de verwijzing naar een ‘immanent reële praktijk’ van onderdrukten en uitgebuitenen (p. 40), zodat men uitkomt bij de frase dat ‘de komende revolutie een andere zou kunnen zijn dan alle andere’. En daarmee had Bernard gelijk de titel voor de bundel. Die bundel stelde hij samen uit wat hij aan artikelen schreef voor tal van bladen en uitsprak voor de regionale radio van Bordeaux, de uitzending Achaïra (beheerd door een groep libertairen).

Hoewel de onderwerpen sterk uit een lopen is er wel een coherentie: ze vertrekken vanuit het anarchisme of gaan er juist naar toe – en wel zonder de teksten nadrukkelijk over het anarchisme te laten gaan. Dat is soms anders, zoals wanneer een auteur (in dit geval Erwan Sommeren), het heeft over het anarchisme van zes schrijvers, terwijl slechts een tot het anarchisme te rekenen is. Daar legt Bernard dan de vinger op. Dan is er nog een anarchistische auteur (Tomás Ibánez) die een boek schrijft over anarchisme zonder dogma’s (p. 160). Maar wat wil je? Bernard huldigt liever ‘anarchisme zonder franje’.

De meeste bijdragen zijn kort tot zeer kort gehouden; ze verschenen in uiteenlopende tijdschriften, zoals Réfractions, Le Monde libertaire, Creuse-Citron, Union pacifiste, Casse-Rôle, Pensée libre. Het gaat vooral om boekbesprekingen. Daarin positioneert Bernard zich, maar steeds op zo’n manier dat de lezer zelf moet uit maken wat hij aan de besproken tekst zou kunnen hebben. Naast die besprekingen zijn ook autobiografische notities opgenomen. Bernard is van 1937 en zijn leven lang actief in anarchistische kringen en hij is professioneel corrector (Parijs) geweest. Er valt dus heel wat te vertellen. Toch betoont hij zich zeer terughoudend. Zo heeft hij het niet over zijn activiteit als surrealist, die er ook is geweest. Het is goed dat hij zijn ervaring deelt waar hij zich door aangesproken heeft gevoeld en wie belangrijk voor hem zijn geweest in zijn jonge jaren vooral. Ik geef daar een samenvatting van om daarna het onderwerp te behandelen dat hem na aan het hart ligt.

Ongehoorzaam

Het moet vóór 1956 hebben plaatsgevonden, dat Bernard, zo schrijft hij, een inleiding bijwoonde van Georges Las Vergnas (1911-1986). Die was priester en kapelaan van de kathedraal van Limoges (Frankrijk). Hij verzette zich tegen de kerkelijke hiërarchie en begon te twijfelen in geloofskwesties. Aan het eind van de Tweede wereldoorlog verliet hij de kerk en sloot zich in 1947 aan bij de Franse Vrije Gedachte. De inleiding van Las Vergnas maakte zo’n indruk op de jonge André dat die het besluit nam ‘nooit soldaat te worden’.

In die eerste helft van de jaren 1950 ontmoette Bernard nog twee andere personen. Zij plakten hun atheïsme op de muren van steden; zij openbaarden ook hoe de kerkelijke instituties onder een hoedje speelden met autoritaire en fascistische regimes. De eerste heette André Lorulot (1885-1963) die een aantal jaren voorzitter was van de Nationale federatie van de Vrije Gedachte’ in Frankrijk. Tevens was hij redacteur van La Calotte, een klein satirisch antiklerikaal tijdschrift waarmee de vader van Bernard regelmatig thuis kwam. Het tijdschrift was naast ‘zwarte-rokken vreter’ ook tegen tabak en alcohol en voor naturalisme. Dat het een antimilitaristische visie huldigde sprak van zelf.

De andere persoon die indruk op de jonge André maakte was Aristide Lapeyre (1899-1974). Die kwam hij een tijd lang tegen op een plek die de ‘school Sébastien-Faure’ heette, waar inleidingen en discussies plaatsvonden over de meest uiteenlopende thema’s. Aristide was dan ook een anarchist van een soort met een grote openheid van geest – niet te klasseren in het libertaire heelal (p. 125-126).

Verderop in zijn bundel komt Bernard terug op zijn jaren in ballingschap. In de zomer van 1956 ontmoette hij tijdens een zomerkamp in Frankrijk mensen uit Genève die actief waren binnen een solidariteitsnetwerk voor opvang van Franse, gevluchte militaire dienstweigeraars. In oktober stond André er in Genève op de stoep. Later verhuisde hij naar Brussel waar hij in contact kwam met activisten van de ‘Actie burgerlijke non-violence’ en die hun acties mede op Frankrijk richtte – waaraan hij ging meewerken. Over het verdere verloop van het vrijwillige ballingschap schreef André Bernard eerder (zie op deze site; klik HIER). De activiteiten waren op zich divers. Voor hem verzorgde het anarchisme de coherentie tussen dat alles. En hij weet dat hij daarin niet origineel is, getuige mensen als Emma Goldman, Errico Malatesta en anderen (p. 184-190).

Non-violence

De enige direct op te merken lijn van de opgenomen ‘kronieken’ is een chronologische is. Een andere lijn valt wel te construeren. Zo weet André Bernard bijvoorbeeld de persoonlijk beleefde non-violence naadloos te laten overgaan in meer theoretische en historische overwegingen van overige stukken. Dat komt omdat je non-violence (afzien van geweld) niet zonder meer tegenover violence (gebruik van geweld) kan zetten. Er kunnen namelijk (vele) vormen van ‘geweld’ zijn waarmee men meer, minder of helemaal niet akkoord kan gaan als men uitgaat van non-violence. De discussie over de ‘marges’ komt terug bij bepaalde vormen van sabotage (sommige sabotagedaden nopen wellicht tot gebruik van geweld tegen dingen).

Met betrekking tot het afzien van geweld wijst Bernard nog op groepen die juist geweld tegen mensen nadrukkelijk niet schuwden. Hij heeft het dan over gewapende groepen. Het zou goed zijn daar eens beter naar te kijken om te begrijpen waarom bijvoorbeeld de Baskische ETA, de Colombiaanse FARC, de Ierse IRA meer of minder de gewapende strijd opgegeven hebben.

Een ander voorbeeld is nog interessanter, schrijft Bernard. Nadat het verzetsleger van de zapatistische guerrilla’s zich op 1 januari 1994 had teruggetrokken in de bergen, lanceerde het een constructief proces van autonomie van het land. Volgens talrijke analisten vertegenwoordigt het een praktisch voorbeeld van: een andere wereld is mogelijk. Twee redenen hebben bijgedragen aan het neerleggen van de wapens: (a) de vraag om te onderhandelen van de kant van de regering en (b) het verzoek van de bevolking van Chiapas zelf om de gewapende strijd te staken (p. 156-157). Overigens komt men in zijn bundel ook het andere hedendaagse voorbeeld besproken tegen, Rojava (Koerdisch Syrië) (p.221-224).

Non-violence kent een afleiding in de vorm van ongehoorzaamheid, neen-zeggen. Massale ongehoorzaamheid zet druk op verandering. Het zetten van druk via non-violence levert een bespreking op van een boek over Palestijns verzet: van wapens tot non-violence (door Bernard Ravenel, 2017); er blijken zich meer voorbeelden van massale ongehoorzaamheid te hebben voorgedaan (p. 225-235) waarvan een aantal kort aan de orde komt. In een bespreking van een tekst van de Belgische maatschappijcriticus Raoul Vaneigem signaleert Bernard dat hij de formule gebruikt: ‘aan het pacifisme voorbij’ zonder daarbij op non-violence te wijzen en de diversiteit van afleidingen. Het lijkt erop dat het geen onderdeel van Vaneigem’s cultuur is, merkt Bernard op. Het wil nu dat Vaneigem recent een omvangrijk vraaggesprek had met het Franse dagblad Le Monde (30 augustus 2019). Daar spreekt hij over opstandig pacifisme, ‘dat van het leven een absoluut wapen maakt, een wapen dat niet doodt’.

Overigens, wat zit in een naam? Ooit sprak Bart de Ligt, omdat hij de term pacifisme te passief vond, over ‘geestelijke weerbaarheid’. Omdat een letterlijke vertaling van het begrip non-violence niet zo aanspreekt in het Nederlands, is men gaan zoeken naar een terminologie die enerzijds het niet gebruiken van geweld en anderzijds actievoeren uitdrukt. Zo is men gekomen tot ‘geweldloze actie’, geweldloos actief, geweldloze weerbaarheid, geweldloze kracht. Voor de uitleg en de invulling van deze terminologie kan men terecht op de site Geweldloze Kracht. Het is een attitude die ook André Bernard wil uitstralen.

Thom Holterman

Bernard, André, À nulle autre pareille pourrait être la révolution à venir, Chroniques [2016-2019], Atelier de création libertaire, Lyon, 2019,  239 blz., prijs 9 euro.

[Beeldmateriaal overgenomen uit: André Bernard, Ma chandelle est vive, je n’ai pas de dieu. Papiers collés et petits textes, Atelier de création libertaire, Lyon, 2008, p. 49, 113.]

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: