Spring naar inhoud

Libertair Recht In De ‘Anarchistische Encyclopedie’

05/04/2020

De Franstalige Anarchistische encyclopedie is opgericht door de Franse anarchist Sébastien Faure (1858-1942). Daaraan heeft een groot aantal anarchisten en anderen meegeschreven tussen 1925-1934. Dit heeft een werk van vier boekdelen opgeleverd. Deze delen zijn inmiddels gedigitaliseerd en gratis op internet te raadplegen. In de loop van vele decennia is er ongetwijfeld sprake van een zekere veroudering van tekstgedeelten. Het plan is opgevat aan de encyclopedie zijn actualiteit terug te geven door het schrijven van een vijfde (numeriek) deel. Wat het recht aangaat heb ik er mijn eerste bijdrage aangeleverd.

Wie in de Anarchistische Encyclopedie de trefwoorden ‘Recht’ en ‘Wet’ raadpleegt, wordt door verschillende auteurs op de hoogte gebracht wat er allemaal onder die twee termen valt. En het is gelet op de leeftijd van de teksten nog goed te lezen. Wie onder Peter Kropotkin zoekt, vindt er diens brochure La loi et l’autorité (1892, zesde druk). Het gaat om een kritisch onderzoek naar de functie van het recht in een kapitalistische maatschappij, die als basisuitgangspunt de private eigendom (van de productiemiddelen) kent. Aan de kritiek daarop losgelaten, doe ik niets af. Wel is het van belang, als een contrastmodel, het libertaire rechtsmodel toevoegen. Het model, zo meen ik, introduceert een voor anarchisten aanvaardbare rechtsopvatting. Dat werk ik hieronder uit. Inmiddels is de Franse vertaling ervan te vinden in de encyclopedie onder het trefwoord Droit libertaire. [ThH] 

Westers rechtsmodel

Het door anarchisten gekritiseerde recht wordt gevormd door het westerse rechtsmodel. In dit model zijn recht en dwang met elkaar verstrengeld. Geen ‘gewone’ jurist is in staat recht zonder afdwingingsmiddelen te zien. Recht moet immers gehandhaafd worden. Daarvoor heb je dwangmiddelen nodig, die in staatsverband worden georganiseerd (overheid, deurwaarders, Officieren van justitie, politie, desnoods leger). Dit westerse model is in de wereld het dominante model geworden door kolonisatie en imperialisme. Men spreekt ook wel over ‘modern recht’, zoals verschillende auteurs in de Anarchistische Encyclopedie conform het gebruik doen.

Het is mede ‘modern’ recht omdat het samen met de ontwikkeling van de ‘moderne’ staat (zeg vanaf begin 17de eeuw) tot stand komt. In vroege tijden verscheen het recht vooral als gewoonterecht en werd het georganiseerd in dorp- en gemeenteverband (communaal zelfbestuur). De centripetale werking die de ontwikkeling van de natiestaat uitoefende, stuwde alles naar het centrum. Het ‘oude’ recht (gewoonterecht, communale en regionale recht) werd als een obstakel gezien en moest wijken voor het nationale recht, dat gegeven werd met nationale regelingen. Aldus kon in die ontwikkeling de gedachte zich wortelen: recht = wettenrecht. Het recht wordt van buitenaf via wetten aan onderdanen opgelegd. Dat is het ‘moderne recht’ naar westers, hiërarchiek opgelegd en afgedwongen model. Ik spreek hier over heteronoom recht (heteronoom, van buitenaf komend).

Het kenmerkende van het heteronome recht is, dat het recht betreft door anderen in het leven geroepen dan voor wie het geldt. Daar staat het autonome recht tegenover. Dat is recht gemaakt door hen voor wie het zal gelden. In het dagelijkse leven komt men dat tegen bijvoorbeeld in de vorm van een verenigingsstatuut, van een overeenkomst (contract) tussen twee of meer mensen (ik ga hier voorbij aan de problematiek van het arbeidscontract, aan een wurgcontract). Waar het modelmatig omgaat is dat het heteronome recht principieel gevat is in een verticale constructie (statelijkheid) en het autonome recht in een horizontale constructie. Ik had deze inleiding nodig om het contrastmodel ten opzichte van het moderne recht uit de doeken te doen.

Contrastmodel

Zoals we onder meer bij Kropotkin en anderen tegen komen, wordt het gewoonterecht en bepaalde vormen van contracten- en statutenrecht voor anarchisten niet als een probleem begrepen. Dit betekent overigens niet dat ‘gewoonten’ zonder meer aanvaardbaar zijn. Zij kunnen evenwel door afwijkend handelen op den duur veranderen. Gewoonten liggen niet voor eeuwig vast. Andere manieren van doen of gewijzigde omstandigheden kunnen eveneens maken dat contracten of statuten in de loop van de tijd een sta in de weg vormen. De mensen die contracten hebben gesloten of leden van een vereniging kunnen dan besluiten het door en voor hen geregelde te wijzingen, aan te passen. We hebben het immers over autonoom recht. Dit is en blijft overigens een beperkt onderdeel van het alom geldende, heteronome, wettenrecht, waarvoor afdwinging via overheidsingrijpen noodzakelijk geacht wordt. Deze overheersende gedachte maakt dat het denken over recht zonder de aanwezigheid van de staat een bijna onmogelijke opgave voor de meesten van ons is. Dat geldt ook voor etnologen en antropologen, die voor het eerst met een staatloze maatschappelijke situatie van doen kregen.

Engelse antropologen werden er rond 1930 in delen van Afrika mee geconfronteerd. Ze konden de niet-statelijke vorm van maatschappijorganisatie niet thuis brengen en spraken van ‘geregelde anarchie’ of van ‘failed states’. Er was namelijk geen centraal bestuurssysteem aan te wijzen. Al vroeg begrepen libertair ingestelde etnologen en antropologen evenwel dat hier een kans lag om een bestaande maatschappelijke toestand te beschrijven, die trekken vertoonde overeenkomstig anarchistische gedachten. Ik noem hier slechts twee van hen, de Duitse etnoloog Christian Sigrist (1935-2015) met zijn boek Regulierte Anarchie (1967) en de Franse etnoloog Pierre Clastre (1934-1977) met zijn bundel getiteld La Société contre l’État (1974).

Hun beschrijvingen geven voorbeelden van maatschappijtypen die in hun vakgebied bekend staan onder de naam ‘segmentaire gemeenschappen’. Het betreft gemeenschappen met een populatie die gemeenschappelijke kenmerken hebben (taal, cultuur, religie, enz.) en die gelijkberechtigde instituties kennen die naast elkaar staan. De segmenten worden als een sociaal agglomeraat van gelijk niveau gezien. Zij zijn vrij van het verschijnsel heerschappij. Dit is een reden waarom vele onderzoekers (etnologen, antropologen) het begrip anarchie gingen gebruiken, dikwijls met een toegevoegde aanduiding.

Omdat segmentaire gemeenschappen geen staat kennen, brengt dit mee, zoals we reeds zagen, dat er evenmin een centraal gezag aanwezig is. Dat ontbreken ervan wordt aangeduid met de door etnologen gebruikte term akephale = zonder (‘a’) hoofd (‘kephale’); je zou dus kunnen zeggen: zonder éénhoofdige leiding. Maar in samenlevingen die geen staat kennen, zijn wel degelijk vele verspreide ‘bestuursfuncties’ te onderkennen. Veel = ‘poly’, waaraan wordt ontleend om ook wel over ‘polykephale’ gemeenschappen te spreken. Om te voorkomen, dat mensen trachten in dergelijke gemeenschappen macht te gaan uitoefenen, wordt het recht in gezet (normering, structurering, communicatieprocedures). Het recht moet verhinderen dat macht zich concentreert in de handen van een klein aantal mensen. Aldus vormt het een bolwerk. Hier ligt de originaliteit van het onderzoek van de Duitse antropoloog Hermann Amborn. Zijn studie laat zien hoe het recht een garantie vormt voor anarchie. Hier hebben we met een complete omkering van het westerse rechtsmodel te maken, waarin juist het recht moet voorkomen dat de grootste onderliggende, uitgebuite bevolkingslaag bij de bovenste, kleine laag op verhaal komt. Deze opvatting over recht vormt dus een contrastmodel ten opzichte van het moderne recht.

Libertair recht

Het contrastmodel verwijst naar wat ik ‘libertair recht’ noem. Het is een contrastmodel om aan te geven dat er een werkzaam ‘libertair’ alternatief bestaat. Ik verwacht echter niet, evenmin als Amborn trouwens, dat het zich laat realiseren in een ongewijzigde kapitalistische maatschappij als de westerse. Hoewel het functioneert in delen van Afrika – en daar dus zijn diensten in een maatschappelijke werkelijkheid bewijst – levert het in een westerse maatschappij slechts een ‘contrast’ op ter ondersteuning van de antikapitalistische strijd.

De groepsgrootte van de gemeenschappen die Amborn onderzocht is variabel. Ze loopt uiteen van kleine lokale netwerken (Zuid-Ethiopië) tot zich uitstrekkend over een gebied van 1000 km2 (Noord-Kenia). Hoewel de variatie groot is, hebben deze groepen alle bepaalde gemeenschappelijk kenmerken. Je zou die in Weberiaanse zin ‘ideaaltypisch’ kunnen noemen. Om aan te geven om welke kenmerken het gaat, citeer ik enkele alinea’s uit mijn aan Amborn’s studie gewijde brochure, getiteld Volken zonder staat (2018). Die kenmerken zijn:

 

  • Hun leden streven gemeenschappelijke belangen na via coöperatief handelen; het sociale samenleven wordt collectief geregeld; desondanks kenmerken deze gemeenschappen zich door een hoge mate van persoonlijke autonomie.
  • De grondbeginselen van het samenleven zijn wederkerigheid en horizontale netwerken van gelijkgerechtigde personen. Omdat de betrekkingen in deze netwerken flexibel zijn en welwillendheid wordt nagestreefd, komt het herhaaldelijk – niet alleen bij conflicten – tot splitsen, maar ook tot aaneensluiten.
  • De fundamentele economische bronnen zijn in collectief bezit of zijn onderworpen aan de controle van de gemeenschap; accumulatie van rijkdom is niet gewenst, gierigheid en nijd worden veracht, veeleer bestaat er een plicht tot delen.

Bij de beschrijving van verschillende gemeenschappelijke kernmerken komen bepaalde woorden telkens terug. Zo komen we bij beschrijvingen van machtsvrije etnische groepen die Amborn puntsgewijs behandelt, onder meer de volgende kenmerkende termen tegen: wederkerigheid, solidariteit en machtsbalans. Deze termen verlenen betekenis aan de beschreven verschijnselen. Gezamenlijk verwijzen ze naar een semantisch veld.

De semantiek houdt zich bezig met onderzoek naar de betekenis die aan woorden wordt gegeven. Het is bekend dat een woordgroep uit een bepaald semantisch veld dekkend kan zijn binnen verschillende menselijke verbanden. Zo kun je met de in gebruik zijnde woorden enerzijds machtsvrije etnische groepen omschrijven en anderzijds dezelfde termen herkennen die anarchisten gebruiken wanneer zij het over positieve anarchie hebben. Die twee kanten laten zich met elkaar verbinden. Daardoor is in de beschrijving van machtsvrije etnische groepen ‘anarchie’ herkenbaar, zonder dat die groepen zelf daar naar verwijzen. Andersom levert dit de mogelijkheid op dat libertair ingestelde onderzoekers, zoals menig antropoloog en etnoloog, ‘anarchistische elementen’ ontdekken bij voornoemde groepen.

Wie termen als wederkerigheid, solidariteit en machtsbalans tegenkomt of deze voor een beschrijving van een groepsorganisatie gebruikt, geeft daarmee een horizontale stratificatie aan. Een verticale – hiërarchische – stratificatie blijkt daarbij afwezig. Ook is er geen sprake van een gecentraliseerde kern binnen de gemeenschapsorganisatie, die over welk dwangmiddel dan ook beschikt, noch kent die organisatie een overerfbare politieke bevelsmacht.

Nu wordt het ook duidelijker waarom Amborn spreekt over polycefale gemeenschappen. Ideaaltypisch bestaan ze uit met elkaar verbonden, wederkerige sectoren van gelijke rang. De wederkerigheid van deze sectoren toont zich het best in hun onderlinge betrekkingen en hun gelijk zijn in rang. Zo verschijnen ze ook sociaal en politiek voor het individuele lid. Op grond van deze criteria en de bewuste afgrenzing van autoritaire gemeenschappen laten deze eigenschappen van de gemeenschappen zich in een breder kader invoegen: het semantische veld van de anarchie. De door Amborn onderzochten groepen hebben alle deze keuze gemaakt: het recht inzetten om het ontstaan van uitoefening van macht en machtsgroepen afgrendelen. Vermoedelijk omdat hen dat tot nu toe is gelukt, hoort men daar in het westen nauwelijks over. Dat moet anarchisten niet ontmoedigen om zich voor het onderwerp anarchisme en recht te interesseren.

Anarchisme en recht

Zoals we weten wordt, in het kader van het anarchisme, het recht vooral opgevat als ‘statelijk recht’ (wetten, als producten van parlementen om verplichtingen en verboden op te leggen) met als exemplarisch element het strafrecht als de knuppel ten behoeve van het houden van orde in de kapitalistische samenleving. Tegelijkertijd kan men echter ook aanzienlijk wat niet-statelijk recht ontdekken. De AS 179 is er met het thema ‘Anarchisme en Recht’ aan gewijd.

Anarchisten zijn niet tegen de besluitvorming. Zij verzetten zich wel tegen een ingebouwd ongelijk evenwicht. Om beslissingen te nemen, komen ze in vergaderingen en algemene assemblées samen als gelijken. De organisatie van het systeem van bijeenkomen (ik heb het over: systemen onder gelijken) en de besluitvormingsprocessen, vormen wat ik bereid ben ‘libertair constitutioneel recht’ te noemen.

Als de beslissingen betrekking hebben op het opstellen van regels of statuten binnen de genoemde verbanden van gelijken, geeft dit aanleiding tot het ont- en bestaan van niet-statelijk recht. Met andere woorden, het bestaan van de staat of de staatswetten kan niet als noodzakelijk worden beschouwd voor het bestaan van het recht.

Er zijn anarchisten die zeggen: ‘Als anarchist ben ik tegen alle regels, vooral als die geschreven zijn’. Het staat deze anarchisten vrij dit te vinden evenals alle anderen die dat willen. Deze anarchisten denken misschien dat ze Michael Bakoenin aan hun kant hebben. Zij vergissen zich.

Bakoenin, geconfronteerd met een dergelijke kwestie, schrijft: ‘Om een bepaalde afstemming van handelingen te bereiken, die naar mijn mening onontbeerlijk is, tussen de meest serieuze mensen die hetzelfde willen, zijn bepaalde voorwaarden nodig, bepaalde regels die ook verplichtend zijn, voor iedereen, moet er een overeenkomst zijn, een overeenkomst die regelmatig hernieuwd kan worden, anders zal iedereen handelen naar eigen believen […]. Er zal disharmonie zijn, niet de harmonie en de rust waar we allemaal naar streven’! (Brief aan Richard, 4 december 1868).

Een onderzoek naar de positieve verhouding tussen anarchisme en recht is onder meer vruchtbaar te maken waar het hier besproken contrastmodel van het recht als leidraad wordt genomen.

Thom Holterman

Literatuur:

Amborn, Hermann, Recht als Hort der Anarchie. Gesellchaften ohne Herrschaft und Staat, Matthes & Seitz, Berlin, 2016.

Holterman, Thom, L’anarchisme, c’est réglé, Un exposé anarchiste sur le droit, Atielier de création libertaire, Lyon, 2013.

Vindplaats van de Franse vertaling in de Encyclopédie Anarchiste

De intrigerende studie van Hermann Amborn heb ik op stelselmatige wijze samengevat en van aanvullend commentaar voorzien in mijn boek getiteld Volken zonder staat (2018) onder toevoeging van enkele relevante hoofdstukken om de bevindingen van Amborn in een breder libertair verband te zetten wat de herkomst van de staat betreft.

One Comment leave one →
  1. knort permalink
    05/04/2020 14:32

    zeer interessant stukje. Ik ga het even door mailen ook, naar mensen. Die vier boeken, zien eruit als piratenboeken. Die zwarte vlaggen en schedels, van het anarchisme, altijd wel piraat-achtig. Piratelijk. Verpiraat.

    Uhmm, wat wilde ik ook alweer zeggen ? Oja

    Iemand als Stirner gaat wel uit van het verwerpen van een collectieve moraliteit. Daarin lijkt hij op Nietszche. Er zijn ook vormen van moraliteit en deugdelijkheid, die niet geschreven zijn. Zie dat als de ongeschreven wetten. Er kan machtsuitoefening zijn, als er niet eens iets officieel is vastgelegd, in statuten, of in wetten, of in overleg. Binnen groepen die geen officieel recht gebruiken, kan alsnog sprake zijn van macht. Een kleine groep activisten die bijvoorbeeld bepalen wie er allemaal wel en niet welkom zijn bij de vergadering die zij toevalligerwijs altijd leiden en waar zij altijd het laatste woord hebben.

    Het idee dat je verschillende thema’s niet mag bevragen, binnen huidige anarchistische kringen. Dat is ook al een vorm van macht.Er zijn mensen die bepalen waarover we kunnen spreken en waarover we niet kunnen spreken. Er is dus macht, maar nog geen officieel recht. Wel is er duidelijk een hiërarchische structuur ontstaan, binnen het huidige ‘anarchisme’ .Ongeschreven regels, de macht van de ongeschreven regels en de onofficiële leiders, die functioneren binnen de losse verbanden. Er zijn algemeen geaccepteerde waarden en er zijn allerlei activisten die het op zich nemen, om die waarden af te dwingen en dissidenten uit te sluiten, of te veranderen. Het functioneert ( het huidige anarchisme ) functioneert dus meer als kleine sub staten. Net zoals sektes functioneren. Staatjes buiten de staat. Een orde, buiten de orde.

    Aan de andere kant, iemand als Stirner ging voornamelijk uit van logische verstandhoudingen, om elkaars belangen te behartigen. Samen voor ons eigen, een beetje. Stirner ging wel uit van samenwerking, maar hij ging niet uit van vaststaande wetten. Samen beslissingen maken, over zaken, in het hier en nu. Iets dat dan ook een permanent proces is en dat ontstaat op basis van vrijwilligheid. Het egoïsme van een Stirner kan wel degelijk sociale trekjes krijgen. Het kan net zo goed binnen een socialistisch format uitgevoerd worden.

    Daarnaast geloof ik dat anarchisme in bijv Spanje ook vaak zij : wij laten de politieke macht links liggen, als we de economie maar in handen hebben. Dat is het zwaartepunt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: